Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:5836

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-10-2021
Datum publicatie
15-10-2021
Zaaknummer
13-729046-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 58-jarige vrouw is veroordeeld tot 150 uur taakstraf omdat zij als politieambtenaar in 2016 en 2017 haar ambtsgeheim schond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-729046-17

Datum uitspraak: 14 oktober 2021

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1963,

wonende op het adres [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Ruijs.

2 Beschuldiging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. schending ambtsgeheim in de periode 1 september 2016 tot en met 30 september 2017;

2. computervredebreuk in periode 1 juni 2016 tot en met 30 september 2017;

3. bezit en verspreiden van kinderporno 10 november 2016 tot en met 26 januari 2017.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten bewezen kunnen worden.

3.2

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feiten 1 en 2

Verdachte heeft in de periode van 1 juni 2016 tot en met 30 september 2017 van een aantal personen gegevens opgezocht in de politiesystemen Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en Basis Voorziening Handhaving (BVH), zonder dat daartoe in de uitoefening van haar werkzaamheden bij de politie enige aanleiding bestond. Verdachte heeft deze gegevens vervolgens gedeeld met derden. Hieruit volgt dat verdachte haar ambtsgeheim heeft geschonden.

Verdachte wist dat zij de systemen slechts mocht raadplegen als dat noodzakelijk zou zijn voor de uitoefening van haar functie als opsporingsambtenaar en niet voor privézaken. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte bij de niet-werk gerelateerde bevragingen de grenzen van haar autorisatie te buiten is gegaan. Die autorisatie was haar immers juist uitsluitend ter beschikking gesteld met betrekking tot de uitoefening van haar werk binnen de politie. Door haar inloggegevens te gebruiken voor doeleinden die buiten de grenzen van haar autorisatie vallen, heeft verdachte onbevoegd gebruik gemaakt van de politiesystemen. Verdachte is daarmee opzettelijk en wederrechtelijk een geautomatiseerd werk binnengedrongen. Verdachte heeft aldus, door de toegang te verwerven met behulp van haar inloggegevens, gebruik gemaakt van een valse sleutel. Dat betekent dan ook dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk, zoals omschreven in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht. Zij heeft de informatie die ze door middel van de computervredebreuk heeft verkregen vervolgens doorgestuurd aan personen die niet tot deze informatie gerechtigd waren.

Ten aanzien van feit 3

Op de telefoon van verdachte zijn kinderpornografische films aangetroffen. In een nader proces-verbaal is dit als kinderporno gekwalificeerd. Daarmee is bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in haar bezit heeft gehad. Een aantal van deze kinderpornografische films heeft verdachte vanaf haar telefoon verstuurd naar anderen. Daarmee is bewezen dat verdachte tevens kinderpornografische films heeft verspreid.

3.3

Bewezenverklaring

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte

1

in de periode van 1 september 2016 tot en met 4 september 2017 in Nederland, geheimen, waarvan zij, als ambtenaar van politie, wist dat zij, verdachte, als ambtenaar van politie, in elk geval uit hoofde van ambt en wettelijk voorschrift verplicht was deze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers heeft verdachte, als ambtenaar van politie, opzettelijk

- op 7 september 2016, nadat ene [naam ] verdachte had verzocht het Belgische kenteken “ [kenteken] ” en [naam ] ” te onderzoeken, in een chatbericht aan [naam ] een politiefoto en politiegegevens van een persoon genaamd [naam ] gestuurd en

- op 21 december 2016, nadat [naam ] op 19 december 2016 een afbeelding met daarin “ [naam ] , [woonplaats] ” aan verdachte had gestuurd, in een chatbericht aan [naam ] medegedeeld: “Hoi zwager mneer heeft een registratie signalering op zn naam. Dus bert maar niet verder gaan kijken. Denk dat hij ooit iets is kwijrgeraakt of zo weet t niet. En hij woont in [woonplaats] tussen de rijken [adres] . Dus niet in [woonplaats] ” en

- op 3 juli 2017 in een chatbericht aan [naam ] medegedeeld over [naam ] : “Ben nu bezig met een zaak van [naam ] van Tante [naam ] . Hij heeft die vriendin [naam ] helemaal in mekaar gebeukt en gebeten

- op 4 september 2017 in een chatbericht aan [naam ] medegedeeld over [naam ] : “ is niet de perfecte schoonzoon hij staat ook bekend staat als een woninginbreker in [woonplaats] (...)“, terwijl die [naam ] en [naam ] en [naam ] en [naam ] niet tot kennisneming van die informatie gerechtigd waren;

2

in de periode van 1 juni 2016 tot en met 30 september 2017 te Amsterdam meermalen opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (delen van) servers van de politiesystemen, is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruik maken van een gebruikersnaam en wachtwoord (voor de systemen Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen en de daaraan gekoppelde systemen en Basis Voorziening Handhaving), en door zich (telkens) met een gebruikersnaam en wachtwoord (voor de systemen Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen en de daaraan gekoppelde systemen en Basis Voorziening Handhaving) toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de politiesystemen met een ander doel dan waarvoor haar die gebruikersnaam en dat wachtwoord ter beschikking stonden en waarvoor haar die toegang was toegestaan en gegevens die waren opgeslagen en verwerkt door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken waarin zij zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en anderen heeft overgenomen, namelijk door (vertrouwelijke) informatie (omtrent personen en opsporingsonderzoeken) uit politiesystemen ( in een sms- of ( chat)bericht) over te typen en vervolgens in een sms- of (chat)bericht aan daartoe niet-gerechtigde personen te sturen en te verstrekken;

3.

in de periode van 10 november 2016 tot en met 26 januari 2017 in Nederland, meermalen, afbeeldingen, (te weten films), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, in bezit heeft gehad en/of verspreid, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt anaal penetreren van een dier (ezel/muildier)

(bestandsnaam: [bestand] )

en

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de penis anaal/vaginaal penetreren/binnendringen van het lichaam van een voorover gebukte persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestand] )

en

het door een persoon betasten en/of aanraken (met de/een vinger/hand/penis) van het geslachtsdeel en de billen en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het (onder)lichaam en/of met de/een penis oraal/anaal/vaqinaal penetreren/binnendringen van het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestand] )

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon (deels) gekleed poseert in een omgeving en/of seksueel getinte handelingen verricht op een (Barbie)pop en/of zichzelf met de/een vinger(s) en/of (delen

van) een (Barbie)pop masturbeert en/of het geslachtsdeel en/of gespreide billen (in close-up) toont (bestandsnaam: [bestand] )

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt spreiden van de billen van een voorover gebukte persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of met de/een penis anaal penetreert/binnendringen van het lichaam van die voorover gebukte persoon, althans met de/een penis tussen de billen drukken van die voorover gebukte persoon en/of het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt in de mond nemen van de/een (stijve) penis van een op de grond liggende persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandsnaam: [bestand] ).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de bewijsmiddelen. Als tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

5 Motivering van de straf

5.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen. De officier van justitie heeft daarbij in het voordeel van verdachte rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn. Ook heeft de officier van justitie bij haar strafeis rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met politie en justitie in aanraking is gekomen en nadien ook niet.

5.2.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in haar hoedanigheid van politieambtenaar schuldig gemaakt aan schending van haar ambtsgeheim. Zij heeft informatie over bepaalde personen opgevraagd in het politiesysteem en deze informatie doorgespeeld aan derden, terwijl zij niet bevoegd waren daarvan kennis te nemen.

Verdachte heeft zodoende misbruik gemaakt van haar positie en het in haar gestelde vertrouwen geschonden. Een politieambtenaar neemt, gelet op diens taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving in. Om die reden wordt van een politieambtenaar een hoge mate van integriteit en onkreukbaarheid verwacht. Verdachte heeft met haar handelen dan ook inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat de maatschappij in de politie mag hebben. Daarbij heeft verdachte met haar handelwijze schade toegebracht aan het imago van het politiekorps en het vertrouwen van haar mede politieambtenaren beschaamd.

Ook het bezit en verspreiden van kinderpornografisch materiaal is een zeer ernstig feit. Hiermee heeft verdachte immers meegewerkt aan het in stand houden van een markt, waarbinnen voor eigen gewin kinderen worden misbruikt en uitgebuit. Verdachte heeft met haar handelen indirect meegewerkt aan het misbruik van deze kinderen, hetgeen haar zwaar wordt aangerekend. De rechtbank houdt in strafmatigende zin rekening met het feit dat verdachte in gesprekken met derden haar afkeuring over het beeldmateriaal heeft uitgesproken en dat zij het beeldmateriaal niet voor eigen genot heeft gehad. Van verdachte had echter mogen worden verwacht, zeker in haar hoedanigheid als politieambtenaar, dat zij het beeldmateriaal niet door zou sturen aan derden. De enige aan wie zij het had mogen doorsturen was aan de zedenpolitie als zij iets aan de kaak had willen stellen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 25 augustus 2021. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd ziet de rechtbank aanleiding bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht het, gelet op de ernst van de misdrijven en de strafdoelen die zien op vergelding en (speciale en algemene) preventie en op normmarkering, niet passend om te volstaan met oplegging van een taakstraf voor de duur zoals door de officier van justitie geëist.

Tot slot heeft de berechting niet plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het EVRM. In beginsel dient berechting plaats te vinden binnen twee jaar na aanvang van die termijn. De termijn is aangevangen bij de inverzekeringstelling van verdachte op 9 april 2018 en uitspraak wordt gedaan op 14 oktober 2021, zodat de termijn met ruim anderhalf jaar is overschreden. In beginsel acht de rechtbank een taakstraf van 180 uren passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de duur van de taakstraf matigen met 30 uren, zodat de rechtbank een taakstraf van 150 uren zal opleggen.

6 Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:

Samsung S2 (goednummer: 5556128)

Nu met behulp van dit voorwerp het onder 3 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 138ab, 272 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

8 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.3 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

enig geheim waarvan zij weet dat zij uit hoofde van haar ambt en wettelijk voorschrift verplicht is te bewaren, opzettelijk schenden, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2

computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen en worden verwerkt door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf en een ander overneemt, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3

een afbeelding, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Samsung S2 (goednummer: 5556128).

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C.J. Klaver, voorzitter,

mrs. F.W. Pieters en M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. Nieuwenhuijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 oktober 2021.