Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3148

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-05-2021
Datum publicatie
06-07-2021
Zaaknummer
8896505 CV EXPL 20-21306
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk. Betaling facturen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, kamer voor kantonzaken

zaaknummer: 8896505 CV EXPL 20-21306

vonnis van: 17 mei 2021

fno.: 2015

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

handelende onder de naam ‘ [handelsnaam] ’

wonende te / gevestigd te [plaats]

eisende partij

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: [gemachtigde]

t e g e n

YUXI ORIENTAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam

gedaagde partij

nader te noemen: Asian Bistro

advocaat-gemachtigde: mr. D.Y. Li.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 november 2020, met producties,

  • -

    conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 8 februari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    nadere producties zijdens Asian Bistro,

  • -

    de op 19 april 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarvan de zittingsaantekeningen zich in het dossier bevinden.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Asian Bistro heeft [eiser] benaderd voor verbouwingswerkzaamheden. [eiser] heeft hiervoor in december 2019 en in januari 2020 een offerte voorgelegd aan Asian Bistro, die beide offertes heeft geaccepteerd.

2.2.

[eiser] is op 10 februari 2020 begonnen met de werkzaamheden. [eiser] heeft steeds via de telefoon of Whatsapp contact gehad over de werkzaamheden met [naam 1] , adviseur van Asian Bistro.

2.3.

[eiser] heeft Asian Bistro op 15 april, 2 en 14 juni 2020 facturen gestuurd voor een bedrag van € 13.007,50, € 3.477,54 respectievelijk € 3.896,00, derhalve voor een totaal bedrag van € 20.381,04.

2.4.

[eiser] en [naam 1] hebben op enig moment in juni 2020 met elkaar gesproken over de door [eiser] uitgevoerde werkzaamheden. In dit gesprek hebben zij besproken dat [eiser] een korting zou verstrekken van € 4.500,00 op de aanneemsom en hij nog herstelwerkzaamheden zou verrichten. [eiser] heeft daarna nog werkzaamheden verricht.

2.5.

[eiser] heeft Asian Bistro op 4 september 2020 een betalingsherinnering gestuurd voor de onder 2.3 genoemde facturen. Bij brief van 10 september 2020 heeft [eiser] onder meer het volgende geschreven aan Asian Bistro:

(…) Openstaande facturen en restant bedragen dienen binnen 3 dagen betaald te worden, indien dit niet gebeurt,

- Bij het oplevering heeft u ook een deal gemaakt ivm werken en heeft u € 4500,00 korting gehad, deze korting wordt dan ingetrokken en zal doorberekend worden aan u. (…)”.

2.6.

Bij e-mail van 15 september 2020 heeft Asian Bistro [eiser] in gebreke gesteld en hem meegedeeld dat betaling wordt opgeschort totdat alle werkzaamheden conform afspraak zijn afgerond.

2.7.

Bij brieven van 1 en 7 oktober 2020 heeft de gemachtigde van [eiser] Asian Bistro gesommeerd om tot betaling van de in 2.3 genoemde facturen over te gaan.

2.8.

Bij e-mail van 8 oktober 2020 heeft Asian Bistro de overeenkomst met [eiser] (partieel) ontbonden.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eiser] vordert dat Asian Bistro bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

  1. € 20.381,04, vermeerderd met wettelijke handelsrente daarover vanaf 10 september 2020 tot de dag van voldoening;

  2. € 978,81 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente;

  3. de proces- en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

[eiser] stelt hiertoe dat hij werkzaamheden heeft verricht in het restaurant van Asian Bistro conform de door hem uitgebrachte offertes. Hiervoor heeft hij facturen gestuurd aan Asian Bistro die zij ten onrechte niet heeft betaald.

3.3.

