Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3119

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2021
Datum publicatie
28-10-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1983
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Anw, duurzame band van persoonlijke aard, ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/1983

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te Tetouan (Marokko), eiseres

(gemachtigde: mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn),

en

de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Pinar).

Partijen worden hierna [eiseres] en de Svb genoemd.

Procesverloop

Met een besluit van 20 maart 2019 (het primaire besluit) heeft de Svb de aanvraag van [eiseres] om een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) afgewezen.

Met het besluit van 25 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.

[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 8 december 2020. De zitting heeft plaatsgevonden door middel van een beeldverbinding (Skype). Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en [eiseres] in de gelegenheid gesteld om op de nieuwe stukken die de Svb heeft overgelegd te reageren. [eiseres] heeft niet van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

De rechtbank heeft aangekondigd dat een nadere zitting in deze zaak achterwege blijft, tenzij partijen aangeven alsnog op zitting gehoord te willen worden. Geen van partijen heeft aangegeven op zitting gehoord te willen worden. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. [eiseres] woont in Marokko en was gehuwd met [de man] (hierna: de echtgenoot). De echtgenoot heeft een lange tijd in Nederland gewoond, maar is op 25 juli 2015 vertrokken naar Marokko. De echtgenoot is in december 2016 teruggekeerd naar Nederland. Hij is op

23 mei 2018 overleden.

2. [eiseres] heeft op 9 augustus 2018 via de Caisse Nationale de Sécurité Sociale een aanvraag om een Anw-uitkering ingediend. De Svb heeft deze aanvraag met het primaire besluit afgewezen, omdat de echtgenoot op de dag van overlijden niet verzekerd was voor de Anw. Met het bestreden besluit heeft de Svb dit standpunt gehandhaafd.

3. Volgens [eiseres] was haar echtgenoot wel verzekerd voor de Anw op de datum van overlijden omdat hij een persoonlijke band van duurzame aard met Nederland had. Haar echtgenoot heeft Nederland namelijk altijd als zijn thuisland beschouwd, zijn kinderen en kleinkinderen zijn geboren in Nederland en wonen ook in Nederland. Na het huwelijk van [eiseres] en haar echtgenoot speelde zijn leven ook in Nederland af. Hij is naar Nederland teruggekeerd voor medische zorg. De echtgenoot heeft zich op 7 december 2016 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres van zijn zoon. De echtgenoot had geen eigen woning omdat deze na echtscheiding is toegewezen aan zijn eerdere echtgenote. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft [eiseres] stukken overgelegd van het BRP, de echtgenoot zijn uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet, een attestatie de vita en een document van de vreemdelingenpolitie waarin wordt aangegeven dat de echtgenoot een doorlopend verblijf heeft.

Het oordeel van de rechtbank

4. Beoordeeld moet worden of de aanvraag om een Anw-uitkering van [eiseres] terecht is afgewezen door de Svb omdat haar echtgenoot op 23 mei 2018 niet verzekerd was voor de Anw.

5. Artikel 13 van de Anw bepaalt dat iemand verzekerd is wanneer deze persoon ingezetene van Nederland is. Op grond van artikel 6 van de Anw is een ingezetene van Nederland degene die in Nederland woont. Waar iemand woont wordt volgens artikel 7 van de Anw bepaald naar de omstandigheden van het geval. Op grond van vaste rechtspraak dient daarvoor op het moment van overlijden een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland te bestaan om te spreken van een ingezetene. Het is niet nodig dat deze band sterker is dan de band met enig ander land waardoor het niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijk leven zich in Nederland bevindt.1

6. De persoonlijke band van duurzame aard met Nederland is volgens de rechtbank verbroken nadat de echtgenoot in 2015 is verhuisd om zich te vestigen in Marokko. Van belang daarbij is dat de echtgenoot bij de Svb heeft aangegeven zich definitief te gaan vestigen in Marokko. De echtgenoot heeft zich toen ook uitgeschreven uit het BRP en beschikte in Nederland niet meer over zelfstandige woonruimte.

7. De rechtbank overweegt dat voor zover de echtgenoot de intentie had om zich daarna weer definitief in Nederland te vestigen, dit niet door objectieve factoren wordt ondersteund. De echtgenoot is in december 2016 alleen naar Nederland teruggekeerd omdat hij de medische zorg die hij nodig had niet in Marokko kon krijgen. De echtgenoot woonde bij zijn zoon en beschikte dus niet over zelfstandige woonruimte in Nederland. Dat de echtgenoot actief op zoek is gegaan naar een eigen woonruimte is niet gebleken.

8. Ter zitting heeft [eiseres] haar Nederlandse paspoort overgelegd. Dit zegt echter niet iets over de intentie van haar echtgenoot om naar Nederland te gaan, maar meer iets over de intentie van [eiseres] om naar Nederland te gaan. [eiseres] heeft zich vervolgens niet in Nederland gevestigd. Dat de echtgenoot een lange tijd in Nederland heeft gewoond en zijn kinderen en kleinkinderen in Nederland wonen is volgens de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat hij op 23 mei 2018 een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had.

9. Naar het oordeel van de rechtbank had de echtgenoot op 23 mei 2018 geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland. Dit betekent dat de echtgenoot geen ingezetene van Nederland was op de datum van overlijden en dus niet verzekerd was voor de Anw.

Conclusie

10. De Svb heeft de aanvraag van [eiseres] om een Anw-uitkering terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van A. Vijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:943.