Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3495

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
C/13/700604 / KG ZA 21-304
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Russische website wordt door de voorzieningenrechter verplicht om bepaalde artikelen, waarin beschuldigingen worden geuit aan het adres van Bellingcat en een van haar journalisten, te verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/700604 / KG ZA 21-304 MDvH/MV

Vonnis in kort geding van 29 juni 2021

in de zaak van

de vennootschap naar Russisch recht

OOO FAN,

gevestigd te Sint Petersburg (Russische Federatie),

eiseres in verzet bij dagvaarding van 4 mei 2021,

advocaat mr. W.P. den Hertog te Den Haag,

tegen

1. de stichting

STICHTING BELLINGCAT,

gevestigd te Amsterdam,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in verzet,

advocaat mr. J.A. Schaap te Amsterdam.

Partijen zullen hierna FAN, Bellingcat en [eiser 2] worden genoemd.

1 De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 15 juni 2021 heeft FAN de verzetdagvaarding toegelicht. Bellingcat en [eiser 2] hebben verweer gevoerd, en hun oorspronkelijke eis vermeerderd.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

aan de zijde van FAN: mr. Den Hertog;

aan de zijde van Bellingcat en [eiser 2] : [eiser 2] en mr. Schaap.
Na verder debat is vonnis bepaald op 29 juni 2021.

2 De feiten

2.1.

Bellingcat is een internationaal collectief van onderzoeksjournalisten. [eiser 2] is als journalist verbonden aan Bellingcat.

2.2.

FAN is de uitgever van een Russische nieuwssite (riafan.ru).

2.3.

Op 14 en 20 augustus 2020 heeft Bellingcat op haar website (www.bellingcat.com) artikelen gepubliceerd over Evgenii Prigozhin. Volgens die artikelen is Prigozhin betrokken bij verschillende Russische clandestiene operaties en bij stelselmatige intimidatie van Russische en niet-Russische journalisten. Voorafgaand aan deze publicaties heeft Bellingcat, in het kader van wederhoor, contact gezocht met verschillende personen die betrokken zijn bij de activiteiten van Prigozhin.

2.4.

FAN heeft op haar website (riafan.ru) vijf artikelen geplaatst waarin WhatsAppberichten en een voice message zijn opgenomen die volgens FAN afkomstig zijn van [eiser 2] en van andere medewerkers van Bellingcat. Die berichten houden – kort gezegd – in dat zij hebben gepoogd medewerkers van FAN om te kopen en dat zij die medewerkers bedreigen. Een van die artikelen is tevens geplaatst op de Engelstalige website stalkerzone.org.

2.5.

Op 18 januari 2021 hebben Bellingcat en [eiser 2] FAN gedagvaard te verschijnen ter zitting van 23 februari 2021 bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Gevorderd is verwijdering van de vijf onder 2.4 genoemde publicaties, plaatsing van een rectificatie op riafan.ru, een en ander op straffe van dwangsommen, en veroordeling van FAN in de proceskosten. Zij hebben hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat de vijf artikelen zijn bedoeld om Bellingcat en [eiser 2] te beschadigen vanwege hun publicaties over Prigozhin (zie 2.3).

2.6.

FAN is niet verschenen op de zitting van 23 februari 2021. In het vonnis van 9 maart 2021 is tegen haar verstek verleend en zijn de vorderingen toegewezen. Het dictum van het verstekvonnis luidt als volgt:

3.1

verleent verstek tegen FAN,
3.2 gebiedt FAN binnen 24 uur na betekening van dit vonnis van haar website rafian.ru te verwijderen en verwijderd te houden de FAN publicaties, in het geding gebracht als productie 11 en omschreven onder punt 11 van de dagvaarding, die beschikbaar zijn via de volgende URL’s:
https://riafan.ru/1290640-bellingcat-gotovit-novuyu-antirossiiskuyu-provokaciyu-svyazannuyu-s-federalnym-agentstvom-novostei

https://riafan.ru/1290754-kak-tebe-takoe-piter-van-khyus-10-prichin-pochemu-oproverzhenie-bellingcat-provalilos

https://riafan.ru/1290838-podkup-i-terror-bellingcat-pokazal-kak-vyglyadit-zapadnaya-zhurnalistika
https://riafan.ru/1303914-novoe-rassledovanie-bellingcat-stanet-kvintessenciei-zakaza-zapadnykh-specsluzhb-i-antirossiiskoi-propagandy

https://riafan.ru/1302373-bellingcat-prodolzhil-rassylat-ugrozy-sotrudnikam-ria-fan

