Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3603

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-07-2021
Datum publicatie
16-12-2021
Zaaknummer
9227511/ CV EXPL 21-7383
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

inhoudelijk vonnis na verwijzing kanton/franchiseovereenkomst betreffende twee NYP-vestigingen/benchmark/hulp en ondersteuning/geen sprake van dwaling/evenmin sprake van een tekortkoming of OD/vorderingen afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, kamer voor kantonzaken

zaaknummer / rolnummer: 9227511 / CV EXPL 21-7383

Uitspraak: 16 juli 2021

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde mr. A.H.F. Beiboer te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEW YORK PIZZA DELIVERY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde mr. A.E. van Zoest te Amsterdam.

Partijen worden hierna [eiser] en NYP genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 oktober 2019, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 10 juni 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 maart 2021, met de daarin genoemde processtukken,

  • -

    de brief van 16 april 2021 van [eiser] naar aanleiding van het proces-verbaal,

  • -

    de brief van 19 april 2021 van NYP in reactie op voornoemde brief van [eiser] ,

  • -

    de brief van 20 april 2021 van [eiser] in reactie op voornoemde brief van NYP,

  • -

    het vonnis van 12 mei 2021, waarbij de zaak is verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank,

  • -

    de brief van 20 mei 2021 van [eiser] , waarin hij verzoekt om een verwijzing van de zaak,

  • -

    het bericht van de rechtbank, inhoudende dat de brief van 20 mei 2021 tardief is.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is een zelfstandige ondernemer die meerdere (franchise)winkels heeft gehad, waaronder Aquapark, [naam bedrijf] , Multivlaai en Bakker Bart.

2.2.

NYP is een franchiseorganisatie op het gebied van pizza’s, pasta’s en aanverwante voedingsmiddelen.

2.3.

In 2017 heeft [eiser] het plan opgevat om zijn ondernemingen te verkopen en een NYP vestiging te openen in [woonplaats] . Eind augustus 2017 heeft [eiser] hierover een gesprek gehad met NYP. Tijdens die bespreking heeft NYP aan [eiser] ter informatie een algemene kostenstructuur van een gemiddelde franchisevestiging (hierna: de benchmark) verstrekt.

2.4.

[eiser] heeft na telefonisch contact met de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) zijn interesse verlegd naar de overname van twee bestaande NYP-vestigingen van [naam 1] in [vestigingsplaats] .

2.5.

Bij e-mail van 17 december 2017 heeft [eiser] zijn ideeën over [vestigingsplaats] gedeeld met NYP. NYP heeft bij e-mail van 22 december 2017 op het ontwikkelingsplan van [eiser] gereageerd.

2.6.

Op 4 januari 2018 hebben [eiser] en NYP een voorovereenkomst getekend. In de daarop volgende periode heeft [eiser] een operationeel trainingstraject bij NYP gevolgd. [eiser] heeft dit traject op 3 mei 2018 afgerond.

2.7.

Op 12 januari 2018 heeft [eiser] een assessment gedaan met betrekking tot de geschiktheid voor franchisenemer, dat hij met goed gevolg heeft doorstaan.

2.8.

Bij koopovereenkomst van 1 maart 2018 heeft [eiser] van [naam 1] de onderneming “New York Pizza [vestigingsplaats] 1”, gevestigd aan de [adres 1] (hierna: [vestigingsplaats] 1) gekocht, die op 1 april 2018 is geleverd, tegen een koopsom van € 280.000,00.

2.9.

Bij koopovereenkomst van dezelfde datum heeft [eiser] van [naam 1] onder voorbehoud van financiering met ingang van 1 oktober 2018 de onderneming “New York Pizza Delivery [vestigingsplaats] II”, gevestigd aan de [adres 2] te [vestigingsplaats] (hierna: [vestigingsplaats] 2) gekocht.

2.10.

Bij e-mail van 19 maart 2018 heeft NYP [eiser] een leeg exploitatiemodel verstuurd met daarbij het verzoek dit model ingevuld te retourneren.

2.11.

Op 22 maart 2018 heeft de financiële adviseur van [eiser] de ingevulde exploitatiemodellen voor [vestigingsplaats] 1 en 2 met toelichting teruggemaild aan NYP. Bij e-mail van 25 maart 2018 heeft NYP daarop gereageerd.

2.12.

Op 26 maart 2018 hebben NYP (als franchisegever) en [eiser] (als franchisenemer) met betrekking tot [vestigingsplaats] 1 een franchiseovereenkomst getekend met een looptijd van 1 april 2018 tot en met 30 april 2024 (hierna: de franchiseovereenkomst). In artikel 1.1 van de franchiseovereenkomst is het volgende bepaald:

“NEW YORK PIZZA stelt historische gegevens van de Vestiging uitsluitend indien beschikbaar Indien en voor zover NEW YORK PIZZA vestigingsplaats onderzoeken en/of prognoses of soortgelijke onderzoeken en/of rapportages door derden laat opstellen is zij niet verantwoordelijk voor de inhoud of juistheid daarvan. Deze gegevens houden geen garantie in voor de toekomstige winstgevendheid van de NEW YORK PIZZA-vestiging van Franchisenemer in het onderhavige Rayon. NEW YORK PIZZA is niet aansprakelijkheid voor tegenvallende omzetten en geeft geen enkele garantie terzake van de toekomstige winstgevendheid van de Vestiging. Franchisenemer verklaart voldoende in de gelegenheid te zijn geweest naar aanleiding hiervan zelf onderzoek te verrichten danwel door derden te laten verrichten;”

2.13.

Eveneens op 26 maart 2018 hebben NYP en [eiser] de “OVEREENKOMST DEAL [vestigingsplaats] ” (hierna: de Overeenkomst Deal [vestigingsplaats] ) gesloten. Daarin staat dat [eiser] per 1 april 2018 [vestigingsplaats] 1 exploiteert en zich verplicht tot overname van [vestigingsplaats] 2 binnen zes maanden.

