Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:5533

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-09-2021
Datum publicatie
29-10-2021
Zaaknummer
9090510 / CV EXPL 21-4239
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De column"De boerenacties al basis voor dit protest", gepubliceerd op de website van NRC Media, is niet onrechtmatig jegens [eisers].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 9090510 / CV EXPL 21-4239

uitspraak: 24 september 2021

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1 de stichting

[eiser 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

[eiser 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

eiseressen,

gemachtigde: M.V. Hazekamp,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NRC Media B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.P. van den Brink.

Eiseressen zullen hierna afzonderlijk de [eiser 1] en de [eiser 2] worden genoemd en gezamenlijk [eisers] . Gedaagde zal hierna NRC Media worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 2 maart 2021 met producties;

  • -

    de akte van 19 maart 2021 van [eisers] inhoudende verzoek tot verwijzing ex artikel 46b RO;

  • -

    de conclusie van antwoord van 21 mei 2021 met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 4 juni 2021 waarin een bijeenkomst van partijen is bevolen;

  • -

    de akte overleggen producties van [eisers] ;

  • -

    de afwijzende beslissing van de kantonrechter van 19 augustus 2021 op het verzoek tot verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank.

Op 24 augustus 2021 heeft de bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, NRC Media mede aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die zich in het dossier bevinden. Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 Feiten en omstandigheden

1.1.

De beweging [eisers] is ontstaan na een stalbezetting door dierenactivisten. Inmiddels is die beweging georganiseerd in twee rechtspersonen, de [eiser 1] en de [eiser 2] .

1.2.

De [eiser 1] is opgericht op 15 oktober 2019 en heeft tot doel het bevorderen en behartigen van alle (gemeenschappelijke) belangen van alle ondernemers, particulieren, rechtspersonen en overige betrokken personen en instanties in de agrarische sector alsmede het promoten van de agrarische sector. De [eiser 2] is opgericht op 16 april 2020. Zij heeft tot doel activiteiten op het gebied van de belangenbehartiging van de agrarische sector en het rationaliseren van het kabinetsbeleid. De [eiser 1] en [eiser 2] hebben dezelfde bestuursleden, onder wie voorzitter [naam 1] (hierna: [naam 1] ).

1.3.

NRC Media geeft onder meer het dagblad NRC uit, zowel in een papieren variant als online.

1.4.

Over de beweging [eisers] en [naam 1] zijn verschillende publicaties in de media verschenen.

1.5.

In een artikel in het Algemeen Dagblad van 16 oktober 2019 is vermeld:

“ [eisers] , de organisator van het boerenprotest, vindt het ‘best kunnen’ dat er een auto met daarop een grafkist met de naam van GroenLinks-leider [naam 2] meerijdt in de stoet. Voorman [naam 1] moet lachten om de grafkistactie.” “Ik zie het als iets ludieks, politiek gezien is het beleid waar [naam 2] voor staat, wat ons betreft dood. Wat hij wil, heeft geen kans”, aldus [naam 1] , die het geen probleem vindt dat er hard op de persoon gespeeld wordt. “Zij doen dat ook met ons. Ze pakken ons ook persoonlijk met hun beleid.”

1.6.

In het Brabants Dagblad is op 29 oktober 2019 een opiniestuk van [naam 1] verschenen, getiteld “ [titel artikel] ”. Daarin staan onder meer de volgende passages:

“Het werd een lange dag met veel debat (over het landbouwbeleid in de provincie Brabant, ktr) waarin wollige woorden ruim baan hadden. (…) Het duurde en duurde maar en er kwam geen schot in tot het geduld van de boeren op was. Met sirenes, alarm- en lichtsignalen werd het plein vol gereden met tractoren vol Friese vlaggen van de strijders uit het Noorden die het voorbeeld waren voor de sector. De druk werd opgevoerd!
Na middernacht kwam de deceptie. ‘Hun’ CDA, waar álle boeren hun hoop op hadden gericht (…) liet hen vallen als een baksteen en stemde mee met de coalitie. (…) Het verraad was compleet!

Buiten sloeg het vuur bij de boeren uit de ogen! De roep om een bestorming van het provinciehuis was alom. De Brabantse vlag werd naar beneden gehaald en in de fik gestoken. (…) Maar we hielden de ogen op de bal, want van een veldslag werd niemand beter. We bedankten de aanwezigen en gingen naar huis met de belofte om terug te komen…harder en scherper als ooit tevoren.

Zo ging zaterdag voorbij en zondagmorgen kreeg ik het idee om het maar op de persoon te gaan spelen. Ik schreef een poll uit in onze besloten groep om het draagvlak te meten (voor een persoonlijke aanpak van de CDA’ers voor “het verraad” van 25 oktober, ktr) en deze ontplofte meteen. 3000 stemmen voor en 400 tegen. Toen kreeg het CDA er lucht van. [naam 12] stelde meteen: ‘ [eisers] , kom maar op’. De commissaris van de Koning [naam 3] vergeleek ons indirect al met nazi’s met zijn tweet: 75 jaar geleden kregen wij vrijheid, rechtsstaat en democratie terug. (…) Nu wordt openlijk gedreigd met geweld. Dat wijs ik categorisch af. (...) Het OM kondigde aan mijn poll te gaan onderzoeken.

Persoonlijk geweld was absoluut niet mijn oproep en kan ook niet uit de poll worden opgemaakt. Blijkbaar ‘sturen’ bepaalde groepen het graag in die richting. Politici voelden zich ‘persoonlijk bedreigd’: zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten? (…)”

1.7.

Op 14 december 2019 is in het Brabants Dagblad een artikel verschenen met de kop “Holocaust-vergelijking kost boerenprotest sympathie: ‘Rij die trekker van je eens naar Auschwitz”. In dat artikel staat onder meer het volgende:

“De voorman van actiegroep ( [naam 1] , ktr) staat bekend om zijn lompe opmerkingen. Eerder al riep hij door een microfoon voor het provinciehuis dat hij de politici die binnen zaten het liefst op ‘het kanon laaien’ zou. (…) De vergelijking die [naam 1] vrijdag maakte, spant tot nu toe de kroon: “75 jaar geleden hebben we ook gezien waar het decimeren van een kleine bevolkingsgroep toe leidt. Heden ten dage een schandvlek in de geschiedenis. Ik wil jullie deze spiegel voorhouden zodat jullie niet zeggen naderhand: wir haben es nicht gewusst.” (…)

1.8.

Op 29 februari 2020 is in De Gelderlander een interview gepubliceerd met [naam 4] , die namens [eisers] was aangeschoven bij een overleg met premier Rutte. Daarin staan de volgende fragmenten:

“Ik wil uit die vergelijking: hoe erg was het voor de Joden, hoe erg is het voor boeren? Daar zijn we het over eens. Geen vergelijk (…). Ik zie sorry zeggen zeker niet als zwakte. Alleen, we hebben er toen [eisers] -breed over nagedacht. Dat hoofdstuk is afgesloten, met de slotsom: we blijven erachter staan. (…)”

1.9.

Op 24 juli 2020 heeft NRC Media een artikel gepubliceerd met de titel “Boerenverzet: hoe intimidatie en radicale acties het stikstofoverleg blokkeerden”. In dat artikel is onder meer vermeld:

“Ook landelijk komt het CDA onder druk te staan. In een bericht aan de achterban schrijft het [eisers] -bestuur: “De tijd van klakkeloos kabinetsbelangen volgen die tégen het landbouwbelang in gaan, is sowieso voorbij voor o.a. de CDA Kamerleden Daarbij zetten we indien nodig de [naam groep] in!”

