Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3385

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-06-2021
Datum publicatie
30-08-2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 5466
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar onterecht niet-ontvankelijk. Verzending van het primaire besluit via Berichtenbox van MijnOverheid. Verweerder kon er op dat moment niet meer van uitgaan dat eiser via deze weg voldoende bereikbaar was. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 30-8-2021
FutD 2021-2762
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/5466

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser

(gemachtigde: mr. R.N. van der Ham),

en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Verbeek).

Procesverloop

Met het besluit van 22 mei 2019 (het primaire besluit) heeft de Svb de aanvraag van [eiser] om toekenning van een remigratie-uitkering afgewezen.

Met het besluit van 2 september 2019 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van [eiser] niet-ontvankelijk verklaard.

[eiser] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 30 maart 2020. In verband met de uitbraak van het coronavirus is deze zitting vervallen.

De rechtbank heeft de Svb op 19 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld om nadere stukken over de verzending van het primaire besluit naar de Berichtenbox van MijnOverheid.nl (hierna: de Berichtenbox) te overleggen. De Svb heeft nadere stukken overgelegd. [eiser] heeft hierop vervolgens een inhoudelijke reactie gegeven.

De rechtbank heeft partijen vervolgens gevraagd of zij bezwaar hebben tegen een schriftelijke afdoening van de zaak. [eiser] heeft bij brief van 29 oktober 2020 de rechtbank laten weten geen bezwaar te hebben tegen een schriftelijke afdoening. De Svb heeft vervolgens niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn aangegeven dat zij alsnog op een zitting willen worden gehoord. De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten.

Overwegingen

  1. Met het primaire besluit heeft de Svb de aanvraag van [eiser] om toekenning van een remigratie-uitkering afgewezen, omdat [eiser] nog geen 18 jaar oud was op de dag dat hij in Nederland kwam wonen. [eiser] heeft daartegen op 8 augustus 2019 bezwaar gemaakt. De Svb heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend.

  2. [eiser] voert aan dat hij niet van het primaire besluit op de hoogte was. [eiser] betwist dat hij op 11 november 2015 voor de Svb toestemming heeft gegeven om hem via de elektronische weg te bereiken. Ter onderbouwing heeft [eiser] een schermafdruk van de Berichtenbox op MijnOverheid overgelegd. Uit deze schermafdruk volgt dat het vorige bezoek van [eiser] aan de Berichtenbox dateerde van 10 november 2015 om 11:13 uur. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst [eiser] naar een uitspraak van de rechtbank Overijssel.1

Het oordeel van de rechtbank

3. Niet in geschil is dat het primaire besluit op 22 mei 2019 (om 07:07 uur) in de Berichtenbox van [eiser] is geplaatst. In geschil is of [eiser] (actief) toestemming aan de Svb heeft gegeven om besluiten bekend te mogen maken via de Berichtenbox.

4. Zoals ook in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad)2 uiteen is gezet, maakte MijnOverheid.nl tot 1 november 2015 gebruik van een ‘opt-out mogelijkheid’. Dit houdt in dat tot 1 november 2015 alle overheidsinstanties in MijnOverheid.nl stonden ‘aangevinkt’, wat betekende dat de burger in principe accepteerde dat hij voortaan van alle op de Berichtenbox aangesloten overheidsinstanties de berichten digitaal zou ontvangen. Als de burger dit niet wilde, moest hij actief de vinkjes bij de overheidsinstanties uitzetten. Zelfs als nieuwe instanties zich aansloten bij de Berichtenbox, werden deze instanties in principe ook ‘aangevinkt’ en moest de burger dit binnen zes weken uitzetten als hij geen digitale post wilde ontvangen van deze instanties. Vanaf 1 november 2015 maakt MijnOverheid.nl gebruik van een ‘opt-in mogelijkheid’. Dit betekent dat alle instanties, met uitzondering van de Belastingdienst, staan ‘uitgevinkt’ en de gebruiker onderdelen actief moet aanvinken als hij berichten van instanties digitaal wil ontvangen.

5. Het primaire besluit dateert van 22 mei 2019 en het betreft daarmee een besluit dat is gegeven in de periode waarin bij MijnOverheid.nl niet de ‘opt-out mogelijkheid’ werd gehanteerd, maar de ‘opt-in mogelijkheid’.

6. Uit de door [eiser] overgelegde schermafdruk blijkt dat hij op 10 november 2015 om 11:13 uur heeft ingelogd. De Svb heeft een interne notitie overgelegd, waarop een schermafdruk is te zien. Hieruit volgt dat de Berichtenbox van [eiser] per 11 november 2015 is geactiveerd voor berichten van de Svb. Onder ‘Einddatum’ wordt geen datum vermeld. Uit de gedingstukken blijkt verder dat de Svb op 22 mei 2019 om 07:07 uur het primaire besluit in de Berichtenbox van [eiser] heeft geplaatst.

7. De rechtbank stelt voorop dat de verzending per post de hoofdregel is en een bestuursorgaan berichten slechts elektronisch kan verzenden voor zover de geadresseerde duidelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij op die manier voldoende bereikbaar is. Volgens vaste rechtspraak van de Raad volgt namelijk uit artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet slechts dat de geadresseerde langs elektronische weg voldoende bereikbaar moet zijn, maar ook dat deze duidelijk kenbaar moet hebben gemaakt langs die weg bereikbaar te zijn voor het bericht of de berichten waar het om gaat.

8. De rechtbank is van oordeel dat de Svb - gelet op de nader door de Svb overgelegde stukken - aannemelijk heeft gemaakt dat [eiser] op 10 november 2015 (actief) toestemming heeft gegeven om elektronische post van de Svb in zijn Berichtenbox te ontvangen. Hiermee heeft [eiser] - overeenkomstig artikel 2:14, eerste lid, van de Awb - aangegeven dat hij vanaf dat moment via de Berichtenbox voldoende bereikbaar is voor de berichten van de Svb. Het standpunt van [eiser] dat hij niet heeft ingelogd op 11 november 2015 komt overeen met de gegevens van de Svb. Uit de gegevens volgt dat hij dit op 10 november 2015 deed. In ieder geval was de Berichtenbox op 22 mei 2019 nog steeds geactiveerd.

9. Uit de stukken blijkt echter ook dat [eiser] , na activering van de Berichtenbox op 11 november 2015, niet meer op de Berichtenbox heeft ingelogd. Verder blijkt uit het schermafdruk dat nieuwe post in de Berichtenbox wordt gemeld (melding staat “AAN”), maar ook dat het e-mailadres nog niet is geverifieerd. Daarbij staat vermeld: “U dient eerst uw e-mailadres te verifiëren voordat u hierop notificaties van MijnOverheid kunt ontvangen”. Verder acht de rechtbank van belang dat [eiser] , na eenmalig de Berichtenbox te hebben geactiveerd, gedurende viereneenhalf jaar niet op de Berichtenbox heeft ingelogd. In dit verband vindt de rechtbank van belang dat het enerzijds voor rekening van [eiser] komt dat hij na activering nooit meer op de Berichtenbox heeft ingelogd en dat hij verzuimd heeft om zijn e-mailadres te verifiëren, waardoor hij geen notificaties ontving. Anderzijds ligt het in de risicosfeer van de Svb dat dit geautomatiseerde systeem, dat de Svb gebruikt voor berichtgeving met fatale termijnen voor het aanwenden van rechtsmiddelen, kennelijk in het geheel niet signaleert dat al meer dan vier jaar niet op de Berichtenbox is ingelogd en geen notificaties van nieuwe post kunnen worden gegeven. Denkbaar is dat het systeem na een bepaalde tijd een waarschuwing geeft of tot verificatie dwingt, al dan niet in combinatie met een tijdelijke deactivering van de Berichtenbox in afwachting van respons van de gebruiker, opdat de burger niet de dupe wordt van het door de overheid gebruikte automatiseringssysteem. De rechtbank is van oordeel dat de Svb er ten tijde van het nemen van het primaire besluit niet meer van uit kon gaan dat [eiser] langs deze elektronische weg voldoende bereikbaar was.

10. Dit betekent dat de Svb, door het primaire besluit op 22 mei 2019 in de Berichtenbox van [eiser] te plaatsen, het primaire besluit op 22 mei 2019 niet op de juiste wijze aan [eiser] bekend heeft gemaakt. Het bezwaarschrift van [eiser] is daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom gegrond, de rechtbank vernietigt het bestreden besluit en de draagt de Svb op om alsnog inhoudelijk op het bezwaar van [eiser] moeten beslissen.

11. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de Svb aan [eiser] het door hem betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank veroordeelt de Svb in de door [eiser] gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt de Svb op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 47,- aan [eiser] te vergoeden;

  • -

    veroordeelt de Svb in de proceskosten van [eiser] tot een bedrag van € 534,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Boerlage, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep (de Raad).

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de Raad worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Zie de uitspraak van 21 januari 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:861.

2 Zie de uitspraak van 12 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2188.