2.14.

Gelijktijdig met voornoemde overeenkomsten hebben partijen een (onder)huurovereenkomst voor [vestigingsplaats] 1 (hierna: de (onder)huurovereenkomst) getekend. De looptijd van deze overeenkomst is gelijk aan de looptijd van de franchiseovereenkomst, namelijk van 1 april 2018 tot en met 30 april 2018.

2.15.

[eiser] (en zijn vennootschap [naam bedrijf] B.V.) en [naam 1] hebben op 1 april 2018 een schriftelijke overeenkomst gesloten waarin staat dat [eiser] per 1 april 2018 [vestigingsplaats] 1 van [naam 1] heeft overgenomen en dat zijn vennootschap gelijktijdig de onderneming “ [naam bedrijf] ” aan [naam 1] overgedragen en dat de verkoopprijs voor beide transacties € 100.000,00 bedraagt en met gesloten beurzen wordt afgehandeld.

2.16.

Op 4 oktober 2018 heeft [eiser] [naam 1] een brief gestuurd waarin hij de koopovereenkomst van 1 maart 2018 met betrekking tot [vestigingsplaats] 2 ontbindt. Ook staat in de brief dat [eiser] deze overeenkomst vernietigt wegens dwaling/bedrog, als de omzet opgepoetst blijkt te zijn bij de verkoop. Tot slot beroept [eiser] zich in de brief op artikel 17 van deze overeenkomst, omdat de verbouwing van [vestigingsplaats] 1 niet succesvol is afgerond binnen zes maanden na overname en omdat [eiser] op basis van de door [naam 1] aangeleverde cijfers geen financiering heeft kunnen krijgen bij twee bankinstellingen.

2.17.

Bij e-mail van 22 oktober 2018 heeft [eiser] aan de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ), de franchise consultant van NYP, gemeld dat hij meer bijstand en advies verlangt om het financieel ongunstige tij ten aanzien van [vestigingsplaats] 1 te keren en om te bezien waar de verschillen in de cijfers zitten en of de afgegeven cijfers haalbaar zijn. Ook staat in de brief dat [eiser] zeven maanden niet goed is ondersteund en hij meer hulp en ondersteuning vanuit NYP verlangt.

2.18.

Bij e-mail van 23 oktober 2018 heeft [naam 2] , voor zover relevant, als volgt gereageerd:

“(…)

Zou jij mij willen voorzien van (al) je maandcijfers? Dan duik ik daar eens in om eventuele boosdoeners te zoeken. Wellicht dat ik even kan benchmarken met andere winkels en iets kan aanwijzen. Laat natuurlijk ook weten wat de boekhouder zegt, en of je zelf al enig vermoeden hebt.

Het klopt dat de ondersteuning in B1 niet optimaal geweest is, maar wij weten hier allebei de reden van (…). Jij, ik en aantal anderen hebben de aandacht bij een ander probleem gelegd. Dit is crisismanagement geweest en daarmee zijn wij allemaal verantwoordelijk voor het feit dat er minder aandacht besteedt is aan B1.

(…)”

2.19.

Bij e-mail van 26 oktober 2018 heeft [eiser] aan [naam 2] kenbaar gemaakt dat hij zich afvraagt of de opgestelde prognose wel haalbaar en realiseerbaar is. [eiser] heeft zich wederom beklaagd over het uitblijven van ondersteuning en begeleiding door NYP.

2.20.

Op 5 november 2018 heeft [naam 2] de volgende e-mail aan [eiser] verstuurd, voor zover relevant:

“(…)

Ik vraag je aan de hand van o.a. onderstaande punten om het plan vorm te geven en dan geef ik daar graag feedback op.

(…)

Wanneer ik naar je resultaten tov de prognose kijk valt mij op;

(…)

Per saldo betekent dit al meer dan 41k aan kosten boven de prognose, plus nog eens 41k aan de omzet die achter gebleven zou zijn. (Wie heeft deze prognose eigenlijk verzorgd?)

Wij hebben het over een aantal punten kort gehad, maar kan je per punt verklaren waar het fout gaat? Dat schijft ook makkelijker weg in de plannen.

De grootste pijnpunten in de rendementskwestie hebben we volgens mij al gevonden. Top dat [naam 8] je hier ook even mee wilde helpen.

(…)

Andere suggesties die je mee kunt nemen;

(…)

Verder heb ik doorgegeven [vestigingsplaats] 1 onder intensief beheer te plaatsen. Hiervoor hebben wij nodig:

 Het maandelijks delen van de cijfers

 Het wekelijks delen van het OT formulier

 Het wekelijk delen van het financiële planning formulier (bijlage)

Hierdoor zijn we in staat om iedere week te kijken hoe veranderingen aanslaan en de kans daar bij te sturen. (…)”

2.21.

Bij e-mail van 9 november 2018 heeft [eiser] aan [naam 2] , voor zover relevant, het volgende geschreven:

“(…)

Allereerst wil ik melden dat zoals je weet de vraag om hulp bij de exploitatie er al geruime tijd ligt en vanaf het begin daarin de ondersteuning niet is geweest.

(…)

Heb je een idee hoe om te gaan met de afgelopen 7 maanden?

Aan de hand van mijn inmiddels eigen bevindingen, die van oa [naam 8] en hopende dat dat oplossingen zijn ben ik inderdaad reeds begonnen het eea in te zetten op oa de punten die je aangeeft.

Ook flyers laten drukken om te verspreiden enz.

De cijfers zijn al bij jullie bekend, deze zijn diverse keren gedeeld, eerst met een aanvraag ivm [vestigingsplaats] 2 en vervolgens tot en met Juni.

