Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3266

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-07-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
8538208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

pensioenzaak, uitleg gemaakte pensioenafspraken, c-polis/streefregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PR-Updates.nl PR-2021-0132
PJ 2021/108
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8538208 CV EXPL 20-9234

vonnis van: 6 juli 2021

fno.: 42146

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. W.P.M. Thijssen

t e g e n

DLA Piper Nederland N.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: DLA

gemachtigde: mr. J.W. de Bruin

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:

- de dagvaarding van 11 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- instructievonnis waarbij de zaak naar de rol is verwezen voor conclusie van repliek;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek met producties;

- de akte houdende uitlating producties.

Ten slotte is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[eiseres] is op 1 januari 1992 als advocaat in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) DLA.

1.2.

In een offerte van Delta Lloyd Levensverzekering N.V. (hierna: Delta Lloyd) aan [eiseres] van 16 augustus 1995 staat onder meer het volgende vermeld:

“(…)

Het is ons een genoegen u hierbij een voorstel te doen voor een volledig verzekerde pensioenvoorziening.

(…)

Persoonlijke gegevens (…)

Datum indiensttreding 01.01.1992

(…)

Pensioengegevens (…)

Pensioengrondslag f 51.000, 00

Pensioenpercentage per dienstjaar 1,75%

Totale dienstperiode 31 jaar en 6 mnd

Pensioenpercentage 55,13%

Pensioentoezegging Ouderdomspensioen f 28.116, 00

(…)

Pensioenverzekering Voor de te verzekeren pensioenen wordt een kapitaalverzekering gesloten. De hoogte van het kapitaal bij in leven zijn van de verzekerde op de pensioendatum is zodanig vastgesteld, dat er te zijner tijd voldoende kapitaal is voor de aankoop van de verzekerde pensioenen vanaf de pensioendatum.

De verzekering bestaat uit de volgende elementen:

- Kapitaal bij in leven zijn van de verzekerde

op de pensioendatum f 352.703, 00

- Kapitaal direct na overlijden van de verzekerde

op de pensioendatum f 14.052,00

Bij het vaststellen van het kapitaal bij in leven zijn is rekening gehouden met een rekenrente van 6%.

(…)

Prognose(s) Op de pensioendatum zal het kapitaal – afhankelijk van het rendement op staatsleningen – zijn toegenomen. Hieronder volgt een overzicht van de geprognoticeerde kapitalen en de daarvoor aan te kopen pensioenen

Rendement Geprognoticeerd Ouderdomspensioen

kapitaal op basis van een

rekenrente van 6%

7% f 508.218, 00 f 39.466, 00

8% f 594.876, 00 f 46.231,00 (…).”

1.3.

Bij aanvraagformulier van 26 september 1995 is een pensioenverzekering aangevraagd bij Delta Lloyd. In het aanvraagformulier staat vermeld dat het een zogenaamde c-polis als bedoeld in artikel 2 lid 4 sub c van de (toen geldende) Pensioen- en spaarfondsenwet betreft. Verder staan daarin [eiseres] als verzekeringnemer/verzekerde en DLA als werkgever vermeld, en voorts dat dekking moet worden verleend volgens de offerte van 16 augustus 1995. Het aanvraagformulier is door [eiseres] en DLA ondertekend.

1.4.

Op 29 januari 1996 heeft Delta Lloyd een nieuwe offerte aan [eiseres] uitgebracht. In deze offerte staat als verzekerd kapitaal bij in leven zijn van de verzekerde op de pensioendatum een bedrag vermeld van f 322.551,00 en dat bij het vaststellen daarvan rekening is gehouden met een rekenrente van 6%.

1.5.

Op 28 januari 2003 ontving Nationale Nederlanden het formulier waarmee [eiseres] en haar ex-partner melding hebben gedaan van hun echtscheiding per 28 juni 2002. Bij brief van 13 februari 2003 heeft Nationale Nederlanden [eiseres] onder meer bericht:

“(…) Na (…) zullen wij tot splitsing en aanpassing van de polis(sen) overgaan. Hieronder is dat nader aangegeven. Wij zijn daarbij uitgegaan van de volgende gegevens. (…). De pensioenbedragen, die op basis van een rekenrente van 6% door de huidige verzekering gedekt worden, bedragen (zie offerte van 29.01.1996): (…).

Verzekering ten behoeve van de man

Ter dekking van zijn aanspraken wordt een nieuwe verzekering gesloten, die premievrij afgesplitst wordt van de huidige (…). (…). Hierbij zijn de kapitalen bepaald op basis van dezelfde grondslagen als die welke bij de oorspronkelijke constructie zijn gehanteerd. Dit is ondermeer op basis van ons bruto lijfrentekoopsomtarief met een rekenrente van 6%. (…)”.

1.6.

In een door [eiseres] op 28 mei 2004 en door DLA op 4 januari 2005 ondertekende pensioenbrief (hierna: de pensioenbrief of pensioentoezegging) staat onder meer het volgende vermeld:

“(…)

In deze pensioenbrief is de pensioenregeling vastgelegd, zoals deze geldt vanaf 01.01.1992.

(…)

Pensioenaanspraken

Uw pensioenregeling omvat een aanspraak op:

- een ouderdomspensioen ingaande op uw pensioendatum indien u dan in leven bent en uit te keren gedurende de rest van uw leven.

Uw richtpensioendatum is vastgesteld op 01.07.2023.

(…)

Veilig stellen van uw pensioenaanspraken

Om uw pensioenaanspraken veilig te stellen heeft de werkgever bij Delta Lloyd Levensverzekering N.V. te Amsterdam een kapitaalverzekering met pensioenclausule gesloten, waarvan u als verzekeringnemer optreedt. Uw pensioenaanspraken zullen worden toegekend en de pensioenen zullen worden uitgekeerd in de situaties en volgens de condities als beschreven in de polis en de bijbehorende polisvoorwaarden.

De verzekering omvat:

- een kapitaalverzekering met pensioenclausule, ter dekking van het ouderdomspensioen.

Tijdens uw dienstverband met de werkgever kunt u uw rechten als verzekeringnemer niet zonder onze medewerking uitoefenen.

Op uw aanspraken is de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing. Op de verzekering zijn de verzekeringsvoorwaarden van Delta Lloyd van toepassing.

