Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:4365

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-08-2021
Datum publicatie
09-09-2021
Zaaknummer
13-751482-21
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB Tsjechie, verweer evenredigheid verworpen, overlevering toestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-751482-21

RK nummer: 21/2529

Datum uitspraak: 13 juli 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 mei 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 november 2020 door de District Court in Pilsen-City (Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Tjecho-Slowakije) op [geboortedag] 1986,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 juni 2021. Het verhoor heeft – via telehoren - plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Tsjechische taal.


Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Arrest order van de District Court in Pilsen-City op 31 augustus 2020 met kenmerk 8 T 49/2020-103.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Tsjechisch recht strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

diefstal

5 Evenredigheid

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering moet worden geweigerd nu overlevering ter zake van een dusdanig gering feit als het onderhavige, namelijk een winkeldiefstal waarbij de buit een totale waarde van € 3,26 heeft, onevenredig zou zijn. Zowel de stelselevenredigheid als de evenredigheid in het individuele geval van de opgeëiste persoon staan aan overlevering in de weg. Er is een groot rechtsstatelijk verschil tussen landen uit het voormalige Oostblok en landen in West-Europa. Het overleveringsrecht is gefundeerd op gelijkwaardigheid en vertrouwen, maar dat moet wel ergens op gebaseerd blijven. Stel dat de opgeëiste persoon een hele hoge straf krijgt voor dit geringe feit dan is het leed geleden, dit is niet iets wat wij moeten willen doen. Daarnaast moet bij zo’n klein delict de verplichting op Nederland rusten om na te gaan wat de reële strafbedreiging op het feit is, nu de overleveringsdetentie de op te leggen straf mogelijk al overschrijdt. Subsidiair verzoekt de raadsman de zaak aan te houden teneinde bij de uitvaardigende autoriteit na te gaan wat de te verwachten strafoplegging zal zijn.

De officier van justitie heeft betoogd dat de overlevering kan worden toegestaan. De evenredigheid is en blijft een Tsjechische aangelegenheid in deze zaak. De afweging om een EAB uit te vaardigen is voorbehouden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

In lijn met eerdere uitspraken van de rechtbank dient voor de vraag of sprake is van (on)evenredigheid van de overlevering een onderscheid gemaakt te worden tussen de zogenoemde stelselevenredigheid van de Overleveringswet en de evenredigheid in een concreet geval. Het stelsel van de Overleveringswet is, op de voet van het daaraan ten grondslag liggende Kaderbesluit, gebaseerd op het uitgangspunt dat het gebruik van de bevoegdheden tot overlevering, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, niet verder gaat dan nodig is om de doelstelling van het Kaderbesluit te verwezenlijken. Daarbij is het in beginsel aan de uitvaardigende autoriteit om te beoordelen om de evenredigheid van het uitvaardigen van een EAB te toetsen. Gelet hierop kan een beroep op de onevenredigheid van een EAB slechts onder uitzonderlijke omstandigheden slagen. Zulke uitzonderlijke omstandigheden doen zich hier niet voor.

Het verweer wordt verworpen.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de District Court in Pilsen-City (Tsjechië).


Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juli 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.