Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3149

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
06-07-2021
Zaaknummer
C/13/682062 / HA ZA 20-368
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk. Vordering tot betaling van schade i.v.m. uitgevoerde werkzaamheden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/682062 / HA ZA 20-368

Vonnis van 19 mei 2021

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats 1] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. C. Hofmans te Amsterdam (voorheen mr. D.B. den Hartog te Amsterdam),

tegen

[gedaagde] ,

handelende onder de naam ‘ [handelsnaam] ’,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.D.J. van Ruyven te De Bilt.

Eisers worden hierna afzonderlijk [eiser 2] en [eiser 1] genoemd en gezamenlijk [eisers] Gedaagde wordt hierna [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 maart 2020 met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties,

  • -

    conclusie van antwoord in het incident,

  • -

    het vonnis in incident van 9 september 2020,

  • -

    het tussenvonnis van 27 januari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is gelast,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    akte overlegging producties tevens vermeerdering van eis, zijdens [eisers] ,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 6 april 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] is bestuurder van [naam holding] , die 100% van de aandelen houdt in en bestuurder is van [naam BV] houdt zich bezig met het inkopen, verkopen en verhuren van onroerend goed, het uitvoeren van renovatiewerkzaamheden en advisering op het gebied van vastgoed.

2.2.

In juni 2019 hebben [eiser 1] en [gedaagde] via Whatsapp contact gehad over een mogelijke samenwerking bij het renoveren van woningen.

2.3.

[eisers] hebben in februari 2019 de woning aan de [adres] gekocht. Zij wilden hun woning omvangrijk laten verbouwen en hebben daarvoor een aannemer ingeschakeld. Na problemen met die aannemer hebben zij [gedaagde] in augustus 2019 benaderd voor de verbouwing.

2.4.

Op 12 augustus 2019 hebben [eiser 1] en [gedaagde] de volgende Whatsapp-berichten naar elkaar gestuurd:

[eiser 1] : Do you have capacity to finish a project starting as soon as possible?

[gedaagde] : What is about? The same like What we see the last time?

[gedaagde] : It’s possible but we have to see the project tomorrow

[eiser 1] : Yes, how many people do you have now

[gedaagde] : 4 boys

[eiser 1] : Yes, its possible, i cant promise to give you but i wuld like to show you and know wht you can do there. The last builder did a very bad job

[eiser 1] : let me know wht time you want to come or today

[gedaagde] : I will call you

[eiser 1] : Yes, pls do, i will explain the situation

[eiser 1] : We can talk here on whtsapp or on mobile (…)

[eiser 1] : (…) things that need to b done- finish extension, all windows need to b closed from side to avoid water leakage, bathroom instalaation complete, flooring, radiators need to b put back, instslling doors, outside isolation, finishing electricity part

[gedaagde] : If we come this afternoon it’s oke for you?

[eiser 1] : you mean today evening?

[gedaagde] : Yes. 19,30

[eiser 1] : Yes, thts fine

2.5.

[gedaagde] heeft de woning van [eisers] bekeken en vervolgens een offerte aan [eisers] voorgelegd. In de offerte wordt beschreven dat [gedaagde] diverse werkzaamheden zal verrichten aan het dak, de slaapkamers op de eerste verdieping, de badkamer, de trap, de woon- en eetkamer, de entree, de garage, de keuken en in de tuin. Verder staat in de offerte dat de werkzaamheden ongeveer vier weken zullen duren.

2.6.

Partijen zijn overeengekomen dat [eisers] een bedrag van € 21.500,- zullen betalen aan [gedaagde] voor de afgesproken werkzaamheden, waarbij [eisers] zelf de benodigde materialen zullen inkopen. Op 18 augustus 2019 is [gedaagde] begonnen met de werkzaamheden.

2.7.

Op 13 oktober 2019 hebben [eiser 1] en [gedaagde] de volgende Whatsapp-berichten naar elkaar gestuurd:

[eiser 1] : I am sending you a legal letter now by mail. And wil send you the official letter next week. I cant afford to now start paying others for werk that I already paid for.