(…)

Mochten de verzekerde kapitalen te zijner tijd lager zijn dan nodig is om – volgens de dan bij verzekeraars geldende individuele lijfrentetarieven – de toegezegde beoogde pensioenen aan te kopen, dan zullen lagere pensioenen worden aangekocht en zullen deze in de plaats treden van de toegezegde pensioenen.

Mochten de verzekerde kapitalen te zijner tijd hoger zijn dan nodig is om – volgens de dan bij verzekeraars geldende individuele lijfrentetarieven – de toegezegde pensioenen aan te kopen, dan zal het meerdere, met in achtneming van het bepaalden onder ‘Maximering’ worden aangewend voor indexatie van de aangekochte pensioenen en zullen deze in de plaats treden van de toegezegde beoogde pensioenen.

(…)

Pensioenbepaling

Bij de berekening van uw pensioenafspraken wordt als uitgangspunt genomen de voor u geldende pensioengrondslag en het aantal te bereiken dienstjaren.

Pensioengrondslag

Uw pensioengrondslag wordt jaarlijks op 1 januari vastgesteld.

De pensioengrondslag bestaat uit het pensioengevend inkomen verminderd met een bedrag dat verband houdt met de AOW.

Uw pensioengevend inkomen bedraagt 12 maal uw maandsalaris, vermeerderd met de vakantietoeslag, maar niet meer dan € 150.000,-.

(…)

Dienstjaren

Bij de bepaling van de grootte van uw pensioenaanspraken worden alle dienstjaren die u in dienst van de werkgever doorbrengt, liggende tussen 01.01.1992 en pensioendatum, meegeteld. (…).

Grootte van uw pensioen

Ouderdomspensioen

De grootte van het jaarlijks ouderdomspensioen zal worden bepaald op uw pensioendatum aan de hand van het dan tot uitkering komende kapitaal uit de kapitaalverzekering, dat zal worden aangewend als koopsom voor dit pensioen.

Op uw pensioendatum ontstaat het recht op een ouderdomspensioen dat gedurende de rest van uw leven wordt uitgekeerd.
Uw beoogde jaarlijks ouderdomspensioen bedraagt per dienstjaar 1,75% van uw laatst-vastgestelde pensioengrondslag.

Een verlaging van de pensioengrondslag heeft geen gevolgen voor de reeds opgebouwde pensioenaanspraken.

Beëindiging dienstverband vóór de pensioendatum

Op het moment dat uw dienstverband met de werkgever anders dan door uw overlijden eindigt, heeft u aanspraak op een tijdsevenredig kapitaal ten behoeve van ouderdomspensioen gebaseerd op het beoogde tijdsevenredige deel van de aan u toegezegde pensioenen. Onder tijdsevenredig toegezegde pensioen wordt verstaan de totale beoogde aanspraak op pensioen, verminderd met de aanspraak die betrekking heeft op de periode gelegen tussen de ontslagdatum en de pensioendatum. Een en ander wordt gebaseerd op de voor u geldende gegevens op het moment dat u uit dienst treedt.

De kapitaalverzekering wordt dan premievrij gemaakt. Tevens kunt uw rechten als verzekeringnemer dan zonder onze medewerking uitoefenen.

Blijkt de premievrije waarde van de kapitaalverzekering minder te zijn dan nodig is om de voor u beoogde tijdsevenredige aanspraak op pensioen te kunnen veiligstellen, dan zal het niet verzekerde gedeelte van uw beoogde aanspraak door de werkgever eveneens worden veiliggesteld in een verzekering bij Delta Lloyd Levensverzekering N.V. De betaling hiervoor zal geschieden door een aanvullende koopsom.

U ontvangt een premievrije kapitaalverzekering, waarna de werkgever volledig ontslagen zal zijn van zijn verplichtingen die verband houden met deze pensioenregeling.

Mochten de verzekerde kapitalen te zijner tijd lager zijn dan nodig is om – volgens dan bij verzekeraars geldende individuele lijfrentetarieven – de toegezegde pensioenen aan te kopen, dan zullen lagere pensioenen worden aangekocht en zullen deze in de plaats treden van de toegezegde pensioenen. (…).”

1.7.

In een brief van de (toenmalige) Pensioen & Verzekeringskamer (hierna: PVK) aan het Verbond van Verzekeraars van 8 september 2004 (kenmerk Tp/GvdD/2004/02750) staat onder meer het volgende vermeld:

“(…) Ten aanzien van streefregelingen neemt de PVK het volgende standpunt in:

1. Streefregelingen zijn vanuit de PSW optiek te beschouwen als salaris diensttijd regelingen. De toezegging dient ten minste evenredig opgebouwd en gefinancierd te worden en de verzekering moet de gedane toezegging te allen tijde waarborgen.

2. Het doelvermogen moet gebaseerd worden op de actuele salaris diensttijd gegevens en realistische grondslagen en in elk geval jaarlijks worden geactualiseerd.

3. Het doelvermogen mag gebaseerd worden op een hogere rente dan de actuele marktrente onder voorwaarde dat:

- deze rente, gelet ook op de langere termijn ervaringscijfers, prudent is, bijvoorbeeld 5%;

- de gehanteerde rente onderdeel uitmaakt van de toezegging (schriftelijk). Indien dit niet het geval is, zal het doelvermogen op de actuele marktrente berekend moeten worden en zal bij de jaarlijkse actualisering van het doelvermogen ook steeds de dan actuele marktrente in aanmerking moeten worden genomen. (…).”

1.8.

Op 6 december 2006 heeft Delta Lloyd [eiseres] een pensioenopgave verstrekt waarin onder meer het volgende staat vermeld:

“(…) Voor de bepaling van het te verzekeren kapitaal is uitgegaan van een rekenrente van 6%. De werkelijke grootte van de op de pensioendatum aan te kopen pensioenen hangt af van het alsdan geldende lijfrentekoopsom tarief. (…).”

1.9.

In maart 2009 heeft DLA aan [eiseres] een nieuwe pensioenbrief ter ondertekening voorgelegd met daarin vastgelegd de pensioenregeling zoals deze gold per 1 januari 2006. Daarin is opgenomen dat voor het bepalen van de hoogte van verzekerd kapitaal werd uitgegaan van een rekenrente van 6%. [eiseres] heeft deze pensioenbrief niet ondertekend.

1.10.

Op 23 oktober 2009 heeft Delta Lloyd opnieuw een pensioenopgave aan [eiseres] verstrekte met bewoordingen van gelijke strekking als in de pensioenopgave van 6 december 2006.

1.11.

Bij e-mail van 24 januari 2011 heeft Delta Lloyd [eiseres] als volgt bericht:

“(…) Vanaf het begin van de looptijd van de polis (…) was de rekenrente vastgesteld op 6%. Dit was werkgever en (…) [eiseres] dus bekend. Delta Lloyd heeft dit zo uitgevoerd. In 2004 heeft de PVK aangegeven dat het doelvermogen gebaseerd mag worden op een hogere rente dan de actuele marktrente op voorwaarde dat deze hogere rente onderdeel uitmaakt van de schriftelijke toezegging. Voorheen was het niet gebruikelijk om de rekenrente vast te leggen in een pensioenbrief. (…).”

1.12.

Per 1 januari 2014 heeft DLA de premiebetaling van de polis bij Delta Lloyd gestopt en [eiseres] per 1 januari 2015 aangemeld voor de collectieve standaardpensioenregeling voor advocaat-medewerkers bij Brand New Day.

1.13.

Delta Lloyd is op 1 januari 2019 gefuseerd met Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V. (hierna: Nationale-Nederlanden). Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden zullen hierna afwisselend als de verzekeraar worden genoemd.

1.14.

Bij brief van 20 mei 2019 heeft [eiseres] DLA onder meer verzocht om er voor zorg te dragen dat het bij Nationale-Nederlanden verzekerde kapitaal toereikend is om de opgebouwde pensioenaanspraken daadwerkelijk te kunnen verzekeren tegen de actuele tarieven die Nationale-Nederlanden hanteert voor het verzekeren van direct ingaand levenslang ouderdoms- en partnerpensioen.

1.15.

Bij brief van 7 juni 2019 heeft DLA [eiseres] meegedeeld dat (kort gezegd) zij zich op het standpunt stelt dat sprake is van een streefregeling/kapitaal-overeenkomst en dat zij daarom het verzoek tot bijbetaling aan de actuele rente niet zal inwilligen. Voorts heeft DLA [eiseres] in die brief geïnformeerd dat zij bereid is de pensioenpolis in de oorspronkelijke vorm te herstellen en de deelname aan de regeling bij Brand New Day met terugwerkende kracht ongedaan te maken met inachtneming van de gewijzigde fiscale wetgeving.

1.16.

Bij brief van 14 april 2020 heeft de pensioenadviseur van DLA DLA als volgt bericht:

“(…) Bijgaand treft u de polis aan plus bijbehorende nota. Het gaat hier om het opstarten van de pensioenpolis van (…) [eiseres] met terugwerkende kracht. Deze polis dient als aanvulling gezien te worden op alle andere, inmiddels premievrije pensioenpolissen die (…) [eiseres] reeds in haar bezit heeft. (…). We starten de nieuwe polis met als uitgangspunt het salaris van 2019. Het maandsalaris per 1 januari 2019 op fulltime basis is € 6.809,25. Op jaarbasis derhalve € 88.247,88. Van 1992 tot 2007 heeft (…) [eiseres] 60% dienstverband gehad. In 2007 was dit 80%, in 2008 70% en vanaf 2009 80%. Indien het parttime percentage tot aan de pensioendatum 80% zou blijven, dan is het aantal dienstjaren op basis van het gemiddeld parttime percentage 22,1 jaar. Maal 1,75% geeft dit een totaal percentage voor het streefpensioen van 38,675%. Door de fiscale wijzigingen is een percentage van 1,75% inmiddels te hoog. Nationale Nederlanden verzekert geen pensioen dat bovenmatig is. Passen we de fiscaal maximale percentages toe, behorende bij een pensioenleeftijd van 65 jaar, dan komt het totaal percentage voor het streefpensioen uit op 29,327%.

Bij een percentage van 29,327% komt het streefpensioen als volgt uit:

- Een te bereiken ouderdomspensioen van € 26.190,--

- Een te bereiken nabestaandenpensioen van € 13.198,--

Bij een percentage van 38,675% komt het streefpensioen als volgt uit:

- Een te bereiken ouderdomspensioen van € 28.299,--

- (…)

Dit verschil lijkt klein als je het verschil in percentages vergelijkt. De reden hiervoor is dat tot 1 januari 2014 een percentage van 1,75% was toegestaan. Vanaf 1 januari 2014 zijn de percentages gezakt naar uiteindelijk 1,327%. (…). Er is sprake van een streefregeling. Het verzekerde kapitaal bepaalt uiteindelijk het (…) uit te keren pensioen. Een en ander conform de pensioenbrief van 2004 en de overige gemaakte afspraken. Het kapitaal dat nodig is om de pensioenen van resp. € 26.190,-- en € 13.198,-- uit te kunnen keren is € 344.077,--. Dit is gebaseerd op een marktrente op de pensioendatum van 6%, (…). Van het kapitaal van € 344.077,-- is inmiddels € 312.644,-- premievrij voor (…) [eiseres] verzekerd. Het verschil van € 31.433,-- dient derhalve nog verzekerd te worden in de periode van 1 januari 2019 tot aan de 65-jarige leeftijd. Hiervoor is de polis opgesteld. Voor de pensioenen per 1 januari 2019 is reeds voldoende streefkapitaal opgebouwd middels de premievrije kapitalen van totaal € 312.644,--. Het tijdevenredig streefkapitaal behorende bij de pensioenen per 1 januari 2019 is € 297.989,--. Dit is de reden dat de aanvullende opbouw start per 1 januari 2019, maar wel op basis van dezelfde tarieven en grondslagen als de oorspronkelijke polis. De conclusie is derhalve dat de pensioenbrief van 2004 hiermee weer in kracht hersteld is. De reeds opgebouwde kapitalen plus het aanvullende kapitaal zorgt ervoor dat het pensioen op het niveau gebracht wordt van hetgeen fiscaal is toegestaan. (…)”.

1.17.

Bij brief van 12 januari 2021 heeft DLA [eiseres] als volgt bericht:

“(…) Wij begrijpen uit jouw conclusie van repliek dat jij nog geen verzekeringsbewijs ontvangen hebt van Nationale-Nederlanden (…) (NN) van jouw aanvullende C-polis (bijlage). In februari van vorig jaar ontvingen wij aangehechte pensioenopgave van NN. Omdat NN kennelijk deze pensioenopgave nog niet aan jou heeft verstuurd, doen we je hierbij een afschrift van de door ons ontvangen pensioenopgave toekomen. Transparantiehalve hechten wij ook aan de toelichting van onze pensioenadviseur. (…) In die toelichting zal je lezen dat sinds 1 januari 2019 het niet meer mogelijk is om jouw volledige opbouw fiscaal vriendelijk onder te brengen. Dit omdat de fiscale kaders door de jaren heen steeds verder zijn beperkt. NN is ook niet bereid om een pensioenpolis af te geven die niet voldoet aan de fiscale kaders. Graag willen wij mij jou bespreken hoe wij samen een oplossing kunnen vinden voor deze fiscale beperking. Voor wat betreft de onderbrengingsmogelijkheden zijn we uiteraard wel gebonden aan de bereidheid van NN om hier wel of niet aan mee te werken. (…)”.

Vordering en verweer

2. [eiseres] vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis voor recht verklaart dat:

  1. de pensioenovereenkomst van [eiseres] dient te worden gekwalificeerd tot 2009 als een oneigenlijke beschikbare premieregeling van het type toegezegd pensioen en vanaf 2009 als een kapitaalovereenkomst met pensioenclausule waarbij voor de vaststelling van de hoogte van het te verzekeren kapitaal als uitgangspunt geldt dat in de toekomst het ouderdomspensioen kan worden aangekocht op basis van eindloon, waarbij het te verzekeren kapitaal jaarlijks dient te worden berekend op basis van het actuele salaris, de actuele marktrente en de actuele tarieven van de verzekeraar;

  2. DLA verplicht is om de pensioenverzekering jaarlijks en bij einde dienstverband af te financieren op basis van het alsdan geldende actuele salaris, de actuele marktrente en de actuele tarieven van de verzekeraar;

  3. DLA aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het door DLA niet, of niet tijdig/behoorlijk nakomen van de uit de door DLA met [eiseres] gesloten pensioenovereenkomst voortvloeiende verplichtingen en DLA gehouden is die schade aan [eiseres] te vergoeden;

  4. DLA ernstig verwijtbaar en onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld en nog steeds handelt door in strijd met de door haar aan [eiseres] gedane pensioentoezegging en de daaruit – en uit de wet – voortvloeiende verplichting tot (tijdige) voldoening van de pensioenpremie, de ten name van [eiseres] gestelde pensioenpolis, de op naam van [eiseres] gestelde pensioenpolis te beëindigen en is opgehouden met de verschuldigde pensioenpremie te voldoen en door jarenlang te blijven weigeren die premie alsnog te voldoen, waardoor [eiseres] onder meer genoodzaakt werd om zich van juridische bijstand te voorzien, en dat DLA aansprakelijk is voor alle schade die [eiseres] door dit onrechtmatig handelen heeft geleden en nog zal leiden, waaronder de door [eiseres] geleden schade wegens de door haar gemaakte en nog te maken kosten voor juridische bijstand;

en DLA veroordeelt:

tot nakoming van de door DLA met [eiseres] gesloten pensioenovereenkomst door de pensioenverzekering van [eiseres] in kracht te herstellen door middel van betaling aan Nationale-Nederlanden van de (op basis van het actuele salaris, de actuele marktrente en de actuele tarieven van verzekeraar te berekenen) achterstallige pensioenpremies;

(1) om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Nationale-Nederlanden schriftelijk opdracht te teven om:

i) met onmiddellijke ingang de pensioenpolis van [eiseres] in kracht te herstellen;

ii) het op de pensioenpolis van [eiseres] verzekerde bedrag aan te passen op basis van het alsdan geldende actuele salaris, marktrente en tarieven van Nationale-Nederlanden en

iii) aan DLA opgave te doen van de daarvoor door DLA aan Nationale-Nederlanden verschuldigde premie(s) en/of koopsom(men)

(2) om [eiseres] een kopie van deze schriftelijke opdracht aan Nationale-Nederlanden te verstrekken,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat DLA in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

om aan Nationale-Nederlanden op haar eerste verzoek de (eventuele) kosten verbonden aan de aan Nationale-Nederlanden te verstrekken opdracht te voldoen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat DLA in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

om binnen zeven dagen nadat Nationale-Nederlanden de hiervoor onder f. onder (2) vermelde opgave van de door DLA te betalen premie/koopsom heeft gedaan, deze premie/koopsom aan Nationale-Nederlanden te voldoen en onverwijld een betalingsbewijs daarvan aan [eiseres] te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat DLA in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

tot afgifte van een verzekeringsbewijs binnen dertig dagen na het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat DLA in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

om jaarlijks binnen veertien dagen na ontvangst van de voor de pensioenpolis van [eiseres] door Nationale-Nederlanden opgemaakte premienota’s, voor voldoening daarvan zorg te dragen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat DLA in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

en te bepalen dat

als DLA na het verstrijken van de onder f onder (1) genoemde termijn van veertien dagen geen uitvoering heeft gegeven aan het aan Nationale-Nederlanden verstrekken van de aldaar vermelde opdracht, het te wijzen vonnis op grond van het bepaalde in artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek (BW), althans artikel 3:299 BW, in de plaats treedt van de benodigde medewerking van DLA voor het door [eiseres] uitoefenen van haar rechten als verzekeringnemer van de litigieuze verzekeringsovereenkomst met Nationale-Nederlanden,

met veroordeling van DLA in de kosten van deze procedure.

3. Aan deze vorderingen legt [eiseres] kort gezegd het volgende ten grondslag. De pensioentoezegging kwalificeerde onder de destijds geldende Pensioen- en spaarfondsenwet als een oneigenlijke beschikbare premieregeling van het type toegezegd pensioen (een zogenoemde streefregeling). Sinds de invoering van de Pensioenwet per 1 januari 2007 geldt de pensioentoezegging als een kapitaalovereenkomst met pensioenclausule. Op grond van het overgangsrecht dient de pensioenopbouw vanaf 1 januari 2009 aan deze regelgeving te voldoen.

4. [eiseres] stelt dat DLA haar in 1995 een pensioentoezegging heeft gedaan die er toe strekt dat zij recht zou krijgen op een levenslang ouderdomspensioen dat bij een veertigjarig dienstverband zou neerkomen op 70% van haar laatstverdiende salaris. Ter dekking van de aanspraak op dat beoogd ouderdomspensioen heeft DLA [eiseres] in staat gesteld om een kapitaalverzekering af te sluiten waarbij de verzekerde bedragen waren gebaseerd op haar toenmalige pensioengrondslag en die bij een verhoging van de pensioengrondslag zouden worden aangepast. In de pensioenbrief (zie 1.6) staat vermeld dat het pensioen dat op basis van het pensioenkapitaal kan worden aangekocht in de plaats treedt van het beoogde pensioen. In de pensioenbrief is ook bepaald dat bij uitdiensttreding voor de pensioendatum aanspraak bestaat op een tijdevenredig ouderdomspensioen. De pensioenbrief bevat geen bepaling over de voor het berekenen van het te verzekeren kapitaal te hanteren uitgangspunten, zoals de rekenrente en de sterftegrondslagen. [eiseres] heeft dit streefelement in haar pensioenregeling dan ook altijd zo begrepen en mogen begrijpen dat de pensioenverzekering jaarlijks en aan het einde dienstverband wordt aangepast aan de actuele rentestand en aan de tarieven die de verzekeraar hanteert voor het verzekeren van direct ingaand levenslang ouderdomspensioen en het partnerpensioen. Dit betekent dat DLA op grond van de pensioenbrief verplicht is om er voor te zorgen dat het verzekerd kapitaal in de pensioenverzekering op elk moment toereikend is om de opgebouwde pensioenaanspraken gestand te doen. DLA is verplicht de daartoe benodigde pensioenpremies te voldoen. Hieraan heeft DLA niet voldaan waardoor het opgebouwde kapitaal te laag zal zijn voor de aankoop van het aan [eiseres] toegezegde pensioen.

5. [eiseres] doet daarnaast ter onderbouwing van haar vorderingen een beroep op de Circulaire van 20 december 2000 van de PVK (hierna: de circulaire van de PVK) en de brief van de PVK van 8 september 2004 (zie 1.7). De door [eiseres] en DLA getroffen pensioenregeling is een zogenaamde streefregeling. Uit de circulaire van de PVK volgt volgens [eiseres] dat een streefregeling wettelijk feitelijk uitwerkt als een eindloonregeling en dient het verzekerd kapitaal daarom jaarlijks herrekend te worden aan de hand van het salarisverloop van de verzekerde en de op dat moment geldende actuele tarieven. Uit de brief van de PVK van 8 september 2004 volgt dat het doelvermogen van de pensioenverzekering alleen dan mag worden gebaseerd op een hogere rente dan de actuele marktrente als deze hogere rente deel uitmaakt van de (schriftelijk vastgelegde) pensioentoezegging en deze rente gelet op de langer termijn en ervaringscijfers prudent is. In het geval van [eiseres] vermeldt de pensioenbrief geen overeengekomen rentepercentage. De offerte van Delta Lloyd van 16 augustus 1995 (zie 1.2) vermeldt wel een rekenrente van 6%, maar deze offerte maakt geen onderdeel uit van de tussen partijen afgesproken pensioenregeling en is bovendien niet prudent.

6. Volgens de pensioenadviseur van DLA moet voor [eiseres] op de pensioendatum een ouderdomspensioen zijn opgebouwd van € 30.423,00 en een partnerpensioen van € 15.226,00. Dat ouderdomspensioen komt neer op een bedrag van € 2.536,00 per maand, waarvoor bij Nationale Nederlanden een verzekerd kapitaal benodigd is van € 810.000,00. Op basis van de vier polissen die [eiseres] van Delta Lloyd/Nationale-Nederlanden heeft ontvangen, was er (voorafgaand aan de onterechte stopzetting door DLA van de premiebetaling per 1 januari 2014) per 1 juli 2023 in totaal slechts een bedrag van € 413.634,44 verzekerd. Er is derhalve op dit moment een tekort aan verzekerd kapitaal van bijna € 400.000,00. [eiseres] heeft dan ook een aanzienlijk belang bij een juiste uitvoering en financiering door DLA van de pensioentoezegging.

7. [eiseres] heeft verder gesteld dat DLA vanaf 1 januari 2014 in het geheel geen pensioenpremie meer heeft betaald aan Nationale Nederlanden, op basis waarvan vast staat dat DLA al jaren ernstig tekort schiet in de nakoming van haar verplichtingen uit de pensioenovereenkomst.

8. DLA heeft de vorderingen van [eiseres] gemotiveerd betwist. DLA heeft in de eerste plaats een beroep gedaan op schending van de klachtplicht ex artikel 6:89 BW door [eiseres] , omdat zij jarenlang heeft geaccepteerd dat de uitvoering van de pensioentoezegging plaatsvond op basis van een vaste rekenrente van 6% zonder daartegen te protesteren. Dat deed zij pas voor het eerst in 2009 bij Nationale-Nederlanden en in 2013 bij DLA. DLA heeft verder betwist dat zij aan [eiseres] heeft toegezegd dat zij recht zou krijgen op eindloonpensioenaanspraken. DLA heeft met [eiseres] afgesproken om haar een pensioentoezegging te doen zoals vastgelegd in de offerte van 16 augustus 1995, hetgeen er op neerkomt dat DLA zou bijdragen aan de door [eiseres] zelf afgesloten c-polis die voorziet in een kapitaal waarmee [eiseres] op haar pensioendatum een pensioen kan aankopen. De aanvraag voor de pensioenverzekering verwijst naar de offerte van 16 augustus 1995 en is door beide partijen ondertekend. Partijen beoogden aldus om op basis van deze offerte een pensioenregeling tot stand te brengen. Uit de offerte volgt dat het op de pensioendatum verzekerd kapitaal vastgesteld zou worden op basis van een rekenrente van 6%. Dit betreft een zogenaamde streefregeling, waarbij gestreefd werd naar een eindloonresultaat maar een eindloonregeling is niet toegezegd. Of dit streven uiteindelijk verzilverd kan worden, is afhankelijk van de vraag of het beschikbare kapitaal op de pensioendatum voldoende is om het beoogde pensioenresultaat te kopen. Dat geen sprake was van toegezegde pensioenuitkeringen van een vooraf vastgestelde hoogte wordt ook benadrukt doordat de offerte spreekt van prognoses. De vorderingen van [eiseres] zijn dan ook gebaseerd op de onjuiste aanname dat het verzekerd kapitaal onder de pensioentoezegging bijgesteld zou moeten worden op basis van de actuele rentestand. De brief van de PVK van 8 september 2004 (zie 1.7) brengt geen wijziging in de afspraken tussen partijen. Daarbij komt dat uit die brief blijkt dat een hogere rekenrente dan de marktrente mag worden gebruikt, mits dit schriftelijk vastligt. In dit geval ligt het gebruik van de rekenrente schriftelijk vast in de offerte van 16 augustus (zie 1.2). DLA betwist niet dat op haar een affinancieringsverplichting rust, zij het dat die plaats zou moeten hebben op basis van de overeengekomen vaste rekenrente van 6% en niet op basis van de actuele rentestand. De ratio van affinanciering is immers dat de aanspraakgerechtigde een evenredige aanspraak verkrijgt, aldus steeds DLA.

Beoordeling

Waartoe verplicht de pensioentoezegging?

9. DLA heeft [eiseres] een pensioentoezegging gedaan. De in dat kader gemaakte afspraken hebben partijen vastgelegd in de pensioenbrief (zie 1.6). De pensioenregeling geldt vanaf 1 januari 1992 en ter uitvoering daarvan is in 1995 een kapitaalverzekering bij Delta Lloyd afgesloten. Kern van het geschil betreft de vraag waartoe de pensioentoezegging van DLA aan [eiseres] verplicht. Het houdt partijen in dat kader verdeeld of voor de berekening van het (ter uitvoering van de pensioentoezegging) te verzekeren kapitaal een rekenrente van 6% is overeengekomen. Volgens [eiseres] is dat niet het geval en moet het verzekerd kapitaal op basis van de pensioentoezegging (zowel jaarlijks als bij het einde dienstverband) worden aangepast aan de op dat moment geldende marktrente en tarieven zodat het op te bouwen kapitaal steeds toereikend is om het haar toegezegde ouderdomspensioen op basis van eindloon aan te kunnen kopen. DLA heeft dat gemotiveerd betwist. Daarom moet worden uitgelegd welke pensioenaanspraken [eiseres] in de pensioentoezegging zijn toegekend.

10. Bij deze uitleg komt het niet alleen aan op een taalkundige uitleg van de bewoordingen van de pensioentoezegging, maar ook op de bedoeling die partijen hadden toen zij de afspraken maakten en op hetgeen zij onder de omstandigheden redelijkerwijs van elkaar konden en mochten verwachten. Bij de beoordeling daarvan moeten de maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden betrokken.

11. Tegen die achtergrond is, anders dan [eiseres] heeft betoogd, voor de uitleg van de gemaakte pensioenafspraken tussen partijen niet alleen de pensioenbrief maatgevend. Ook (de offerte voor) de kapitaalverzekering die ter dekking van het toegezegde ouderdomspensioen is afgesloten dient daarbij te worden betrokken, aangezien daarnaar in de pensioenbrief met zoveel woorden wordt verwezen. Als onvoldoende gemotiveerd betwist, neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat met die verwijzing wordt gedoeld op de kapitaalverzekering die tot stand is gekomen op basis van de offerte van Delta Lloyd van 16 augustus 1995, aangezien niet is gesteld of is gebleken dat op basis van de offerte van 29 januari 1996 (zie 1.4) een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen. [eiseres] wordt niet gevolgd in haar standpunt dat DLA zich nooit gebonden heeft geacht aan de offerte van 16 augustus 1995 (hetgeen [eiseres] afleidt uit het feit dat DLA kennelijk in 1996 een nieuwe offerte bij Delta Lloyd heeft aangevraagd) zodat deze niet als onderdeel van de pensioentoezegging kan gelden. Het door beide partijen ondertekende aanvraagformulier voor de kapitaalverzekering van 26 september 1995 (zie 1.3) verwijst immers naar de offerte van 16 augustus 1995, en dit aanvraagformulier en het door [eiseres] in het geding gebrachte polisblad van de kapitaalverzekering vermelden hetzelfde polisnummer. Zowel de offerte van 16 augustus 1995 (anders dan de offerte uit 1996) als de pensioenbrief gaan bovendien uit van een pensioenregeling per 1 januari 1992. Uit een en ander – en ook uit het feit dat, zoals DLA onweersproken heeft aangevoerd, Delta Lloyd het concept voor de pensioenbrief heeft aangeleverd – valt af te leiden dat de pensioentoezegging en de op basis van de offerte van 16 augustus 1995 gebaseerde verzekeringsovereenkomst op elkaar zijn afgestemd en aldus een samenstel van producten betreft. Dat geldt temeer nu de totstandkoming van de kapitaalverzekering vooraf is gegaan aan het ondertekenen van de pensioenbrief, waardoor partijen bij de ondertekening van de pensioenbrief op de hoogte waren van de aard en de inhoud van de verzekering tot het aangaan waarvan de pensioenbrief verplichtte. De kantonrechter zal deze stukken dan ook in onderlinge samenhang beoordelen.

12. In de pensioenbrief staat vermeld dat het beoogde ouderdomspensioen per dienstjaar 1,75% van de laatst vastgestelde pensioengrondslag (eindloon) bedraagt. Uit het feit dat sprake is van een beoogd pensioen valt reeds af te leiden dat sprake is van onzekerheid of het pensioenresultaat uiteindelijk gelijk zou zijn aan een eindloonpensioen. De uitvoering van de pensioentoezegging is vorm gegeven via een kapitaalverzekering waarbij er voor de vaststelling van de hoogte van het te verzekeren kapitaal naar wordt gestreefd om met het verzekerde kapitaal in de toekomst (onder meer) het beoogde ouderdomspensioen te kunnen aankopen. Deze pensioenaanspraak kwalificeert, daar zijn partijen het over eens, als een zogenaamde streefregeling. In de offerte van 16 augustus 1995 staat vermeld dat bij de vaststelling van het verzekerd kapitaal en de begroting van het beoogd ouderdomspensioen rekening is gehouden met een rekenrente van 6%. [eiseres] heeft op basis van deze offerte de kapitaalverzekering aangevraagd, zodat – anders dan zij heeft aangevoerd – niet valt in te zien dat zij niet op de hoogte is geweest van het feit dat bij het vaststellen van het doelkapitaal voor het aan te kopen pensioen werd gerekend met een vaste rekenrente. Steun voor het standpunt van DLA dat een rekenrente van 6% is overeengekomen is tevens te vinden in de brief van Nationale Nederlanden aan [eiseres] van 13 februari 2003 (zie 1.5) waarin dat met zoveel woorden staat vermeld. De hoogte van het uiteindelijk aan te kopen ouderdomspensioen zal volgens de pensioentoezegging worden bepaald op de pensioendatum aan de hand van het dan tot uitkering komende kapitaal uit de kapitaalverzekering. Dat kapitaal zal worden aangewend als koopsom voor het pensioen (onder meer) aan de hand van de gemiddelde levensverwachting en de marktrente op het moment van omzetting van het pensioenkapitaal in het levenslang ouderdomspensioen. In de pensioentoezegging staat in dit verband uitdrukkelijk vermeld dat als het verzekerde kapitaal op de pensioendatum lager is dan nodig om – volgens de dan bij verzekeraars geldende lijfrentetarieven – het toegezegde beoogde pensioen aan te kopen, het lagere pensioen wordt aangekocht en in de plaats zal treden van het toegezegde pensioen. De lijfrentetarieven zijn onder meer gebaseerd op de actuele rekenrente. In de pensioentoezegging (op zich zelf en in samenhang met de offerte van 16 augustus 1995 bezien) is dan ook voldoende tot uitdrukking gebracht dat sprake was van een voorbehoud met betrekking tot de hoogte van de pensioenuitkeringen en dat het risico op een tegenvallend resultaat in dat verband voor rekening komt van [eiseres] . Het standpunt van [eiseres] dat er in feite op neerkomt dat DLA haar pensioenuitkeringen van een bepaalde hoogte heeft toegezegd en daarom verplicht zou zijn om de polis aan te passen op basis van actuele rentetarieven, vindt dan ook geen steun in pensioenbrief en de offerte van 16 augustus 1995.

13. Dat in de pensioentoezegging is bepaald dat bij het einde van het dienstverband voor de pensioenleeftijd een tijdevenredige aanspraak op het pensioen bestaat, maakt het voorgaande niet anders. Niet in geschil is dat salarisverhogingen van [eiseres] leiden tot verhoging van het verzekerd kapitaal en dat in zoverre een affinancieringsverplichting rust op DLA. Een dergelijke affinancieringsverplichting betekent echter nog niet dat op DLA een verdergaande verplichting rust dan voortvloeit uit de pensioentoezegging, in het bijzonder niet dat zij een resultaat op basis van eindloon heeft gegarandeerd.

14. [eiseres] beroept zich ter ondersteuning van de door haar voorgestane uitleg van de pensioentoezegging verder op de mededeling van een medewerker van DLA van 30 september 2009 dat [eiseres] een eindloonregeling toekomt. Nog daargelaten dat niet is gesteld of is gebleken dat deze medewerker van DLA in dit verband enige bevoegdheid toekwam, geldt dat deze mededeling van ver na de datum is waarop de pensioenafspraken tussen partijen werden gemaakt zodat daaraan reeds daarom geen betekenis toekomt. Voor zover [eiseres] ter onderbouwing van haar standpunt heeft aangevoerd dat een eindloonregeling toentertijd een gangbare pensioenregeling was, geldt dat DLA gemotiveerd heeft betwist dat dit de enige gangbare pensioenregeling was zodat ook deze enkele stelling niet kan leiden tot de door haar bepleite uitleg van de pensioenafspraken.

15. [eiseres] heeft verder betoogd dat DLA op grond van artikel 23 van de Pensioenwet wettelijk verplicht is tot het volledig onderbrengen van de door [eiseres] opgebouwde pensioenaanspraken en het jaarlijks volledig ondergebracht houden daarvan, hetgeen volgens haar betekent dat op DLA naast de verplichting om de jaarlijkse premie te betalen nog de jaarlijkse verplichting rust om zo nodig daarnaast de koopsom te betalen die nodig is om de door [eiseres] opgebouwde pensioenaanspraken zeker te stellen. Ook in dit betoog wordt [eiseres] niet gevolgd, aangezien – zoals DLA onweersproken heeft aangevoerd – uit artikel 18 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet (die het overgangsrecht ten aanzien van de Pensioenwet bevat) blijkt dat bestaande C-polissen mogen worden gecontinueerd.

15. De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiseres] verder zo dat, ook als een garantie op bepaalde pensioenbedragen in de pensioenregeling ontbreekt, de circulaire van de PVK de instructie voor de pensioenverzekeraar inhield om jaarlijks de benodigde pensioenkapitalen te herrekenen aan de hand van het dan geldende salaris en geldende rentestanden en dat de circulaire dus tot aanpassing van de door DLA te betalen premies zou hebben moeten leiden waardoor de toegezegde pensioenuitkering alsnog is gegarandeerd. Ook in dat betoog wordt [eiseres] niet gevolgd. Daargelaten of de circulaire van de PVK in dit geval de daaraan door [eiseres] toegedichte betekenis heeft, geldt dat deze zich richt tot verzekeraars en DLA onweersproken heeft gesteld dat Delta Lloyd bij haar nooit heeft aangedrongen op aanpassing van de verzekeringspolis. In het licht daarvan heeft [eiseres] onvoldoende over het voetlicht weten te brengen dat de circulaire van de PVK tot een wijziging van de tussen partijen gemaakte afspraken had moeten leiden. Daarbij komt dat uit de brief van de PVK volgt dat het doelvermogen op een hogere rente dan de actuele marktrente mag worden gebaseerd onder de voorwaarde dat deze rente onderdeel uitmaakt van een schriftelijke toezegging en deze rente gelet op de lange termijn ervaringscijfers prudent is (zie 1.7). In dit geval is de hogere rekenrente naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam schriftelijk vastgelegd in de aan [eiseres] door Delta Lloyd uitgebrachte offerte van 16 augustus 1995 die heeft geleid tot de kapitaalverzekering waarnaar in de pensioenbrief wordt verwezen (zie onder 11 e.v. hiervoor). [eiseres] heeft in de processtukken zelf het standpunt ingenomen dat een rekenrente van 6% destijds reëel was. Dat deze rekenrente destijds niet prudent zou zijn, heeft zij dan ook onvoldoende gemotiveerd toegelicht. Het enkele feit dat rekenrente op enig moment als gevolg van marktontwikkelingen als te hoog moest worden aangemerkt – waarvan [eiseres] zich overigens vanaf 2009 (zie 1.9) bewust was – maakt nog niet dat DLA gehouden was tot aanpassing van de kapitaalverzekering op basis van actuele rentetarieven.

17. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] – op wie in deze de bewijslast rust – in het licht van het door DLA gevoerde verweer onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de pensioenbrief zo moet worden uitgelegd dat DLA een bepaalde pensioenuitkering op basis van eindloon heeft gegarandeerd of dat [eiseres] dat zo heeft mogen begrijpen. De conclusie is dan ook dat de vorderingen van [eiseres] onder 2a, 2b en 2f onder ii, die alle op dat standpunt zijn gebaseerd, zullen worden afgewezen. Het betoog van DLA dat [eiseres] te laat heeft geklaagd over het feit dat bij de uitvoering van de pensioentoezegging plaatsvond op basis van een vaste rekenrente van 6% kan op dit punt niet tot een andere uitkomst leiden, zodat dit niet nader hoeft te worden besproken.

18. Het voorgaande neemt niet weg dat partijen bij het maken van de pensioenafspraken een ander streven hadden en mogelijk dat DLA daarom (in het kader van goed

werkgeverschap) op 21 december 2016 het voorstel heeft gedaan om niet de rekenrente

van 6% maar de gemiddelde marktrente uit 2009 (het moment waarop de pensioenregeling ter discussie is gesteld) te hanteren. Gelet op de ingestelde vorderingen, kan dat in het kader van deze procedure echter verder geen rol spelen.

Is DLA de pensioentoezegging (overigens) correct nagekomen?

19. De overige vorderingen – die bij repliek zijn ingesteld respectievelijk zijn gewijzigd –zijn gegrond op de stelling van [eiseres] dat DLA de pensioentoezegging niet juist nakomt. Voor zover deze vorderingen zijn gebaseerd op de stelling van [eiseres] dat DLA gehouden is om het verzekerd kapitaal onder de pensioentoezegging bij te stellen op basis van actuele marktrente en tarieven, kan [eiseres] blijkens het voorgaande niet in haar standpunt worden gevolgd en dienen de vorderingen te worden afgewezen. Dat laat onverlet dat DLA gehouden is de bestaande pensioentoezegging gestand te doen en de premie voor de kapitaalverzekering die gesloten is ter afdekking van het pensioen te voldoen. Tussen partijen is niet in geschil dat DLA deze premiebetaling per 1 januari 2014 aan Nationale Nederlanden ten onrechte heeft gestaakt. Reeds daarom is de vordering onder 2c – welke vordering DLA verder niet gemotiveerd heeft betwist – toewijsbaar.

20. DLA heeft met een beroep op de brief van haar pensioenadviseur van 14 april 2020 (zie 1.17) gemotiveerd betwist dat zij de pensioentoezegging – het punt van de aanpassing op basis van marktrente daargelaten – niet juist nakomt. [eiseres] heeft haar stelling vervolgens bij akte na conclusie van dupliek nader toegelicht. [eiseres] heeft in dat verband aangevoerd dat DLA het verzekerd bedrag ten opzichte van 2010 heeft verlaagd en dat DLA onjuiste uitgangspunten heeft gehanteerd bij het berekenen van het te verzekeren ouderdomspensioen (en nabestaandenpensioen). Volgens [eiseres] zijn DLA/Nationale-Nederlanden bij de kapitaalbepalende gegevens ten onrechte uitgegaan van

  1. het wettelijke pensioenpercentage, terwijl door handhaving van het overeengekomen percentage van 1,75% geen sprake is van overschrijding van het fiscaal maximaal aanvaardbare pensioengevend inkomen (omdat [eiseres] naast haar salaris emolumenten ontvangt die wel deel uitmaken van dat het fiscaal maximaal aanvaardbare pensioengevend inkomen en niet van het pensioengevend inkomen volgens de pensioentoezegging) en als dat niet zo is dient DLA [eiseres] in dit verband te compenseren;

  2. een foutief aantal dienstjaren (22,1 in plaats van 31,5);

  3. een foutief gemiddeld parttime percentage (70,1587 in plaats van 70,8%) en

  4. een foutief pensioenpercentage (29,327% in plaats van 51,71%).

21. Omdat DLA op deze punten nog niet heeft kunnen reageren, is het debat hierover naar het oordeel van de kantonrechter nog niet voltooid. De zaak zal daarom naar de rol worden verwezen, zodat DLA in de gelegenheid wordt gesteld om (uitsluitend) op deze punten te reageren. Alleen indien en voor zover DLA bij die akte producties in het geding brengt, zal [eiseres] in de gelegenheid worden gesteld om (uitsluitend op die producties) te reageren. Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

22. Aangezien partijen het – met uitzondering van het punt van de rekenrente – eens zijn over de gemaakte afspraken en het feit dat daaraan door DLA uitvoering dient te worden gegeven, ligt het voor de hand dat partijen deze (onder 20 genoemde) punten in onderling overleg oplossen. In dat geval kunnen partijen afzien van het nemen van de aktes zoals hiervoor vermeld en, na vermindering van eis, vonnis vragen. De kantonrechter kan zich voorstellen dat bij dat overleg tevens wordt betrokken hetgeen onder 18 hiervoor is opgemerkt.

BESLISSING

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rol van 3 augustus 2021 voor het nemen van een akte aan de zijde van DLA met het doel zoals vermeld onder 21 (of 22) hiervoor;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar

uitgesproken op 6 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.