Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:7392

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2021
Datum publicatie
16-12-2021
Zaaknummer
C/13/710651 / KG ZA 21-989
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tweede Kamerlid Thierry Baudet dient berichten op social media te verwijderen waarin hij de coronamaatregelen vergelijkt met de Holocaust. De vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) van de politicus wordt beperkt ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) van slachtoffers en nabestaanden van de Holocaust. Baudet mag de uitlatingen ook niet herhalen. Ook mag hij in het kader van het debat over de coronamaatregelen geen gebruik meer maken van beeldmateriaal van de Holocaust. De kort gedingrechter stelt het CIDI, het Centraal Joods Overleg en 4 Holocaust-overlevenden in het gelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2022-0001
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/710651 / KG ZA 21-989 MDvH / JD

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak in kort geding van 15 december 2021

in de zaak van

1. de vereniging

CENTRAAL JOODS OVERLEG EXTERNE BELANGEN,

gevestigd te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING CIDI LEGAL,

gevestigd te 's-Gravenhage,

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats] ,

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats] ,

6. [eiser 6],

wonende te [woonplaats] ,

eisers bij dagvaarding van 6 december 2021,

advocaat mr. J.A. Schaap te Amsterdam,

tegen

THIERRY HENRI PHILIPPE BAUDET,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. G. Spong te Amsterdam.

Tegenwoordig zijn mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, en mr. J. Dekker, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

aan de zijde van eisers:

  • -

    mr. J.A. Schaap;

  • -

    [naam 1] , voorzitter van Centraal Joods Overleg;

  • -

    [naam 2] , voorzitter van CIDI;

  • -

    [naam 3] ;

  • -

    [naam 4] ;

  • -

    [naam 5] ;

  • -

    [naam 6] ;

  • -

    [naam 7] (toehoorder);

  • -

    [naam 8] (toehoorder);

aan de zijde van gedaagde:

  • -

    mr. G. Spong;

  • -

    mr. D. Kisteman;

  • -

    T.H.P. Baudet;

  • -

    mr. T.S. Kriense (toehoorder).

Partijen hebben producties in het geding gebracht en over en weer het woord gevoerd. De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p lid 3 Rv dit proces-verbaal opgemaakt.

De voorzieningenrechter heeft de volgende uitspraak gedaan:

1 Waar gaat het in deze zaak over?

1.1.

Baudet is voorzitter van de Tweede Kamerfractie van Forum voor Democratie. Baudet heeft in november een aantal berichten op social media geplaatst, waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de huidige maatschappelijke situatie met betrekking tot de bestrijding van het coronavirus en het lot van de Joden in de jaren ’30 en ’40. Eisers willen dat Baudet deze berichten verwijdert, en verwijderd houdt. Het gaat om de volgende berichten:

Bericht op Twitter op 14 november 2021:

“Diep geraakt door de nieuwsbrief van [naam 9] vanochtend. Hij heeft zo gelijk: de situatie van nu ís met de jaren ’30 en ’40 te vergelijken. De ongevaccineerden zíjn de nieuwe joden, de wegkijkende uitsluiters zíjn de nieuwe

nazi’s en NSB-ers. There, I said it.”

Bericht op Instagram en Twitter op 16 november 2021:

“Vraag jezelf af: is dit echt het land waarin je wilt leven? Waarin kinderen die “ongevaccineerd” zijn niet naar de intocht van Sinterklaas mogen? En buiten moeten worden afgedroogd na de zwemles? Zo nee: KOM DAN IN VERZET! Doe niet meer mee met deze apartheid, deze uitsluiting, deze WAANZIN!”

1.2.

Op 26 november 2021 (na de datum van sommatie door eisers) heeft Baudet de volgende tweet geplaatst.

“Ironie ten top! Oud-concentratiekamp Buchenwald hanteert nu 2G bij tentoonstelling over … het uitsluiten van mensen. Hoe is het MOGELIJK om nu nog altijd niet te zien hoe de geschiedenis zich herhaalt!?”