[gedaagde] : (…) calm down…we find a solution. I will come tomorrow with 2 boy’s and we finish all

[eiser 1] : (…) there is so much work left that it cannot b finished in a day! Roof, bathroom, garage and so many small points! Also i got the roof checked yesterday and they say the quality of roof done is poor. There is water between the walls. Its is already rotting the wood as in pictures. So i will send you the letter and you can decide then how you want to approach and fix this in a proper way. Its no point of keep sending people who dont know how to fix it and waste my money and time. And if you dont have the right people then i want you to tell and take care of the bills that i will get when i get it fixed from someone else.

2.8.

[eisers] hebben [gedaagde] op 14 en 22 oktober 2019 een e-mail gestuurd, waarin voor zover van belang het volgende staat:

U bent met mij een overeenkomst van aanneming van werk overeengekomen betreffende de renovatie van mijn woning (…) Wij hebben u gevraagd de werkzaamheden over te nemen van een andere aannemer die op dat moment de ruwe werkzaamheden had afgerond. Hetgeen wij u hebben gevraagd is opgesomd in de bijlage van deze brief. Op hoofdlijnen is dat: Het herstellen van een aantal werkzaamheden van de eerste aannemer, het isoleren van onze uitbouw en het plaatsen van een dak, renoveren van twee badkamers, 1 wc, stuken van de wanden en verven woning, verven van de radiators, de- en hermonteren van kozijnwerk en de deuren, vloer pakket neerleggen, het maken van de CV verwarmingsinstallatie, de pijpen onder de vloer goed aansluiten, garagewerkzaamheden en het intern afwerken van de woning. (…)

Op dit moment zijn de werkzaamheden niet afgerond en niet gedegen uitgevoerd, ondanks diverse toezeggingen vanuit uw kant. U bent dus in gebreke om uw verplichtingen na te komen. Deze belangrijkste tekortkomingen zijn (zie voor overig de bijlage):

  • -

    Het dak op de uitbouw is niet waterdicht en niet aangelegd zoals het hoort. (…) overal zijn openingen waardoor het water in het houten raamwerk van de uitbouw en zelfs in de woning naar binnenkomt. (…) Wij hebben 2 verschillende specialisten naar ons dak laten kijken en zij constateren dat materialen verkeerd zijn toegepast (…)

  • -

    De uitbouw heeft scheuren..

  • -

    De gaspijpen die afgesloten zijn (…) waren niet goed/veilig afgedopt. (…)

  • -

    (…)

  • -

    De badkamers zijn niet juist afgewerkt. Het water loopt af in verkeerde richtingen of loopt de badkamer uit. (…)

  • -

    De CV installatie lekt. Tot tweemaal toe is op verschillende plaatsen een lek door uw bedrijf gerepareerd. Er blijft echter een lek bestaan. Specialisten vertellen ons dat in huis onderzoek gedaan moet worden naar de herkomst van het lek. Het vermoeden bestaat dat (een) aansluiting(en) van radiatoren ergens in huis niet juist zijn aangebracht.

  • -

    De afwerking binnen in huis in niet af en van slechte kwaliteit. (…)

  • -

    Er is overal verf en ander bouwmateriaal op onze nieuwe houten vloer welke niet door ons schoon te maken/te verwijderen is. De vloer heeft naden en kieren op verschillende plaatsen en is niet afgewerkt.

  • -

    De werkzaamheden aan de garage zijn niet uitgevoerd.

Wij verzochten u regelmatig de gebreken te herstellen en uw verplichtingen na te komen. De dakwerkzaamheden en lekkages in huis kunnen niet wachten. Hiervoor moeten wij op hele korte termijn een specialist inschakelen voor een noodvoorziening om ervoor te zorgen dat het water niet verder binnenkomt. De kosten die wij moeten maken voor deze noodvoorzieningen zullen wij op u verhalen.

