Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:8068

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
17-06-2022
Zaaknummer
C/13/687054 / HA ZA 20-741
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing staken inreuk auteursrecht en slaafse nabootsing. Oorspronkelijke e-bike is auteursrechtelijk beschermd, maar in het land van oorsprong, de VS, kan bescherming niet worden ingeroepen. Ook onvoldoende onderscheidend vermogen of verwarringsgevaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/687054 / HA ZA 20-741

Vonnis van 13 april 2022

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

COAST CYCLES PTE LTD,

gevestigd te Singapore,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COAST CYCLES EUROPE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen,

advocaat mr. M.E. Verwoert te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHATFOUR B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. S.M. Wertwijn te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Coast Cycles (onderscheidenlijk Coast Cycles Singapore en Coast Cycles Europe) en Phatfour worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 13 januari 2021, met de daarin genoemde stukken,

  • -

    het tussenvonnis van 7 juli 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    de mondelinge behandeling van 8 november 2021, waarvan de zittingsaantekeningen zich in het dossier bevinden en de ten behoeve van deze zitting toegezonden akte overlegging producties aan de zijde van Coast Cycles en akte overlegging producties aan de zijde van Phatfour,

  • -

    de berichten van 30 november 2021, 20 december 2021 en 18 januari 2022 waarin beide partijen verzoeken om de zaak aan te houden voor schikkingsonderhandelingen,

  • -

    de twee berichten van 1 februari 2022 waarin beide partijen om vonnis vragen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Coast Cycles Singapore is opgericht door de heer [naam] (hierna: [naam] ). [naam] is ook [functie] van het design team van Coast Cycles Singapore. Coast Cycles Europe is de Nederlandse vennootschap van [naam] .

2.2.

[naam] heeft in 2015 een zogeheten fatbike ontworpen voor Coast Cycles Singapore. Dit betreft de Ruckus, in een ‘pedal bike’ uitvoering en in een elektrische uitvoering. De Ruckus heet thans de (classic) Buzzraw of de (elektronische uitvoering) Buzzraw E (hierna gezamenlijk: Buzzraw). De Buzzraw ziet er als volgt uit:

2.3.

In een akte van 1 februari 2020 tussen [naam] en Coast Cycles Singapore staat dat de “IP Rights” op de Buzzraw worden overgedragen aan Coast Cycles Singapore. In de akte staat onder meer dat [naam] de Buzzraw heeft ontworpen en dat hij de exclusieve rechthebbende is op de geregistreerde en ongeregistreerde ontwerprechten in de Europese Unie.

2.4.

In 2015 heeft Coast Cycles Singapore (het prototype van) de Buzzraw op de Interbike beurs in Las Vegas, Verenigde Staten, getoond.

2.5.

Coast Cycles Singapore heeft het ontwerp van de Buzzraw ingezonden naar de Taipei Cycle 2016. In de hiervan opgestelde brochure staat dat deze beurs wordt georganiseerd door twee Taiwanese organisaties en wordt uitgevoerd door iF Design Asia Ltd. (een in Taiwan gevestigde vennootschap). Het ontwerp van de Buzzraw heeft toen de Taipei Cycle d&i Award – Gold gewonnen. De Buzzraw was toen nog niet in productie.

2.6.

Vanaf 31 augustus 2016, op de Eurobike 2016, in Friedrichshafen, Duitsland, heeft Coast Cycles de Buzzraw voor het eerst te koop aangeboden.

2.7.

Phatfour is in 2018 opgericht en produceert en verkoopt elektrische fatbikes. Dit betreft onder meer het FLB-model (hierna ook: het FLB-model). Deze fatbike ziet er als volgt uit:

3 Het geschil

3.1.