CDA’er [naam 5] , zelf melkveehouder, krijgt bezoek van [eisers] -leden. (…) Hij zegt er geen onaangename herinnering aan te hebben. (...) Andere Kamerleden voelen zich minder prettig bij de benadering door verschillende boeren. NRC sprak een Kamerlid over incidenten aan huis, waarvan meermaals aangifte werd gedaan. Bij het nalezen van de citaten vraagt het Kamerlid NRC de passage te schrappen. “Op advies van de veiligheidsdiensten Zij achten het onverstandig als ik hier openlijk over praat.” (…)

Ook [naam 9] en haar collega-minister [naam 10] (Binnenlandse Zaken, D66) deden de afgelopen weken aangifte van bedreiging door [eisers] -sympathisanten via sociale media. Evenals [naam 10] partijgenoot [naam 11] . Zijn voorstel de veestapel te halveren wordt hem nog altijd nagedragen. Een bevriende journalist stuurde hem screenshots uit communicatiekanalen van [eisers] -aanhangers, zegt hij. “Daar stond onder meer in dat ik moest worden uitgeroeid en een propje lood verdiende. (…)”

1.10.

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (hierna: NCTV) heeft zich uitgelaten over demonstraties van boeren en [eisers] in het in mei 2020 uitgebrachte rapport “Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 52”. Daarin staat onder meer:

“Sinds het najaar van 2019 vinden demonstraties van boeren plaats tegen met name het stikstofbeleid van de Nederlandse overheid. De demonstraties verlopen over het algemeen vreedzaam. Uitzondering vormt de wijze waarop [eisers] ( [eisers] ) zich manifesteert. (…) Dit komt bijvoorbeeld terug in uitspraken waarin de positie van de boeren op een lijn werd gesteld met de Holocaust. Dit heeft tot onrust en afkeuring geleid, zeker nadat het bestuur van de organisatie, in tegenstelling tot meer gematigde belangenbehartigers, geen afstand nam van de uitspraken. Ook ongenuanceerde en bedreigende uitingen tegen politici en andersdenkende medeboeren vallen op. Zo richtte [eisers] zich op 13 april tegen boeren die zich laten uitkopen door de overheid en stelde dat er afgerekend moet worden met ‘de zwakke schakels en de Judassen uit onze gelederen’. Daarnaast vinden rondom demonstraties soms incidenten plaats. Bijvoorbeeld door het inrijden van een deur van het provinciehuis in Groningen of het bekogelen van meerdere motoragenten met zwaar vuurwerk vanuit een rijdende bus. De excessen in het optreden van [eisers] dragen bij aan maatschappelijke polarisatie rond het thema klimaat.”

1.11.

Op 26 januari 2021 is op de website van NRC Media een artikel van [naam 6] (hierna: [naam 6] ) verschenen, onder de kop “De boerenacties als basis voor dit protest”. In dit artikel staat onder meer het volgende:

“Ruim twee jaar terug had je een paar weken waarin verslaggevers zich lieten opjutten door [naam 7] . De oud-journalist van Panorama suggereerde dat het ongenoegen van ‘de gele hesjes’, net als in Frankrijk, het land zou veroveren. (...) Maar toen maanden later enkele restanten van deze ‘protestbeweging’ de premier uitscholden (...) reageerde Mark Rutte op klassiek Hollandse wijze: hij kapselde ze in met een uitnodiging in het Torentje. (...)
Een jaar later (...) zag je dat die methode ook verkeerd kan uitpakken. De boeren reden met hun trekkers de Haagse binnenstad in, en het halve kabinet kwam ze toespreken. We feel your pain. Een van de organisatoren, [eisers] ( [eisers] ) (…) radicaliseerde in hoog tempo. Teksten werden crypto-gewelddadig, een provinciehuis werd bestormd, politici voelden zich geïntimideerd, een [eisers] -voorman vergeleek behandeling van boeren met de holocaust. Toch bleven ministers [eisers] vragen voor beleidsoverleg. Niet de boeren waren ingekapseld – het kabinet was ingekapseld door de boeren.
En ik vrees dat we sinds corona de ongemakkelijke erfenis van deze vergissing ervaren. (…) De protesten van afgelopen weekeinde, ontstaan door verdergaande coronamaatregelen, gingen weer een nieuwe grens over (...) De les: een overheid die het gesprek blijft zoeken met groepen die maatschappelijke normen stelselmatig overschrijden, stimuleert dat nieuwe groepen dezelfde tactiek gaan hanteren. (...)”

1.12.

