Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:4536

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-09-2021
Datum publicatie
08-09-2021
Zaaknummer
C/13/692747 / FA RK 20-7429
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erkenning traditioneel gesloten huwelijk in Ethiopië

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugdzaken

locatie Amsterdam

zaaknummer / rekestnummer: C/13/692747 / FA RK 20-7429

Beschikking d.d. 1 september 2021 betreffende de echtscheiding

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M.E.M. Jacquemard, gevestigd te 's-Hertogenbosch,

tegen

[de man] ,

zonder bekende woon en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

hierna te noemen de man.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam,

zetelende te Amsterdam

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 11 november 2020;

- het betekeningsexploot.

1.2.

Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2021.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en de heer G. Ogbamichael, tolk in de Ethiopische taal;

- de heer [naam] , ambtenaar van de burgerlijke stand.

2 De beoordeling

2.1.

De vrouw heeft gesteld dat partijen op traditionele wijze met elkaar gehuwd zijn op 21 april 2005 te Nagal Borna, Ethiopië. Partijen hebben de Ethiopische nationaliteit.

2.2.

De vrouw heeft gesteld dat partijen samen een dochter [minderjarige 1], hebben, die is geboren op [geboortedatum 1] 2007. De vrouw heeft de man sinds 11 maart 2010 en de dochter sinds 12 maart 2010 niet meer gezien of gesproken.

2.3.

De vrouw heeft tijdens het huwelijk nog twee kinderen gekregen, te weten:

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] en

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats] .

De man is niet de biologische vader van deze kinderen.

2.4.

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Nijmegen heeft op 12 november 2014 een akte van erkenning opgemaakt, waarbij (de toen nog ongeboren minderjarige) [minderjarige 2] is erkend door [naam biologische vader] , die ook zijn biologische vader is.

2.5.

De biologische vader van [minderjarige 3] is [naam biologische vader 2] , die hem graag wil erkennen. De gemeente Amsterdam heeft [naam biologische vader 2] niet in de gelegenheid gesteld [minderjarige 3] te erkennen, omdat de vrouw nog is gehuwd.

2.6.

Scheiding

2.6.1.

De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

Rechtsmacht

2.6.2.

Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond en deze daar sinds ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.

Ontvankelijkheid

2.6.3.

Op grond van artikel 815, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), voor zover hier van belang, dient een (inleidend) verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, lid 6 Rv).

2.6.4.

Door de vrouw is geen ouderschapsplan overeenkomstig artikel 815, lid 2 Rv overgelegd. Nu de vrouw voldoende heeft gemotiveerd dat het voor haar op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen akkoord bevonden ouderschapsplan over te leggen, zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding.

Erkenning huwelijk

2.6.5.

Voordat de rechtbank toekomt aan een beoordeling van het echtscheidingsverzoek, zal zij gelet op artikel 10:33 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moeten beoordelen of het tussen partijen gesloten huwelijk als rechtsgeldig in Nederland wordt erkend. Uit artikel 10:31, lid 1 BW volgt dat het uitgangspunt hierbij is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk in Nederland wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden.

2.6.6.

Door de vrouw is geen huwelijksakte overgelegd. Ter onderbouwing van het huwelijk heeft zij het verslag van eerste gehoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 27 september 2010 overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw verklaard dat zij door haar vader is uitgehuwelijkt aan de man. Er heeft een ceremonie plaatsgevonden ten overstaan van de dorpsoudste, waarbij voor zowel de man als de vrouw drie getuigen aanwezig waren. Na de ceremonie werd er traditionele koffie geschonken. Partijen zijn pas na de huwelijkssluiting samen gaan wonen. Dit alles was volgens de plaatselijke gebruiken. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom sprake van een naar Ethiopisch recht rechtsgeldig gesloten huwelijk. Op grond van artikel 10:31, lid 1 BW wordt dit huwelijk in Nederland erkend.

Toepasselijk recht

2.6.7.

Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.

Inhoudelijke beoordeling

2.6.8.

Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

2.7.

Verblijfplaats

2.7.1.

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar zal zijn.

` Rechtsmacht en toepasselijk recht

2.7.2.

Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen.

Inhoudelijke beoordeling

2.7.3.

De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich daartegen verzet.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te Nagal Borna, Ethiopië op 21 april 2005;

3.2.

bepaalt dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;

3.3.

verklaart de beslissing met betrekking tot de hoofdverblijfplaats uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H.J. Evers, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.J. van der Veen op 1 september 2021.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.