Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:747

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-02-2021
Datum publicatie
05-03-2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 569
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Een zzp’er die als wedstrijdmakelaar bij de FIFA werkt, heeft geen recht op een uitkering op basis van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo), omdat hij niet in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) staat ingeschreven als zelfstandige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 09-03-2021
FutD 2021-0853
V-N Vandaag 2021/833
JWWB 2021/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 21/569 (voorlopige voorziening) en AMS 21/482 (beroep)

uitspraak van de voorzieningenrechter op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaken tussen

[eiser/verzoeker] , te [woonplaats] , eiser en verzoeker (hierna: verzoeker)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. H.H.J. ten Hoope).

Procesverloop

Met het besluit van 17 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) afgewezen en de verstrekte voorschotten teruggevorderd tot een bedrag van € 3.006,62.

Met het besluit van 7 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2021 via een Skype (video)verbinding. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

1. Verzoeker is een FIFA1 match-agent met een licentie. Hij heeft verweerder verzocht

in aanmerking te komen voor een uitkering op grond van de Tozo. Op 7 april 2020 heeft verweerder verzoekers aanvraag ontvangen.

2. Met de brieven van 18 april 2020 en 15 mei 2020 heeft verweerder aan verzoeker voorschotten toegekend.

3. Met het primaire besluit, gehandhaafd met het bestreden besluit, heeft verweerder verzoekers aanvraag voor een uitkering op grond van de Tozo afgewezen en de verstrekte voorschotten teruggevorderd.

Standpunt verweerder in het bestreden besluit

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoeker niet behoort tot de doelgroep van de Tozo-regeling. Verzoeker stond op 17 maart 2020 niet als zelfstandige ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Hij komt daarom niet in aanmerking voor een uitkering op grond van de Tozo, aldus verweerder. Om deze reden moet verzoeker ook de verstrekte voorschotten terugbetalen.

Standpunt verzoeker

5. Verzoeker voert aan dat sinds de uitbraak van het coronavirus er geen spel- en sportevenementen meer mogen worden georganiseerd en dat hij daarom geen werk en inkomsten meer heeft. Volgens verzoeker valt hij wel onder de Tozo-regeling. Hij is een officiële match-agent met een licentie bij de FIFA. Hiervoor is geen inschrijving bij de KvK vereist. De FIFA heeft op 9 januari 2019 aan verzoeker een licentie verleend. Zonder deze licentie mag hij zijn werkzaamheden niet verrichten. Daarnaast is verzoeker ook verplicht een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Verzoeker organiseert sinds januari 2018 voetbalwedstrijden. Voor die periode was hij werkzaam als spelersmakelaar voor de KNVB.2 Op de zitting heeft verzoeker benadrukt dat hij helemaal geen inkomsten heeft. Hij heeft nooit een beroep hoeven doen op de overheid voor steun, maar gezien de situatie waarin hij zich nu bevindt, heeft hij voor het eerst ook zorg- en huurtoeslag aangevraagd.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht niet alleen uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder terecht verzoekers aanvraag om een Tozo-uitkering heeft afgewezen en de verstrekte voorschotten heeft teruggevorderd.

8.1.

In artikel 2, eerste lid, van de Tozo wordt als voorwaarde gesteld voor recht op een uitkering op grond van de Tozo dat de zelfstandige op 17 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister van de KvK. Deze eis is volgens de Nota van Toelichting (NvT) opgenomen ter eenvoudige verificatie van het criterium om alleen zelfstandigen die al op de dag van de aankondiging van de maatregel als zodanig werkzaam waren in aanmerking te laten komen voor een Tozo-uitkering.3 Verder staat er in de NvT dat om te worden aangemerkt als zelfstandige onder meer moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep, zoals bijvoorbeeld ingeschreven staan in het handelsregister van de KvK.

8.2.

Niet is in geschil dat verzoeker niet aan deze voorwaarde voldoet. De voorzieningenrechter heeft geen aanknopingspunten gevonden in de NvT op grond waarvan van deze harde eis afgeweken kan worden.

8.3.

De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker zich in een lastige situatie bevindt omdat hij geen werk en inkomsten meer heeft , maar dit maakt niet dat verweerder kan afwijken van het dwingend voorgeschreven artikel 2 van de Tozo. De Tozo-regeling kent ook geen zogenoemde hardheidsclausule op grond waarvan van strikte toepassing van de wet zou kunnen worden afgezien.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe af.

10. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.G.J. Geerlings, griffier. De beslissing is bekend gemaakt op 26 februari 2021.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover daarbij is beslist op het beroep, binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

1 Fédération Internationale de Football Association, de internationale voetbalbond.

2 Koninklijke Nederlandse Voetbalbond.

3 Zie het Besluit van 17 april 2020, houdende tijdelijk regels omtrent bijstandverlening aan zelfstandigen die financieel getroffen zijn door de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19 (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) (Stb., 220,118).