Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:2784

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
13/684156-13 en 23/000926-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/684156-13 en 23/000926-14

Beslissing op de op 25 maart 2021 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van diezelfde datum in de zaak tegen:

[de terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

thans verpleegd in de [kliniek] ,

die bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 februari 2015 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 24 april 2019 voor de tijd van twee jaar werd verlengd.

1 Inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.

2 Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermelde parketnummers, waaronder:

  • -

    het op 3 maart 2021 op grond van artikel 6:6:12, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van de [kliniek] , strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overgelegde wettelijke aantekeningen van 26 februari 2019 tot en met 24 november 2020;

  • -

    een e-mail van M. de Bruijn van 18 mei 2021, inhoudende een samenvatting van de meest recente wettelijke aantekeningen;

  • -

    het advies van het Adviescollege Verloftoetsing TBS van 3 april 2020, strekkende tot het (opnieuw) verlenen van een machtiging voor begeleid verlof onder de voorwaarde dat groepsverlof alleen kan worden gepraktiseerd op het moment dat 1-op-1-begeleiding kan worden geboden aan betrokkene.

De rechtbank heeft op 18 mei 2021 de officier van justitie mr. J. Ang, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman, mr. S. Burmeister, advocaat te Amsterdam, en de deskundige M. de Bruijn, als hoofd behandelaar verbonden aan de [kliniek] , op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

3 Beoordeling

Aan genoemd advies van de [kliniek] en de wettelijke aantekeningen wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Kernproblematiek

Betrokkene is een 42-jarige vrouw die is gediagnosticeerd met een waanstoornis, een stoornis in cannabisgebruik en een posttraumatische stressstoornis.

Behandelverloop

Op 21 mei 2019 ontvangt de kliniek toestemming voor het verlenen van dubbel begeleide verloven. Op 9 mei 2020 krijgt de kliniek toestemming om betrokkene enkel begeleide verloven te laten ondernemen. De verloven lopen over het algemeen naar tevredenheid. Het buiten de kliniek komen geeft een positieve impuls aan de behandeling. Ook start betrokkene onder begeleiding van de forensisch netwerkbegeleider, jeugdzorg en Family Supporters het contact op met haar dochter. Uiteindelijk wordt de voogdij van haar dochter overgedragen aan haar ex-vriend, de vader van haar dochter.

Betrokkene stelt zich prosociaal op naar medepatiënten, maar zoekt ook contact met antisociale medepatiënten. Ze zegt hiervan het risico niet in te zien. Ook laat betrokkene zelf meermaals onbetrouwbaar gedrag zien. Zo houdt ze zich niet aan gemaakte afspraken die gelden voor het aangaan van een relatie met een medepatiënt en probeert zij regels te omzeilen.

Op verschillende momenten valt betrokkene terug in het gebruik van cannabis. Op heimelijke wijze verkrijgt ze drugs van medepatiënten en sjoemelt ze met urinecontroles. Het gebruik en de handel van xtc-pillen (die ze heeft verkregen van haar zoon) zorgen er in september 2020 voor dat haar verlof wordt ingetrokken en dat aangifte wordt gedaan. Het feit dat betrokkene niet meer op verlof mag, is een heftige klap. Ze zegt nooit meer drugs te willen gebruiken. Toch test betrokkene na dit voorval meerdere keren positief op cannabis tijdens urinecontroles. Het willen voldoen aan de eisen van verlof is voor betrokkene de grootste motivatie om haar dagprogramma te volgen. Ze moet voortdurend gestimuleerd worden om deel te nemen aan haar dagprogramma en bouwt veel verzuim op. Door het wegvallen van verlof neemt haar motivatie af en verzuim toe.

Het contact tussen betrokkene en het behandelingsteam wordt beter, waardoor ze opener is over haar zucht naar middelen. Bij het opstellen van het delictscenario geeft betrokkene inzicht in haar emoties. Ook toont ze zich bereid aan de slag te gaan met haar traumatische verleden middels therapie. In december 2020 zou een medepatiënt seksueel overschrijdend gedrag tegenover betrokkene hebben vertoond. Hoewel ze eerder dergelijke beschuldigingen heeft gedaan naar medepatiënten, menen ook anderen grensoverschrijdend gedrag bij de betreffende medepatiënt te hebben gezien. Het blijft onduidelijk wat zich precies heeft voorgevallen. Wel zou betrokkene in de periode ervoor verschillende spullen gevraagd en/of gekregen hebben van deze medepatiënt, buiten medeweten van het behandelingsteam. Betrokkene doet aangifte tegen deze medepatiënt.