Alle werkzaamheden zouden afgerond zijn voor 19 september. Het is nu 22 oktober. Eerder hebben wij u informeel deze brief al gestuurd op 14 oktober. U heeft 2 dagen mensen gestuurd, maar zij hebben de issues niet verholpen. Ik verzoek en zo nodig sommeer ik u om uiterlijk op 15 november 2019 uw verplichtingen voortvloeien uit de overeenkomt van aanneming van werk alsnog na te komen. (…)”

Als bijlage bij deze e-mail zat een overzicht waarin [eisers] in de Engelse en Nederlandse taal beschrijven welke werkzaamheden [gedaagde] in hun ogen niet goed heeft verricht.

2.9.

Bij brief van 26 november 2019 heeft [naam] van DAS Rechtsbijstand namens [eisers] [gedaagde] onder meer als volgt geschreven:

Ik verwijs u voor de opsomming van alle klachten naar de door cliënten verzonden ingebrekestelling van 14 oktober 2019. Zekerheidshalve treft u de ingebrekestelling nogmaals in de bijlage aan.

Op 17 oktober 2019 heeft u nog twee medewerkers gestuurd om de klachten te verhelpen maar dit is niet adequaat gebeurd. Alle gebreken bestaan nog steeds. Op 18 oktober liet u cliënten telefonisch weten dat zij het werk door een ander kunnen laten afmaken. Uit deze mededeling leiden cliënten af dat u uw verplichtingen niet meer nakomt. U verkeert derhalve in verzuim op grond van artikel 6:83 BW.

(…)

Cliënten hebben voorzorgsmaatregelen moeten treffen om ergere schade te voorkomen. Deze kosten zullen op u worden verhaald. Ter vaststelling van de totale omvang van de schade zal op korte termijn een onafhankelijk expertise onderzoek worden uitgevoerd. U wordt uitdrukkelijk uitgenodigd om bij het onderzoek aanwezig te zijn. De datum en tijdstip zullen nog aan u worden doorgegeven.(…)”

2.10.

In december 2019 heeft de firma Setelkeur in opdracht van [eisers] onderzoek gedaan naar de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden, waarna Setelkeur een rapport heeft opgesteld. In dit rapport, voorzien van circa 120 foto’s, staat onder meer het volgende:

(…)

Dak werk is slecht uitgevoerd waardoor er lekkage is ontstaan

Nieuw geplaatste Kunststof kozijnen zijn niet goed afgewerkt.

Er is lekkage geweest waardoor er vochtplekken in de nieuw aangebracht houtenvloer aanwezig zijn.

Er zijn lekkage plekken aanwezig in plafond en binnenmuur uitbouw.

Er is scheurvorming aanwezig in het plafond in de uitbouw.

Op de nieuw aangebrachte houtenvloer op de eerste verdieping zitten veel verfplekken.

Bij de keuken sluit de houtenvloer niet aan met het keukenblok.

Er zijn nieuwe opdekdeuren geplaatst met de verkeerde scharnieren.

Nieuwe deuren zijn ter plaatsen geschilderd, schilderwerk is slecht uitgevoerd.

Er is een lekkage bij de radiator hersteld, vloer is niet afgewerkt.

Tegelwerk in de badkamers is matig.

Kitwerk en voegwerk is slecht uitgevoerd.

Tegelwerk in de badkamers is slecht uitgevoerd, diverse tegels klinken hol.

Hemelwaterafvoer uitbouw is niet correct aangebracht.

Werkzaamheden in de garage is niet uitgevoerd staat vol bouwmateriaal.

Conclusie afwerking van de uitgevoerde werkzaam heden is slecht.

Door onjuist uitgevoerde dak werkzaamheden is er lekkage ontstaan in de aanbouw.

Deuren zijn geschilder op nieuw aangebracht houten vloer zonder deze goed af te dekken. (…)”.

2.11.

In december 2019 heeft de firma Arjan Dakbedekkingen werkzaamheden verricht aan het dak van de woning van [eisers] en hen hiervoor een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.070,85.

2.12.