Coast Cycles vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, - samengevat - Phatfour:

(a) beveelt om onmiddellijk na betekening van het in deze te wijzen vonnis te staken en gestaakt te houden, primair iedere inbreuk op het auteursrecht op de Buzzraw in de Europese Unie, dan wel subsidiair in Nederland, meer in het bijzonder om de productie, het in voorraad houden, de import en export en de verkoop en promotie van het FLB-model te staken, of subsidiair iedere slaafse nabootsing van de Buzzraw in Nederland te staken, meer in het bijzonder om de productie, het in voorraad houden, de import en export en de verkoop en promotie van het FLB-model te staken;

(b) beveelt om binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis aan de raadsvrouwe van Coast Cycles, per e-mail te doen toekomen een schriftelijke opgave van gegevens (zoals producenten en leveranciers en distributeurs van het FLB-model, de aan Phatfour en haar distributeurs geleverde aantallen en de door Phatfour en haar distributeurs verkochte aantallen en prijzen, de nog aanwezige voorraad en de behaalde omzet en winst) door het verschaffen van kopieën van originele onderliggende documenten;

(c) veroordeelt om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis gedurende drie maanden een rectificatie te plaatsen op de website van Phatfour en elke andere website die wordt gebruikt ter aanprijzing van het FLB-model;

(d) veroordeelt om binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis de gehele voorraad van de FLP-modellen te laten vernietigen;

(e) veroordeelt om aan het gevorderde onder a tot en met d te voldoen op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag;

(f) veroordeelt tot vergoeding van de volledige door Coast Cycles geleden schade door afdracht van de door Phatfour met de verkoop van het FLB-model genoten winst, te vermeerderen met wettelijke rente;

(g) veroordeelt in de kosten van dit geding op grond van artikel 1019h Rv.

3.2.

Coast Cycles stelt hiertoe dat Phatfour inbreuk maakt op het auteursrecht van Coast Cycles dat rust op de Buzzraw door het produceren van het FLB-model, dan wel onrechtmatig handelt door het slaafs nabootsen van de Buzzraw met het produceren van haar FLB-model.

3.3.

Phatfour voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde. Phatfour betwist onder meer dat Coast Cycles een beroep op het auteursrecht kan doen in Nederland, betwist dat de Buzzraw auteursrechtelijke bescherming toekomt en betwist dat zij auteursrechtinbreuk maakt of dat sprake is van slaafse nabootsing. Ten slotte betwist zij de gestelde schade.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Rechtsmacht

4.1.

Aangezien Coast Cycles Singapore een vennootschap naar buitenlands recht is, heeft de zaak een internationaal karakter en dient de rechtbank eerst ambtshalve te beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil van partijen. Phatfour is gevestigd in de Europese Unie en de vordering in de hoofdzaak betreft een handelszaak die is ingesteld na 10 januari 2015. Dit betekent dat de vraag of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, beantwoord wordt aan de hand van Brussel 1-bis1. In artikel 4 Brussel I-bis is bepaald dat, onverminderd deze verordening, zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Gelet op deze hoofdregel dient Phatfour voor de Nederlandse rechter te worden opgeroepen en is deze rechtbank bevoegd.

Toepasselijk recht

4.2.

De vraag welk recht van toepassing is, wordt beantwoord aan de hand van Rome II en de Berner Conventie. Coast Cycles roept auteursrechtelijke bescherming in voor Nederland en de overige landen van de Europese Unie. Uit artikel 5 lid 1 van de Berner Conventie en artikel 8 lid 1 Rome II2 vloeit voort dat Nederlands recht van toepassing is, voor zover Nederland het land is waar de bescherming van de rechten wordt gevorderd. Het auteursrechtelijk werkbegrip en de beschermingsomvang zijn geharmoniseerd. Dat betekent dat indien geoordeeld wordt dat de Buzzraw in Nederland een auteursrechtelijk beschermd werk is en Phatfour met het FLB-model inbreuk maakt op het auteursrecht, kan worden aangenomen dat naar het recht van de andere lidstaten van de Europese Unie dezelfde conclusies kunnen worden getrokken. Met betrekking tot de grondslag onrechtmatige daad vloeit uit artikel 14 Rome II voort dat Nederlands recht van toepassing is. Beide partijen beroepen zich ten aanzien van deze grondslag op Nederlands recht, zodat sprake is van een rechtskeuze die voldoende blijkt uit de omstandigheden van het geval.

Auteursrecht

4.3.

Om als auteursrechtelijk werk beschermd te kunnen zijn in de zin van artikel 10 Auteurswet (hierna: Aw), moet het voortbrengsel oorspronkelijk zijn, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk.3 Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Aw.4 Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen.5 De keuzes van de maker mogen niet enkel een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze; de verschillende manieren om een idee uit te voeren zijn dan zodanig beperkt dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan. De auteur kan dan onmogelijk uitdrukking geven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat komen dat een eigen intellectuele schepping vormt.6 Of aan voornoemde maatstaf is voldaan, dient beoordeeld te worden naar de situatie op het moment waarop het voortbrengsel tot stand is gebracht. Voorts geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder meer onbeschermd zijn. Onderzocht moet worden of de vormgeving van de (combinatie van de) verschillende elementen zodanig is dat aangenomen kan worden dat met het ontwerp door de maker op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende stijl, trend of mode.7 De bewijslast van het gegeven dat sprake is van oorspronkelijk werk rust op Coast Cycles.

4.4.

De Buzzraw is een fiets en daarmee een gebruiksvoorwerp. Coast Cycles stelt dat de Buzzraw een origineel en uniek lijnenspel heeft dat de Buzzraw haar totaalindruk geeft. Daarbij gaat het volgens Coast Cycles om de combinatie van, voornamelijk, de volgende elementen:

  1. de specifieke vorm van het frame;

  2. het frame bestaat uit twee parallel lopende buizen in de vorm van een dubbel parallellogram;

  3. de dikte van het frame;

  4. de 20 inch banden met dit type spaak;

  5. het verhoogde stuur;

  6. een vlakke buddyseat;

  7. een buddyseat gemonteerd op het frame waarbij het frame zichtbaar doorloopt;

  8. de onderbreking van het frame rechtsboven door een rechte korte buis;

  9. het frame loopt aan de achterzijde door tot het midden van het achterwiel.

4.5.

Phatfour heeft daartegen ingebracht dat het uiterlijk en de losse elementen niet uniek zijn, maar een kopie zijn van prior art, zoals de vintage minifietsen uit de jaren ’60 en ’70:

en latere identieke modellen als de Taco Mini Bike:

.

Ook heeft Phatfour gewezen op de Simplex motorfiets uit begin 1900:

.

Daarbij komt, volgens Phatfour, dat veel van de kenmerkende elementen technisch zijn bepaald en daarop zodoende geen auteursrecht kan rusten.

4.6.

De rechtbank overweegt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend, zoals de fietsen waar Phatfour de Buzzraw mee vergelijkt, niet betekent dat het werk onbeschermd is. De vormgeving van de combinatie van de verschillende elementen van de Buzzraw, als door Coast Cycles genoemd, zijn zodanig dat aangenomen kan worden dat creatieve keuzes zijn gemaakt en dat met het ontwerp op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende stijl, trend of mode. De elementen 1 tot en met 9 geven in combinatie met elkaar een voldoende eigen uiting aan de al bestaande ontwerpen. De losse elementen zijn niet vormgegeven op een manier die per se noodzakelijk is voor de techniek van een fiets. Hoewel sommige elementen wel een technisch effect dienen, zijn zij in hun vormgeving immers niet uitsluitend daardoor bepaald. Dit betekent dat de Buzzraw auteursrechtelijk is beschermd.

Rechthebbende

4.7.

Er is door Coast Cycles niet gesteld dat Coast Cycles Europe rechthebbende is op de Buzzraw. In het licht van de gemotiveerde betwisting van Phatfour is onvoldoende duidelijk geworden dat en op grond waarvan deze vennootschap een vorderingsrecht heeft.

