Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:6964

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-11-2021
Datum publicatie
03-12-2021
Zaaknummer
C/13/708998 / KG ZA 21-875
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een uitgeprocedeerde asielzoeker die nu nog verblijft op een zogenoemde Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV)-locatie moet die verlaten omdat hij onvoldoende meewerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/708998 / KG ZA 21-875 EAM/EB

Vonnis in kort geding van 30 november 2021

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM (Onderwijs, Jeugd en Zorg),

zetelend te Amsterdam,

eiser bij dagvaarding van 8 november 2021,

advocaat mr. E. van der Hoeven te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. W.G. Fischer te Haarlem.

Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

Op de zitting van 16 november 2021 heeft de gemeente de vordering zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd aan de hand van een van tevoren ingediend verweerschrift.

Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend.

Ter zitting waren aan de zijde van de gemeente aanwezig [naam 1] (Programmamanager Ongedocumenteerden) en mr. Van der Hoeven. [gedaagde] was aanwezig met mr. Fischer. Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] komt uit Nepal. Hij is in 2004 naar Nederland gekomen en heeft bij herhaling asiel aangevraagd. Die aanvragen zijn afgewezen. [gedaagde] verblijft momenteel in een zogenoemde LVV-opvanglocatie aan de [adres] .

2.2.

De LVV-locaties (LVV staat voor Landelijke Voorziening Vreemdeling) zijn in het leven geroepen op basis van een overeenkomst die een aantal gemeenten in 2018 met het Rijk hebben gesloten. Op basis van die overeenkomst worden binnen vijf gemeenten gedurende drie jaar pilots uitgevoerd waarin Rijk en gemeenten met hulp van NGO’s werken aan de realisatie van een landelijk netwerk van begeleidings- en opvangvoorzieningen, om bestendige oplossingen te vinden voor migranten zonder recht op verblijf of rijksopvang. Amsterdam is één van de gemeenten waarin zo’n pilot wordt uitgevoerd.

2.3.

Op 2 april 2019 hebben de gemeente, de staatssecretaris, de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Politie het Convenant Pilot-LVV in de gemeente Amsterdam ondertekend. Op diezelfde datum is het Mandaatbesluit en machtiging LVV in werking getreden. In artikel 2, eerste lid van dat besluit verleent de staatssecretaris mandaat en machtiging aan de burgemeester, de collegeleden, de wethouders, de afdelingshoofden, de beleidsontwikkelaars, de adviseurs migratie en integratie en de sectordirecteuren ten behoeve van het verrichten van handelingen die verband houden met de toelating tot de LVV, het verblijf in de LVV en het beëindigen van het onderdak in de LVV. Aan het college is daarbij eveneens mandaat en machtiging verleend om namens de staatssecretaris te beslissen op bezwaarschriften in het kader van de uitvoering van artikel 2, eerste lid van het besluit.

2.4.

Op 1 juli 2019 is de pilot in Amsterdam van start gegaan.

2.5.

Het beleid met betrekking tot de LVV staat in het “uitvoeringsplan 24-uursopvang ongedocumenteerden” en is nader uitgewerkt in het “Handboek Programma ongedocumenteerden” en het “Proces programma ongedocumenteerden”. Het doel van het beleid is om te komen tot een bestendige oplossing, zijnde (1) rechtmatig verblijf in Nederland, (2) waar mogelijk vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst of (3) doormigratie. Op basis van het programma dient de betrokkene samen met zijn of haar casemanager een perspectiefplan op te stellen, waarin afspraken worden gemaakt over de beoogde bestendige oplossing en de daarbij behorende begeleiding en activiteiten. Het traject eindigt volgens het programma in ieder geval na 1,5 jaar, en wordt voortijdig beëindigd wanneer de betrokkene onvoldoende medewerking verleent aan het bereiken van de beoogde oplossing.

2.6.

Alle deelnemers aan het programma worden besproken in het Lokaal Samenwerkingsoverleg (LSO). Op dat overleg wordt het begeleidingsscenario vastgesteld en de bestendige oplossing waaraan zal worden gewerkt. De afgevaardigde van de gemeente is belast met beslissingen tot beëindiging van de opvang. De andere deelnemers aan het LSO hebben een adviserende rol. Zoveel mogelijk wordt naar consensus gestreefd. Aan het LSO nemen deel de gemeente, de Dienst Terugkeer & Vertrek, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Regiegroep Ongedocumenteerden Amsterdam (een samenwerkingsverband tussen ASKV/Steunpunt Vluchtelingen, HVO-Querido en Vluchtelingenwerk West en Midden-Nederland) en de subsidiepartners voor opvang en begeleiding (juridisch traject/terugkeer).

2.7.

[gedaagde] is op 13 augustus 2019 officieel toegelaten tot de LVV-locatie aan de [adres] . Voor zijn toelating tot de locatie heeft [gedaagde] een verklaring ondertekend waarmee hij instemt met de voorwaarden voor de opvang. In die verklaring staan onder meer de al eerder genoemde voorwaarden dat het traject in ieder geval eindigt na 1,5 jaar, maar voortijdig zal worden beëindigd wanneer de betrokkene onvoldoende meewerkt aan het bereiken van de beoogde bestendige oplossing.

2.8.

[gedaagde] is op de datum van zijn toelating tot de locatie meteen doorverwezen naar de toekomst oriëntatie van terugkeerorganisatie Vluchtelingenwerk “Met opgeheven hoofd”. Met de casemanager van deze organisatie heeft hij toekomstoriëntatie en terugkeergesprekken gevoerd en een perspectiefplan opgesteld. De beoogde bestendige oplossing bestaat voor [gedaagde] uit terugkeer naar Nepal. Zijn traject is vanwege het moeizame verloop ervan herhaaldelijk verlengd, met in totaal tien maanden. In een rapport van 23 september 2020, dat in het LSO is besproken, staat onder meer het volgende:

“Medische situatie

- Wat is naar eigen zeggen (van betrokkene) de gezondheidstoestand?

Naar mijn weten zijn er op dit moment geen grote of ernstige gezondheidsproblemen. Cliënt is inmiddels wel de 50 gepasseerd en heeft in het verleden veel alcohol gedronken. Uit een rapportage in 2018 maak ik b.v. op dat hij zich zorgen maakt of zijn lever nog wel goed functioneert. Maar hierover zijn geen recente medische gegevens bekend.

- Feitelijk: Is betrokkene in behandeling/ Zo ja, waarvoor en waar?

Zo ver wij hebben kunnen achterhalen is op dit moment geen sprake van enig medische behandeling.

- Is er sprake van verslaving?

Op dit moment, naar eigen zeggen van cliënt, dus niet. Maar vroeger was hij een alcoholverslaafde. Hoe, waar en met wie hij is afgekickt is niet bij ons bekend.

  • -

    Is er sprake van vermeende kwetsbaarheid? Is dit vastgesteld door de GGD?

  • -

    Zoverre wij nu kunnen overzien en met de nu tot onze beschikking zijnde gegevens is hier geen sprake van ‘kwetsbaarheid’. Wij zijn dus ook niet op de hoogte of de GG bekend is met de (vermeende) alcoholverslaving van cliënt.

Visie op toekomst en terugkeer

- Laat iemand zijn wensen uitspreken over de toekomst: waar ziet betrokkene zich over 5 jaar?

Cliënt heeft de neiging om van dag tot dag te leven en heeft moeite om een toekomstbeeld van zichzelf te schetsen. Zoals eerder vermeld zal hij graag in NL een roti-restaurantje beginnen. Maar ook heeft hij het eerder bij VWN gehad over het starten van een taxibedrijf of rijschool in India of Nepal.

- In hoeverre staat betrokkene open tegenover terugkeer?

Cliënt staat niet geheel onwelwillend tegenover terugkeer. Wel voorziet hij allerlei obstakels en barrières. En daarbij heeft hij de neiging om steeds hogere voorwaarden te stellen bij een zijn eventuele terugkeer.

- Wat zou betrokkene nodig hebben bij eventuele terugkeer? Wat zijn belemmeringen?

Allereerst zijn er (vermeende) moeilijkheden bij het verkrijgen van een geldig Nepalees reisdocument. Daarna zal het contact met familie moeten worden hersteld, waarvoor cliënt zich schaamt, omdat er al lang geen (goed) contact is geweest en omdat cliënt al lang geen geld naar hen heeft opgestuurd. Ook zal cliënt behoefte hebben aan een re-integratiebudget De hoogte daarvan vindt hij, tot op heden, niet toereikend genoeg. In gesprekken voor de LVV heeft cliënt aangegeven een bedrag van 15.000 euro te willen.”

2.9.

[gedaagde] is uiteindelijk een zogenoemd aanbod bij terugkeer gedaan, dat door hem niet is geaccepteerd. Op basis hiervan heeft het LSO het college van burgemeester en wethouders op 26 januari 2021 geadviseerd om de opvang van [gedaagde] in de LVV met onmiddellijke ingang te beëindigen, welk advies is opgevolgd.

2.10.

Het LVV-beëindigingsformulier is aan [gedaagde] uitgereikt op 11 februari 2021, waarbij hem te verstaan is gegeven dat hij de opvang uiterlijk op 25 februari 2021 moest verlaten. Omdat [gedaagde] daaraan geen gevolg gaf, heeft de gemeente hem bij brief van 23 juli 2021 gesommeerd de locatie op uiterlijk 15 augustus 2021 te verlaten. Daarbij is hij geïnformeerd dat hij zich kan melden in Ter Apel, waar zal worden beoordeeld of hij in aanmerking komt voor plaatsing op de Vrijheidsbeperkende locatie. De opvang in die locatie wordt geboden onder de voorwaarde dat de betrokkene meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland en gaat gepaard met de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel. Ook aan deze sommatie heeft [gedaagde] niet voldaan.

3 Het geschil

3.1.

De gemeente vordert, kort gezegd, [gedaagde] te veroordelen de opvanglocatie te ontruimen en haar te machtigen die ontruiming zo nodig met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aan het verblijf in de LVV zijn voorwaarden verbonden en [gedaagde] heeft met die voorwaarden ingestemd. Eén van die voorwaarden is dat de opvang wordt beëindigd als hij onvoldoende meewerkt aan het behalen van het beoogde doel. De onderliggende rapportages zijn niet overgelegd – de gemeente beschikt daar niet over in verband met privacyregels – maar het LSO heeft, na herhaalde verlenging van het traject, geadviseerd de opvang te beëindigen omdat [gedaagde] het uiteindelijk gedane aanbod bij terugkeer heeft afgewezen.

4.2.

Het verweer van [gedaagde] dat onduidelijk blijft wat “meewerken” precies inhoudt en op welke punten hij daarin tekort is geschoten, wordt verworpen. Voorshands is er geen reden om aan te nemen dat de totstandkoming van het advies onzorgvuldig is. Het LSO is een multidisciplinair overlegorgaan, waarin vanuit de verschillende invalshoeken naar de zaak van [gedaagde] is gekeken. [gedaagde] heeft ook niet gesteld welke inspanningen hij wel heeft verricht om te werken aan zijn terugkeer. Inconsistente toepassing van het beleid is gesteld noch gebleken.

4.3.

De aan de gemeente gegeven opdracht, in een eerdere, bestuursrechtelijke procedure, om de medische situatie van [gedaagde] in kaart te laten brengen, kan hem in dit civiele kort geding niet baten. Die opdracht was gegeven omdat de gemeente een besluit in de zin van de Awb had gebaseerd op een medisch deskundigenadvies waarvan de gemeente zich niet had vergewist of dat zorgvuldig tot stand was gekomen, deugdelijk was gemotiveerd en naar inhoud inzichtelijk en consistent was. In geval van een besluit in de zin van de Awb moet het bestuursorgaan toetsen of aan die vereisten is voldaan. De beslissing om de opvang in de LVV te beëindigen, is echter niet een besluit in de zin van de Awb. Het verweer dat de gemeente heeft toegezegd dat zij haar feitelijk handelen schriftelijk zal bevestigen, zodat er een besluit ligt waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, gaat niet op. Een dergelijke toezegging is wel gedaan in een brief van de gemeente van 22 mei 2019, maar zag op een andere situatie, namelijk het geval dat de opvang van [gedaagde] in de [locatie] (een andere opvanglocatie waar hij in het verleden heeft verbleven) zou worden beëindigd binnen één jaar na het verzenden van de brief.

Overigens heeft [gedaagde] in dit kort geding ook niet gesteld dat gezondheidsklachten in de weg zouden staan aan zijn ontruiming. Van het bestaan van acute of ernstige gezondheidsklachten blijkt ook niet uit de rapportage, waaruit onder 2.8 is geciteerd.

4.4.

De gemeente heeft een spoedeisend belang bij het vertrek van [gedaagde] uit de LVV, omdat zij de LVV-regeling consequent moet toepassen en ongewenste precedentwerking moet worden voorkomen. De LVV-regeling zou vastlopen als de betrokkene zijn of haar vertrek uit de locatie zou kunnen blijven rekken. Niet in geschil is dat er een lange wachtlijst bestaat voor opvang op de locatie.

4.5.

Eventuele dakloosheid van [gedaagde] zal een gevolg zijn van zijn eigen keuze om niet mee te werken aan terugkeer naar Nepal. Als hij zich daartoe wel bereid verklaart, wacht hem namelijk de mogelijkheid van opvang in de vrijheidsbeperkende locatie, wanneer hij zich in Ter Apel meldt.

4.6.

De slotsom is dat de vordering zal worden toegewezen. Een termijn van drie dagen komt redelijk voor.

4.7.

Omdat [gedaagde] geen recht heeft op een uitkering en ook geen inkomen mag verwerven, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Om dezelfde reden zal aan [gedaagde] ook geen griffierecht in rekening worden gebracht.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de LVV-locatie aan de [adres] met al de zijnen en het zijnde te ontruimen en onder afgifte van de sleutels aan de gemeente ter beschikking te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door m. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2021.1

1 type: eB coll: