Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3845

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-06-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 2803
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Beëindiging opvang LVV en beëindiging coronaopvang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 21/2803

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

18 juni 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker,

(gemachtigde: mr. C.G.M. de Groot),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde mr. D. Ahmed).

Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2021 (het primaire besluit I) heeft verweerder besloten tot beëindiging van de opvang in het kader van de landelijke vreemdelingenvoorziening (LVV) van verzoeker.

Bij besluit van 19 mei 2021 (het primaire besluit II) heeft verweerder besloten tot beëindiging van de coronaopvang van verzoeker.

Verzoeker heeft op 20 mei 2021 tegen beide besluiten bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, in die zin dat aan hem opvang wordt geboden.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen mw. V.M. Corcelle, tolk in de Franse taal. Verweerder is via een beeldverbinding (Skype) vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

Ten aanzien van het primaire besluit I

2. Het primaire besluit I dateert van 31 maart 2021. De gemachtigde van verzoeker heeft hiertegen op 20 mei 2021 bezwaar gemaakt. Dat is te laat. Verzoeker heeft onder verwijzing naar rechtspraak1 aangevoerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat zijn gemachtigde pas op 20 mei 2021 in contact is gekomen met verzoeker en dus niet eerder bezwaar had kúnnen indienen. De voorzieningenrechter volgt deze redenering niet. Weliswaar bevat het primaire besluit I geen schriftelijke rechtsmiddelenclausule, maar de algemene vaststaande praktijk van verweerder bij deze besluiten is dat bij het uitreiken daarvan aan de betrokkene wordt verteld hoe en tot wanneer hij daartegen bezwaar kan maken. Dit betekent dat verzoeker had kunnen weten dat hij zes weken de tijd had om een bezwaarschrift in te dienen. Pas na afloop van die termijn, op 20 mei 2021, heeft hij een advocaat ingeschakeld. De rechtspraak waarop verzoeker een beroep heeft gedaan is hier dus niet van toepassing. Het bezwaar is te laat en er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dit betekent dat het bezwaar naar alle waarschijnlijkheid niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Ten aanzien van het primaire besluit II

3. Verweerder heeft de coronaopvang van verzoeker beëindigd, omdat hij niet meewerkt aan terugkeer naar zijn land van herkomst. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij wel wil meewerken maar dat hij hiertoe niet in staat is. Hij kampt met verslavingsproblematiek en hij is ziek. Hij leeft bij de dag en is niet tot meer in staat dan dat. Het is een feit van algemene bekendheid dat het erg moeilijk is de benodigde documenten uit Afrika te verkrijgen. Zelfs de broer van verzoeker uit Zuid Afrika lukt het niet de benodigde documenten uit Angola te verkrijgen.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker onvoldoende met stukken dan wel anderszins heeft onderbouwd dat hij niet in staat is medewerking te verlenen aan terugkeer naar zijn land van herkomst, bijvoorbeeld door een verklaring van een arts of specialist. Op dit moment zijn in het dossier geen aanknopingspunten die de stelling van verzoeker ondersteunen. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.D. Wevers, griffier, op 18 juni 2021.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 ECLI:NL:HR:2010:BL7954 en ECLI:NL:CRVB:2011:BR0151