3.3

gebiedt FAN binnen 48 uur na betekening van dit vonnis op haar website rafian.ru het volgende bericht te plaatsen, in de Russische taal, en daar gedurende zes (6) maanden geplaatst te houden, waarbij lettertype en lettergrootte van de kop en van de tekst hetzelfde zijn als die van de onder 3.2 genoemde publicaties, zonder weglatingen, aanvullingen of commentaar en zonder de mogelijkheid daarbij reacties te plaatsten:

“Op 3 juli, 4 juli, 14 augustus en 20 augustus 2020 hebben wij op deze website geschreven dat Bellingcat en de aan Bellingcat verbonden journalist [eiser 2] geprobeerd hebben medewerkers van onze organisatie om te kopen. Ook zouden onze medewerkers door hen zijn bedreigd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 9 maart 2021 geoordeeld dat deze beschuldigingen geen steun vonden in de feiten en derhalve onrechtmatig waren. Wij hadden niet tot publicatie van deze artikelen over mogen gaan.


De redactie van FAN.”

3.4

veroordeelt FAN om aan Bellingcat en [eiser 2] een dwangsom te betalen van € 25.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 3.2 of in 3.3 uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van € 500.000,00 is bereikt,

3.5

veroordeelt FAN in de proceskosten, aan de zijde van Bellingcat en [eiser 2] tot op heden begroot op € 1.408,81,

3.6

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7

wijst het meer of anders gevorderde af.

2.7.

In het verstekvonnis is daartoe het volgende overwogen:

2.5

Bellincat en [eiser 2] stellen dat de FAN publicaties valse beschuldigingen aan hun adres bevatten en wijzen daartoe op het volgende:

(i) [eiser 2] heeft de berichten die zijn opgenomen in de publicatie van 3 juli 2020 nooit verzonden. Op dat moment was hij niet betrokken bij het onderzoek naar Prigozhin (het onderwerp van deze publicatie).

(ii) De achternaam van [eiser 2] is verkeerd gespeld in het cyrillisch. De berichten zouden zijn verstuurd door “ [verzender 1] ”, terwijl [eiser 2] in een eerdere publicatie van Bellingcat “ [verzender 2] ” had gebruikt.

(iii) De WhatsApp berichten zouden zijn verstuurd van een Belgisch telefoonnummer (+32), terwijl [eiser 2] Nederlander is (+31) en geen Belgisch nummer heeft.

(iv) De stem op de audiofragmenten die onderdeel zijn van de publicatie van 3 juli 2020 die volgens FAN aan een Bellingcat medewerker (niet zijnde [eiser 2] ) zou toebehoren, komt geheel niet overeen met die van enige medewerker van Bellingcat. Voorts zouden de gebruikte voice messages zijn verstuurd vanaf hetzelfde Belgische telefoonnummer dat is gebruikt voor de berichten die aan [eiser 2] worden toegeschreven.

2.6

Gezien deze aanwijzingen staat voorshands vast dat de artikelen van FAN onrechtmatig zijn, zodat de vorderingen in kort geding toewijsbaar zijn. Bellingcat en [eiser 2] hebben hierbij een spoedeisend belang, onder meer omdat de onjuiste beschuldigingen aan hun adres worden overgenomen op andere websites en op social media.

2.8.

In het verstekvonnis is de verstekverlening als volgt gemotiveerd:

