Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3209

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-06-2021
Datum publicatie
25-06-2021
Zaaknummer
C/13/702212 / KG ZA 21-403
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding, geschil tegen notaris. Eisers vorderen inzage in eerdere testamenten omdat zij het laatst opgemaakte testament willen vernietigen. De notaris beroept zich op geheimhoudingsplicht. Voorzieningenrechter wijst de vordering toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2021-0168
Jurisprudentie Erfrecht 2021/135
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/702212 / KG ZA 21-403 EAM/LO

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 17 juni 2021

in de zaak van

1 [eiser ] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

eisers bij concept-dagvaarding,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam,

tegen

MR. [gedaagde], in zijn hoedanigheid als (opvolgend) notaris,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

vrijwillig verschenen,

advocaat mr. J. Mencke te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] en de notaris worden genoemd.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, en mr. L. Oostinga, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

  • -

    [eisers] en de partner van [eiseres] met mr. Loonstein;

  • -

    de notaris met mr. Mencke.

1 De procedure

1.1.

Het procesdossier bevat de volgende processtukken:

  • -

    De concept-dagvaarding met producties 1 tot en met 12 en een nagezonden productie 13;

  • -

    De pleitnota’s van ieder van partijen.

1.2.

Op de zitting van 17 juni 2021 hebben partijen hun standpunten mondeling toelicht aan de hand van pleitnota’s. Na een schorsing van de zitting, heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit proces-verbaal betreft de vastlegging van die uitspraak.

2 Waar gaat dit kort geding over?

2.1

Deze zaak gaat over de nalatenschap van [erflaatster] , overleden op 15 januari 2021. [eisers] zijn neef en nicht van erflaatster.

2.2

De heer [executeur-testamentair] is benoemd tot executeur-testamentair en is bij testament van 27 oktober 2017 benoemd tot enig erfgenaam. Alle eerder opgemaakte uiterste wilsbeschikkingen zijn bij het testament van 2017 herroepen. [executeur-testamentair] is door de kantonrechter ontslagen als executeur-testamentair.

2.3

[eisers] willen in een bodemprocedure vernietiging van het in 2017 door de tante van [eisers] opgemaakt testament bewerkstelligen, op de grond dat zij ten tijde van het opmaken daarvan in verband met één of meer geestelijke stoornissen niet meer wilsbekwaam was. Ook stellen zij dat het testament vernietigbaar is op grond van artikel 4:59 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.4

[eisers] willen afgifte/inzage in de eerder door de tante opgemaakte testamenten in 1976, 1984 en 1998, omdat zij ervan uitgaan dat zij dan wel hun overleden vader (de enige broer van de tante) daarin als erfgenamen zijn benoemd. Zij beschikken over een brief van de tante aan haar broer waarin zij dat vermeldt.

3 De beoordeling

3.1

In deze zaak beroept de notaris zich op zijn geheimhoudingsplicht. Deze geheimhoudingsplicht kan slechts onder bijzondere omstandigheden worden doorbroken, namelijk als er sprake is van een zwaarder wegend belang bij inzage of afgifte van de eerdere testamenten. Van een zwaarder wegend belang is in dit geval sprake. In de eerste plaats is het zo dat eisers bij het laatste testament zijn onterfd. In de tweede plaats heeft het er alle schijn van, gelet op het dossier, dat de tante niet dan wel beperkt wilsbekwaam was ten tijde van het opmaken van het laatste testament. De medische gegevens wijzen in die richting. Van belang is ook dat de heer [executeur-testamentair] door een beschikking van de kantonrechter is ontslagen als executeur-testamentair. Verder hebben eisers uitgelegd dat hun belang ook is dat zij zeker weten dat zij in het voorlaatste testament als erfgenaam waren benoemd. Hiermee kan worden voorkomen dat zij onnodig een procedure opstarten ter vernietiging van het laatste testament. Dit alles leidt ertoe dat de vordering zal worden toegewezen. Daarbij zal worden bepaald dat de notaris alleen afgifte van het voorlaatste testament hoeft te geven wanneer eisers daarin zijn genoemd. Als eisers geen belanghebbenden blijken te zijn, dan kan de notaris volstaan met een mededeling van deze strekking. Er is nog discussie geweest over de vraag of ook de testamenten uit 1976 en 1984 zouden moeten worden afgegeven. Ook daarbij hebben eisers een voldoende zwaarwegend belang omdat daaruit zou kunnen blijken dat de tante telkens voor ogen heeft gehad dat de erfenis in de familie zou blijven.

3.2

De notaris heeft bepleit dat er geen proceskostenveroordeling zou moeten worden uitgesproken in zijn nadeel. Hiervoor ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, omdat het wettelijk systeem hier in principe niet in voorziet. De notaris wordt immers geheel in het ongelijk gesteld. Er kan zeker begrip worden opgebracht voor de zorgvuldigheid die de notaris heeft betracht, maar tegelijkertijd is er sprake geweest van een eigen keuze en een afweging van de notaris om het op een beslissing van de voorzieningenrechter aan te laten komen.

3.3

De notaris zal dus worden veroordeeld in de proceskosten, zoals hierna bij de beslissing vermeld.

4 De beslissing

4.1

veroordeelt de notaris tot afgifte van de door [erflaatster] in 1976, 1984 en 1998 opgemaakte testamenten aan [eisers] , indien de notaris blijkt dat zij daarbij belanghebbende zijn,

4.2

veroordeelt de notaris in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] begroot op € 309,00 aan griffierecht en € 1.016,00 aan salaris advocaat,

4.3.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad,

4.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Waarvan proces-verbaal,