Asian Bistro heeft het volgende verweer gevoerd. [eiser] heeft in de dagvaarding in strijd met artikel 111 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) niet het verweer van Asian Bistro vermeld. [eiser] moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen, althans in de proceskosten worden veroordeeld, ongeacht de uitkomst van deze procedure. Asian Bistro betwist dat zij gehouden is om de factuur van 2 juni 2020 voor een bedrag van € 3.477,54 te betalen. Dit bedrag betrof een tussen partijen overeengekomen korting op de hoofdopdracht en het meerwerk, omdat [eiser] niet alle werkzaamheden goed had uitgevoerd. Asian Bistro heeft terecht ook de overige twee facturen niet betaald, omdat [eiser] geen goed werk heeft geleverd. Met inachtneming van wat Asian Bistro al aan [eiser] heeft betaald, staat nog een bedrag open van € 16.353,44. Op dit bedrag dient een bedrag van € 12.824,64 aan minderwerk, niet geleverde artikelen en extra gemaakte kosten aan derden in mindering te worden gebracht. Verder heeft Asian Bistro schade geleden, die zij begroot op € 15.000,00. Per saldo heeft [eiser] niets meer te vorderen en dient hij nog aan Asian Bistro te betalen. De buitengerechtelijke kosten moeten worden afgewezen. De werkzaamheden van de gemachtigde van [eiser] hebben uitsluitend bestaan uit het voorbereiden van deze procedure.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In reconventie

3.5.

Asian Bistro vordert, samengevat en uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de partiële ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst uit te spreken;

  2. [eiser] te veroordelen tot betaling van € 15.000,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente daarover vanaf 8 oktober 2020 tot de dag van voldoening;

  3. [eiser] te veroordelen in de proceskosten.

3.6.

Asian Bistro stelt daartoe het volgende. [eiser] is zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen. Asian Bistro heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen. Dit heeft hij niet gedaan. Asian Bistro was daarom gerechtigd de overeenkomst op 8 oktober 2020 te ontbinden. Voor zover de overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden, vordert Asian Bistro dat de rechtbank de overeenkomst ontbindt. Asian Bistro heeft schade geleden als gevolg van het onjuist/onvolledig uitvoeren van de werkzaamheden door [eiser] . Veel zaken die door [eiser] zijn aangebracht, moeten worden gerepareerd en/of vervangen.

3.7.

[eiser] heeft het volgende verweer gevoerd. Hij betwist op 15 en 25 september 2020 een e-mail van Asian Bistro te hebben ontvangen. Deze e-mails zouden zijn gestuurd door [naam 2] , terwijl [eiser] steeds, ook via e-mail, contact heeft gehad met [naam 1] . Uit de e-mail van 15 september 2020 volgt dat Asian Bistro zonder [eiser] in gebreke te hebben gesteld, derden heeft ingeschakeld om vermeend gebrekkig werk te herstellen. Daarmee heeft Asian Bistro het [eiser] onmogelijk gemaakt om, voor zover [eiser] tekort is geschoten, alsnog deugdelijk na te komen. Daarmee is Asian Bistro in schuldeisersverzuim gekomen. Uit het overzicht waarmee Asian Bistro haar vermeende schade heeft begroot, blijkt dat alle facturen dateren van ruim voor de ingebrekestelling.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

Facturen [eiser]

4.2.

moet in de dagvaarding het verweer van Asian Bistro tegen zijn vordering vermelden. In een e-mail van 15 september 2020 heeft Asian Bistro opgesomd welke problemen er waren bij het door [eiser] uitgevoerde werk. [eiser] heeft de ontvangst van deze e-mail betwist. In het midden kan blijven of [eiser] de e-mail van Asian Bistro heeft ontvangen. Het moet voor Asian Bistro in redelijkheid duidelijk zijn geweest waar dit geschil over gaat. Asian Bistro wist immers dat [eiser] zich op het standpunt stelde dat hij uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst nog aanspraak maakte op betaling van openstaande facturen. [eiser] is daarom ontvankelijk in zijn vordering en zal niet, ongeacht de uitkomst van de procedure, in de proceskosten worden veroordeeld.