Het artikel bevat enkele links, die in het citaat hierboven onderstreept zijn weergegeven en onder meer leiden naar twee eerdere publicaties van [naam 6] in de NRC, van 7 november 2019 (“Groeiend extremisme na de boerenprotesten) en 17 december 2019 (“Politici die bezwijken voor dreigende boeren”). Deze eerdere artikelen maken onder meer melding van de vergadering van de Brabantse Provinciale Staten en de poll die [naam 1] vervolgens op Facebook heeft geplaatst over CDA-Statenleden in Brabant (“Moeten we CDA-Statenleden in Brabant persoonlijk aanpakken na het verraad van 25 oktober?”) en de bezetting van boeren van een politiebureau in Groningen.

1.13.

Bij brief van 28 januari 2021 heeft [eisers] NRC Media gesommeerd passages in het artikel van [naam 6] van 26 januari 2021 te rectificeren en de door haar geleden schade te vergoeden. NRC Media heeft aan die sommatie niet voldaan.

2 Vordering en verweer

2.1.

[eisers] vordert, kort weergegeven, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verklaart dat NRC Media jegens [eisers] onrechtmatig heeft gehandeld, namelijk in strijd met de wet, althans hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, door met de gewraakte uitlatingen de eer en goede naam van [eisers] aan te tasten, althans [eisers] op andere wijze in haar persoon aan te tasten;

  2. beslist dat NRC Media wordt veroordeeld om aan de [eiser 1] een immateriële schadevergoeding te betalen van € 7.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2021;

  3. beslist dat NRC Media wordt veroordeeld om aan de [eiser 2] een immateriële schadevergoeding te betalen van € 7.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2021;

  4. beslist dat NRC Media wordt veroordeeld in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.2.

[eisers] stelt daartoe, samengevat weergegeven, dat de publicatie van 26 januari 2021 onrechtmatig jegens haar is omdat zij hierin wordt beschuldigd van (ernstige) strafbare feiten zonder dat daarvoor een feitelijke basis bestaat. Zij lijdt hierdoor schade.

2.3.

NRC Media voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid althans afwijzing van de vorderingen.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 Beoordeling

Ontvankelijkheid

3.1.

Als meest verstrekkende verweer voert NRC Media aan dat [eisers] niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat niet is toegelicht waarom de [eiser 1] en de [eiser 2] allebei belang zouden hebben bij de vorderingen. Er is volgens NRC Media niet toegelicht waarom zij elk in hun specifieke belang getroffen zijn en recht hebben op of belang hebben bij een verklaring voor recht of twee schadevergoedingen. Daarmee is niet voldoende gesteld om te kunnen concluderen dat NRC Media jegens enige van de twee partijen onrechtmatig heeft gehandeld.

3.2.

Dit verweer wordt verworpen. Daarbij wordt overwogen dat de vraag of de vorderingen toewijsbaar zijn en of in dat verband voldoende is gesteld, moet worden onderscheiden van de vraag of [eisers] belang heeft bij haar vorderingen. Op grond van artikel 3:303 BW komt een partij zonder voldoende belang geen rechtsvordering toe. Van een dergelijke situatie is echter geen sprake. De publicatie bevat kritische uitlatingen over de beweging [eisers] . De [eiser 1] en de [eiser 2] komen allebei uit die beweging voort, opereren allebei onder de naam [eisers] , streven hetzelfde doel na als de oorspronkelijke beweging en zullen allebei door het publiek met de uitlatingen in de NRC in verband worden gebracht. [eisers] stelt dat de publicatie onrechtmatig jegens haar is en dat zij hierdoor in haar reputatie wordt aangetast en vordert een daarop gerichte verklaring voor recht en daarnaast schadevergoeding. Er kan niet worden vastgesteld dat [eisers] hierbij geen belang zou hebben, in die zin dat reeds daarom niet aan een inhoudelijke beoordeling zou kunnen worden toegekomen.

Is de publicatie onrechtmatig?

3.3.