Bij brief van 22 januari 2020 heeft [naam] [gedaagde] onder meer als volgt bericht:

(…)

Cliënte hebben u op 14 oktober 2019 schriftelijk in gebreke gesteld en u verkeert inmiddels ruimschoots in verzuim. Op basis van uw mededeling dat u uw verplichtingen niet meer nakomt als het feit dat u nergens op reageert, staat vast dat u in verzuim verkeert.

Middels deze brief bericht ik u dat cliënten niet langer meer aanspraak maken op nakoming maar op vervangende schadevergoeding. Deze brief geldt dan ook als een omzettingsverklaring.

Op 26 november jl. is u bericht dat er een aanvullende bouwkundige inspectie plaatsvond voor het bepalen van de totale omvang van de schade. Deze inspectie is op 6 december 2019 uitgevoerd. U was hiervoor uitgenodigd maar u bent niet verschenen. Tijdens deze inspectie is beoordeeld dat het werk gebrekkig is uitgevoerd. (…)”.

2.13.

[eisers] hebben in totaal € 20.207,00 van de aanneemsom aan [gedaagde] voldaan.

2.14.

In mei 2020 heeft AC B.V. werkzaamheden verricht aan het dak van de woning van [eisers] en hen hiervoor een factuur gestuurd voor een bedrag van € 847,00.

2.15.

In juni 2020 heeft Davis Construction & Plumbing het spouwlood van de woning van [eisers] vervangen en hen hiervoor twee facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 1.251,58.

2.16.

In september 2020 heeft Loodgieters- en installatiebedrijf T.H. Verburg [eisers] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 4.413,20 voor in oktober tot en met december 2019 verrichte werkzaamheden aan de cv-installatie, leidingwerk en radiatoren in hun woning. Op de factuur staat, voor zover van belang, het volgende:

(…) wij troffen de installatie aan die zeer ondeskundig is verbouwd, met koppelingen voor cv in de vloer die niet geschikt waren voor kunststof buis, slecht aangesloten riolering, aansluiting voor drinkwater die waren verwisseld, koud en warm, etc. Hierbij hebben wij het meeste weer deskundig kunnen herstellen, waarbij wij echter aangeven dat we alleen de punten hebben aangepakt die urgent zijn. (…)”.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eisers] vorderen samengevat - [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:

I. € 31.925,85 aan vervangende schadevergoeding, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 oktober 2019, althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum,

II. € 8.205,78 eveneens aan vervangende schadevergoeding vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2019,

III. € 1.324,05 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 maart 2020,

IV. € 275,-, aan expertisekosten (rapport Setelkeur), te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 maart 2020,

V. de proceskosten, waaronder de kosten voor het leggen van beslag en de nakosten.

3.2.

[eisers] voeren daartoe aan dat [gedaagde] zijn verplichtingen uit de overeenkomst van aanneming van werk niet is nagekomen en toerekenbaar tekort is geschoten. [gedaagde] heeft gebrekkig werk geleverd en de werkzaamheden niet afgemaakt. [eisers] hebben [gedaagde] in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen, maar hij heeft dat niet gedaan. Doordat nakoming door [gedaagde] uitbleef, is hij op 29 oktober 2019 in verzuim geraakt. Op 22 januari 2020 hebben [eisers] [gedaagde] een omzettingsverklaring gestuurd. Daarin hebben zij [gedaagde] meegedeeld dat zij niet langer aanspraak maken op nakoming van de overeenkomst door [gedaagde] , maar vervangende schadevergoeding vorderen.

3.3.

