Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:7059

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-12-2021
Datum publicatie
15-12-2021
Zaaknummer
C/13/694464 / HA ZA 20-1245
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid assurantietusssenpersoon - zorgplicht - heeft assurantietussenpersoon zorgplicht geschonden doordat geen verzekering meer kon worden afgesloten met dekking voor schade als gevolg van coronamaatregeleen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2022/26
NTHR 2022, afl. 1, p. 16
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/694464 / HA ZA 20-1245

Vonnis van 8 december 2021

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

4PM HOLDING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINGSLAND FESTIVAL B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET AMSTERDAMS VERBOND B.V.,

allen gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

advocaat: mr. D.J.M. Lange te Haarlem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLAP NO RISK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat: mr. M.H.S. Verhoeven te Rotterdam.

Eiseressen zullen hierna in vrouwelijk enkelvoud worden aangeduid als 4PM c.s. en afzonderlijk als 4PM, Kingsland en H.A.V. Gedaagde zal hierna worden aangeduid als Klap No Risk.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 december 2020;

  • -

    de akte overlegging met producties van 16 december 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 7 juli 2021, waarbij een mondelinge behandeling van de zaak is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 26 oktober 2021, en de daarin vermelde stukken;

  • -

    de brief van mr. Verhoeven van 9 november 2021, met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Tot slot is bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2 De feiten

2.1.

Kingsland houdt zich bezig met het organiseren van verschillende festivals in Nederland, onder meer rondom koningsdag. H.A.V. houdt zich bezig met het organiseren van het festival Het Amsterdams Verbond in Amsterdam. 4PM c.s. is de holdingmaatschappij voor Kingsland en H.AV.

2.2.

Klap No Risk is een assurantietussenpersoon. Zij houdt zich als beursmakelaar bezig met de totstandkoming van verzekeringen voor evenementen, zoals de festivals van Kingsland en H.A.V. Klap No Risk is ontstaan uit een fusie in 2020 tussen Klap B.V. en No Risk B.V. No Risk B.V. verzorgde tot aan de fusie al enige jaren de evenementenverzekeringen voor 4PM c.s. Waar hierna wordt gesproken over Klap No Risk, wordt hiermee ook No Risk B.V. bedoeld.

2.3.

[naam] (hierna: [naam] ), werkzaam bij 4PM Entertainment B.V., heeft Klap No Risk bij e-mail van 10 februari 2020 gevraagd om voor een aantal festivals verzekeringen af te sluiten. Klap No Risk heeft [naam] bij e-mail van dezelfde datum gevraagd om nadere informatie. Zij vroeg daarbij onder meer om de datum van het evenement, het aantal bezoekers van het evenement, het volledige budget van het evenement, de verzekerde som voor het materiaal, de verzekerde som geld en het aantal medewerkers. Klap No Risk liet weten dat zij na ontvangst van de informatie offertes kon maken.

2.4.

[naam] heeft de door Klap No Risk gevraagde informatie op 24 februari 2020 per e-mail bij haar aangeleverd.

2.5.

Klap No Risk heeft [naam] bij e-mail van 27 februari 2020 laten weten dat dekking tegen corona niet was onder te brengen.

2.6. 4

PM c.s. heeft bij brief van haar advocaten van 10 april 2020 Klap No Risk aansprakelijk gesteld voor schade die zij heeft geleden als gevolg van een tekortkoming van Klap No Risk.

3 Het geschil

3.1. 4

PM c.s. vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat Klap No Risk tegenover haar is tekortgeschoten en dat Klap No Risk aansprakelijk is voor alle door 4PM c.s. geleden en te lijden schade, op te maken bij staat. Verder vordert 4PM c.s. dat de rechtbank Klap No Risk veroordeelt tot het betalen van een voorschot van EUR 1.500.000,- op de te betalen schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente. Tot slot vordert 4PM c.s. dat Klap No Risk wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en tot vergoeding van de (na)kosten van de procedure, steeds te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2. 4

PM c.s. grondt haar vordering – samengevat – op het volgende. Tussen 4PM c.s. en Klap No Risk bestond een overeenkomst van opdracht. Op grond van deze overeenkomst rustte op Klap No Risk de verplichting om te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht. Klap No Risk heeft dit niet gedaan, waardoor 4PM c.s. schade lijdt. Klap No Risk moet deze schade vergoeden.

3.3.

Klap No Risk voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag moet worden beantwoord of Klap No Risk is tekortgeschoten in haar verplichtingen tegenover 4PM c.s. en of zij om die reden schade van 4PM c.s. moet vergoeden.

4.2.

Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Hierna zal dit oordeel worden toegelicht. Daarbij zal eerst worden ingegaan op de vraag welke verplichting op Klap No Risk rust. Vervolgens zal worden toegelicht welke omstandigheden bij de beoordeling van belang zijn. Daarna zal worden toegelicht waarom de verwijten aan het adres van Klap No Risk niet leiden tot het door 4PM c.s. beoogde resultaat.

zorgplicht van Klap No Risk

4.3.

In het midden kan blijven of tussen partijen – zoals 4PM c.s. heeft gesteld en door Klap No Risk is weersproken – een samenwerkingsovereenkomst bestond. Ook als dit niet het geval is, staat tussen 4PM c.s. en Klap No Risk vast dat Klap No Risk ook vóór 2020 verzekeringen voor 4PM c.s. tot stand bracht. Verder staat vast dat Klap No Risk dit ook in 2020 zou gaan doen. Tussen 4PM c.s. en Klap No Risk staat verder vast dat zij deze werkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht uitvoerde. Die overeenkomst van opdracht dient als uitgangspunt. Uit de stellingen van 4PM c.s. en Klap No Risk volgt dat zij ervan uitgaan dat 4PM c.s. de opdrachtgever was.

4.4.

Uit het feit dat Klap No Risk haar werkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht uitvoerde, vloeit voort dat zij bij de uitvoering van die werkzaamheden de nodige zorg in acht moet nemen. Een assurantietussenpersoon moet tegenover zijn opdrachtgever de zorg betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Het is zijn taak te waken voor de belangen van de verzekeringnemer. De assurantietussenpersoon moet de verzekeringsnemer in staat stellen goed geïnformeerd te beslissen. Het antwoord op de vraag of en in welke mate een assurantietussenpersoon behoort te informeren over en te waarschuwen voor een bepaald risico (van geen of een beperktere dekking), is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

welke omstandigheden zijn in dit geval van belang

4.5.

Bij de beoordeling is van belang dat 4PM c.s. een professionele partij is. Naar eigen zeggen organiseert zij ongeveer 150 grote en kleine festivals per jaar. Uit de door haar in de procedure ingebrachte stukken blijkt dat 4PM c.s. daarbij met meerdere partijen contracteert, zoals artiesten en productiebedrijven. Aan de andere kant is Klap No Risk een professionele assurantietussenpersoon, die zich richt op de evenementenbranche. Partijen deden al enkele jaren zaken met elkaar. Er werd (in grote lijnen) steeds op dezelfde manier gewerkt. Aan het begin van het jaar werd een afspraak gemaakt om door te nemen welke evenementen dat jaar zouden worden georganiseerd. Daarbij kwamen onder andere ter sprake de te verzekeren bedragen, het budget en het aantal bezoekers. Verder is van belang dat het in de branche gebruikelijk is dat, zoals Klap No Risk onvoldoende weersproken naar voren heeft gebracht, evenementenorganisatoren in de periode van januari tot en met maart van het betreffende jaar de te verzekeren evenementen aanmelden en dat op basis van de opgegeven details de verzekeraar (meestal verzekeraars) beslissen over de acceptatie van het risico. Klap No Risk heeft verder onweersproken naar voren gebracht dat het haar uit de eerdere jaren duidelijk was dat 4PM c.s. er niet op zat te wachten eerder dan aan het begin van het jaar waarin het evenement werd georganiseerd over de af te sluiten verzekeringen te spreken.

heeft Klap No Risk haar zorgplicht geschonden?

4.6.

Volgens 4PM c.s. heeft Klap No Risk op de volgende wijzen haar zorgplicht geschonden. Klap No Risk heeft 4PM c.s. niet geadviseerd om al een verzekering te hebben vanaf het moment dat zij met de voorbereidingen van een evenement begon. Zij heeft 4PM niet gewezen op de nadelen van het telkens zeer laat afsluiten van een verzekering voor een evenement. Verder heeft Klap No Risk 4PM c.s. niet geadviseerd een doorlopende verzekering af te sluiten. En tot slot heeft Klap No Risk 4PM c.s. niet tijdig gewaarschuwd voor de gevolgen van de coronacrisis, zoals voor risicoverzwaring als gevolg van het coronavirus, of geadviseerd zo snel mogelijk de verzekeringen af te sluiten.

4.7.

Tussen partijen staat vast dat Klap No Risk 4PM c.s. niet heeft geadviseerd om een verzekering af te sluiten per het moment waarop 4PM c.s. de voorbereidingen voor een evenement begon. Volgens 4PM c.s. begint zij al ongeveer 9 maanden vóór de datum van het evenement met die voorbereidingen. Maar niet kan worden geoordeeld dat Klap No Risk hiermee haar zorgplicht tegenover 4PM c.s. heeft geschonden. Onweersproken is door Klap No Risk gesteld dat het in de branche gebruikelijk is dat evenementenorganisatoren in de maanden januari tot en met maart van het jaar waarin de evenementen worden georganiseerd de te verzekeren evenementen aanmelden. Dat 4PM c.s. in dit opzicht afweek van de gemiddelde evenementenorganisator heeft zij niet gesteld. Sterker, Klap No Risk heeft (onvoldoende) onweersproken naar voren gebracht dat bij 4PM c.s. niet de behoefte bestond om eerder dan in het begin van het betreffende jaar over de af te sluiten verzekeringen te spreken. Verder heeft 4PM c.s. geen omstandigheden gesteld waaruit volgt dat het voor Klap No Risk duidelijk was dat 4PM c.s. in de aanvangsperiode van de organisatie van een evenement zodanige kosten maakte, dat zij een groot financieel belang had bij vroegtijdige verzekering. Het hoefde voor Klap No Risk onder deze omstandigheden niet duidelijk te zijn dat bij 4PM c.s. de behoefte bestond om al een verzekering te hebben vanaf het moment dat zij met de voorbereidingen begon. Tot slot is van belang dat van 4PM c.s. als professionele partij mag worden verwacht dat zij de door haar gestelde behoefte ook zelf aan Klap No Risk kenbaar maakt. Dit heeft zij niet gedaan.

4.8.

Ook het verwijt dat Klap No Risk niet heeft geadviseerd een doorlopende evenementenverzekering af te sluiten treft geen doel. Hier is allereerst van belang dat Klap No Risk gemotiveerd heeft weersproken dat een doorlopende verzekering zoals door 4PM c.s. gewenst niet door verzekeraars wordt aangeboden. Klap No Risk heeft daarbij toegelicht dat ook als een verzekering een doorlopend karakter heeft de evenementen nog steeds bij de verzekeraar moeten worden aangemeld. De verzekeraar wil namelijk steeds een risicoanalyse maken en het risico al dan niet accepteren. 4PM c.s. heeft dit niet voldoende weersproken. Dit brengt met zich dat, ook als Klap No Risk een doorlopende verzekering had geadviseerd en deze zou zijn afgesloten, daarmee niet zonder meer vaststaat dat de evenementen van 4PM c.s. verzekerd zouden zijn.

4.9.

Tot slot kan niet worden geoordeeld dat Klap No Risk 4PM c.s. niet tijdig heeft gewaarschuwd voor de gevolgen die de coronacrisis zou hebben voor de verzekeringsdekking. Zoals hiervoor is vooropgesteld moet Klap No Risk de zorgvuldigheid betrachten die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot mag worden verwacht. 4PM c.s. heeft naar voren gebracht dat op 10 februari 2020, toen 4PM c.s. vroeg om verzekeringen af te sluiten, het coronavirus al in België en Duitsland was aangetroffen. Daaruit volgt echter nog niet dat het voor Klap No Risk duidelijk moest zijn dat dit gevolgen zou hebben voor de dekking onder af te sluiten verzekeringen. Het coronavirus was op dat moment nog niet in Nederland vastgesteld. En in ieder geval was op dat moment en in de periode tot en met 24 februari 2020 niet duidelijk of en zo ja welke gevolgen de verspreiding van het coronavirus in het buitenland zou hebben voor evenementen in Nederland. Klap No Risk heeft ook gemotiveerd naar voren gebracht dat zij pas op 27 februari 2020 van verzekeraars kreeg te horen dat de evenementenverzekeringen zoals door 4PM c.s. gewenst niet meer konden worden afgesloten. 4PM c.s. heeft hier onvoldoende tegenover gesteld.

4.10. 4

PM c.s. heeft er nog op gewezen dat het Klap No Risk in januari 2020 bekend was dat in ieder geval verzekeraar Chubb coronadekking uitsloot. Klap No Risk heeft dit beaamd. Dit maakt het hiervoor gegeven oordeel echter niet anders. Klap No Risk heeft namelijk naar voren gebracht dat zij naar aanleiding van het bericht dat zij van Chubb ontving contact heeft gehad met andere verzekeraars. Die lieten haar weten dat zij (op dat moment) geen aanleiding zagen de stap van Chubb te volgen. Van Klap No Risk hoefde gelet op deze omstandigheid niet te worden verwacht dat zij in januari 2020 al voorzag dat de verspreiding van het coronavirus gevolgen zou hebben voor af te sluiten evenementenverzekeringen.

4.11.

De conclusie is dat de vorderingen zullen worden afgewezen. 4PM c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Klap No Risk worden begroot op:

- griffierecht 4.131,00

- salaris advocaat 7.998,00 (2,0 punten × tarief EUR 3.999,00)

Totaal EUR 12.129,00

De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar als gevorderd.

4.12.

De door Klap No Risk gevorderde nakosten zijn toewijsbaar en zullen worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt 4PM c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Klap No Risk tot op heden begroot op EUR 12.129,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de 15e dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt 4PM c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat 4PM c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van EUR 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bakker, rechter, bijgestaan door mr. E.R. Mac-Donald, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2021.1

1 type: ERM coll: