Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3451

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-06-2021
Datum publicatie
31-08-2021
Zaaknummer
AWB - 21/1413
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig. Bezwaar tegen omzettingsbesluit. Beslistermijn overschreden. Beslistermijn twee weken. Dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/1413

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

(gemachtigde: mr. S.I. Eskens),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.

(gemachtigde: mr. M.J.H. Stelwagen)

Procesverloop

Eiseres heeft op met de brief van 5 maart 2021, door de rechtbank ontvangen op 8 maart 2021, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken toegestuurd.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.1Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.2

3. Eiseres heeft op 21 september 2020 bezwaar gemaakt tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het omzetten van een zelfstandige woning naar zeven onzelfstandige woonruimten op het adres [adres]. Met de brief van

11 februari 2021 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens is eiseres op

8 maart 2021 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.

5. Het bestuursorgaan dat een besluit moet nemen moet binnen zes, of als een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld, binnen twaalf weken beslissen, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken3. Uit de onderliggende stukken blijkt niet of verweerder een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb heeft ingesteld. Daarom gaat de rechtbank uit van een beslistermijn van zes weken. Niet is gebleken dat verweerder deze termijn heeft verdaagd. De rechtbank stelt daarom vast dat de beslistermijn is overschreden. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder na afloop van de beslistermijn in gebreke heeft gesteld en meer dan twee weken daarna in beroep is gegaan.

4. Het beroep is dus gegrond.

6. Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Eiseres heeft niet verzocht om de dwangsom door de rechtbank vast te laten stellen. Dat betekent dat verweerder dit met het te nemen besluit moet doen.4

8. Als het beroep gegrond is en er nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.5 Een bijzonder geval is gesteld noch gebleken. Dat betekent dat verweerder uiterlijk 14 dagen na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend moet maken.

9. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.

10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 267 (1 punt voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 534,-, en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    draagt verweerder op binnen 14 dagen na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op het bezwaar bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,‑;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiseres te vergoeden; en,

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 267,-

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

1 Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.

2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb

3 Op grond van artikel 7:10, eerste lid, van de Awb.

4 Op grond van artikel 4:18, eerste lid, en artikel 8:55c van de Awb

5 Op grond van artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb