Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3324

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-06-2021
Datum publicatie
30-06-2021
Zaaknummer
13/039390-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

tussentijdse toetsing ISD-maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/039390-20 (tussentijdse toetsing)

BESLISSING

De rechtbank heeft op 29 mei 2020 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[detentieplaats ] ,

thans verblijvende in de ‘ [detentieplaats ] .

Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2020;

  • -

    de in het vonnis van 29 mei 2020 opgenomen beslissing van de rechtbank ex artikel 38n lid 3 van het Wetboek van Strafrecht tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel uiterlijk 9 maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel;

  • -

    een voortgangsrapportage van de [detentieplaats ] van 20 mei 2021.

De rechtbank heeft op 3 juni 2021 de officier van justitie, mr. G. Dankers, veroordeelde, haar raadsman, mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder, alsmede de deskundige A. Ytsma, senior casemanager ISD bij de [detentieplaats ] , op de openbare terechtzitting gehoord.

Verloop van het ISD-traject

Uit voornoemde voortgangsrapportage komt naar voren dat de ISD-maatregel op 9 september 2020 is ingegaan en dat veroordeelde op 2 oktober 2020 is overgeplaatst naar de [detentieplaats ] . Op 11 december 2020 heeft er een traject bepalingsoverleg (TBO) plaatsgevonden. Na aanvankelijke weerstand gaf veroordeelde te kennen dat zij toch gemotiveerd is voor de door de psycholoog wenselijk geachte klinische opname. Uiteindelijk wordt door de Dienst Individuele Zaken (DIZ) bepaald dat veroordeelde het beste op haar plaats is bij FPA [naam instelling] in [plaats] . Op 22 februari 2021 vond aldaar een intake plaats waarbij zij werd aangenomen. Ze stond toen als vierde op de wachtlijst. Half april 2021 vroeg veroordeelde of zij naar een andere kliniek kon met een kortere wachtlijst. Op 19 april 2021 werd door de psycholoog van de [detentieplaats ] een verzoek om indicatiestelling ingediend om de aanmelding bij FPA [naam instelling] in verband met de lange wachtlijst te annuleren en om te zetten naar [instelling] . In tussentijd heeft er een persoonlijkheidsonderzoek plaatsgevonden.

Veroordeelde heeft op de ISD-afdeling meegewerkt aan diagnostiek en behandeling. Eens in de twee weken komt er een psycholoog van [naam kliniek] , waarmee veroordeelde gesprekken heeft. Ook volgde zij muziektherapie.

De [detentieplaats ] adviseert continuering van de ISD-maatregel. Veroordeelde is gebaat bij duidelijkheid, structuur en perspectief wat haar helpt om abstinent te blijven en haar de mogelijkheid geeft om te werken aan zichzelf. Aandachtspunten hierbij zijn continuering abstinentie, (h)erkennen van problematiek, versterken van zelfbeeld en weerbaarheid en het aanleren van alternatieve coping vaardigheden. De komende tijd is daarom specifiek gericht op het extramurale traject waarbij betrokkene tijdens de klinische opname gericht kan werken aan haar verslavingsproblematiek alvorens door te stromen naar een vorm van beschermd of begeleid wonen.

Op de openbare terechtzitting van 3 juni 2021 heeft de deskundige A. Ytsma, het advies bevestigd. Helaas is er sprake van een ongebruikelijk lange wachttijd bij FPA [naam instelling] en moet nu weer gewacht worden op plaatsing bij [instelling] . Er wordt steeds contact gehouden met de kliniek en de verwachting is dat opname binnen twee tot vier weken mogelijk moet zijn. Wanneer het allemaal te lang gaat duren zal extra zorg worden ingekocht voor de behandeling van de verslaving van veroordeelde zodat een ander behandeltraject kan worden ingezet. Veroordeelde heeft zich steeds meewerkend opgesteld. Een emotietherapie heeft zij inmiddels goed afgerond. In afwachting van de klinische opname zal de [detentieplaats ] meer hulp van [naam kliniek] inkopen. Ondanks dat nog geen klinische opname heeft plaatsgevonden is er wel het nodige gebeurd en heeft veroordeelde kunnen oefenen met nieuw opgedane vaardigheden en inzichten. Wanneer veroordeelde nu in vrijheid zou worden gesteld heeft zij echter onvoldoende handvatten om met haar verslavingsprobleem om te gaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel. Ondanks dat de klinische behandeling nog niet van de grond is gekomen is er veel bereikt. Wanneer de ISD-maatregel nu beëindigd zou worden zal deze positieve ontwikkeling weer ongedaan worden gemaakt.


Standpunt van verdediging

Veroordeelde heeft te kennen gegeven dat zij inmiddels lang genoeg heeft vastgezeten, terwijl de plaatsing in de kliniek maar niet van de grond komt. Zij is nu zeventien maanden clean en weet van zichzelf dat zij nooit meer drugs zal gaan gebruiken.

De raadsman heeft beëindiging van de ISD-maatregel bepleit. De behandeling in het kader van de ISD-maatregel ligt al geruime tijd stil in afwachting van een klinische opname, terwijl veroordeelde gemotiveerd is om aan zichzelf te werken. Zij heeft inmiddels bewezen abstinent te kunnen blijven. Na vrijlating kan zij tijdelijk bij haar meerderjarige dochter wonen, in afwachting van toewijzing van een woning door de woningbouwvereniging. Omdat een oude proeftijd in een andere strafzaak zal herleven komt zij weer onder toezicht te staan van de reclassering. In dat kader is, indien dit noodzakelijk mocht blijken, ook een korte klinische opname mogelijk.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.

Uit het voortgangsverslag van de [detentieplaats ] , de toelichting van de senior casemanager ter zitting als ook uit de verklaring van veroordeelde zelf blijkt dat in de afgelopen negen maanden waarin de ISD-maatregel heeft gelopen veel is bereikt. Veroordeelde heeft zich begeleidbaar opgesteld en heeft meegewerkt aan diagnostiek en behandeling. Zij heeft gesprekken gehad met een psycholoog van [naam kliniek] en muziektherapie gevolgd. Zij is nu geruime tijd abstinent van verdovende middelen. Het is nog steeds nodig om behandeling en begeleiding in te zetten op het gebied van verslaving en terugvalpreventie. Het is jammer dat de daarbij wenselijk geachte klinische opname lang op zich laat wachten. De [detentieplaats ] spant zich echter in om in afwachting van een plaatsing alternatieve hulpverlening voor haar te regelen via [naam kliniek] . Het kan daarom niet worden gezegd dat de ISD-maatregel op dit moment inhoudsloos is.

De rechtbank is van oordeel dat wanneer de ISD-maatregel nu zou worden beëindigd er een groot risico is dat veroordeelde terug zal vallen in oude patronen, inclusief drugsgebruik, en opnieuw strafbare feiten zal plegen. Veroordeelde kan haar verblijf op de ISD-afdeling gebruiken om met haar nieuw verworven inzichten en ervaringen te oefenen en zich zo voor te bereiden op een drugsvrij leven na afloop van de ISD-maatregel. Na de klinische opname zullen haar daartoe in de extramurale fase van de maatregel steeds meer vrijheden worden gegeven.

De rechtbank is daarom van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is ter beëindiging van de recidive, het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de problematiek van veroordeelde en een optimale bescherming van de maatschappij.

Daarom wordt als volgt beslist.

Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,

mrs. G. Oldekamp en J. van Zijl, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 juni 2021.