4.8.

Daarnaast is in geschil of Coast Cycles Singapore rechthebbende is. Phatfour betwist dat deze vennootschap het auteursrecht toekomt. Zij wijst onder meer erop dat de stellingen van Coast Cycles op dit punt onduidelijk zijn en de akte onvoldoende duidelijkheid biedt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Coast Cycles met de akte van 1 februari 2020 echter voldoende onderbouwd dat de auteursrechten op de Buzzraw inmiddels bij Coast Cycles Singapore berusten. Dat er in de brochure voor de Taipei Cycle 2016 ook nog een andere naam naast [naam] wordt genoemd doet daaraan onvoldoende af.

Beroep op auteursrecht

4.9.

Om een beroep te kunnen doen op auteursrechtelijke bescherming dient te worden vastgesteld wat het land van oorsprong van de Buzzraw is en of de Buzzraw in het land van oorsprong auteursrechtelijke bescherming toekomt.

Artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie (hierna: BC), over de zogenoemde materiële reciprociteitstoets, luidt:

“Het is onverminderd de bepalingen van artikel 7, vierde lid, van de Conventie aan de wetgeving van de landen van de Unie voorbehouden om het toepassingsgebied te bepalen van hun wetten betreffende werken van toegepaste kunst en tekeningen en modellen van nijverheid alsmede betreffende de voorwaarden voor de bescherming van deze werken, tekeningen en modellen. Voor werken, die in het land van oorsprong alleen als tekeningen en modellen zijn beschermd, kan in een ander land van de Unie slechts de bijzondere bescherming worden ingeroepen welke in dat land aan tekeningen en modellen wordt verleend; indien echter in dat land geen zodanige bijzondere bescherming wordt toegekend, worden deze werken beschermd als werken van kunst.”

Dit betekent dat aan de Buzzraw geen auteursrechtelijke bescherming wordt geboden, als die in het land van oorsprong ook niet aan haar toe zou komen.

4.10.

Artikel 5 lid 4 BC, dat bepaalt wat als land van oorsprong kan worden aangenomen, luidt:

“Als land van oorsprong wordt beschouwd:

(a) voor de voor het eerst in één van de landen van de Unie gepubliceerde werken, dat land; indien het evenwel werken betreft die gelijktijdig zijn gepubliceerd in verscheidene landen van de Unie, die een bescherming van verschillende duur kennen, het land waarvan de wetgeving de minst langdurige bescherming toekent;
(b) voor werken die gelijktijdig zijn gepubliceerd in een land dat geen lid van de Unie is en in een land van de Unie, laatstgenoemd land;
(c) voor niet gepubliceerde werken of voor werken die voor het eerst zijn gepubliceerd in een land dat geen lid van de Unie is, zonder dat gelijktijdige publicatie heeft plaatsgevonden in een land van de Unie, het land van de Unie waarvan de auteur onderdaan is; (...)”

4.11.

De vraag die eerst voorligt is welk land als land van oorsprong moet worden aangemerkt. Volgens Phatfour is dat de Verenigde Staten, waar op de Interbike beurs (een prototype van) de Buzzraw is getoond. Volgens haar is in een procedure van Coast Cycles tegen een andere fatbike-producent bevestigd dat de plaats van oorsprong van de Buzzraw Las Vegas is. Coast Cycles wijst – anders dan in de dagvaarding waarin zij Singapore had genoemd – Duitsland als land van oorsprong aan. Van publicatie van de Buzzraw is volgens Coast Cycles pas sprake geweest op de Eurobike in Duitsland, waar de Buzzraw voor het eerst te koop was voor het publiek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Coast Cycles haar stellingen op dit punt onvoldoende geconcretiseerd, hetgeen in de gegeven omstandigheden wel op haar weg had gelegen. Ook als nog sprake zou zijn geweest van een prototype is niet toegelicht wat dit concreet betekent. Coast Cycles heeft niet onderbouwd dat op het prototype (relevante) aanpassingen zijn gemaakt. Vaststaat dat de fiets op de Interbike beurs in de Verenigde Staten aan het aanwezig publiek is getoond. Daarmee kan worden gezegd dat het werk op deze beurs is gepubliceerd. Dit wordt ondersteund doordat Phatfour erop heeft gewezen dat er filmpjes op social media zijn verschenen waarop te zien is dat het publiek, na het zien van de Buzzraw, de fiets graag wil kopen. Coast Cycles heeft in de gegeven omstandigheden dus onvoldoende onderbouwd dat het werk toen nog niet is gepubliceerd.

4.12.

Vervolgens moet bij de toetsing aan artikel 2 lid 7 BC worden gelet op alle factoren die in het land van oorsprong bepalend zijn voor de vraag of, en zo ja, in hoeverre de partij die in Nederland aanspraak maakt op auteursrechtelijke bescherming van het betrokken voorwerp als werk van toegepaste kunst, in het land van oorsprong een zodanige bescherming geniet. Daarbij geldt dat de partij die aanspraak maakt op deze bescherming de feiten zal moeten stellen en zo nodig bewijzen waaruit blijkt dat auteursrechtelijke bescherming in het land van oorsprong niet alleen niet is uitgesloten maar ook met betrekking tot het voorwerp waarvoor die bescherming wordt ingeroepen, wordt geboden.8

4.13.

Phatfour heeft gesteld dat de Buzzraw, als zijnde een fiets en daarmee een gebruiksvoorwerp, in de Verenigde Staten niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Phatfour heeft hiertoe een opinie van 25 augustus 2020, van de Amerikaanse advocaat M.S. Reiner in het geding gebracht, waarin uitgebreid is toegelicht dat de Buzzraw en de verschillende elementen in de Verenigde Staten niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Dit is niet weersproken door Coast Cycles.

4.14.

In het licht hiervan komt de rechtbank tot de conclusie dat de Buzzraw in de Verenigde Staten geen auteursrechtelijke bescherming geniet. Dat betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming op de voet van artikel 2 lid 7 BC en dat in dit geval materiële reciprociteit in de zin van dat artikel ontbreekt.

Dit betekent dat de Buzzraw in deze procedure geen beroep kan doen op haar auteursrechtelijke bescherming.

Slaafse nabootsing

4.15.

Ten aanzien van nabootsing van een stoffelijk product dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom, geldt dat nabootsing van dit product in beginsel vrijstaat, zij het dat dit beginsel uitzondering lijdt wanneer door die nabootsing verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. Nabootsing op een wijze die nodeloos verwarring veroorzaakt, is een vorm van oneerlijke mededinging, waartegen met een vordering uit onrechtmatige daad kan worden opgekomen. 9

4.16.

Van verwarring ten aanzien van een nagebootst product kan sprake zijn indien dat product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op die markt (ook wel ‘het Umfeld’ genoemd). De mate waarin dat product zich dient te onderscheiden van die gelijksoortige producten om bij het verschijnen van nabootsingen ervan een gevaar voor verwarring te kunnen doen ontstaan, hangt onder meer af van de aard en de hoeveelheid gelijksoortige producten die zich op dat moment op de desbetreffende markt bevinden. Aangezien het verbod op slaafse nabootsing ertoe strekt marktdeelnemers te beschermen tegen oneerlijke concurrentie, gaat het bij de beoordeling van de vraag of de consument een nabootsing zal kunnen verwarren met het nagebootste product, om de invloed van de gelijkenis op diens aankoopbeslissing. Daarbij is bepalend de totaalindruk van elk product en de beschouwing daarvan door een weinig oplettend kopend publiek dat de beide producten meestal niet naast elkaar ziet. De rechter die heeft te beoordelen of in een concreet geval, gelet op de totaalindrukken van vergelijkbare producten, sprake is van een (gevaar voor) nodeloze verwarring bij het desbetreffende publiek, dient daarbij alle relevante omstandigheden van dat geval te betrekken. Daarbij behoeft hij niet als regel ervan uit te gaan dat voor de verwarringsvraag aan punten van overeenstemming meer gewicht toekomt dan aan punten van verschil. Eveneens afhankelijk van de omstandigheden van het geval is of en in hoeverre het publiek zich in het kader van een aankoopbeslissing zal laten leiden door de wijze waarop de producten na aankoop (‘post sale’) zijn of worden waargenomen, of (ook) zal letten op onderdelen die bij gebruik niet zichtbaar zijn, en op de verpakking van de diverse producten.