2.2

FAN is gevestigd te Sint Petersburg (Rusland) en volgens de vereisten van het Haags Betekeningsverdrag op 18 januari 2021 openbaar gedagvaard op de voet van artikel 55 lid 1 Rv. De voorzieningenrechter kan in spoedeisende gevallen in kort geding verstek verlenen tegen een in het buitenland gevestigde gedaagde wanneer nog niet is gebleken dat de betekeningsvoorschriften in acht zijn genomen, indien zoveel mogelijk is gewaarborgd dat de dagvaarding degene voor wie die is bestemd daadwerkelijk heeft bereikt en wel zo tijdig dat hij nog de mogelijkheid heeft gehad verweer te voeren. De advocaten van Bellingcat en [eiser 2] hebben in dit verband gesteld dat zij FAN op 24 december 2020 een sommatiebrief hebben gestuurd (per e-mail naar het op de website van FAN vermelde e-mailadres info@riafan.ru) en per aangetekende post, met daarbij gevoegd de in het Russisch vertaalde conceptdagvaarding. Op 19 januari 2021 heeft de deurwaarder
een afschrift van de dagvaarding (eveneens in een Russische vertaling) per aangetekende post en per UPS koerier verzonden naar het adres van FAN in Rusland, alsmede per e-mail, naar het op de website van FAN vermelde e-mailadres info@riafan.ru. Een bewijs dat de aangetekende zending op 12 februari 2021 bij FAN is bezorgd is in het geding gebracht. Ook zijn op 5 februari 2021 de producties per aangetekende post, UPS koerier en per e-mail verzonden. Een bewijs dat de UPS-zending met producties op 16 februari 2021 is afgeleverd is in het geding gebracht. Bij e-mail van 15 februari 2021 van de advocaat van Bellingcat en [eiser 2] is FAN geïnformeerd over het tijdstip van de kortgedingzitting. Op 16 februari 2021 zijn alle producties (nogmaals) per e-mail aan FAN verzonden. Al met al is hiermee – tegen de achtergrond van het spoedeisende karakter van de vorderingen – voldoende gewaarborgd dat FAN op de hoogte is van de inhoud van de dagvaarding en dat zij de mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren. Tegen FAN zal dan ook verstek worden verleend. Zie het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BB7192).

2.9.

In het verstekvonnis is verder overwogen dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank zich bevoegd acht van de vorderingen kennis te nemen en dat Nederlands recht van toepassing is. De overweging over de bevoegdheid luidt als volgt:

2.1

De vorderingen van Bellingcat en [eiser 2] hebben betrekking op een verbintenis uit onrechtmatige daad, in die zin dat zij onder meer strekken tot verkrijging van een rechterlijk bevel ter beëindiging van een schade brengend feit, dat zich in Nederland voordoet. De (beweerd) onrechtmatige publicaties zijn wereldwijd via internet toegankelijk en dus doet het schade brengende feit zich (mede) voor in Nederland. Nu het centrum van de belangen van Bellingcat en [eiser 2] zich in Nederland bevindt is de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 aanhef en sub e Rv bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam is op grond van artikel 102 Rv relatief bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen. Voor de uitleg van artikel 6 aanhef en sub e Rv wordt verwezen naar het arrest van Hof van Justitie van de EU (HvJEU 25 november 2011, ECLI:EU:C:2011:685 in de zaak eDate Advertising GMBH en Martinez) en naar het arrest van het Gerechtshof Den Bosch van 25 oktober 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:3904).

De overweging over de toepasselijkheid van het Nederlands recht luidt als volgt:

2.3

Op de vordering uit onrechtmatige daad van Bellingcat en [eiser 2] is gezien het bepaalde in artikel 10:159 BW en artikel 4 lid 1 van de Rome II- Verordening (EG nr. 864/2007) Nederlands recht van toepassing. De plaats “waar de schade zich voordoet” uit artikel 4 lid 1 Rome II-Vo als bepalend voor het toepasselijke recht wordt op dezelfde wijze uitgelegd als in het hierboven genoemde arrest inzake eDate Advertsising GMBH en Martinez. Waar Bellingcat en [eiser 2] onweersproken het centrum van hun belangen in Nederland hebben, leidt dit tot toepasselijkheid van Nederlands recht. Zie het arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1054).

3 Het geschil

3.1.

FAN vordert – kort gezegd – het volgende:
1. vernietiging van het verstekvonnis en opnieuw rechtdoende,
2. over te gaan tot onbevoegdverklaring, althans Bellingcat en [eiser 2] niet- ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen, althans die vorderingen af te wijzen,
3. indien het verstekvonnis niettemin wordt bekrachtigd, geen dwangsom op te leggen, althans een gematigde dwangsom, onder bepaling dat die dwangsom pas zal ingaan na betekening van het op dit verzet te wijzen vonnis, en
4. Bellingcat en [eiser 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Bellingcat en [eiser 2] hebben de volgende vermeerdering van eis ingesteld:
1. FAN te gebieden van haar website te verwijderen en verwijderd te houden de publicatie die bereikbaar is via de URL https://riafan.ru/1290983-tstad-bylynkat-lastfzaz-jdyd-mnahdh-lrwsya-mrtbt-bwkalh-alanbaa-alfydralyh;
2. FAN te gebieden de publicaties die zij ingevolge het verstekvonnis van haar website moet verwijderen en de publicatie waarvan onder 1. van de vermeerdering van eis verwijdering wordt gevorderd, tevens te verwijderen van alle websites die onder haar invloed staan en die onder haar beslissingsmacht vallen en al die publicaties niet via andere websites te publiceren.

3.3.

Bellingcat en [eiser 2] voeren hiertoe aan dat inmiddels is gebleken dat dezelfde beschuldigingen aan hun adres die zijn verboden in het verstekvonnis eveneens zijn te vinden op rafian.ru in een artikel in de Arabische taal. Op dit artikel ziet de eerste vordering die bij vermeerdering van eis is ingesteld. De tweede vordering is erop gebaseerd dat is gebleken dat alle artikelen waarin de beschuldigingen aan het adres van Bellingcat en [eiser 2] zijn opgenomen tevens zijn verschenen op andere websites, terwijl dit zonder twijfel is gebeurd op instigatie van FAN. Het gaat om 14 websites die zijn genoemd in de akte vermeerdering van eis. De veroordeling in het verstekvonnis dient om deze redenen te worden uitgebreid, aldus Bellingcat en [eiser 2] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

FAN is allereerst van mening dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen, althans dat zij onbevoegd is grensoverschrijdende maatregelen te treffen. Ter zitting heeft FAN het verweer dat de voorzieningenrechter onbevoegd is laten vallen. De voorzieningenrechter acht zich dan ook, onder verwijzing naar r.o. 2.1 van het verstekvonnis, bevoegd om van de vorderingen van Bellingcat en [eiser 2] kennis te nemen. Op de vraag of zij tevens bevoegd is grensoverschrijdende maatregelen te treffen, wordt hierna teruggekomen.

4.2.

FAN heeft bestreden dat Nederlands recht van toepassing is. FAN beroept zich er hierbij op dat de gestelde schade zich niet voordoet in Nederland, het land waar het centrum van de belangen van Bellingcat en [eiser 2] zich bevindt. Die schade kan zich immers niet voordoen in Nederland, aldus FAN, omdat de publicaties in de Russische taal zijn opgesteld. Onder verwijzing naar artikel 4 lid 3 van de Rome-II-verordening is daarom sprake van een nauwere band met Rusland, waardoor volgens FAN Russisch recht van toepassing is. Naar Russisch recht is geen sprake van een onrechtmatige daad, aldus FAN. Ten bewijze hiervan heeft zij een opinie in het geding gebracht van een Russische advocaat.

4.3.

Overwogen wordt dat de gewraakte publicaties niet alleen in het Russisch zijn gesteld, maar ook in het Engels en Arabisch. Russisch wordt niet alleen in Rusland gesproken, maar ook in tal van andere landen. Bovendien wonen ook in landen waar geen Russisch wordt gesproken mensen die die taal machtig zijn. Bij een van de artikelen is een foto van [eiser 2] geplaatst en in een van de artikelen is de naam van [eiser 2] in Latijnse letters geplaatst. Hierdoor zijn, door zoekmachines te gebruiken, de artikelen ook buiten Rusland gemakkelijk vindbaar. FAN heeft erkend dat Bellingcat en [eiser 2] het centrum van hun belangen in Nederland hebben. Al met al geeft hetgeen FAN heeft aangevoerd de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding af te wijken van het in r.o. 2.3 van het verstekvonnis neergelegde oordeel dat in deze zaak Nederlands recht van toepassing is.

4.4.

FAN heeft voorts bestreden dat de gewraakte artikelen onrechtmatig zijn omdat die artikelen geen beschuldigingen, laat staan valse beschuldigingen bevatten. FAN heeft naar eigen zeggen niets anders gedaan dan melding maken in haar

artikelen van de berichten die zij van de medewerkers van Bellingcat ontving, nadat zij, voor zover dit in haar macht lag, was nagegaan of die berichten inderdaad van Bellingcat afkomstig waren. FAN heeft hierbij bovendien ruiterlijk vermeld dat Bellingcat de authenticiteit van de berichten ontkent. Bellingcat heeft niet aangetoond dat de berichten zijn vervalst en heeft evenmin haar schade aangetoond, aldus FAN.

4.5.

