Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:6549

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-09-2021
Datum publicatie
24-12-2021
Zaaknummer
C/13/699125/ FT RK 21.255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

WHOA, tussenbeslissing over een mogelijke maatwerkbepaling op grond van artikel 379 Fw

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2022-0006
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer

zaak-/rekestnummer: C/13/699125/ FT RK 21.255

uitspraakdatum: 29 september 2021

beschikking ex artikel 379 jo. artikel 371 lid 10 van de Faillissementswet (Fw) inzake:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenares 2] B.V.,

ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

advocaten: mrs. B.W.G. van der Velden en G.Á.C, Orban, kantoorhoudende te Amsterdam,

hierna te noemen: [schuldenares 1] .

1 De procedure

1.1.

Voor een weergave van het procesverloop tot aan de uitspraak van heden verwijst de rechtbank naar haar eerdere beschikkingen in de onderhavige procedure. De namen van partijen zoals gedefinieerd in die eerdere beschikkingen zullen ook in deze beschikking op die wijze worden aangehouden.

1.2.

Op 23 september 2021 is ter griffie ingekomen een email van mr. M. Broeders, advocaat te Amsterdam, namens de herstructureringsdeskundige.

1.3.

De rechtbank heeft vervolgens bij email van 24 september 2021 om 9.15 uur alle belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om ambtshalve een voorziening te treffen ex artikel 379 jo. artikel 371 lid 10 Fw. De rechtbank heeft daarbij alle belanghebbenden uitgenodigd om vóór maandag 27 september 2021 om 10.00 uur per e-mail een zienswijze te geven op dit voornemen, en aangekondigd dat de rechtbank vervolgens – met inachtneming van de gegeven zienswijzen – diezelfde dag een beslissing zal geven.

1.4.

[schuldeiser 3] heeft 24 september 2021 aan het einde van de middag in verband met voornoemde email van de rechtbank een wrakingsverzoek ingediend. Het wrakingsverzoek is behandeld op 28 september 2021 om 14.00 uur. Diezelfde dag omstreeks 17.00 uur heeft de wrakingskamer [schuldeiser 3] en de rechtbank bericht dat het wrakingverzoek is afgewezen.

1.5.

De rechtbank heeft binnen de gestelde termijn schriftelijke zienswijzen ontvangen van de volgende belanghebbenden:

- [schuldeiser 1] ;

- [schuldeiser 2] ;

- [schuldeiser 3] ;

- de herstructureringsdeskundige;

- [schuldeiser 4] ;

- [schuldenares 1] ;

- [schuldeiser 5] .

De rechtbank zal ook de email van mr. F. van de Wakker van 24 september 2021, ingediend namens [schuldeiser 3] , bij haar beslissing betrekken.

2. De beoordeling

2.1.

De herstructureringsdeskundige heeft bij de rechtbank onder de aandacht gebracht dat hij zich zorgen maakt dat er een probleem kan ontstaan met betrekking tot de kosten van zijn verweer, indien hij, nadat zijn werkzaamheden in deze procedure zijn beëindigd, (privé) door één of meer bij het thans in voorbereiding zijnde akkoord betrokken partijen wordt aangesproken.

2.2.

De rechtbank heeft hierin aanleiding gezien om een voornemen tot het treffen van een voorziening als bedoeld in artikel 379 Fw kenbaar te maken aan betrokkenen. Reden hiervoor was dat het door de herstructureringsdeskundige geschetste probleem ertoe zou kunnen leiden dat de herstructureringsdeskundige zich niet vrij zou voelen een akkoord ter homologatie aan de rechtbank voor te leggen.

2.3.

Inmiddels heeft de herstructureringsdeskundige op 28 september 2021 een verzoek tot homologatie ingediend bij de rechtbank. Daarmee rijst de vraag of er nog een noodzaak is om een voorziening te treffen, zoals verwoord in het voornemen van 24 september jl.

2.4.

De rechtbank zal de herstructureringsdeskundige in de gelegenheid stellen zich hierover nader uit te laten in een schriftelijke zienswijze, welke zienswijze uiterlijk donderdag 30 september a.s. om 12.00 uur bij de rechtbank moet zijn ingediend. Vervolgens zullen alle betrokkenen gelegenheid krijgen om daarop te reageren. Die reacties dienen uiterlijk vrijdag 1 oktober a.s. om 12.00 uur bij de rechtbank te zijn ingediend. De rechtbank zal dan uiterlijk op maandag 4 oktober a.s. om 14.00 uur een beslissing nemen ten aanzien van het aangekondigde voornemen tot het treffen van een ambtshalve voorziening.

2.5.

De rechtbank benadrukt dat in deze kwestie niet aan de orde is de kostendekking voor de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige tot aan de homologatie. De herstructureringsdeskundige heeft inmiddels een nieuwe begroting aan de rechtbank voorgelegd. De rechtbank zal hierover bij separate beschikking een beslissing nemen, nadat partijen zich hierover op de voet van artikel 371 lid 5 Fw jo. artikel 371 lid 10 Fw hebben kunnen uitlaten.

3 De beslissing

De rechtbank:

- stelt de herstructureringsdeskundige in de gelegenheid om uiterlijk op donderdag
30 september a.s. om 12.00 uur schriftelijk zijn zienswijze te geven op hetgeen onder r.o. 2.4. is overwogen;

- stelt de andere betrokkenen in de gelegenheid om uiterlijk op vrijdag 1 oktober a.s. om 12.00 uur schriftelijk te reageren op voornoemde zienswijze van de herstructureringsdeskundige;

- houdt iedere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos, voorzitter, mr. F. Damsteegt-Molier en

mr. M.C. Bosch, rechters en in aanwezigheid van mr. F. de Greef, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 september 2021.