Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:5643

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2021
Datum publicatie
06-10-2021
Zaaknummer
21/4470
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 2.3 lid 1 Wfz. Zorgmachtiging is uitdrukkelijk bedoeld ter ondersteuning van en in aanvulling op de opname en behandeling van betrokkene in een kliniek, zoals die wordt bevolen in de strafzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

[.]

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))

Rekestnummer: 21/4470

Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] ,

verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum [detentieplaats] ,

bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.J.C. Willemsen, advocaat te Amsterdam,

hierna te noemen: betrokkene.

1 Procesverloop

1.1.

De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 14 juli 2021 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring van 9 juli 2021 van E.P.K. Sikkens, psychiater;

  • -

    het zorgplan van 13 juli 2021 (inclusief de bijlagen) opgesteld door (zorgverantwoordelijke) M. Rozendal, psychiater;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur E. Barkhof van 14 juli 2021;

  • -

    de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel van 26 maart 2021;

  • -

    Verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister;

  • -

    Uittreksel justitiële Documentatie van 14 juli 2021;

  • -

    Aanvraag voorbereiding verzoekschrift van een Zorgmachtiging;

  • -

    het Pro Justitie-rapport van het psychiatrisch onderzoek betreffende betrokkene van 16 april 2020, opgemaakt door R.A. Sterk, psychiater;

  • -

    Consult Rechtspleging 15 maart 2021, M. Breij psycholoog

  • -

    Retourzending rapportageverzoek 10 december 2020;

  • -

    Reclasseringsadvies van 15 maart 2021;

  • -

    het Pro Justitie-rapport van het psychiatrisch onderzoek betreffende betrokkene van 12 juli 2021, opgemaakt door E. Heus, psychiater;

  • -

    het reclasseringsrapport van 13 juli 2021 over verdachte, opgemaakt door J. Versteeg, reclasseringswerker;

  • -

    mails van 5 augustus 2021 en 11 augustus 2021 inhoudende mededelingen van de reclassering omtrent de mogelijke plaatsing van betrokkene in een kliniek.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 juli 2021 en is gesloten op 16 augustus 2021, in het gebouw van de rechtbank.

1.3.

Ter zitting (op 16 juli 2021) waren aanwezig en werden gehoord:

  • -

    betrokkene;

  • -

    de advocaat van betrokkene mr. M.J.C. Willemsen;

  • -

    de officier van justitie mr. N. Levinsohn;

  • -

    E.P.K. Sikkens (door middel van een telefonische verbinding).

2 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging af te geven. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3 Standpunt van betrokkene

De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen en daartoe samengevat het volgende aangevoerd.

Namens betrokkene is aangevoerd dat geen sprake is van verzet tegen de voorgestelde zorg zoals die is opgenomen in het verzoek wat betreft de medicatieverstrekking. Betrokkene neemt zijn medicatie vrijwillig. Als er geen sprake is van verzet dan is de vraag of de zorg op vrijwillige basis kan worden verleend. Die vrijwilligheid is er. Betrokkene ervaart dat de medicatie hem goed doet en dat hij bereid is de medicatie te blijven innemen. Ook is aangevoerd dat een machtiging wordt gevraagd voor het toedienen van medicatie voor behandeling van een psychose. Medicatie wordt op dit moment echter niet noodzakelijk geacht.

Indien wel een zorgmachtiging wordt afgegeven is namens betrokkene verzocht deze niet af te geven voor het geven van vocht en voeding en een duurbeperking op te leggen wat betreft de insluiting van de maximale termijn.

4 Beoordeling

4.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een ongespecificeerde psychotische stoornis, stoornis in cannabisgebruik en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. De DSM classificatie luidt als volgt: Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, Persoonlijkheidsstoornissen. Verder worden genoemd stemmingsontregeling en een licht verstandelijke beperking.

4.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  1. ernstig lichamelijk letsel voor anderen;

  2. maatschappelijke teloorgang van betrokkene

  3. de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

  4. e situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Onderzochte kan door drugsgebruik of stressvolle omstandigheden maniform dan wel paranoïde psychotisch ontregelen en dan door ontremming of achterdocht agressief naar anderen worden. Anderzijds lijkt er bij onderzochte ook een antisociale grondhouding aanwezig te zijn die zowel impulsieve als meer instrumentele agressie doet ontstaan.

Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

4.3.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.

De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van medicatie

zes maanden

het verrichten van medische controles

zes maanden

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

zes maanden

insluiten

zes maanden

4.4.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.

4.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

De rechtbank is van oordeel dat het verweer dat namens betrokkene is aangevoerd de conclusie onder 4.6. niet anders maakt.

Op grond van ervaringen in het verleden kan er niet van worden uitgegaan dat betrokkene ook in de toekomst vrijwillig zal blijven meewerken aan zijn medicatie. Wanneer hij psychotisch dreigt te worden is het van belang dat medicatie kan worden toegediend om ernstig nadeel te voorkomen (zie ook ECLI:NL:HR:2020:1508). Gezien de ernst van de stoornissen acht de rechtbank de termijn van zes maanden noodzakelijk.

4.6.

De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden afgegeven.

De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren. Het toedienen van vocht en voeding acht de rechtbank niet noodzakelijk.

Gezien het meer forensische profiel van onderzochte is een forensische titel, zoals bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, meer op zijn plaats om een behandeling gericht op recidive vorm te geven, met een start in een FPA kliniek en later ambulant bij een Forensisch Fact Team. Bij maniforme of paranoïde ontregeling is medicatie als verplichte zorg en insluiting om medicatie in een beveiligde kamer mogelijk te maken ondersteunend voor een succesvolle behandeling en om een voortijdige tenuitvoerlegging van detentie te voorkomen. De zorgmachtiging is dus uitdrukkelijk bedoeld ter ondersteuning van en in aanvulling op de opname en behandeling van betrokkene in een kliniek, zoals die wordt bevolen in de strafzaak.

5 Beslissing

De rechtbank:

Wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van medicatie

zes maanden

het verrichten van medische controles

zes maanden

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

zes maanden

insluiten

zes maanden

Betrokkene wordt per 24 augustus 2021 geplaatst op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) van Noord-Holland-Noord te [plaats instelling] .

Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen twee weken ten uitvoer gelegd worden.

Deze zorgmachtiging is geldig voor de duur van zes maanden, te weten uiterlijk tot en met 15 februari 2022.

Deze machtiging is op 16 augustus 2021 gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,

mrs. E.G.C. Groenendaal en I. Timmermans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier.

Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor betrokkene en officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,

in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad,

binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.