Overwogen wordt als volgt. FAN erkent dat zij de artikelen, met daarin opgenomen de berichten van medewerkers van Bellingcat, op haar website heeft geplaatst. Dat FAN enkel doorgeefluik zou zijn van de berichten van Bellingcat is onvoldoende om te oordelen dat zij niet onrechtmatig handelt. Degene die een beschuldiging plaatst, in dit geval FAN, moet aan de hand van feitenmateriaal kunnen aantonen dat die beschuldiging gerechtvaardigd is. Het is niet zo dat Bellingcat moet aantonen dat de berichten vals zijn. Mede gezien de gemotiveerde betwisting van Bellingcat en de aanwijzingen die zij blijkens r.o. 2.5 van het verstekvonnis heeft dat hier sprake is van valse beschuldigingen (vervalst bewijsmateriaal) is FAN daarin niet geslaagd. Dit maakt de uitingen van FAN onrechtmatig en rechtvaardigt een beperking op de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) van FAN. Bellingcat heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel dat in het Arabisch is opgesteld, inhoudelijk hetzelfde artikel is als een van de artikelen die in het verstekvonnis zijn verboden. Dit heeft tot gevolg dat de eerste vordering die is ingesteld bij vermeerdering van eis zal worden toegewezen. Die vermeerdering van eis is niet in strijd met de goede procesorde ingesteld, zoals FAN nog heeft aangevoerd.

4.6.

Bellingcat en [eiser 2] hebben een spoedeisend belang bij toewijzing van de oorspronkelijke vorderingen om redenen zoals ook in r.o. 2.6 van het verstekvonnis opgenomen. Dit belang vloeit bovendien voort uit de aard van de zaak. Dat het eerste gewraakte artikel reeds dateert van juli 2020, doet aan het spoedeisend belang niet af, omdat het artikel immers nog steeds raadpleegbaar is. Om dezelfde redenen hebben Bellingcat en [eiser 2] een spoedeisend belang bij toewijzing van de eerste vordering die bij vermeerdering van eis is ingesteld.

4.7.

Over tweede vordering die is ingesteld bij vermeerdering van eis heeft FAN terecht aangevoerd dat de eis de artikelen te verwijderen “van alle websites die onder haar invloed staan en die onder haar beslissingsmacht vallen” en de eis “al die publicaties niet via andere websites te publiceren” niet toewijsbaar zijn. Deze vorderingen zijn te onbepaald. Over de 14 bij naam in de akte vermeerdering van eis genoemde websites wordt overwogen dat mogelijk aannemelijk is dat die websites op enigerlei wijze zijn gelieerd aan FAN (dit kan blijken uit de artikelen die Bellingcat hierover heeft overgelegd), maar dat Bellingcat onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het daadwerkelijk in de macht van FAN ligt om de publicaties op die websites te (doen) verwijderen. Vordering 2 (bij vermeerdering van eis) is dan ook niet toewijsbaar.

4.8.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort– anders dan FAN meent – dat de voorzieningenrechter bevoegd is tot het treffen van grensoverschrijdende maatregelen. Hiervoor wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 24 november 1989 (ECLI:NL:HR:1989:AD0964), waarin het volgende wordt overwogen:

Tenzij uit de wet, uit de aard van de verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld. In het algemeen is er geen reden om aan te nemen dat er voor zulk een veroordeling geen plaats is wanneer het gaat om een verplichting — eventueel een verplichting naar vreemd recht — die buiten Nederland moet worden nagekomen.

Een meer beperkte opvatting als door het onderdeel verdedigd vindt geen steun in het recht en zou in een tijd van toenemende internationale contacten tot het voor de praktijk onwenselijke resultaat leiden dat in geval van onrechtmatige daden met een internationaal karakter — zoals aantasting van intellectuele eigendomsrechten en ongeoorloofde mededinging in meer landen of grensoverschrijdende milieuvervuiling — de Nederlandse gelaedeerde genoopt zou kunnen worden zich in alle betrokken landen tot de rechter te wenden. Tenzij uit de wet, uit de aard van de verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld. In het algemeen is er geen reden om aan te nemen dat er voor zulk een veroordeling geen plaats is wanneer het gaat om een verplichting — eventueel een verplichting naar vreemd recht — die buiten Nederland moet worden nagekomen.

Een meer beperkte opvatting als door het onderdeel verdedigd vindt geen steun in het recht en zou in een tijd van toenemende internationale contacten tot het voor de praktijk onwenselijke resultaat leiden dat in geval van onrechtmatige daden met een internationaal karakter — zoals aantasting van intellectuele eigendomsrechten en ongeoorloofde mededinging in meer landen of grensoverschrijdende milieuvervuiling — de Nederlandse gelaedeerde genoopt zou kunnen worden zich in alle betrokken landen tot de rechter te wenden..

Anders dan FAN heeft betoogd kan niet zonder meer worden aangenomen dat dit arrest (of latere arresten van de Hoge Raad over dit onderwerp) alleen betrekking heeft (hebben) op IE-zaken (de Hoge Raad noemt deze immers slechts bij wijze van voorbeeld – “zoals”).

4.9.

Eveneens vloeit uit het bovenstaande voort dat het standpunt van FAN dat het instellen van de vorderingen in dit kort geding als misbruik van recht kan worden aangemerkt, niet wordt gevolgd. FAN heeft dit standpunt gebaseerd op het feit dat het verstekvonnis niet in Rusland ten uitvoer kan worden gelegd. Dit kort geding is dus enkel aangespannen ‘voor de Bühne’ en om op de website van Bellingcat goede sier te maken met een veroordeling van FAN, maar is niet effectief om het door Bellingcat gewenste doel te bereiken, aldus FAN.

4.10.

Bellingcat heeft hier tegenin gebracht dat zij wel degelijk een rechtens te respecteren belang heeft bij het verkrijgen van een veroordelend vonnis, ook nu dit vonnis vanwege het ontbreken van een executieverdrag tussen Nederland en Rusland niet kan worden tenuitvoergelegd. Bellingcat heeft een veroordelend vonnis ter zitting betiteld als ‘het boterbriefje’ dat zij in de openbaarheid kan brengen teneinde haar naam te zuiveren van corruptie en bedreigingen. Bellingcat wordt gevolgd in dit standpunt. Net zoals de gewraakte artikelen op het internet wereldwijd raadpleegbaar zijn, heeft Bellingcat een belang het verstekvonnis en dit vonnis, waarin haar naam tot op zekere hoogte wordt gezuiverd, wereldwijd raadpleegbaar te maken. Wel is er in het licht van de standpunten van partijen geen rechtens te respecteren belang bij het opleggen van dwangsommen. Het heeft geen zin een papieren tijger verder op te tuigen, alvorens hij zijn tanden heeft kunnen laten zien. Het verstekvonnis zal dus voor zover het de dwangsomveroordeling (r.o. 3.4) betreft worden vernietigd.

4.11.

Tot slot heeft FAN aangevoerd dat de oorspronkelijke dagvaarding aan haar op ondeugdelijke wijze is betekend en dat daarom jegens haar geen verstek had mogen worden verleend. FAN erkent dat dit standpunt slechts een gevolg kan hebben voor de proceskostenveroordeling die in r.o. 3.5 van het verstekvonnis is opgenomen. FAN wordt echter niet gevolgd in haar standpunt dat sprake was van een ondeugdelijke betekening. Zij heeft erkend dat zij de sommatiebrief van 24 december 2020 heeft ontvangen, weliswaar pas op 1 februari 2021, maar dit was nog ruim voor de zittingsdatum van 23 februari 2021. Bij die sommatiebrief was volgens Bellingcat een conceptdagvaarding in de Russische taal gevoegd. Ook moet ervan worden uitgegaan dat FAN de dagvaarding per aangetekende post heeft ontvangen, omdat Bellingcat daarvan een bewijs in het geding heeft gebracht. Dat op dit bewijs geen naam of handtekening van de ontvanger is vermeld, zoals FAN thans aanvoert, is onvoldoende om aan het ontvangstbewijs geen waarde te hechten. Tegen de achtergrond van het spoedeisende karakter van deze zaak, is dan ook terecht verstek verleend. Dit heeft tot gevolg dat ook de proceskostenveroordeling in het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.

4.12.

Aangezien partijen in de verzetprocedure over en weer in het (on)gelijk worden gesteld, worden de proceskosten verrekend, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

vernietigt r.o. 3.4 van het verstekvonnis van 9 maart 2021 met nummer C/13/696100 / KG ZA 21-36,

5.2.

bekrachtigt dit verstekvonnis voor het overige,

5.3.

gebiedt FAN om binnen 48 uur na heden van haar website rafian.ru te verwijderen en verwijderd te houden de publicatie die in het geding is gebracht als productie 24 (de publicatie die thans bereikbaar is via de URL https://riafan.ru/1290983-tstad-bylynkat-lastfzaz-jdyd-mnahdh-lrwsya-mrtbt-bwkalh-alanbaa-alfydralyh,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

verrekent de proceskosten in deze verzetprocedure aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2021.1

1 type: MV coll: EB