Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:5554

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-08-2021
Datum publicatie
11-10-2021
Zaaknummer
13/751676-21
Rechtsgebieden
Internationaal strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB Oostenrijk. Overlevering toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751676-21

RK nummer: 21/3741

Datum uitspraak: 26 augustus 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 28 november 2019 door the Public Prosecution Salzburg (Oostenrijk) – met goedkeuring van the Regional Court Salzburg (Oostenrijk) – en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1995,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 augustus 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes.

De opgeëiste persoon, aanwezig via een videoverbinding, is bijgestaan door zijn raadsman,

mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar en door een tolk in de Roemeense taal.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hij heeft de rechtbank namens de opgeëiste persoon verzocht om direct uitspraak te doen, omdat de opgeëiste persoon zo snel mogelijk overgeleverd wenst te worden aan de Oostenrijkse justitiële autoriteiten. Mede gelet op dit verzoek heeft de rechtbank aanleiding gezien om af te wijken van de gebruikelijke uitspraaktermijn van 14 dagen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van 28 november 2019 uitgevaardigd door the public prosecution.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Oostenrijks recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

eendaadse samenloop van

feit 1: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen en

feit 2: medeplegen van vernieling.

5 Artikel 7, vierde lid, OLW

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat ten aanzien van feit 2 niet is voldaan aan het vereiste van artikel 7, eerste lid, sub a, onder 2 OLW, nu op dat feit naar Oostenrijks recht een vrijheidsstraf met een maximum van minder dan twaalf maanden is gesteld. Zij heeft verwezen naar artikel 7, vierde lid, van de OLW, dat luidt:

Indien het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft op verscheidene afzonderlijke feiten die alle naar het recht van de uitvaardigende en de uitvoerende lidstaat strafbaar zijn en waarop naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf is gesteld, maar waarvan sommige niet voldoen aan de voorwaarde met betrekking tot de hoogte van de straf, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, of onderdeel b, kan de overlevering eveneens voor de laatste feiten worden toegestaan.

Gelet hierop is de rechtbank – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat de overlevering voor beide feiten kan worden toegestaan. In dat kader acht de rechtbank mede van belang dat sprake is van eendaadse samenloop.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 311 en 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court Salzburg (Oostenrijk).
Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en A.K. Mireku, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 26 augustus 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.