2 De beoordeling

Beroep op artikel 10 EVRM: misbruik van recht?

2.1.

Baudet heeft aangevoerd dat het gevorderde bevel om de bestreden berichten op social media te verwijderen en verwijderd te houden, inbreuk maakt op zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Dit fundamentele recht wordt beschermd in artikel 10 van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

2.2.

Allereerst moet worden beoordeeld of Baudet zich wel kán beroepen op vrijheid van meningsuiting. Artikel 17 EVRM houdt een verbod van misbruik van recht in, om te voorkomen dat het EVRM verkeerd wordt gebruikt of wordt misbruikt, in strijd met de letter en de geest van het verdrag. Volgens jurisprudentie van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM)1 staat dit artikel eraan in de weg dat uitingen waarin de Holocaust wordt ontkend, betwist, geminimaliseerd of vergoelijkt, onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting vallen. Eisers hebben aangevoerd dat de berichten van Baudet niet alleen het leed veroorzaakt door de Holocaust, maar ook de Holocaust zelf bagatelliseren, zodat aan hem ten aanzien van deze uitingen geen beroep toekomt op de vrijheid van meningsuiting.

2.3.

Van belang is dat de verklaringen van Baudet in de bestreden berichten niet zijn gericht op de Holocaust als zodanig, maar op de huidige maatschappelijke situatie. Duidelijk is dat Baudet kritiek levert op de gevolgen van de coronamaatregelen voor de maatschappij. Er is om die reden geen sprake van directe bagatellisering of minimalisering van de Holocaust. De verklaringen vallen daarom in beginsel onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en Baudet maakt geen misbruik van recht als bedoeld in artikel 17 EVRM door zich op dat fundamentele recht te beroepen.2

Vergelijking met de Holocaust

2.4.

Baudet maakt in zijn kritiek op de huidige maatschappelijke situatie niettemin een vergelijking met (elementen van) de Holocaust. In zijn eigen woorden vergelijkt hij de huidige situatie met de stapsgewijze en systematische uitsluiting van Joden in de jaren ’30 en ’40. Eisers bestrijden dit en stellen dat Baudet een rechtstreekse vergelijking maakt met de verschrikkingen van de Holocaust en niet (alleen) de opmaat daarvan. De voorzieningenrechter volgt eisers hierin. Ook al heeft Baudet dit misschien niet zo bedoeld, zo komen de berichten wel over, in het bijzonder door het gebruik van de foto van het kind in het getto Łódź en het noemen van concentratiekamp Buchenwald.

2.5.

In het Twitter-bericht van 14 november 2021 vergelijkt Baudet de situatie van ongevaccineerden in de huidige maatschappij met die van de Joden in de jaren ’30 en ’40. Hij noemt de ongevaccineerden in dit bericht “de nieuwe joden” en noemt “wegkijkende uitsluiters” “de nieuwe nazi’s en NSB-ers”.

In het bericht van 16 november 2021 maakt Baudet een soortgelijke vergelijking. Hij heeft twee foto’s naast elkaar geplaatst, aan de linkerkant een kind in Pieten-kostuum dat door een hek kijkt, aan de rechterkant een kind met een Jodenster op de kleding dat eveneens door een hek kijkt naar kinderen aan de andere kant. Deze afbeelding heeft Baudet voorzien van onder andere de volgende tekst:

Vraag jezelf af: is dit echt het land waarin je wilt leven? Waarin kinderen die “ongevaccineerd” zijn niet naar de intocht van Sinterklaas mogen? (…)”;


en : “Doe niet meer mee aan deze apartheid, deze uitsluiting, deze WAANZIN!”.

In het twitterbericht van 26 november 2021 zegt hij in verband met het (kennelijk) thans door concentratiekamp Buchenwald gehanteerde 2G-beleid:

“bij tentoonstelling over … het uitsluiten van mensen. Hoe is het MOGELIJK om nu nog altijd niet te zien hoe de geschiedenis zich herhaalt!?”

Toetsingskader

2.6.

Bij de beoordeling van de vorderingen – daar is iedereen het over eens - moet een afweging worden gemaakt tussen twee fundamentele rechten die tegenover elkaar staan: aan de ene kant het recht van het Centraal Joods Overleg (CJO) en het CIDI (eisers 1-2) en van de Holocaust overlevenden (eisers 3-6) op bescherming van identiteit en privéleven, of zoals eisers het verwoorden, de persoonlijke integriteit en menselijke waardigheid van artikel 8 EVRM, aan de andere kant het recht van Baudet op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM). Er bestaat geen rangorde tussen deze twee rechten. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in dit geval zwaarder weegt, hangt af van alle omstandigheden van het geval, waarbij de wederzijdse belangen moeten worden afgewogen. Bij die afweging moeten alle bijzonderheden van het geval worden betrokken, waaronder ook de vraag in hoeverre de uitlatingen feitelijk juist zijn.

2.7.

Uitgangspunt is dat het recht op vrijheid van meningsuiting ook uitingen beschermt die mogelijk bepaalde groepen in de samenleving “beledigen, choqueren of storen”.3 De democratie is niet zonder scherpe randjes en een robuust pluriform publiek debat moet kunnen worden gevoerd. Daarbij moet ook ruimte zijn voor onenigheid, confrontatie, provocatie en overdrijving. Kritiek op de uitoefening van de (vergaande) overheidsbevoegdheden in het kader van het bestrijden van het coronavirus verdient een hoge mate van bescherming. Die kritiek is immers een noodzakelijk onderdeel van het publieke debat over dit ingrijpende en actuele maatschappelijke thema. Dit geldt des te meer wanneer die kritiek afkomstig is van een gekozen volksvertegenwoordiger. Het publieke debat wordt bij uitstek gevoerd door politici in de Tweede Kamer en daarbuiten, via hun eigen (social media) kanalen.

2.8.

De vrijheid van meningsuiting is echter niet zonder grenzen. Lid 2 van artikel 10 EVRM verbindt aan de uitoefening van die vrijheid ook plichten en verantwoordelijkheden. Daaronder valt de verplichting om uitingen zoveel mogelijk te vermijden die verder gaan dan wat een robuust publiek debat vereist en die voor anderen onnodig grievend zijn en inbreuk maken op andermans (fundamentele) rechten.4

Bescherming door artikel 8 EVRM?

2.9.

De vergelijking met het lot van de Joden in de jaren ’30 en ’40 raakt de identiteit van de Holocaust overlevenden (eisers 3-6), die valt onder de bescherming van het privéleven van artikel 8 EVRM. Zij hebben zelf de Holocaust in de jaren ’40 doorleefd en overleefd. Zo heeft eiser 3 ondergedoken gezeten, is eiser 4 als vierjarige oorlogswees naar een pleeggezin gesmokkeld, is eiseres 5 naar Westerbork gedeporteerd en daarna op transport gesteld naar concentratiekamp Bergen Belsen, en heeft eiser 6 in de jaren ‘40 ondergedoken gezeten op tien adressen.

2.10.

De vergelijking raakt ook aan de reputatie van de voorouders van deze eisers, en daarmee ook aan de identiteit van deze eisers zelf,5 iets wat ook valt onder de bescherming van artikel 8 EVRM. Van eiser 3 zijn 63 familieleden vergast in de Poolse vernietigingskampen Sobibor en Auschwitz. De ouders van eiser 4 zijn vermoord in Sobibor. Tijdens de Holocaust zijn 236 andere personen uit zijn stamboom vermoord. Eiser 5 heeft haar moeder verloren in Bergen-Belsen.

De bestreden vergelijking van Baudet raakt ook de belangen waarvoor CJO en CIDI (eisers 1 en 2) opkomen. CJO is een belangenvereniging en CIDI een stichting, beide met het doel om op te komen voor rechten en belangen van de Joodse gemeenschap in Nederland. Onweersproken is dat CJO en CIDI hun vorderingen instellen tot bescherming van gelijksoortige belangen als die van eisers 3-6, van andere leden van de Nederlands-Joodse gemeenschap.

2.11.

De uiting “de on[ge]vaccineerden zíjn de nieuwe joden, de wegkijkende uitsluiters zíjn de nieuwe nazi’s en NSB-ers” kan niet anders worden begrepen dan dat Baudet het lot van ongevaccineerden in de huidige maatschappij op één lijn stelt met het lot van de Joden in de jaren ’30 en ’40 (ten tijde van de Holocaust). Dit wordt ondersteund door het bericht van Baudet waarin een foto van een kind met een Pieten-kostuum is geplaatst naast een foto van een kind met een Jodenster op de kleding. De ogenschijnlijk vergelijkbare leeftijd en pose van de kinderen bij het hek impliceert een één-op-één vergelijking. Baudet stelt dat zijn boodschap is gericht op het waarschuwen voor uitsluiting van groepen mensen en dat hij niet zegt dat ongevaccineerden een zelfde lot staat te wachten als de Joodse slachtoffers van de uitsluiting in de jaren ’30 en ’40. Hij stelt niet te suggereren dat hij het lot van de Joden tijdens de Holocaust onbeduidend of onbelangrijk acht. Wat zijn intentie is, is in dit verband echter van ondergeschikt belang. Het gaat erom wat er in de bestreden berichten zelf staat. Eisers stellen terecht dat de huidige coronamaatregelen zich op geen enkele manier verhouden tot de haat en discriminatie jegens Joden in de jaren ’30 en ’40, die uiteindelijk hebben geleid tot deportatie en genocide, waarbij ruim 6 miljoen Europese Joden zijn vermoord. Als gevolg van de wanverhouding tussen het lot van een ongevaccineerde burger in de huidige maatschappij – dat in de berichten van Baudet gelijk wordt gesteld aan het lot van een Jood in de maatschappij van de jaren ’30-’40 – wordt het onrecht en leed dat door de Holocaust is veroorzaakt bij implicatie gebagatelliseerd. Dit geldt ook voor de vergelijking die de foto’s oproepen. De foto van het kind met de Jodenster op de kleding, betreft een kind in de getto van Łódź, voorafgaand aan de deportatie naar vernietigingskampen. Wat de intentie van Baudet is, doet er dan niet toe.

2.12.

Baudet heeft aangevoerd dat er gevaarlijke paralellen zijn tussen de huidige (in zijn woorden) “uitsluiting” van ongevaccineerden en het lot van de Joden in de jaren ’30 en ‘40, nu discriminatie van de Joden ook begon met het ontzeggen van de toegang tot winkels, trams, theaters enzovoort, net als nu bij de ongevaccineerden als gevolg van de invoering van het Coronatoegangsbewijs en het voornemen een 2G-beleid in te voeren, als gevolg waarvan ongevaccineerden slechts met een positieve testuitslag – of helemaal niet – worden binnengelaten. Deze vergelijking gaat in verschillende opzichten mank, zoals eisers hebben aangevoerd. Joden werd de toegang tot openbare ruimtes geweigerd om wie zij zijn; voor hen bestond geen mogelijkheid om met een vaccinatie of test alsnog toegang te verkrijgen. Bovendien: de maatregelen in de jaren ’30 en ‘40 werden ingevoerd door een totalitair regime, terwijl het Coronatoegangsbewijs (het huidige 3G-beleid) is ingevoerd bij wet in formele zin, die op democratische wijze tot stand is gekomen. In vrije verkiezingen gekozen volksvertegenwoordigers in de Tweede en Eerste Kamer hebben in meerderheid voor deze wet gestemd. Deze maatregelen worden genomen (althans overwogen) in het kader van de coronapandemie die Nederland en de rest van de wereld al bijna twee jaar in zijn greep houdt. De discussie of dit de juiste maatregelen zijn om de pandemie te beteugelen – en of deze niet een té vergaande inbreuk vormen op de keuzevrijheid van mensen om zich al dan niet te laten vaccineren – blijft volop gaande, in het parlement, op straat, op social media en in diverse talk shows op televisie, en dat mag in een vrij land als Nederland. Ook Baudet mag aan dat debat deelnemen.

2.13.

De vraag die thans voorligt, is of de vrijheid om over de maatregelen te debatteren aan Baudet de ruimte geeft om een vergelijking te maken met de Holocaust op de wijze zoals hij dat doet. Zoals hiervoor is overwogen, vallen vergelijkingen met de Holocaust in beginsel ook onder de vrijheid van meningsuiting. Politieke uitlatingen van een volksvertegenwoordiger komen bovendien een hoge mate van bescherming toe. Echter, ook het recht op vrijheid van meningsuiting van een volksvertegenwoordiger is niet onbegrensd. Volksvertegenwoordigers, zo heeft het EHRM geoordeeld, moeten zelfs bijzonder alert zijn op het beschermen van de democratie en haar principes, omdat hun doel de overname van de macht zelf is.6Doorslaggevend is uiteindelijk of voldoende rekening is gehouden met de plichten en verantwoordelijkheden die gepaard gaan met de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting. Geoordeeld wordt dat Baudet dit met de bestreden uitlatingen onvoldoende heeft gedaan.

2.14.

De door Baudet gemaakte vergelijking in de bestreden berichten gaat verder dan wat het belang van een robuust publiek debat kan rechtvaardigen. Ter zitting heeft Baudet zijn uitlatingen genuanceerd, maar die nuancering blijkt geenszins uit de berichten zelf. Bovendien hebben de berichten door de keuze van het medium (in het bijzonder Twitter) een bijzonder groot bereik en een grote impact. Door zonder enige nuance de situatie van ongevaccineerde burgers nu, in die berichten gelijk te stellen aan het lot van de Joden in de jaren ’30-’40 maakt hij een vergelijking – zoals hiervoor is overwogen – die feitelijk mank gaat en maakt hij op misplaatste wijze gebruik van, met ander woorden ‘instrumentaliseert’ hij, het menselijk leed van de Joden tijdens de Holocaust en de herinnering daaraan.7 Hij heeft zich hiermee onnodig grievend en onrechtmatig uitgelaten jegens Holocaust overlevenden en nabestaanden van slachtoffers van de Holocaust. Door op deze ongenuanceerde wijze berichten het internet op te sturen, is bovendien aannemelijk dat hij bijdraagt aan een klimaat waarin uitingen van antisemitisme worden aangewakkerd, zoals blijkt uit de door eisers in het geding gebrachte twitterberichten en de verklaring van de directeur van Buchenwald, en het twitterbericht dat de voorzitter van CJO ( [naam 1] ) ter zitting voorlas: een foto van het hek van concentratiekamp Auschwitz met de tekst “QR macht frei”.

2.15.

Baudet heeft tenslotte geenszins aangetoond dat het maken van deze vergelijking een effectief middel is om de aandacht te richten op dit thema. In Nederland is een uitgebreid debat gaande over nut en noodzaak van de coronamaatregelen (waaronder het 3G- en het 2G-beleid) en dat debat was ook reeds gaande voordat Baudet deze berichten de wereld instuurde. Berichten van deze strekking lijken – gezien de reacties en retweets – de aandacht juist af te leiden van het onderwerp waarover het debat volgens Baudet moet gaan: de positie van de ongevaccineerden in de huidige maatschappij.

2.16.

De vordering is ingesteld door eisers, op wier, door 8 EVRM beschermde, recht inbreuk is gemaakt. Dat er leden van de Nederlands-Joodse gemeenschap zijn die zich niet gegriefd voelen door de uitlatingen van Baudet doet aan die inbreuk niet af. Evenmin is doorslaggevend of de uitlatingen tot een strafrechtelijke veroordeling zouden kunnen leiden.

2.17.

Het gevorderde gebod tot verwijdering van de vier berichten en verbod tot herplaatsing zullen dus worden toegewezen.

2.18.

De stelling van Baudet dat eisers meten met verschillende maten door niet op te treden tegen rabbijn [rabbijn] die vergelijkbare uitlatingen heeft gedaan, is voor de beoordeling niet relevant. Zijdens eisers is terecht betoogd dat zij zelf mogen beslissen tegen wie zij willen optreden en op welke manier. [naam 1] (CJO) heeft ter zitting bovendien toegelicht dat tegen de rabbijn wel degelijk (buiten rechte) maatregelen zijn genomen.

2.19.

Het gebod tot verwijdering houdt een aanvaardbare beperking in van de vrijheid van meningsuiting van Baudet. Het gevorderde gebod tot verwijdering en verbod tot herplaatsing is beperkt tot de vier bestreden berichten en gaat niet verder dan noodzakelijk. Dit geldt ook voor het verbod op het gebruiken van beeldmateriaal van de Holocaust in het kader van het debat over de coronamaatregelen. Ook dat verbod zal worden toegewezen als gevorderd. Deze beperking wordt noodzakelijk geacht in een democratische samenleving, voor het beschermen van de rechten van anderen, namelijk de privésfeer van eisers en hun menselijke waardigheid. Bovendien is er door de reacties op de bestreden berichten ook een pressing social need, zoals het EHRM het formuleert, om in te grijpen, ter bescherming van de belangen van Holocaust-slachtoffers en hun nabestaanden en het publieke debat zelf.

2.20.

Als prikkel tot nakoming zal aan dat verbod een dwangsom worden verbonden, zoals gevorderd.

2.21.

Het plaatsen van de gevorderde rectificatie wordt niet nodig geacht: door deze openbare zitting en uitspraak in het openbaar gedaan, is voor een groot publiek voldoende duidelijk dat de rechter vindt dat Baudet de berichten niet mocht plaatsen.

2.22.

Baudet zal worden veroordeeld in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente, zoals gevorderd.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

gebiedt Baudet om binnen 48 uur na betekening van dit proces-verbaal te verwijderen en verwijderd te houden: de bestreden uitingen (opgesomd onder 1.1 van dit proces-verbaal), die in ieder geval beschikbaar zijn via de URL’s

https://www.instagram.com/p/CWVGLxelCN8/

https://twitter.com/thierrybaudet/status/1460522672467685377

https://www.facebook.com/thierrybaudet83/posts/445090513647395, alsmede de Tweet van 26 november 2021, zoals opgenomen in dit proces-verbaal onder 1.2,

3.2.

gebiedt Baudet de onder 3.1 bedoelde uitlatingen niet te herhalen, ongeacht op welke wijze en via welk medium,

3.3.

verbiedt Baudet in het kader van het debat over de coronamaatregelen gebruik te maken van beeldmateriaal van de Holocaust,

3.4.

veroordeelt Baudet tot het betalen van een dwangsom van € 25.000,00 per dag of per keer dat hij een van de geboden onder 3.1 en/of 3.2 of het verbod onder 3.3 overtreedt,

3.5.

veroordeelt Baudet in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van eisers begroot op:

– € 98,52 dagvaarding

– € 667,00 griffierecht

– € 1.016,00 salaris advocaat

€ 1.781,52 Totaal

te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang veertien dagen na de betekening van dit proces-verbaal, tot aan de voldoening,

3.6.

veroordeelt Baudet in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 85,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit proces-verbaal plaatsvindt, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit proces-verbaal tot aan de voldoening,

3.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Waarvan proces-verbaal,

1 EHRM 15 oktober 2015 ( Perinçek / Zwitserland), par. 209

2 Vgl. EHRM 22 september 1998 ( Lehideux en Isorni / Frankrijk), par. 52, 55

3 EHRM 7 december 1976 ( Handyside )

4 EHRM 20 September 1994 ( Otto Preminger ), par. 49

5 EHRM 21 november 2013 ( Putistin / Oekraïne), par. 33 en 36-41; EHRM 15 oktober 2015 ( Perinçek / Zwitserland), par. 201

6 EHRM 16 juli 2009 ( Féret /België), par 75

7 EHRM 8 november 2012 ( Peta / Duitsland)