Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:4482

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
13/751459-21
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB België; verweer t.a.v. de detentiegarantie verworpen; overlevering toegestaan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751459-21

RK nummer: 21/2216

Datum uitspraak: 5 augustus 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 22 april 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 april 2021 door de onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieadres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 17 juni 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is, via telehoren, gehoord en is bijgestaan door mr. N.M. Delsing, waarnemend voor mr. A.M. Timorason, beiden advocaat te Amsterdam.

Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met 30 dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

De rechtbank heeft op 1 juli 2021 een tussenuitspraak gedaan, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de in de tussenuitspraak genoemde vragen over de detentieomstandigheden voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteiten. De rechtbank heeft de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd.

De behandeling van de vordering is op 5 augustus 2021 hervat in de stand waarin het zich ten tijde van de schorsing van 1 juli 2021 bevond. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is, via telehoren, gehoord en is bijgestaan door zijn advocaat, mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal, die de zaak heeft overgenomen van mr. A.M. Timorason.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Tussenuitspraak 1 juli 2021

De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 1 juli 2021 waarin zij de grondslag, de inhoud van het EAB als ook de strafbaarheid en de terugkeergarantie heeft beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4 Detentieomstandigheden

De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 1 juli 2021 ten aanzien van zeven Belgische detentiecentra, waar sprake is van ‘grondslapers’, een reëel gevaar aangenomen dat gedetineerden daar onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).

In aanvullende informatie van 20 juli 2021 van de Belgische autoriteiten staat dat de opgeëiste persoon wordt geplaatst in de gevangenis in Antwerpen en dat hij alleen op een cel van 9 m² (inclusief sanitair) wordt geplaatst.

De advocaat heeft naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon wordt geplaatst in de gevangenis van Antwerpen, waar de rechtbank in de tussenuitspraak een algemeen gevaar voor heeft aangenomen. Er ligt nu weliswaar een detentiegarantie, maar daar kan niet op worden vertrouwd. De Belgische autoriteiten zijn in een eerdere overleveringszaak hun detentiegarantie namelijk ook niet nagekomen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie het reële gevaar op schending van artikel 4 van het Handvest is weggenomen. De officier van justitie heeft ter zitting toegelicht dat er een jaar geleden een incident heeft plaatsgevonden, waarbij bleek dat de detentiegarantie na overlevering niet was nageleefd. Dit is toen na telefonisch contact met de Nederlandse officier van justitie direct de volgende dag rechtgezet. Een dergelijk incident is geen aanleiding om aan te nemen dat de Belgische autoriteiten in algemene zin de door hen gegeven detentiegaranties niet naleven.

De rechtbank overweegt dat uit de aanvullende informatie volgt dat de opgeëiste persoon in één van de zeven detentie-instellingen wordt geplaatst ten aanzien waarvan een reëel gevaar is aangenomen dat gedetineerden daar onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 Handvest.

Gelet echter op de genoemde aanvullende informatie is voor de opgeëiste persoon het gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden weggenomen, nu is toegezegd dat hij alleen op een cel van 9 m² (inclusief sanitair) wordt geplaatst.

Dat in het verleden een incident heeft plaatsgevonden waarbij een detentiegarantie abusievelijk niet direct is nagekomen, is voor de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de Belgische autoriteiten ook in toekomstige overleveringszaken de door hen gegeven detentiegarantie niet zullen nakomen. De detentieomstandigheden vormen daarom geen beletsel voor de overlevering.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

Het EAB houdt – naast een verzoek tot overlevering – een verzoek in om inbeslagname en afgifte van voorwerpen die als bewijsmiddel moeten dienen, namelijk “de telefonie, digitale gegevensdragers en documenten die betrokkene bij zich heeft op het ogenblik van arrestatie”.

Gelet op de inwilliging van het verzoek tot overlevering, kan ook de afgifte van de onder de opgeëiste persoon in beslag genomen zwarte Apple iPhone (goednummer: PL0900-2021122551-2810524) worden bevolen.

6 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6, 7, 49 en 50 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen (België).

BEVEELT de afgifte van de in beslag genomen Apple iPhone aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.


Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. E.G.M.M. van Gessel en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 5 augustus 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.