[gedaagde] heeft het volgende verweer gevoerd. De overeenkomst is gesloten met de onderneming van [eiser 1] . [eisers] zijn daarom niet ontvankelijk in hun vordering. [gedaagde] betwist dat sprake is van gebreken in de uitvoering van de werkzaamheden. Bovendien is hij niet in gebreke gesteld. [eisers] hebben bij [gedaagde] alleen aangekondigd dat er een expertiseonderzoek zou worden verricht, maar zij hebben hem niet daadwerkelijk een uitnodiging gestuurd. Het door de deskundige opgestelde rapport is niet voldoende om te concluderen dat [gedaagde] geen goed werk heeft geleverd. DAS werkt met vaste deskundigen. Het rapport is dus niet door een onafhankelijke deskundige opgesteld. [gedaagde] heeft betaald gekregen voor wat partijen hebben afgesproken en heeft gedaan wat hij moest doen. Hij dacht dat hij een deal had gemaakt met [eisers] dat hij geen werkzaamheden meer zou verrichten en zij geen betaling meer zouden doen. Daarom heeft hij niet gereageerd op de brief die [eisers] in oktober 2019 hebben gestuurd. De vorige aannemer heeft slecht werk geleverd en dit is de oorzaak van de huidige problemen aan/in de woning van [eisers]

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagde] vordert samengevat - veroordeling van [eisers] tot betaling van € 1.293,-, zijnde het restant van de aanneemsom, vermeerderd met rente vanaf 8 juli 2020 en met veroordeling van [eisers] in de proceskosten.

3.6.

[eisers] voeren verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

4.2.

Anders dan [gedaagde] stelt is niet komen vast te staan dat hij de overeenkomst is aangegaan met de onderneming van [eiser 1] in plaats van met [eisers] Dat [gedaagde] in het verleden werkzaamheden heeft verricht aan andere woningen in opdracht van een vennootschap van [eiser 1] , is daartoe, gezien hetgeen door [eisers] onweersproken is aangevoerd, in ieder geval onvoldoende. De werkzaamheden zijn verricht in en aan de echtelijke woning van [eisers] Zijn stelling dat hij niet wist dat het om hun woonhuis ging, heeft [gedaagde] niet nader onderbouwd en is niet waarschijnlijk omdat [eisers] vanwege de verbouwing van hun woning, in een hotel verbleven en [gedaagde] bij hen in het hotel langs is geweest om over de overeenkomst te praten. De door [gedaagde] opgestelde facturen staan allemaal op naam van [eisers] en de door [gedaagde] opgestelde offerte is gericht aan [eiser 1] . [eisers] zijn dan ook ontvankelijk in hun vordering.

4.3.

[eisers] vorderen . op grond van artikel 6:87 Burgerlijk Wetboek (BW) vervangende schadevergoeding, bestaande uit reeds gemaakte en nog te maken herstelkosten.

4.4.

Artikel 6:87 BW bepaalt dat voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, de verbintenis wordt omgezet in een tot vervangende schadevergoeding, wanneer de schuldeiser in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk meedeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert.

4.5.

[eisers] stellen dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de overeenkomst is nagekomen en dat van gebreken in de door hem verrichte werkzaamheden geen sprake is. Ter onderbouwing van hun stelling hebben [eisers] verwezen naar het rapport van Setelkeur, de in dat rapport opgenomen foto’s en facturen van herstelwerkzaamheden die zij reeds hebben laten verrichten. Daartegenover stelt [gedaagde] dat het rapport van Setelkeur niet door een onafhankelijke deskundige is opgesteld en niet deugt. Verder stelt [gedaagde] dat hij niet is uitgenodigd om bij het onderzoek aanwezig te zijn, althans dat hij zich dat niet herinnert. Feit is echter dat hij inhoudelijk niet heeft gereageerd op het rapport. Dat [gedaagde] niet bij de bouwkundige keuring aanwezig is geweest, is onvoldoende grond om het rapport van de deskundige ter zijde te schuiven. Hetzelfde geldt voor het feit dat de deskundige is benaderd door de rechtsbijstandsverzekeraar van [eisers] Gelet op de conclusie van het rapport in combinatie met de foto’s bij dat rapport en de facturen voor de herstelwerkzaamheden die [eisers] hebben laten verrichten, staat voldoende vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

4.6.

