Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:4330

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-08-2021
Datum publicatie
10-09-2021
Zaaknummer
13/751564-21
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB België ter vervolging - artikel 12 OLW - weigering overlevering in verband met artikel 6a OLW - strafovername van in België opgelegde gevangenisstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751564-21

RK nummer: 21/2982

Datum uitspraak: 17 augustus 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 mei 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 29 juni 2020 door het Hof van Beroep van Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres opgeëiste persoon]

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 augustus 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes.

De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. El Farougui, advocaat te Amsterdam.


Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen

d.d. 19/2/2020 – C5 kamer, referentie 2019/PGA/499 (Griffienummer: C/291/20).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 30 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 900 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.

Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Weigeringsgrond van artikel 12 OLW

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.

Volgens informatie van het EAB is de opgeëiste persoon niet in persoon verschenen op het proces maar is hij wel opgeroepen voor het proces per aangetekend schrijven van 23 oktober 2019 en is hij in kennis gesteld van de gevolgen indien hij niet verschijnt op het proces.

Daarnaast staat in het EAB vermeld dat hij op het proces is vertegenwoordigd door een raadsman van zijn keuze. In de brief van 7 juli 2021 van de Belgische uitvaardigende justitiële autoriteit wordt bevestigd dat voornoemd arrest in kracht van gewijsde is gegaan en dat de informatie in het EAB dat de opgeëiste persoon tijdens het proces is vertegenwoordigd door een gekozen raadsman betrekking heeft op het proces in hoger beroep.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de situatie zoals bedoeld in artikel 12 OLW onder c. zich voordoet, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.

5 Strafbaarheid

5.1.

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit met betrekking tot de hennepkwekerij waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:

Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het dossier volgt dat op dit feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.2.

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit met betrekking tot diefstal van elektriciteit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Op grond van artikel 6a OLW kan de overlevering van een Nederlander ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een bij onherroepelijk vonnis aan hem opgelegde vrijheidsstraf worden geweigerd, indien de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.

De rechtbank moet daarom beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in België

opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.

De in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden staan niet in de weg aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf.

De ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf is opgelegd voor feiten die ook naar Nederlands recht strafbaar zijn en leveren op:

Medeplegen van opzettelijk van handelen in strijd met het in artikel 3, onder B Opiumwet, gegeven verbod

en

diefstal door middel van verbreking.

De rechtbank overweegt dat uit de Nederlandse kwalificaties volgt dat de in België opgelegde vrijheidsstraf niet het toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaximum overstijgt en dat de opgelegde sanctie naar zijn aard niet onverenigbaar is met het Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen plaats.

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. Zij is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In dit geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.

De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

7 Slotsom

Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is, dient de overlevering te worden geweigerd.

8 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 47 en 311 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 Opiumwet en de artikelen 2, 5, 6a en 7 OLW.

9 Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Hof van Beroep Antwerpen (België).

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3. bedoelde vrijheidsstraf in Nederland;

HEFT OP de overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] ;

BEVEELT op grond van artikel 27 lid 4 OLW de gevangenhouding van

[opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.

Aldus gedaan door

mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en N.M. van Waterschoot, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 17 augustus 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.