Bij de beoordeling van de vraag of de publicatie zoals [eisers] stelt onrechtmatig is, wordt het volgende vooropgesteld. Toewijzing van de vorderingen zou een beperking opleveren van het recht op vrijheid van meningsuiting, neergelegd in artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Zo’n beperking moet bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zal de publicatie in de NRC onrechtmatig jegens [eisers] moeten zijn. Om uit te maken of dat het geval is, moet een belangenafweging worden gemaakt. Daarbij is het belang van [eisers] dat zij niet door de publicatie wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van NRC Media is dat zij zich kritisch, informerend, opiniërend of waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen in een concreet geval de doorslag geeft, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

3.4.

Relevant daarbij is dat de publicatie – anders dan [eisers] meent – moet worden aangemerkt als een column. In de publicatie, waarboven “opinie” staat, staat niet het feitelijke relaas centraal, maar de mening van [naam 6] die erop neerkomt dat de overheid er niet altijd verstandig aan doet om het gesprek te zoeken met bepaalde protestgroeperingen. [naam 6] noemt in de publicatie een aantal protesten, waaronder van boeren, en geeft vervolgens zijn visie over de wijze waarop de overheid daarmee is omgegaan. Dat het stuk is verschenen in de NRC die door lezers serieus wordt genomen, zoals [eisers] ook nog aanvoert, doet aan het karakter van de publicatie niet af.

3.5.

In een column heeft een auteur een grote mate van vrijheid. Een columnist heeft namelijk een grotere vrijheid om te simplificeren, uit te vergroten, te overdrijven en gebruik te maken van scherpe bewoordingen dan een onderzoeksjournalist. Dat neemt niet weg dat ook die vrijheid niet onbegrensd is. Zo mogen bijvoorbeeld gebezigde bewoordingen niet nodeloos grievend zijn, en mogen over personen geen kwalificaties of vergelijkingen worden getroffen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven.

3.6.

Het belangrijkste bezwaar van [eisers] tegen de publicatie is dat zij daarin in verband wordt gebracht met intimidatie of opruiing en met de bestorming van het provinciehuis Groningen op 14 oktober 2019, wat ernstige beschuldigingen zijn. Zij voert daarbij aan dat [eisers] niet betrokken was bij het protest bij het provinciehuis dat is georganiseerd door LTO Noord, en dat uitlatingen van [naam 1] niet aan [eisers] kunnen worden toegerekend. NRC Media heeft in reactie hierop onder meer gewezen op eerdere publicaties in de media en op het rapport van NCTV.

3.7.

Duidelijk is dat [naam 6] zich in de publicatie over protestbewegingen en de overheid ook kritisch uitlaat over [eisers] en [naam 1] . Uit de mediapublicaties waarnaar NRC Media heeft gewezen, blijkt dat de boerenprotestbeweging een actueel maatschappelijk onderwerp is. De wijze waarop deze beweging handelt, is daarbij een onderwerp van publiek debat. [naam 6] benoemt in de passage over [eisers] onder meer dat politici zich geïntimideerd voelden. [eisers] heeft niet betwist dat verschillende politici aangifte van bedreiging tegen aanhangers van [eisers] hebben gedaan. Ook in het rapport van de NCTV wordt melding gemaakt van ongenuanceerde en bedreigende uitingen van [eisers] tegen politici en andersdenkende medeboeren. Dat biedt voldoende steun voor de uitlating van [naam 6] dat politici zich geïntimideerd hebben gevoeld.

3.8.

NRC Media heeft verder toegelicht dat de opmerking dat teksten crypto-gewelddadig werden wijst op de poll van [naam 1] met vraag of CDA-fractie persoonlijk moet worden aangepakt. Volgens NRC Media koos [naam 6] voor de typering “crypto” omdat [eisers] na commotie hierover ontkende dat tekst van [naam 1] opriep tot geweld. Dat met deze opmerking in de publicatie een ontoelaatbare kwalificatie wordt gegeven kan naar het oordeel van de kantonrechter in de gegeven omstandigheden niet worden vastgesteld. De poll was immers aanleiding voor het Openbaar Ministerie tot het verrichten van onderzoek. Weliswaar heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd dat de poll binnen de grenzen van de wet valt, maar zoals het Openbaar Ministerie in een toelichting op die conclusie ook heeft laten weten, kan de scheidslijn tussen wat strafbaar en niet strafbaar is, dun zijn en kunnen ook niet-strafbare uitlatingen intimiderend overkomen.

3.9.

[eisers] betwist betrokkenheid bij de bestorming van het provinciehuis. Zij stelt dat [naam 6] ook had kunnen weten dat zij daarmee niets te maken had als hij enig onderzoek zou hebben verricht. Hij zou dan hebben kunnen zien – aldus [eisers] – dat de [eiser 1] en de [eiser 2] pas daarna zijn opgericht en dat de wel aanwezige [naam 8] , voorheen betrokken bij de beweging [eisers] , al vóór die datum was overgestapt naar de LTO. [eisers] stelt daarbij dat zij een brief van de NCTV kan overleggen waarin deze verklaart in het rapport niet te hebben bedoeld dat [eisers] betrokken was bij de bestorming.

3.10.

Dat de NCTV, zoals [eisers] stelt en NRC Media betwist, inmiddels een brief heeft geschreven waarin de uitlatingen in het rapport zouden worden genuanceerd, doet er echter niet aan af, dat ten tijde van de publicatie het rapport met deze inhoud er lag. [naam 6] mocht in beginsel afgaan op de inhoud van het rapport van de NCTV, dat een gezaghebbende bron is. Het feit dat de [eiser 1] en [eiser 2] pas na de datum van de bestorming zijn opgericht, kan [eisers] niet baten. Vast staat immers dat de beweging [eisers] al bestond. De publicatie gaat in de bestreden alinea in op die beweging [eisers] en noemt daarbij dat een provinciehuis werd bestormd.

3.11.

De omstandigheid dat sommige aspecten in de publicatie betrekking hebben op uitlatingen van [naam 1] , zoals de opmerking over radicaliseren, de verwijzing naar de poll en de vergelijking met de holocaust, betekent ten slotte niet dat de publicatie daarom ontoelaatbaar zou zijn jegens [eisers] . [naam 1] is immers de bestuurder van [eisers] en treedt op als voorman van [eisers] . Het is dus niet zo dat [eisers] ten onrechte in verband met [naam 1] wordt gebracht. De vergelijking met de holocaust, de bestorming van het provinciehuis en de door politici ervaren intimidatie zijn allemaal genoemd met de kennelijke bedoeling om als argument te dienen voor de mening van [naam 6] dat en hoe [eisers] is geradicaliseerd. Het vermelden van die vergelijking diende dus een doel. Dat door [naam 1] een vergelijking met de holocaust is gemaakt, staat vast. Niet is gebleken dat [eisers] (ten tijde van de publicatie) afstand heeft gedaan van de uitlatingen van [naam 1] , op een zodanige wijze, dat uitlatingen van [naam 1] [eisers] niet zouden kunnen worden toegerekend zoals [eisers] betoogt.

3.12.

Alles afwegend, dient het belang van de columnist van NRC Media om zich kritisch uit te laten op de wijze zoals hij heeft gedaan te prevaleren boven het belang van [eisers] om hieraan niet blootgesteld te worden. In de column zijn de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet overschreden. NRC Media heeft daarom niet onrechtmatig jegens [eisers] gehandeld door die column te publiceren.

Conclusie en proceskosten

3.13.

De vorderingen zullen gelet op voorgaande worden afgewezen.

3.14.

[eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van NRC Media worden begroot op € 746,- bestaande uit twee punten salaris gemachtigde × tarief € 373,-. De proceskostenveroordeling zal zoals gevorderd hoofdelijk worden uitgesproken.

3.15.

Daarnaast zal [eisers] ambtshalve in de nakosten worden veroordeeld, op de wijze als hierna onder de beslissing is vermeld.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vordering af,

4.2.

veroordeelt [eisers] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van NRC Media begroot op € 746,-,

4.3.

veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,- aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,- aan salaris gemachtigde en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

4.4.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bakker, kantonrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2021, en ondertekend door kantonrechter mr. P. Vrugt.