En laatst de cijfers van augustus.

Ik zal deze zodra E en R ze heeft na het aflopen van de maand doorsturen.

Ik heb geen OT formulier ontvangen, wel werken we met een lijst nu welke ik zelf aan de hand van een lijst waar [naam 8] mee werkt zoals met jou besproken.

(…)”

2.22.

Bij e-mail van dezelfde dag heeft [naam 2] als volgt geantwoord, voor zover relevant:

“(…)

Je schetst nu een beeld alsof je 7 maanden om hulp geroepen hebt inzake [vestigingsplaats] 1, wij weten beiden dat dit niet helemaal waar is. De focus verschoof vaak genoeg naar [vestigingsplaats] 2.

Voorbeelden; (…)

Naar mijn weten is jouw focus op [vestigingsplaats] 1 en vragen richting mij eind september ontstaan. Wat ik je daarop wederom aanbied:

- Sindsdien heb je inderdaad [naam 8] gevraagd en die heeft je op een aantal operationele zaken gewezen. (…)

- Daarnaast bied ik je aan te helpen met marketing om omzet te creëren en de besteding per inwoner te vergroten (heb ik in een mail van 25-10 ook al gedaan, geen reactie?). Suggesties staan in mijn mail van 5-11, maak een opzet en dan maken we het samen af. (…)

- (…)

- Moeten we samen met Finance naar de cijfers gaan kijken? Dan heb ik zoals eerder vermeld onderstaande zaken vanaf nu van je nodig;

(…)

- Wil je dat ik meekijk naar het formulier uit de winkel?

Hoe met de afgelopen 7 maanden om te gaan? Dat staat in mijn mail hieronder en nu ook hierboven. Een CONCREET plan maken, aan de hand van alle facetten die ik voor je opgesomd hebt. Blijkt dat daaruit harde behoeftes ontstaan kunnen we daar op inspelen. (…) Ik en genoeg anderen willen je helpen, en dat is dus ook al tot op zekere hoogte gebeurd. Maar maak een plan, of geef op zn minst concreet antwoord zodat wij weten waarbij we je specifiek kunnen helpen.

(…)

Ik kom maandag graag bij je langs om te kijken hoever je bent gekomen en waarbij ik je kan helpen. Dan wil het van te voren wel inzien.”

2.23.

Bij brief van 27 december 2018 heeft (de toenmalige advocaat van) [eiser] NYP gesommeerd haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst na te komen. In deze brief staat dat [eiser] zijn verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst en de Overeenkomst Deal [vestigingsplaats] opschort, totdat er een oplossing is getroffen.

2.24.

Op 30 januari 2019 heeft [eiser] NYP als gevolg van een tussen hen ontstaan geschil over iDeal- en creditcardbetalingen in kort geding gedagvaard (hierna: het kort geding). [eiser] heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat NYP tekort schiet in de nakoming van de franchiseovereenkomst.

2.25.

Bij vonnis van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:1172) heeft de voorzieningenrechter van rechtbank Amsterdam de door [eiser] jegens NYP gevorderde voorzieningen geweigerd.

2.26.

Bij e-mail van 20 februari 2019 heeft [naam 2] , in reactie op de e-mail van [eiser] van 19 februari 2019, [eiser] geadviseerd over variabele kosten (food- en labourcosts) om de kostenstructuur van [vestigingsplaats] 1 verder op orde te krijgen. [naam 2] heeft [eiser] operationele ondersteuning in de vorm van meeloop-dag-trainer aangeboden, alsmede wekelijkse feedback op de in te vullen OT formulieren (formulieren waarin KPI’s worden omschreven) en marketingplannen.

2.27.

Op 21 februari 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 2] en [eiser] over de problemen omtrent de bedrijfsvoering. [eiser] heeft naar aanleiding van deze bespreking de volgende e-mail aan [naam 2] verstuurd, voor zover relevant:

“(…)

Vanmorgen hebben wij elkaar gesproken met als intentie de voortgang en hoe los van wat er allemaal loopt.

Jullie hebben aangegeven wel mee te willen gaan kijken waarom de food en labor kosten afwijken van hetgeen volgens NYP gebruikelijk zou moeten zijn. Een aantal door mijzelf ondernomen actie’s en in de toekomst tezamen te nemen acties zijn daarin besproken.

Van een trainer die een keer meeloopt om zijn zienswijze op punten van verbetering te geven tot het bijhouden van een formulier welke naast het systeem dagelijks de cijfers weergeeft zodat het makkelijker over een periode inzichtelijk gemaakt kan worden en waarop evt. externe kosten vermeld kunnen worden, deze wordt overigens zoals bekend al een aardige tijd door mij bijgehouden.

Ook het gebied goed in kaart brengen waar actie’s nodig zijn deze aantrekkelijker maken.

(…)”

2.28.

Op 1 maart 2019 heeft een corporate trainer van NYP, de heer [naam 3] , een avond meegelopen met [eiser] bij [vestigingsplaats] 1. Hij heeft op basis daarvan op 5 maart 2019 een uitgebreide e-mail aan [eiser] verstuurd met daarin zijn bevindingen en verbeterpunten op operationeel gebied.

2.29.

Op 27 maart 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en de heer [naam 4] , [functie] van NYP.

2.30.

Bij e-mail van 7 mei 2019 heeft [eiser] aan NYP zijn ongenoegen geuit over onder meer het gebrek aan ondersteuning. [naam 2] heeft op dezelfde dag gereageerd, waarin hij tevens heeft aangegeven dat hij de gevraagde cijfers en OT formulieren nog niet voorbij heeft zien komen.

2.31.

Bij brief van 31 mei 2019 heeft (de voormalige advocaat van) [eiser] de tussen partijen geldende overeenkomsten vernietigd wegens dwaling en ontbonden en meer subsidiair opgezegd tegen de eerst mogelijke datum.

2.32.

NYP heeft bij e-mail van dezelfde datum via haar advocaat de rechtmatigheid en de rechtsgeldigheid van voornoemde rechtshandelingen van [eiser] betwist. [eiser] is verder gesommeerd zijn verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomsten na te komen en [vestigingsplaats] 1 open te houden.

2.33.

[eiser] heeft de exploitatie van [vestigingsplaats] 1 per 2 juni 2019 gestaakt en de vestiging gesloten met achterlating van de inventaris. In reactie hierop heeft NYP bij e-mail van 2 juni 2019 de franchise- en de (onder)huurovereenkomst ontbonden en [eiser] aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. In een e-mail van de advocaat van NYP van 12 juni 2019 staat dat hij uit een eerder bericht van de advocaat van [eiser] afleidt dat [eiser] geen aanspraak meer maakt op het gehuurde en dat hij de kwestie huurrechtelijk als afgedaan beschouwt.

2.34.

In de daarop volgende periode hebben [eiser] en NYP uitgebreid gecorrespondeerd en onderhandeld over de overname van [vestigingsplaats] 1 en de inventaris. Partijen zijn het niet eens geworden over een prijs voor [vestigingsplaats] 1 aan een opvolgend franchisenemer.

2.35.

Bij koopovereenkomst van 18 september 2019 heeft [eiser] de inventaris van [vestigingsplaats] 1 voor € 30.000,00 aan NYP verkocht.

2.36.

Bij vonnis van 22 april 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:3515) heeft de rechtbank Rotterdam [eiser] veroordeeld om aan [naam 1] de contractuele boete te betalen van € 30.000,00 wegens ontbinding van de koopovereenkomst van 1 maart 2018 inzake [vestigingsplaats] 2.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert na diverse vermeerderingen en wijzigingen van eis dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

“(…)

I A). voor recht te verklaren dat [eiser] heeft gedwaald ten aanzien van de exploitatiemogelijkheden van een New York pizzawinkel conform de New York pizza franchiseformule te exploiteren doordat NYP aan hem een verouderde algemene kostenstructuur van een New York pizzawinkel heeft verstrekt, en [eiser] op basis van deze ondeugdelijke – niet actuele - informatie de beslissing heeft genomen om pizzawinkel(s) volgens de New York pizza franchiseformule te gaan exploiteren en daartoe in de door NYP bepaalde volgorde een voorovereenkomst, koopovereenkomsten onder ontbindende en/of opschortende voorwaarden heeft gesloten met een andere franchisenemer van NYP en met NYP een franchise- en huurovereenkomst en overeenkomst Deal [vestigingsplaats] heeft gesloten en vervolgens tot exploitatie van winkel [vestigingsplaats] 1 is overgegaan.

B). voor recht te verklaren dat de door [eiser] met NYP gesloten voorovereenkomst, franchise­ en (onder)huurovereenkomst en overeenkomst Deal [vestigingsplaats] buitengerechtelijk zijn vernietigd door [eiser] bij schrijven d.d. 31 mei 2019, althans dat uw rechtbank deze overeenkomsten alsnog vernietigd wegens dwaling subsidiair voor recht te verklaren dat voornoemde overeenkomsten tussen [eiser] en NYP door zijn schrijven d.d. 31 mei 2019 zijn ontbonden althans voornoemde overeenkomsten alsnog te ontbinden tegen een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum.

C). voor recht te verklaren dat NYP in strijd met boek 7, titel 16 BW betreffende 'franchise' heeft gehandeld althans het gedachtengoed hiervan ten aanzien van de op een franchisegever rustende informatie- en zorgvuldigheidsverplichtingen, dat alstoen reeds anticiperend in de franchise werd gehanteerd c.q. (mitsdien) anticiperend had behoren te worden gehanteerd door NYP, en zij in strijd hiermee heeft gehandeld door onder meer aan [eiser] een verouderde algemene kostenstructuur van een New York Pizza winkel ('benchmark' zoals overgelegd als productie 1 dagvaarding) te verschaffen.

II.

Primair:

1. Te verklaren voor recht dat NYP schadeplichtig is jegens [eiser] wegens toerekenbare tekortkoming en/of onrechtmatig handelen dan wel op grond van ongerechtvaardigde verrijking dan wel wegens handelen in strijd met de normen van redelijkheid en billijkheid door één of meer gedragingen en/of tekortkomingen zoals die in de dagvaarding zijn beschreven, waaronder:

a) niet de zorgplicht te betrachten die op NYP als franchisegever rustte jegens [eiser] als franchisenemer door aan hem een verouderde algemene kostenstructuur van een New York Pizza winkel ('benchmark' zoals overgelegd als productie 1 dagvaarding) te verschaffen;

b) aan [eiser] onvoldoende relevante informatie te verschaffen omtrent de exploitatie- en kostenstructuur van een New York Pizzawinkel, bijvoorbeeld aangaande de omvanggrootte van het te bedienen gebied, met als gevolg langere reis- en bezorgtijden en dientengevolge gepaard gaande met hogere (arbeid- en vervoers-)kosten;

c) [eiser] niet te behoeden noch te waarschuwen dat hij bij de opstelling van zijn exploitatiebegroting winkel [vestigingsplaats] 1 voor de variabele kosten zoals food, arbeid, overige kosten niet kon uitgaan van de aan hem verstrekte algemene kostenstructuur van een New York Pizza winkel ('benchmark' zoals overgelegd als productie 1 dagvaarding) noch anderszins hem te hebben gewaarschuwd dat de variabele kosten voor deze winkel te laag zijn begroot,

d) niet of nauwelijks althans onvoldoende ondersteuning (hulp en bijstand) te verlenen aan [eiser] bij de exploitatie van diens onderneming te [vestigingsplaats] , zowel in de beginfase als na hulpverzoeken van [eiser] , teneinde te komen tot een rendabele exploitatie van de franchiseonderneming conform de franchiseovereenkomst;

e) niet nakoming door NYP van de door de heer [naam 5] , Corporate trainer van NYP, gedane toezegging dat [naam 6] , de franchise consultant van NYP, afspraken voor ondersteuning van [eiser] met [eiser] zou maken;

f) Na te laten om als zorgvuldig handelend franchisegever op te treden ter bescherming van de belangen van [eiser] als franchisenemer door:

le). van [eiser] te verlangen om direct niet alleen voor winkel [vestigingsplaats] 1 een koopovereenkomst te sluiten, maar tevens gelijktijdig te verlangen van [eiser] dat hij ook gelijktijdig een koopovereenkomst voor winkel [vestigingsplaats] 2 zou sluiten onder de opschortende voorwaarde van een tijdsbepaling, terwijl [eiser] de koop van de tweede winkel afhankelijk wilde stellen van een bepaalde omzet en/of rendement van de eerste winkel [vestigingsplaats] 1,

2e). Extra bepalingen toe te voegen aan de koopovereenkomsten [vestigingsplaats] 1 en 2 en daarbij niet te letten op de in het contract (alsmede in het door haar verstrekte blanco format) opgenomen boetebedingen, waardoor [eiser] na een succesvolle inroeping van de ontbindende financieringsvoorwaarde desondanks een boetesom met rente en kosten verschuldigd is geworden aan verkoper van winkel [vestigingsplaats] 2, de heer [naam 1] ,

3e)niet nakoming van art. 2 overeenkomst 'deal [vestigingsplaats] (productie 12 dagvaarding) door niet de afspraken betreffende [vestigingsplaats] 2 ( [adres 2] ) maandelijks te evalueren met als doel de vestiging bovengemiddeld te laten presteren en/of door niet dan wel onvoldoende toezicht te houden en na te laten tijdig maatregelen te treffen opdat de exploitatie van winkel [vestigingsplaats] 2 door franchisenemer [naam 1] op dezelfde voet en inzet en met een gelijkwaardig omzetniveau als voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst met [eiser] zou blijven exploiteren tot de door NYP bedongen overdrachtsdatum van winkel [vestigingsplaats] 2 aan [eiser] ,

4e). [eiser] niet behulpzaam te zijn althans niet in het belang van [eiser] te bemiddelen bij (het inroepen van) de ontbinding van koopovereenkomst [vestigingsplaats] 2, vanwege de sterk afgenomen omzetten in de loop van 2018 en/of

5e) [eiser] tegen de adviezen van de Rabobank en ING-bank in, te pressen toch de winkel [vestigingsplaats] 2 van [naam 1] af te nemen, ondanks een sterke omzetdaling en afnemende rendementen van deze winkel [vestigingsplaats] 2 in 2018, de in het koopcontract genoemde ontbindende voorwaarden alsmede de door NYP zelf gehanteerde voorwaarden voor overdracht van een winkel (prod.2 dagvaarding);

g) Doordat NYP te eigen bate is tussengekomen in de verkooponderhandelingen welke lopende waren tussen [eiser] als verkoper en franchisenemer [naam 7] als koper, waardoor het heeft kunnen gebeuren dat niet [eiser] , maar NYP de winkel [vestigingsplaats] 1 aan voornoemde heer [naam 7] heeft verkocht tegen een lager bedrag dan de heer [naam 7] en NYP daarbij heeft nagelaten aan [eiser] een redelijke vergoeding te voldoen voor de overname van de winkel [vestigingsplaats] 1, behoudens een bedrag voor de inventaris, waarbij NYP [eiser] op achteraf in 2021 gebleken onjuiste gronden (verbouwing winkel aan nieuw instoreconcept, waardoor inventaris niet bruikbaar en verouderd zou zijn) heeft bewogen in te stemmen met een te lage vergoeding voor de inventaris van winkel [vestigingsplaats] 1 en aldus [eiser] op onheuse gronden heeft benadeeld.

2. NYP te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan [eiser] op grond van één of meerdere grondslagen als hierboven bij petitum II.1 primair genoemde grondslagen, welke vergoeding nader dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend bij wet en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2018 althans vanaf 31 mei 2019 althans vanaf de dag der dagvaarding althans vanaf een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot de dag der algehele voldoening;

3. NYP te veroordelen tot terugbetaling aan [eiser] van hetgeen [eiser] als onverschuldigd heeft voldaan in kader van de voorovereenkomst, franchise- en (onder)huurovereenkomst en overeenkomst deal [vestigingsplaats] indien de rechtbank deze overeenkomsten vernietigd wegens dwaling in kader van de hierdoor ontstane ongedaanmakingsverplichtingen van partijen.

Subsidiair, indien het onder II.1 en 2 en 3 primair gevorderde niet geheel door de rechtbank wordt toegewezen:

4. NYP te veroordelen tot betaling aan [eiser] tegen een behoorlijk bewijs van kwijting een schadeloosstelling c.q. schadevergoeding welke schadeloosstelling c.q. schadevergoeding nader dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2018 althans vanaf 31 mei 2019 althans vanaf de dag der dagvaarding althans vanaf een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot de dag der algehele voldoening.

5. Meer subsidiair, indien het gevorderde onder petitum 3 subsidiair niet wordt toegewezen het uw rechtbank behage om op grond van art. 6:230 lid 2 BW de overeenkomst zodanig te wijzigen dat het door [eiser] geleden nadeel als gevolg van de dwaling wordt opgeheven en/of vergoed door NYP aan [eiser] ;

III.

(Primair en subsidiair):

6. NYP te veroordelen in de kosten van deze procedure alsmede in de nakosten van deze procedure, en daarbij te bepalen dat de vast te stellen proceskosten en nakosten worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het wijzen van het vonnis, indien tijdige betaling in der minne binnen deze termijn uitblijft.”

3.2.

NYP voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

Inleidende overwegingen

4.1.

Het gaat in deze zaak over twee NYP-vestigingen in [vestigingsplaats] die [eiser] als franchisenemer bij koopovereenkomsten van 1 maart 2018 van [naam 1] heeft overgenomen. Daarnaast is [eiser] een voorovereenkomst, de franchiseovereenkomst, de Overeenkomst Deal [vestigingsplaats] en de (onder)huurovereenkomst met franchisegever NYP aangegaan (hierna: de overeenkomsten). [eiser] vordert vernietiging van de overeenkomsten op grond van dwaling, en/of ontbinding. Verder vordert hij schadevergoeding van NYP wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomsten of onrechtmatige daad, althans een vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking of handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. [eiser] heeft in essentie twee feitelijke verwijten aan deze vorderingen ten grondslag gelegd, namelijk dat hem een verkeerd beeld is voorgeschoteld en dat hem onvoldoende begeleiding is geboden. Deze punten zullen hierna afzonderlijk worden besproken.

Benchmark

4.2.

De centrale stelling van [eiser] is dat hij bij het sluiten van de overeenkomsten heeft gedwaald door de door NYP aan hem verstrekte ondeugdelijke benchmark. Hij licht dit, samengevat, als volgt toe. [eiser] is bij het invullen van de exploitatiemodellen voor de variabele kosten, zoals voedselkosten en loonkosten, uitgegaan van de benchmark. Deze benchmark was, in combinatie met de van [naam 1] ontvangen omzetgegevens, de basis voor het te behalen rendement met [vestigingsplaats] 1. [eiser] is ervan uitgegaan dat NYP de door [naam 1] verstrekte cijfers had gecontroleerd. De informatie die NYP heeft verstrekt over de meerwaarde van haar franchiseformule, is voor [eiser] cruciaal geweest om de overeenkomsten aan te gaan. Tijdens de exploitatie van [vestigingsplaats] 1 heeft [eiser] echter bemerkt dat de in de benchmark beschreven kostenstructuur niet meer actueel is en geen representatief beeld geeft van de kosten van een gemiddelde NYP franchisewinkel. De benchmark dateert van januari 2014 en was in augustus 2017 reeds 3,5 jaar oud. De markt- en kostenstructuur van een pizzabezorgketen is in de loop der jaren gewijzigd en de concurrentiepositie is toegenomen, waardoor er nu meer kosten moeten worden gemaakt om dezelfde omzet te realiseren. NYP heeft verzuimd haar benchmark hieraan aan te passen. Bij een juiste voorstelling van zaken had [eiser] de overeenkomsten met NYP niet gesloten, althans niet onder deze voorwaarden. Door [eiser] in de precontractuele fase niet op het gebrek in de benchmark te wijzen en na te laten deugdelijke informatie te verstrekken, heeft NYP bovendien onrechtmatig gehandeld, dan wel is zij tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten en heeft zij in strijd met de redelijkheid en billijkheid gehandeld.

4.3.

NYP voert daartegen aan dat de benchmark niet onjuist was of verouderd, maar toepassing miste. De benchmark had betrekking op een nieuw te openen vestiging in [woonplaats] . Toen bleek dat [eiser] twee vestigingen van [naam 1] in [vestigingsplaats] wilde overnemen, heeft NYP [eiser] een leeg exploitatiemodel verstuurd. [eiser] heeft pas ná de koopovereenkomsten van 1 maart 2018 eigen berekeningen gemaakt met zijn financiële adviseur, gebaseerd op de aangeleverde cijfers van [naam 1] over de bestaande omzetten en kostenstructuur. NYP betwist dat deze berekeningen en modellen voor [eiser] doorslaggevend zijn geweest en dat de benchmark niet meer gebruikt kon worden voor vestigingen met een omzet tot € 5.000,00. Bovendien geldt dat een prognose naar haar aard een onzekere toekomstige gebeurtenis is en het niet realiseren daarvan onvoldoende is voor een geslaagd beroep op dwaling. Nu het om een onderlinge verkoop van bestaande vestigingen tussen twee franchisenemers ging, was er geen algemene wettelijke of contractuele verplichting van NYP om aan [eiser] exploitatiecijfers of kostenstructuur te verstrekken. Van tekortschieten of onrechtmatig handelen door NYP in de voorfase kan dan ook geen sprake zijn, aldus het verweer van NYP.

4.4.

Op grond van artikel 6:228, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar, (a) indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten, ofwel (b) indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten, ofwel (c) indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden. Op grond van het tweede lid van artikel 6:228 BW kan de vernietiging niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

4.5.

Bij de beoordeling van het beroep op dwaling is van belang dat [eiser] het door NYP op 19 maart 2018 verstuurde exploitatiemodel met zijn financiële adviseur heeft ingevuld, pas nadat hij de koopovereenkomsten met [naam 1] op 1 maart 2018 had gesloten (zie 2.8. – 2.11.). Zoals ook uit de stellingen van [eiser] volgt, beschikte hij op dat moment niet alleen over de benchmark, maar ook over de door [naam 1] aangeleverde financiële informatie met daarin de omzetgegevens en de bestaande kostenstructuur van onder meer [vestigingsplaats] 1. [eiser] heeft, zoals op de zitting toegelicht, de prognoses uit de benchmark afgezet tegen de jaarrekening die hij van [naam 1] heeft ontvangen en heeft geconstateerd dat daarin verschillen zaten. Deze exploitatiemodellen zijn vervolgens op 22 maart 2018 aan NYP verstuurd, die op haar beurt bij e-mail van 25 maart 2018 daarop heeft gereageerd. Gegeven deze feitelijke gang van zaken is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft toegelicht dat de benchmark voor hem desondanks essentieel was voor het aangaan van de overeenkomsten. Dit had wel op zijn weg gelegen nu hij [vestigingsplaats] 1 toen immers al had gekocht en de gegevens van NYP voor de koop van de onderneming zelf kennelijk niet doorslaggevend waren.

4.6.

Verder geldt dat de benchmark algemene gemiddelden weergeeft van onder meer de variabele kosten voor nieuwe vestigingen. Zoals ook in de toelichting onder de benchmark staat, zijn de cijfers afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de inzet van lokale marketingactiviteiten, kostenbeheersing, kwaliteit & servicegerichtheid van franchisenemer en zijn personeel. [eiser] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van NYP, ook onvoldoende onderbouwd dat de benchmark onjuist dan wel verouderd was. Het enkele feit dat de variabele kosten voor [vestigingsplaats] 1 hoger zouden zijn uitgevallen, maakt niet dat de benchmark, die gegeven de toelichting van NYP van toepassing is op nieuwe vestigingen, ondeugdelijk is. Voor zover [eiser] bepaalde verwachtingen ten aanzien van de toekomst heeft ontleend aan de benchmark, kan dat een beroep op dwaling niet rechtvaardigen. Dit leidt alles ertoe dat [eiser] bij het aangaan van de overeenkomsten zich niet kan beroepen op dwaling zoals bepaald in artikel 6:228 BW en dat de buitengerechtelijke vernietiging daarvan bij brief van 31 mei 2019 geen effect sorteert.

4.7.

Ten aanzien van de schadevergoedingsvorderingen van [eiser] die eveneens zijn gebaseerd op zijn voornoemde stellingen, overweegt de kantonrechter het volgende. De Hoge Raad heeft in het arrest van 25 januari 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AD7329) geoordeeld dat uit hetgeen de redelijkheid en billijkheid eisen, in verband met de aard van de franchiseovereenkomst, niet de algemene regel voortvloeit dat op de franchisegever een verbintenis rust om de franchisenemer in te lichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting, zij het dat de bijzondere omstandigheden van het geval een zodanige verbintenis wel kunnen meebrengen. Uit de enkele omstandigheid dat de franchisegever bij de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst aan de franchisenemer een rapport over de te verwachten omzet en de te verwachten winst heeft verschaft, kan niet worden afgeleid dat een daartoe strekkende verbintenis op eerstgenoemde rustte.

Wel kan de franchisegever die een rapport, zoals hiervoor bedoeld, aan zijn wederpartij verschaft onder omstandigheden onrechtmatig handelen. In het geval dat de franchisegever het onderzoek en het opstellen van het daarop gebaseerde rapport aan een derde heeft uitbesteed, mag ook de franchisegever in de regel op de juistheid van het door de derde opgestelde rapport vertrouwen. In dat geval zal echter in beginsel van onzorgvuldig handelen zijnerzijds sprake zijn indien hij weet dat dit rapport ernstige fouten bevat en hij zijn wederpartij niet op deze fouten opmerkzaam maakt.

In het geval dat de franchisegever het onderzoek uitvoert en de resultaten daarvan aan zijn wederpartij verstrekt, kan ook sprake zijn van onzorgvuldig handelen zonder dat de franchisegever weet dat het rapport fouten bevat. Dit is het geval indien de onzorgvuldigheid van de franchisegever heeft geleid tot de fouten in het rapport (vgl. Hoge Raad 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1696).

4.8.

Gelet op het voorgaande bestond er geen algemene verplichting van NYP om [eiser] informatie te verschaffen omtrent omzetprognoses of winstverwachting, dan wel om onderzoek te doen naar de juistheid van de door [naam 1] verstrekte gegevens op basis waarvan [eiser] de exploitatiemodellen heeft (laten) invullen. Dit zijn partijen in artikel 1.1 van de franchiseovereenkomst ook met zoveel woorden overeengekomen (zie 2.12.). Voor bijzondere omstandigheden als in het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad heeft [eiser] onvoldoende gesteld. In het verstrekken van de benchmark, waarvan niet is komen vast te staan dat deze onjuist dan wel verouderd was, kan met inachtneming van voormelde maatstaf geen grond worden gevonden voor het oordeel dat NYP hierom schadeplichtig is op grond van tekortkoming in de nakoming van de overeenkomsten of onrechtmatige daad. Dit levert evenmin een grond op voor ongerechtvaardigde verrijking of handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Dit brengt mee dat de met deze feitelijke grondslag samenhangende vorderingen van [eiser] , in zoverre niet voor toewijzing in aanmerking komen.

Hulp en ondersteuning

4.9.

[eiser] heeft zijn schadevergoedingsvorderingen voorts met name gegrond op de stelling dat NYP heeft nagelaten hem gedurende de overeenkomsten adequate hulp en structurele ondersteuning te verlenen. Hiervoor voert hij, samengevat, het volgende aan. [eiser] heeft vrij snel na aanvang zijn beklag gedaan bij NYP, omdat de door hem gerealiseerde resultaten ver achter bleven bij de omzetten die hij mocht verwachten op basis van de informatie die NYP heeft verschaft. Van een concreet en constructief plan van aanpak van de zijde van NYP teneinde de achtergebleven omzetten tegen te gaan is het echter nooit gekomen. Ondanks toezeggingen van NYP, heeft [eiser] de eerste zeven maanden van de exploitatie van [vestigingsplaats] 1 geen ondersteuning gekregen vanuit NYP. Ook na het kort geding is advies en begeleiding, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, uitgebleven. Verder heeft NYP nagelaten op te treden in de situatie van [eiser] met [naam 1] omtrent [vestigingsplaats] 2. NYP is vanwege deze tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomsten in verzuim komen te verkeren. [eiser] heeft dan ook terecht de overeenkomsten op 31 mei 2019 per direct kunnen beëindigen. NYP is gehouden de schade die [eiser] daardoor heeft geleden te vergoeden, aldus [eiser] .

4.10.

NYP betwist dat zij is tekortgeschoten. Zij voert aan dat zij [eiser] gedurende de overeenkomsten voldoende hulp en bijstand heeft verleend bij de exploitatie van zijn onderneming. De dalende omzetten en de winsten van [vestigingsplaats] 1 zijn te wijten aan het handelen en nalaten van [eiser] als zelfstandig ondernemer en niet aan enig tekortschieten van NYP. NYP heeft [eiser] zowel in de opstartfase, door middel van een operationele training van twaalf weken, als daarna voldoende begeleid. Daarnaast heeft NYP [eiser] frequent bezocht in [vestigingsplaats] 1. [eiser] heeft zelf geen openheid van zaken gegeven om hem financieel goed te kunnen adviseren door onder meer na te laten om de OT-formulieren en marketingplannen in te vullen, ondanks concrete verzoeken van [naam 2] daartoe. [eiser] deed zeer beperkt mee aan centraal georganiseerde marketingacties. Het was dan ook ondoenlijk om [eiser] op het gebied van operations in financiën te ondersteunen. Ook na het kort geding heeft NYP zich voldoende ingespannen om de exploitatie van [vestigingsplaats] 1 door [eiser] te verbeteren en hem te adviseren. Verder heeft NYP op haar eigen kosten een mediationprocedure gefaciliteerd in het geschil over de afname van [vestigingsplaats] 2 tussen [eiser] en [naam 1] . Tot slot heeft NYP de nodige onderzoeken en voorstellen gedaan om [vestigingsplaats] 1 te kunnen verkopen om tot een aanvaardbare afwikkeling van de samenwerking te komen. NYP is dan ook niet tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.

4.11.

De kantonrechter overweegt als volgt. [eiser] heeft bij aanvang van de franchiserelatie een operationeel trainingstraject bij NYP gevolgd, dat hij op 3 mei 2018 heeft afgerond. [eiser] heeft bij e-mail van 22 oktober 2018 om hulp en ondersteuning van NYP verzocht, waarop partijen hierover met elkaar hebben gecorrespondeerd (zie 2.17. – 2.22.). Uit de vastgestelde correspondentie blijkt dat [naam 2] [eiser] in reactie op zijn e-mails regelmatig heeft geadviseerd over operationele zaken en concreet is ingegaan op de kostenstructuur van [vestigingsplaats] 1. [naam 2] heeft in deze e-mails, maar ook later (zie 2.30.), [eiser] steeds verzocht om de cijfers en de OT-formulieren met NYP te delen, zodat NYP [eiser] kon sturen op zijn omzetcijfers en kostenoverzichten. NYP heeft ook voor de periode na het kort geding concreet benoemd welke ondersteuning zij aan [eiser] heeft geboden en verleend, waaronder een zogenaamde meeloop-dag-trainer alsmede wekelijkse feedback op de door [eiser] in te vullen OT-formulieren en marketingplannen (zie in dit verband ook 2.26. – 2.28.). Onvoldoende gebleken is dat [eiser] de gevraagde informatie met NYP heeft gedeeld. Verder heeft NYP onbetwist aangevoerd dat zij [eiser] heeft ondersteund om een oplossing te vinden voor zijn geschil met [naam 1] omtrent [vestigingsplaats] 2. Tussen [eiser] en NYP hebben diverse besprekingen plaatsgevonden en partijen beschuldigen elkaar ervan de oorzaak te zijn dat dit niet tot bevredigende resultaten heeft geleid. Echter, [eiser] heeft in het licht van de gemotiveerde betwisting van NYP onvoldoende concreet gemaakt welke contractuele verplichtingen NYP heeft geschonden. [eiser] heeft tegenover het betoog van NYP evenmin nader onderbouwd welke specifieke hulp of ondersteuning door NYP is uitgebleven en waar deze dan concreet uit had moeten bestaan. In de gegeven omstandigheden is dan ook niet komen vast te staan dat NYP is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten. Voor (buitengerechtelijke) ontbinding van deze overeenkomsten en voor schadeplichtigheid van NYP is geen grond aanwezig. De hiermee samenhangende vorderingen van [eiser] worden afgewezen.

De nieuwe wettelijke regeling inzake franchise

4.12.

[eiser] heeft een verklaring voor recht gevorderd dat NYP, kort gezegd, in strijd heeft gehandeld met de nieuwe wettelijke regeling inzake franchise (Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van regels omtrent de franchiseovereenkomst, Staatblad 2020, 251) die met ingang van 1 januari 2021 in werking is getreden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om deze wet, die een uitgestelde werking van twee jaar kent voor bestaande overeenkomsten, bij anticipatie toe te passen. [eiser] heeft geen omstandigheden gesteld die maken dat van NYP verwacht mocht worden dat zij zich bij het sluiten van de overeenkomsten in maart 2018 al aan verplichtingen zou houden die pas geruime tijd later een wettelijke basis kregen. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

Conclusie

4.13.

De slotsom is dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Al hetgeen overigens is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

Proceskosten

4.14.

[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van NYP veroordeeld. Deze worden begroot op € 360,00 aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief € 180,00).

4.15.

De nakosten worden begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als bij de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van NYP tot op heden begroot op € 360,00,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis aan de zijde van NYP ontstane nakosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68,00 aan salaris gemachtigde en de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bakker, rechter, bijgestaan door mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2021.1

De griffier De kantonrechter

1type: HA coll: