Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:4567

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-08-2021
Datum publicatie
03-09-2021
Zaaknummer
AMS 21.3999 en 21.4221 en 21.4329
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De eigenaar van twee sportscholen in Amstelveen hoeft voorlopig geen last onder dwangsom te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 21/3999, AMS 21/4221 en AMS 21/4329

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

Ampals B.V. te Amstelveen, verzoekster I,

hierna Ampals

(gemachtigde: mr. S. de Boer)

en

[verzoekster 2] te [plaats] , verzoekster II,

hierna [verzoekster 2]

(gemachtigde: mr. H.J.M. van Schie)

en

[verzoekster 3] te [plaats] , verzoekster III,

hierna [verzoekster 3]

(gemachtigde mr. M.M.M. Buiter)

hierna mede te noemen verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen, verweerder

hierna het college

(gemachtigde: mr. M. van Lent).

Procesverloop

Met het besluit van 19 juli 2021 (het bestreden besluit I) heeft het college aan

Ampals een last onder dwangsom opgelegd.

Met het besluit van gelijke datum (het bestreden besluit II) heeft het college aan [verzoekster 2] een last onder dwangsom opgelegd.

Met het besluit van gelijke datum (het bestreden besluit II) heeft het college aan [verzoekster 3] een last onder dwangsom opgelegd.

Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De zaken zijn, deels via een beeldverbinding, behandeld op de zitting van 24 augustus 2021.

Namens Ampals zijn haar gemachtigde en de heer [naam 1] verschenen. Namens [verzoekster 2] is haar gemachtigde verschenen en namens [verzoekster 3] zijn de heer en mevrouw [naam 2] verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat ging vooraf?

1. Ampals is eigenaar van twee panden aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , hierna ook de percelen. Op het perceel [adres 1] exploiteert [verzoekster 3] sinds 2017 een kickboxschool. Op het perceel [adres 2] exploiteert [verzoekster 2] sinds 2019 een sportschool. De sportscholen bevinden zich op een klein bedrijventerrein met de naam “Westwijk”.

2. Het college heeft op 19 augustus 2020 aan verzoekers laten weten dat de sportscholen worden geëxploiteerd in strijd met het bestemmingsplan

Amstelveen Zuid-West 2014, hierna het bestemmingsplan. Op de locatie van de percelen rust de bestemming Gemengd-3. Volgens het college vallen sportscholen niet onder deze bestemming.

3. [verzoekster 2] heeft op 11 september 2020 een aanvraag gedaan bij het college voor een omgevingsvergunning waarbij het strijdige gebruik wordt toegestaan. Deze aanvraag is met het besluit van 30 november 2020 door het college afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met het besluit van 19 maart 2021 door het college ongegrond verklaard. [verzoekster 2] heeft hiertegen beroep ingesteld bij deze rechtbank.

Standpunt college

4.1

Op de percelen aan de [adres 1] en [adres 2] rust de bestemming Gemengd-3. Volgens verweerder kan een sportschool alleen onder Gemengd-2 of Gemengd-4 worden geëxploiteerd en niet onder Gemengd-3. Zoals blijkt uit het besluit van 19 maart 2021 is legalisatie van het strijdige besluit niet mogelijk. Sportscholen vallen ook niet onder de bestemming maatschappelijke voorzieningen of dienstverlening.

4.2

Vanwege het strijdige gebruik zijn verzoekers in overtreding. Het college heeft met de bestreden besluiten aan verzoekers een last onder dwangsom opgelegd. Deze houdt in dat als het strijdig gebruik door verzoekers niet vóór 30 augustus 2021 wordt beëindigd, verzoekers een dwangsom van € 15.000 ineens verbeuren. Ampals verbeurt als eigenaar van twee percelen twee maal € 15.000 ineens. Het college heeft op de zitting toegezegd dat de begunstigingstermijn zal worden verlengd tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.

Standpunt verzoekers

5. De kern van het betoog van verzoekers is dat sportscholen onder maatschappelijke voorzieningen vallen en dat in de planregels geen onderscheid wordt gemaakt tussen sportvoorzieningen die door de overheid worden gefinancierd of commerciële sportvoorzieningen. Volgens verzoekers is er geen sprake van gebruik in strijd met het bestemmingsplan en zijn zij niet in overtreding. De bestreden besluiten zijn daarom onrechtmatig opgelegd.

Regelgeving

6. De hier van belang zijnde wet- en regelgeving staat vermeld in de bijlage bij deze uitspraak.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

7. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

8.1

De kern van het geschil is de vraag of (commerciële) sportscholen vallen onder de bestemming sport, zoals het college betoogt, of onder de bestemming maatschappelijke voorzieningen, zoals verzoekers betogen.

8.2

Volgens vaste jurisprudentie1 zijn de op de verbeelding opgenomen bestemming en de daarbij behorende planregels bepalend voor het antwoord op de vraag of er sprake is van strijdig gebruik met het bestemmingsplan. De niet bindende toelichting bij het bestemmingsplan kan meer inzicht geven als de bestemming en de bijbehorende planregels niet duidelijk zijn. Omwille van de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd.

8.3

Het begrip sportschool wordt niet in de planregels gedefinieerd. In artikel 16.1 van de planregels staat beschreven dat de voor “Sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor sportterreinen met de daarbij behorende gebouwen en voorzieningen. Sportscholen vallen daar, onbetwist, niet onder.

8.4

Omdat in de planregels de term sportschool niet wordt gedefinieerd, heeft het college aansluiting gezocht bij de bestemmingsplansystematiek. Volgens het college kent het bestemmingsplan drie verschillende soorten bestemmingen voor "sport ". De enkelbestemming sport als bedoeld in artikel 16 van de planregels, de nadere aanduiding sport, opgenomen bij de bestemmingen Gemengd-2 en Gemengd-4, en de voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie die vallen onder maatschappelijke voorzieningen. Dit blijkt volgens het college uit het feit dat bij de bestemmingen Gemengd-2 en Gemengd-4 zowel sport als maatschappelijke voorzieningen zijn opgenomen. Als onder de bestemming maatschappelijke voorziening tevens sport zou vallen, had de bestemming sport daarin niet opgenomen hoeven te worden. Uit de systematiek van het bestemmingsplan volgt volgens het college verder dat commerciële sportscholen niet zijn toegestaan binnen de definitie maatschappelijke voorzieningen. De gemachtigde van het college heeft op de zitting toegelicht dat zij bij de term “sport en sportieve recreatie” niet denkt aan commerciële bedrijven maar aan bijvoorbeeld voorzieningen voor ouderen (gymnastiek) of een biljarttafel.

9.1

Op grond van artikel 1.88 van de planregels wordt onder maatschappelijke voorzieningen verstaan:

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.

9.2

De voorzieningenrechter volgt de redenering van het college niet dat sportscholen zijn uitgesloten van sport en recreatie onder de definitie “maatschappelijke voorzieningen” in de planregels. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan uit de planregels niet worden afgeleid dat sportscholen wel vallen onder het gebruik “sport” in Gemengd- 2 en Gemengd- 4 maar niet onder het gebruik “sport en recreatie” in Gemengd -3. Daarnaast vindt de voorzieningenrechter in de planregels noch in de toelichting aanknopingspunten voor het standpunt van het college dat voorzieningen ten behoeve van sport en recreatie alleen door de gemeente of zonder winstoogmerk gefinancierd mogen worden en niet commercieel mogen zijn. Dat staat nergens in de planregels zo omschreven.

9.3

Het college heeft op de zitting nog verwezen naar de nota van uitgangspunten2 die als bijlage bij de toelichting bij het bestemmingsplan is gevoegd. Hieruit zou volgens het college afgeleid kunnen worden dat sportscholen niet zijn toegestaan onder de bestemming Gemengd-3. Uit deze nota is echter alleen op te maken dat in de tabel “Samenstelling gemengde functies per bedrijventerrein”3 een voorstel per bedrijventerrein wordt gedaan voor een gemengde bestemming. Bij de bedrijventerreinen Bovenkerk en Legmeer, die eveneens onder het bestemmingsplan vallen, worden sportscholen genoemd en bij het bedrijventerrein Westwijk niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het college hieraan niet de conclusie verbinden dat in Westwijk geen (commerciële) sportscholen zijn toegestaan. Uitgangspunt is immers dat de op de verbeelding opgenomen bestemming en de daarbij behorende planregels bepalend zijn. Deze zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet duidelijk.

9.4

Bij deze stand van zaken kunnen de bestreden besluiten niet in stand blijven. Er bestaat dus aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De op de zitting al uitgesproken schorsing van de bestreden besluiten zal worden verlengd tot zes weken na de bekendmaking van de door het college te nemen beslissingen op bezwaar. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat het college aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

9.5

De voorzieningenrechter veroordeelt het college in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast voor:

  • -

    Ampals en [verzoekster 2] tot een bedrag van € 1496 per verzoekster (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1);

  • -

    [verzoekster 3] tot een bedrag van € 748 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).

Dit is een vast bedrag, dat op grond van het Bpb wordt toegekend ongeacht de daadwerkelijk gemaakte kosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst de bestreden besluiten tot zes weken na bekendmaking van de beslissingen

op de bezwaren van verzoekers;

- draagt het college op het door verzoekers betaalde griffierecht van € 181 per

verzoekster aan hen te vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van Ampals met zaaknummer

AMS 21/3999 tot een bedrag van € 1496;

- veroordeelt het college in de proceskosten van [verzoekster 2] met zaaknummer

AMS 21/4221 tot een bedrag van € 1496;

- veroordeelt het college in de proceskosten van Campions Factory met zaaknummer

AMS 21/4329 tot een bedrag van € 748.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is bekendgemaakt aan partijen op onderstaande datum.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Bijlage

Planregels bestemmingsplan Amstelveen Zuid-West 2014

Op grond van artikel 1.14 wordt onder bedrijf verstaan een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden).

Op grond van artikel 1.88 van de planregels worden onder maatschappelijke voorzieningen verstaan educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke

voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.

Op grond van artikel 8.1 van de planregels zijn de voor 'Gemengd -2 aangewezen gronden bestemd voor:

(…)

  • -

    cultuur en ontspanning;

  • -

    sport;

  • -

    maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van kinderdagverblijven en onderwijsvoorzieningen;

(…)

Op grond van artikel 9 van de planregels zijn de voor 'Gemengd -3 aangewezen gronden bestemd voor:

- bedrijfsactiviteiten van bedrijven die behoren tot de categorieën 1 en 2 uit de van

deze planregels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen, alsmede met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen;

  • -

    dienstverlening;

  • -

    maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van kinderdagverblijven en onderwijsvoorzieningen; (…)

Op grond van artikel 10.1 van de planregels zijn de voor 'Gemengd -4 aangewezen gronden bestemd voor:

(…)

  • -

    cultuur en ontspanning;

  • -

    sport;

  • -

    maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van onderwijsvoorzieningen en kinderdagverblijven;

  • -

    bedrijfswoningen, zoals genoemd in bijlage 5;

Op grond van artikel 16.1 van de planregels zijn de voor 'Sport' aangewezen gronden bestemd voor: sportterreinen met de daar bijbehorende gebouwen en voorzieningen (…);

1 Zie - onder meer- de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:607.

2 Bijlage bij de toelichting van de planregels.

3 Bladzijde 8 van de nota van uitgangspunten.