4.17.

Voor nabootsing is dus vereist dat de Buzzraw een eigen gezicht op de markt heeft verkregen en nog niet is verwaterd. Er kan geen sprake zijn van slaafse nabootsing van een stijl. Vervolgens moet het FLB-model verwarringwekkend veel op de Buzzraw lijken. De bewijslast hiervan rust op Coast Cycles.

4.18.

Phatfour heeft aangevoerd dat de Buzzraw geheel in lijn is met de stijl van retro (minifiets geïnspireerde) fatbikes. Phatfour betwist dat sprake is van een eigen gezicht op de markt, althans voert aan dat dit geheel is verwaterd, onder verwijzing naar een aantal voorbeelden. Phatfour betwist daarnaast dat er onnodige, nodeloze verwarring is veroorzaakt. Zij betoogt onder meer dat sprake is van een andere totaalindruk die het FLB-model geeft.

4.19.

Phatfour heeft erop gewezen dat het frame van het FLB-model geen parallellogram is, dat de dikte van het frame van het FLB-model een standaard dikte is, dat sprake is van een standaard diameter van de banden, dat het stuur van de Buzzraw in één lijn ligt met de voorvork, terwijl het stuur van het FLB-model een hoek vormt naar de voorvork en zelf een bocht bevat, dat de buddyseats van beide fietsen verschillen, dat het frame van het FLB-model hoger en korter is, dat de positie en grootte van de batterij heel verschillend is en dat de batterij van het FLB-model de naam PHATFOUR bevat, dat de positie van de pedalen en de positie van het voorwiel verschilt en dat er verschillen zitten in de spatborden en de verdere vorm en opbouw van het frame. Naar het oordeel van de rechtbank schiet in het licht van de gemotiveerde betwisting van Phatfour, daargelaten de ter discussie zijnde vraag of de Buzzraw voldoende onderscheidend vermogen bezit voor een eigen plaats op de markt, de onderbouwing van Coast Cycles dat met het op de markt brengen van het FLB-model verwarringsgevaar bij de koper ontstaat tekort. Hoewel er gelijkenissen tussen de fietsen bestaan, worden die deels veroorzaakt door de stijl en zijn er daarnaast relevante verschillen in met name de vorm van het frame (de hoek van de bovenste en onderste buis ten opzichte van de omhoog stekende buizen), het uiterlijk van de buddyseat en de plaats en vorm van de batterij. In het licht hiervan kan het bestaan van het verwarringsgevaar niet worden vastgesteld. Het beroep op slaafse nabootsing slaagt daarom niet.

Conclusie

4.20.

De vorderingen van Coast Cycles zullen worden afgewezen.

Proceskosten

4.21.

Coast Cycles zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Phatfour vordert vergoeding van de redelijke en evenredige kosten op de voet van artikel 1019h Rv. De proceskosten zullen echter uitgesplitst worden in vergoeding op basis van artikel 1019h Rv (auteursrechtinbreuk) en vergoeding begroot aan de hand van het liquidatietarief (onrechtmatig handelen door slaafse nabootsing).

4.22.

Beide partijen gaan uit van toepasselijkheid van artikel 1019h Rv. Artikel 1019h Rv dat de implementatie vormt van artikel 14 Richtlijn 2004/48/EG (Handhavingsrichtlijn), is van toepassing op procedures die zien op de handhaving van rechten van intellectuele eigendom. Daarvan is (in ieder geval) sprake als aan de orde is of de vermeende inbreukmaker zonder toestemming handelingen (heeft) verricht of dreigt te verrichten die zijn voorbehouden aan de houder van een intellectueel eigendomsrecht. In de onderhavige zaak is de inbreukvraag aan de orde. De proceskosten zullen daarom voor het gedeelte dat is gegrond op de inbreuk van auteursrechten worden begroot aan de hand van artikel 1019h Rv.

4.23.

Phatfour heeft ten behoeve van haar beroep op artikel 1019h Rv overzichten in het geding gebracht van de door haar gemaakte proceskosten. Deze kosten, met een totaal van € 18.535,- exclusief btw, zijnde € 22.427,35 (inclusief btw) zijn door Coast Cycles niet afzonderlijk betwist en naar het oordeel van de rechtbank voldoende nauwkeurig gespecificeerd, zodat daarvan zal worden uitgegaan. De rechtbank acht deze kosten tot het geldende maximale indicatietarief voor een normale bodemzaak als bedoeld in de Regeling Indicatietarieven in IE-zaken evenredig en redelijk, mede gelet op de vergelijkbare hoogte van de door Coast Cycles zelf gevorderde vergoeding op grond artikel 1019h Rv. Dit komt dus neer op een maximumbedrag van € 17.500,-.

4.24.

De rechtbank begroot de door Phatfour gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1019h met betrekking tot de auteursrechtinbreuk op 75% daarvan, derhalve € 13.125,-. Dit bedrag zal worden toegewezen.

4.25.

De rechtbank begroot de kosten gemaakt in het kader van het gesteld onrechtmatig handelen door slaafse nabootsing op 25% van het toepasselijke liquidatietarief, vast te stellen op 25% van € 1.126,- (tarief II, 2 punten), derhalve € 281,50.

4.26.

Deze bedragen zullen worden vermeerderd met het betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 2.042,-

4.27.

Het vorenstaande leidt ertoe dat Coast Cycles wordt veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van € 15.448,50 inclusief griffierecht.

4.28.

Tot slot zal Coast Cycles ambtshalve worden veroordeeld in de nakosten, zoals vermeld in de beslissing.

4.29.

Bij vonnis van 13 januari 2021 is de incidentele vordering van Phatfour tot zekerheidsstelling afgewezen. De proceskosten in het incident zijn aangehouden. Gelet op de uitkomst zal Phatfour zal worden veroordeeld in de proceskosten van Coast Cycles in het incident. Coast Cycles heeft onvoldoende duidelijk toegelicht hoeveel van de door haar gemaakte proceskosten zijn toe te schrijven aan het incident. De rechtbank zal daarom de kosten begroten aan de hand van het liquidatietarief en een bedrag toekennen van € 844,50 (tarief II, 1,5 punten salaris advocaat).

5 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Coast Cycles in de proceskosten, aan de zijde van Phatfour tot op heden begroot op € 15.448,50,

5.3.

veroordeelt Coast Cycles in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Coast Cycles niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in het incident

5.5.

veroordeelt Phatfour in de proceskosten in het incident, aan de zijde van Coast Cycles begroot op € 844,50,

5.6.

veroordeelt Phatfour in de na dit vonnis ontstane kosten in het incident, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Phatfour niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.7.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bakker, rechter, bijgestaan door mr. N.M. Meijler, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2022.

1 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis)

2 Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II)

3 HvJEG 16 juli 2009, ECLI:EU:C:2009:465, C-5/08 (Infopaq I) en HvJEU 1 december 2011, ECLI:EU:C:2011:798, C-145/10 (Painer)

4 Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke / H3)

5 Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153 (Endstra-tapes)

6 Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8940 (Lancôme / Kecofa)

7 Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529 (Stokke / H3)

8 HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:BR3059

9 Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NLHR:2017:938 (All Round / Simstars (Mi Moneda))