Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:4363

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-08-2021
Datum publicatie
09-09-2021
Zaaknummer
13/751314-21
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB Duitsland, overlevering toestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751314-21

RK nummer: 21/2103

Datum uitspraak: 13 juli 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 april 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 20 januari 2021 door het Landgericht Hamburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1994

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 juni 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De zaak is op voorhand aangehouden, omdat de opgeëiste persoon in verband met een coronabesmetting in quarantaine zat.

De behandeling is voortgezet op de openbare zitting van 29 juni 2021. Het verhoor heeft via telehoren plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol en door een tolk in de Bulgaarse taal. De raadsman heeft zich, zakelijk weergegeven, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft de rechtbank verzocht direct uitspraak te doen.


De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een op 29 augustus 2018 door het Landgericht Hamburg gewezen voor ten uitvoerlegging vatbaar vonnis.

In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot dit vonnis heeft geleid.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 890 dagen De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder de nummers 16 en 21, te weten:

Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Racketeering

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Landgericht Hamburg (Duitsland).

Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juli 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.