4.3.

[eiser] is op 10 februari 2020 begonnen met de werkzaamheden. Partijen hebben op enig moment in juni 2020 met elkaar gesproken over de door [eiser] uitgevoerde werkzaamheden. In dit gesprek hebben partijen besproken dat [eiser] een korting zou geven van € 4.500,00 op de aanneemsom en hij nog herstelwerkzaamheden zou verrichten.

4.4.

Vast staat dat [eiser] daarna nog in het restaurant van Asian Bistro is geweest en werkzaamheden heeft verricht. Asian Bistro heeft echter aangevoerd dat desondanks allerlei zaken nog steeds niet zijn gedaan en zij daardoor schade heeft geleden. Op zichzelf heeft Asian Bistro niet betwist dat zij [eiser] moet betalen voor de werkzaamheden die hij heeft verricht. De stellingen van Asian Bistro komen er echter feitelijk op neer dat zij haar schade wenst te verrekenen met de openstaande facturen van [eiser] .

Schade Asian Bistro

4.5.

Ten behoeve van de mondelinge behandeling heeft Asian Bistro productie 12 in het geding gebracht. In deze productie heeft Asian Bistro een overzicht gemaakt, voorzien van facturen en bonnetjes, van de door haar gesteld geleden schade, die zij in dat overzicht begroot op € 18.709,26.

4.6.

Asian Bistro heeft bonnen van Gamma en Praxis overgelegd. Zij heeft ter onderbouwing van haar stelling dat dit schade betreft die is veroorzaakt door [eiser] niets aangedragen. De bonnen dateren uit de periode dat [eiser] nog bezig was met het verrichten van werkzaamheden en ze zijn ook van voor de ingebrekestelling in september 2020. Niet is gebleken dat Asian Bistro destijds aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt dat zij deze kosten heeft gemaakt omdat hij zijn werk niet goed deed. Tot slot staan op de bonnen ook goederen die in ieder geval geen onderdeel waren van de overeenkomst, zoals bijvoorbeeld een nieuwe brievenbus.

4.7.

Asian Bistro heeft verder als schade een factuur van DesignDoc voor een bedrag van € 7.260,00 opgevoerd. Deze factuur ziet op ontwerpkosten voor de verbouwing. Omdat [eiser] volgens Asian Bistro geen deugdelijk werk heeft verricht, zijn deze kosten voor niks geweest, aldus Asian Bistro. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam 1] toegelicht dat Asian Bistro DesignDoc nog een keer heeft moeten inschakelen, maar dat hiervoor geen kosten in rekening zijn gebracht. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de kosten van DesignDoc schade is, die door [eiser] moet worden vergoed.

4.8.

Verder volgt uit de schadeopstelling van Asian Bistro dat zij in februari en maart 2020 goederen heeft gekocht. Volgens Asian Bistro betreffen dit zaken die zij opnieuw heeft moeten kopen, omdat [eiser] geen deugdelijk werk afleverde. [eiser] heeft dit betwist. Terecht heeft hij in dat kader gesteld dat hij in die maanden aan het werk was bij Asian Bistro en het op haar weg had gelegen hiervan toen melding te maken bij [eiser] en hem de gelegenheid te bieden zelf tot herstel over te gaan. Gesteld nog gebleken is dat Asian Bistro dit heeft gedaan. Asian Bistro heeft deze schadepost, gelet op de gemotiveerde betwisting van [eiser] , onvoldoende toegelicht en onderbouwd.

4.9.

Tot slot heeft Asian Bistro facturen overgelegd voor het vervangen van een zekeringskast en voor het opnieuw laten aanleggen van netwerkkabels. [eiser] heeft aangevoerd dat voor zover het hier gaat om schade die hij heeft veroorzaakt, Asian Bistro hem in de gelegenheid had moeten stellen de vermeende gebreken te herstellen. [naam 1] heeft gesteld dat hij [eiser] hierover heeft gebeld, maar dit wordt door [eiser] gemotiveerd betwist. [naam 1] heeft van deze stelling geen bewijs aangeboden. Aldus is de conclusie dat Asian Bistro onvoldoende heeft onderbouwd dat zij [eiser] in gebreke heeft gesteld, zodat de kosten van de vermeende herstelwerkzaamheden voor haar eigen rekening blijven.

Conclusie

4.10.

De conclusie van bovenstaande is dat Asian Bistro haar schade onvoldoende heeft onderbouwd. Daarmee kan in het midden blijven of [eiser] de ingebrekestelling van Asian Bistro van 15 september 2020 heeft ontvangen. Nu Asian Bistro in gebreke is gebleven met betaling van de facturen van [eiser] , is zij in verzuim geraakt en kon zij de overeenkomst met [eiser] niet (partieel) ontbinden.

4.11.

Asian Bistro heeft aangevoerd dat, rekening houdend met haar betalingen, een bedrag in hoofdsom openstaat van € 19.830,98. [eiser] heeft dit niet weersproken, zodat van de juistheid hiervan wordt uitgegaan. Asian Bistro heeft verder aangevoerd dat de factuur van 2 juni 2020 voor een bedrag van € 3.477,54 de overeengekomen korting betrof die [eiser] later alsnog in rekening heeft gebracht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] bevestigd dat partijen zijn overeengekomen dat hij een bedrag van € 4.500,- op het werk in mindering zou brengen, zodat van het laatste bedrag wordt uitgegaan. Niet gebleken is dat [eiser] aan deze korting de voorwaarde heeft gesteld dat Asian Bistro de openstaande facturen moest betalen, zodat het niet betalen van die facturen geen reden is om de korting alsnog in rekening te brengen. Dit betekent dat een bedrag van € 15.330,98 (€ 19.830,98 - € 4.500,00) zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 10 september 2020 is niet weersproken en zal daarom vanaf die datum worden toegewezen.

4.12.

[eiser] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Artikel 6:96 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat in geval van handelstransacties incassokosten zijn verschuldigd zonder dat eerst een aanmaning hoeft te worden verstuurd. De incassokosten zijn verschuldigd zodra de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken. Een schuldeiser hoeft daarbij niet aan te tonen in welke mate en tot welke omvang hij incassokosten heeft gemaakt (gerechtshof Amsterdam, 22 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3181). Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gaat uit van een hogere vordering dan wordt toegewezen en is daarmee hoger dan het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Het bedrag zal dan ook worden beperkt tot het toepasselijke wettelijke tarief van € 928,31. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van dit vonnis.

4.13.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Asian Bistro worden veroordeeld in de proceskosten in conventie, gevallen aan de zijde van [eiser] . Deze worden aan de zijde van [eiser] begroot op:

  • -

    dagvaardingskosten € 106,47,

  • -

    griffierecht € 499,-, en

  • -

    salaris advocaat € 764,00 (2, punten x tarief € 373,00),

Totaal € 1.369,47.

4.14.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Asian Bistro worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie, gevallen aan de zijde van [eiser] . Deze worden aan de zijde van [eiser] begroot op € 373,00 (1 punt x tarief € 373,00) aan salaris advocaat.

4.15.

De nakosten worden begroot op de wijze die in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie en in reconventie

5.1.

veroordeelt Asian Bistro om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 15.330,98 (vijftienduizenddriehonderddertig euro en achtennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 10 september 2020 tot aan de dag der algehele betaling,

5.2.

wijst de vorderingen van Asian Bistro af

5.3.

veroordeelt Asian Bistro om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 928,31 (negenhonderdachtentwintig euro en eenendertig eurocent) aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 mei 2021, tot aan de dag der algehele betaling,

5.4.

veroordeelt Asian Bistro in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.742,47 (zeventienhonderdtweeënveertig euro en zevenenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.5.

veroordeelt Asian Bistro in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Asian Bistro niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2021.