Betrokkene spreekt de wens uit om te stoppen met medicatie. Waar haar behandelaars echter ernstig twijfelen aan de haalbaarheid van volledige afbouw van medicatie, is betrokkene ervan overtuigd dat ze zonder medicatie een delictvrij leven kan leiden. Na meerdere gesprekken met betrokkene over het belang van de medicatie lijkt ze de bijwerkingen meer te accepteren. Een alternatief middel wat mogelijk minder bijwerkingen geeft, wil ze niet proberen.

Risicotaxatie

Het risico van terugval in gewelddadig gedrag wordt met het huidige risicomanagement met begeleid verlof ingeschat op laag. Er wordt verwacht dat het risico van terugval in gewelddadig gedrag oploopt tot matig wanneer betrokkene onbegeleide verloven onderneemt. Door de toename in vrijheden en prikkels is de verwachting dat betrokkene zal terugvallen in middelenmisbruik en handel. Bovendien zal ze in conflict raken met (antisociale) anderen. Zonder het kader van de terbeschikkingstelling wordt het risico van terugval in gewelddadig gedrag ingeschat op hoog. Er wordt verwacht dat betrokkene zal stoppen met medicatie, aangezien ze hier niet intrinsiek voor gemotiveerd is. Na een periode van psychiatrische ontregeling, toenemende achterdocht en stressoren zal betrokkene recidiveren in een geweldsdelict.

Koers en advies

Door het gebruik van en handel in harddrugs in september 2020 wordt het verlof van betrokkene ingetrokken en wordt aangifte gedaan. Zolang de aangifte loopt, zal betrokkene geen verloven mogen ondernemen. Verdere te ondernemen stappen en het vormgeven van het uiteindelijke traject zijn sterk afhankelijk van hoe de behandeling de komende tijd zal verlopen, of betrokkene absistent van middelen kan blijven en in hoeverre ze haar medicamenteuze behandeling blijft onderschrijven. Gezien de complexiteit van de problematiek en het behandelverleden van betrokkene is de verwachting dat ze gedurende langere tijd aangewezen zal zijn op behandeling en toezicht, waarbij het van belang is dat de te nemen stappen gefaseerd zullen worden genomen.

Ten aanzien van de tbs-maatregel wordt geadviseerd om deze met twee jaar te verlengen.

De deskundige De Bruijn heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld. Zo heeft ze laten weten dat binnenkort kan worden gestart met begeleid verlof, als het zo goed blijft gaan als het nu gaat. De stap naar onbegeleid verlof kan worden gezet als betrokkene open is, abstinent van drugs is en het begeleid verlof naar tevredenheid verloopt. Wel blijft het voor betrokkene vooralsnog moeilijk om iets vol te houden, zoals het abstinent blijven van drugs. De verpleging zal zeker nog twee jaren moeten duren teneinde in staat te zijn alle stappen in het kader van het verlof te kunnen nemen.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft de rechtbank verzocht de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met één jaar, omdat een verlenging met die termijn voor motivatie zorgt.

De rechtbank is, gelet op het advies, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd. Hoewel het begrijpelijk is de terbeschikkinggestelde een voorkeur heeft voor een verlenging met één jaar, overweegt de rechtbank dat één jaar te kort zal zijn omdat de terbeschikkinggestelde nog meerdere stappen moet zetten, onder meer wat betreft verlof, die tijd in beslag zullen nemen. De rechtbank wil benadrukken dat de motivatie van de terbeschikkinggestelde uit haarzelf moet komen en niet afhankelijk moet zijn van externe factoren, zoals de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling.

4 Beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [de terbeschikkinggestelde] met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door


mr. P.L.C.M. Ficq, voorzitter,

mrs. H.E. Hoogendijk en M.M. Prinsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,


en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 mei 2021.

De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

.