Op [gedaagde] rust de bewijslast van zijn stelling dat de gebreken zoals benoemd in het rapport van Setelkeur zijn veroorzaakt door de vorige aannemer. Hij heeft ter onderbouwing van die stelling niets aangedragen. Bovendien heeft [gedaagde] de woning voor aanvang van de werkzaamheden geïnspecteerd. Als hij toen gebreken van de vorige aannemer heeft gezien die hem zouden belemmeren deugdelijk werk af te leveren, had het op zijn weg gelegen die toen te benoemen.

4.7.

Bij e-mail van 14 en 22 oktober 2019 hebben [eisers] [gedaagde] in gebreke gesteld en hem de gelegenheid geboden de gebreken uiterlijk 15 november 2019 te herstellen. Nakoming binnen de gestelde termijn is uitgebleven, zodat [gedaagde] op 16 november 2019 in verzuim is geraakt. Dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] geen werkzaamheden meer hoefde te verrichten en [eisers] het restant van de aanneemsom niet hoefden te betalen, heeft [gedaagde] niet onderbouwd, hetgeen in het licht van de betwisting door [eisers] , wel op zijn weg had gelegen. De rechtbank verwerpt dit verweer.

4.8.

Bij brief van 22 januari 2020 hebben [eisers] [gedaagde] schriftelijk meegedeeld dat zij schadevergoeding in plaats van nakoming vorderen.

4.9.

Bovenstaande leidt tot de conclusie dat aan de voorwaarden van artikel 6:87 BW is voldaan.

4.10.

De rechtbank zal de schade vaststellen. Geoordeeld wordt dat de schade van [eisers] niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. De door [eisers] overgelegde opstelling van de schade biedt daarvoor onvoldoende inzicht vanwege dubbeltellingen en offertes waarvan vaststaat dat die niet relevant zijn. De schade zal daarom op grond van artikel 6:97 BW worden geschat.

4.11.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking de reeds door [eisers] gemaakte kosten in verband met reparaties aan het dak en loodgieterswerkzaamheden voor in totaal een bedrag van € 7.582,63 (zie 2.11 2.14 2.15 en 2.16). Deze kosten staan in voldoende verband met de vastgestelde gebreken.

4.12.

De factuur van de loodgieter (zie 2.16) zag op herstelwerkzaamheden aan de cv-installatie, leidingbuizen en radiatoren. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard hier voor het eerst over te horen en heeft gesteld dat die werkzaamheden niet onder de overeenkomst vielen. De rechtbank gaat hieraan voorbij omdat reeds in de offerte onder diverse posten (in totaal 11 keer) staat vermeld dat de verwarminsinstallatie wordt nagekeken en gerepareerd. In hun e-mails van 14 en 22 oktober 2019 hebben [eisers] problemen met de cv-installatie en de radiatoren als een van de belangrijkste tekortkomingen gemeld. [gedaagde] wist daarom, althans had kunnen weten, van de hiervoor genoemde problemen. Niet is gebleken dat [gedaagde] op dat moment te kennen heeft gegeven dat deze werkzaamheden niet onder de overeenkomst vielen. Ook in zijn conclusie van antwoord heeft [gedaagde] die stelling niet ingenomen.

4.13.

[eisers] hebben voldoende onderbouwd dat nog werkzaamheden aan het dak moeten worden verricht. Voor die werkzaamheden hebben zij een offerte overgelegd van Davis Construction & Plumbing voor een bedrag van € 1.694,00 inclusief btw. Dit bedrag zal daarom worden meegenomen bij de begroting van de schade.

4.14.

Verder hebben [eisers] een offerte overgelegd van Davis Construction & Plumbing voor een bedrag van € 17.835,40 inclusief btw voor het verrichten van diverse herstelwerkzaamheden. Gelet op het rapport van Setelkeur staan deze werkzaamheden in voldoende verband met de vastgestelde gebreken. Dit geldt alleen niet voor het in de offerte opgenomen bedrag van € 1.118,04 inclusief btw voor het ontstoppen en aansluiten van het toilet in de garage, zodat een bedrag wordt toegewezen van € 16.717,36.

4.15.

De overige door [eisers] gestelde herstelkosten worden afgewezen, omdat dit dubbeltellingen betreffen dan wel omdat zij die onvoldoende hebben onderbouwd.

4.16.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de vervangende schadevergoeding wordt geschat op € 25.993,99 (€ 7.582,63 + € 1.694,00 + € 16.171,36). De gevorderde wettelijke rente daarover kan worden toegewezen vanaf de datum waarop [gedaagde] met betaling van de vervangende schadevergoeding in verzuim is gekomen. Bij brief van 22 januari 2020 hebben [eisers] [gedaagde] verzocht om binnen vijftien dagen na dagtekening van die brief tot betaling van de vervangende schadevergoeding over te gaan. Dit betekent dat de wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 7 februari 2020.

4.17.

[eisers] hebben geen ontbinding van de overeenkomst gevorderd. Zij hebben de verbintenis omgezet in een tot vervangende schadevergoeding. Daardoor blijven [eisers] hun tegensprestatie, betaling van het restant van de aanneemsom, verschuldigd, zijnde de in reconventie gevorderde € 1.293,00. De gevorderde wettelijke rente vanaf 8 juli 2020 is niet weersproken en zal daarom vanaf die datum worden toegewezen. De rente tot en met heden bedraagt € 19,95. Dit betekent dat [eisers] nog € 1.312,95 aan [gedaagde] dienen te betalen. Zoals tijdens de mondelinge behandeling toegelicht, willen zij dit bedrag direct verrekend zien met het bedrag van de vervangende schadevergoeding. Per saldo is [gedaagde] dus nog € 24.681,04 aan [eisers] verschuldigd.

4.18.

Om expertisekosten te vergoeden is op grond van artikel 6:96 lid 2 BW nodig dat het redelijk is geweest dat kosten zijn gemaakt en de gemaakte kosten moeten ook redelijk zijn. Dat expertise is verzocht door [eisers] is redelijk. De omvang van de kosten zijn ten opzichte van de uiteindelijk vastgestelde gebreken in de werkzaamheden ook redelijk. De vordering tot betaling van € 275,00 aan expertisekosten zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente vanaf 17 maart 2020 is niet weersproken en zal daarom vanaf die datum worden toegewezen.

4.19.

[eisers] maken aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zij hebben voldoende onderbouwd en [gedaagde] heeft onvoldoende betwist dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gaat uit van een hogere vordering dan wordt toegewezen en is daarmee hoger dan het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Het bedrag zal dan ook worden beperkt tot het toepasselijke wettelijke tarief van € 1.236,39. De gevorderde wettelijke rente vanaf 17 maart 2020 is niet weersproken en zal daarom vanaf die datum worden toegewezen.

4.20.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [eisers] desgevraagd meegedeeld dat geen beslag is gelegd. De gevorderde beslagkosten zullen daarom worden afgewezen.

4.21.

Als de in grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten in conventie, gevallen aan de zijde van [eisers] . Deze worden aan de zijde van [eisers] begroot op:

  • -

    dagvaardingskosten € 100,89,

  • -

    griffierecht € 937,-, en

  • -

    salaris advocaat € 1.802,50 (2,5 punten x tarief € 721,-),

Totaal € 2.840,39.

4.22.

De proceskosten in reconventie worden verrekend, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.23.

De nakosten worden begroot op de wijze die in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 24.681,04 (vierentwintigduizendzeshonderdeenentachtig euro en vier eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2020 tot aan de dag der algehele betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 275,00 (tweehonderdvijfenzeventig euro) aan expertisekosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 maart 2020, tot aan de dag der algehele betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.236,39 (twaalfhonderdzesendertig euro en negenendertig eurocent) aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 maart 2020, tot aan de dag der algehele betaling,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten in conventie, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 2.840,39 (achtentwintighonderdveertig euro en negenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. In reconventie draagt ieder eigen kosten,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2021.1

1 type: MvG coll: