Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:6855

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-10-2021
Datum publicatie
30-11-2021
Zaaknummer
13/751857-21
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

EAB Duitsland, onschuldverweer verworpen, overlevering toestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751857-21

RK nummer: 21/4476

Datum uitspraak: 22 oktober 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 augustus 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2021 door het Amtsgericht Köln (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 2002,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 oktober 2021. Het verhoor heeft – via telehoren – plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat te Hoorn en door een tolk in de Arabische taal.


Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot voorlopige hechtenis van 19 maart 2021 van het Amtsgericht Köln met kenmerk 504 Gs 1096/21.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal

Volgens de op het A formulier vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd nu de opgeëiste persoon geen enkele betrokkenheid heeft bij de feiten en hij op de pleegdata van de feiten in Spanje verbleef.

De opgeëiste persoon heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet aangetoond.

De onschuldbewering kan reeds om die reden niet leiden tot weigering van de overlevering.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Köln (Duitsland).
Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. M.T.C. de Vries en Q.R.M. Falger, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.