Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:2718

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
13/064767-93
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging tbs-maatregel met twee jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/064767-93

Beslissing op de op 23 maart 2021 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 23 maart 2021 in de zaak tegen:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1962,

thans verpleegd in de [naam kliniek] ,

die bij vonnis van deze rechtbank van 8 april 1994 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 24 april 2019 voor de tijd van twee jaar werd verlengd. Deze beslissing werd op 17 oktober 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.

1 De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.

2 De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het op 23 februari 2021 op grond van artikel 6:6:12, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen;

  • -

    de op 29 januari 2021 en 4 februari 2021 op grond van artikel 6:6:12, derde lid van het Wetboek van Strafvordering opgemaakte adviesrapporten van de psycholoog [persoon 1] en de psychiater [persoon 2] , beiden niet verbonden aan de instelling waarin de terbeschikkinggestelde wordt verpleegd, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar.

De rechtbank heeft op 6 mei 2021 de officier van justitie mr. M. Modder, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Leeuwarden., alsmede de deskundige L.J.E. Oude Nijeweme, verbonden aan de [naam kliniek] , op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

3 De beoordeling

Aan genoemd advies van de [naam kliniek] van 23 februari 2021 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Kernproblematiek

Er is bij betrokkene sprake van schizofrenie met paranoïde, betrekkings-, vergiftigings- en erotomane wanen. Er is sprake van een uitgebreid en aanhoudend waansysteem. De positieve symptomatologie blijkt slechts ten dele medicamenteus te beïnvloeden. Blijvend heeft hij last van akoestische- en visuele hallucinaties en het idee dat vrouwen kinderen met hem hebben en willen. Daarnaast is sprake van negatieve symptomen: initiatiefarmoede, vlakheid in het contact, oninvoelbaarheid en passiviteit. Betrokkene is tevens gediagnosticeerd met trekken van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Omdat de schizofrenie dusdanig op de voorgrond staat, kan niet van een volledige antisociale persoonlijkheidsstoornis worden gesproken. Als betrokkene een psychiatrisch stabielere periode doormaakt, wordt zijn onaangepaste gedrag meer waargenomen. Hij laat zich hierop aanspreken. Er is in het verleden sprake geweest van misbruik van cocaïne, dit is al jaren niet meer aan de orde en hij is gemotiveerd niet meer te gebruiken. Betrokkene functioneert momenteel op zwakbegaafd niveau.

Behandelverloop

In 1995 is betrokkene opgenomen in de Dr. S. van Mesdagkliniek. In 2003 werd vervolgens de longstaystatus opgelegd. In 2011 is besloten deze status op te heffen ten behoeve van plaatsing in [naam kliniek] , welke in 2013 gerealiseerd werd. In 2015 stroomde hij door naar de transmurale behandelafdeling [naam instelling] van GGZ Centraal met als doel toe te werken naar een reguliere plek in de GGZ. Hier was sprake van een psychiatrisch ontregeling van betrokkene, waarop hij op 1 februari 2016 is teruggeplaatst naar een interne behandelafdeling in [naam kliniek] . Hij verblijft tot heden op deze interne afdeling.

Bij betrokkene is, evenals in voorgaande periodes, sprake van een chronisch psychotisch beeld waarbij psychotische belevingen en achterdocht geregeld op de voorgrond staan. Het wisselt dagelijks in hoeverre hij in beslag genomen wordt door zijn psychotische belevingswereld en hoe gemakkelijk hij in de realiteit is te halen door in gesprek te gaan met hem. Bij een instabiel psychiatrisch toestandsbeeld komt het antisociale gedrag meer tot uiting, scheldt hij vaker in zichzelf, ervaart hij meer onvrede over zijn tbs-maatregel en is er overwegend sprake van een sombere stemming. Het helpt om hem rust aan te bieden op zijn kamer of naar hem te luisteren en afleiding te bieden.

In periodes dat zijn psychotische belevingen meer op de achtergrond staan, wordt een doorgaans vriendelijke man gezien door wie de aanwezige onvrede minder wordt geuit. Daarnaast is hij dan beter in staat om aan te geven dat het minder goed gaat en kan hij hier adequater op reageren, bijvoorbeeld door rust te nemen. Naast rustmomenten is betrokkene gebaat bij een goede en duidelijke dagstructuur. Het aansturen op zijn vaste dagprogramma houdt hem zo veel mogelijk in de realiteit. Hij krijgt wekelijks ondersteuning bij zijn kamer- en persoonlijke hygiëne. Hij wordt verder, vanwege vergeetachtigheid, ondersteund door het behandelingsteam door hem aan medicatie, maaltijden, dagelijkse structuur of werktijden te herinneren. De maatregelen rondom het coronavirus, met name het intrekken van ontspannen verloven, zorgen in de tweede helft van onderhavige periode voor een toename van somberheid. Hij ervaart in toenemende mate ontevredenheid over zijn behandeling en is ervan overtuigd dat het virus ingezet wordt door justitie om hem te beperken in zijn vrijheden. Ondanks deze onvrede en achterdocht neemt hij geregeld initiatief om een film te kijken op de leefgroep waarbij hij medepatiënten uitnodigt om aan te sluiten.

Er wordt onderhavige periode actief gezocht naar een goede vervolginstelling. Eind 2020 vindt een intakegesprek plaats bij [naam instelling] , een instelling voor reguliere psychiatrie op terrein [naam terrein] van GGZ Centraal. Betrokkene staat hier sceptisch tegenover omdat hij nog steeds de overtuiging heeft bij zijn – niet bestaande – familie te gaan wonen in Amsterdam. Echter staat hij aan het einde van deze periode steeds meer open voor de beoogde verhuizing. Er is overeenstemming tussen het behandelingsteam en betrokkene dat het belangrijk is dat de vertrouwde dagstructuur en werkplek hetzelfde blijven komende periode.

De verloven verlopen naar wens. Ook gaat betrokkene vier dagen per week onbegeleid naar [werkplaats] , een extern gelegen werkplaats op het terrein van GGZ Centraal, waar hij productiewerk verricht. Ook doet hij onbegeleid boodschappen bij de supermarkt op het terrein en bezoekt hij het restaurant.

Het netwerk van betrokkene is zeer beperkt. Hij heeft sporadisch contact met een nicht en broer.

Sinds medio 2020 is er een vrijwilliger verbonden aan betrokkene. Beiden zijn erg tevreden over dit contact. Inmiddels is dit contact dusdanig opgebouwd dat de vrijwilliger onbegeleid met betrokkene gaat wandelen of het restaurant bezoekt.

Risicotaxatie

Het risico dat betrokkene terugvalt in gebruik van fysiek agressief gedrag wordt voor de huidige situatie te weten verblijf binnen [naam kliniek] met onbegeleid verlof op het terrein van [naam terrein] en begeleid verlof daarbuiten, als laag ingeschat. Bij doorplaatsing naar een vervolginstelling binnen de psychiatrie op het terrein wordt dit risico als laag tot matig ingeschat. Dit iets verhoogde risico is er naar inschatting in de beginperiode, wanneer hij nog moet wennen aan de nieuwe situatie. Het risico van seksueel gewelddadig gedrag wordt in beide situaties als laag ingeschat. Er is wel een risico van verbaal geweld, echter betrokkene is niet verbaal dreigend. In de hypothetische situatie dat de tbs-maatregel nu zou komen te vervallen, is er een hoog risico van fysiek gewelddadig gedrag. Betrokkene zou dan stoppen met zijn medicatie en er zou direct maatschappelijke teloorgang optreden, wat het risico op psychiatrische ontregeling met als gevolg gewelddadig gedrag vergroot. Het risico van seksueel gewelddadig gedrag wordt in die situatie als matig ingeschat.

Koers en advies

Vanwege de ernst en chroniciteit van de psychiatrische problematiek zal betrokkene levenslang afhankelijk zijn van zorg. Ondanks de psychiatrische kwetsbaarheid profiteert hij van een behandelklimaat waarbij voldoende structuur geboden wordt. Aankomende periode zal een aanvraag worden gedaan voor een doorplaatsing naar [naam instelling] . Dit is een instelling op hetzelfde terrein als de kliniek voor patiënten met chronische psychiatrische problematiek. Door deze stap kan getoetst worden of betrokkene binnen een minder gesloten setting zich psychiatrisch relatief stabiel kan houden. Door de tbs-maatregel blijft het transmurale team van [naam kliniek] na de beoogde doorplaatsing verantwoordelijkheid dragen voor zijn behandeling en kan bij een verhoogd risico op recidive een terugplaatsing naar [naam kliniek] gerealiseerd worden.

De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en verklaard dat [naam instelling] akkoord heeft gegeven voor de doorplaatsing en dat betrokkene nu op de wachtlijst staat.

Aan genoemd advies van de psycholoog [persoon 1] van 29 januari 2021 wordt het volgende

ontleend, zakelijk weergegeven:

Betrokkene functioneert op licht verstandelijk beperkt niveau en bij hem is sprake van schizofrenie. Zijn middelengebruik is langdurig in remissie en de antisociale trekken lijken met name voort te komen uit zijn omvangrijk wanenstelsel. Betrokkene is thans optimaal ingesteld op Clozapine. In het spectrum van antipsychotica een zware variant, met desondanks beperkt resultaat. Dienaangaande is er sprake van therapieresistentie. In de kliniek is met name, conform Good Lives, gewerkt aan het verhogen van zijn kwaliteit van leven. Hij maakt gebruik van zijn onbegeleide verloven en valt, voor zover de informatie strekt, niet terug in gebruik noch is hij agressief geweest.

Er wordt nu toegewerkt naar het geleidelijk plaatsen buiten het forensisch circuit in de reguliere GGZ. Een transmuraal resocialisatietraject gericht op overplaatsing naar de reguliere GGZ, is in 2018 onsuccesvol geweest. Met de kennis van nu, leidde de overplaatsing naar de [naam instelling] toen tot te veel veranderingen in zijn dagelijkse leven. Hij ontregelde daardoor en een terugplaatsing naar [naam kliniek] bleek nodig. Betrokkene had daarbij bovendien voorbereidingen getroffen zich aan de verpleging te onttrekken. Bij de komende overplaatsing wordt zijn dagprogramma gehandhaafd en blijft ook het transmurale team hetzelfde. De kliniek onderkent daarmee het belang van een zo geleidelijk mogelijke overgang voor betrokkene, door zo weinig mogelijk verandering aan te brengen in zijn dagstructuur. De beschermende factoren blijven zo overeind, naar verwachting, waardoor hij beter in staat moet worden geacht zich te verbinden aan c.q. te hospitaliseren op de [naam instelling] . Hoewel betrokkene nog geen enthousiasme aan de dag legt voor deze overplaatsing (indien toestemming wordt verkregen), zal hij zich naar verwachting wel voegen naar dit beleid. Als hij proefondervindelijk de voordelen ervaart van het verdere verblijf op [naam instelling] , neemt naar verwachting ook zijn kwaliteit van leven toe.

Op grond van de te verwachten duur van bovenstaand traject, wordt twee jaar verlenging van de tbs-maatregel geadviseerd. Te voorzien is dat er nog enige tijd mee gemoeid is voor betrokkene is overgeplaatst en voor hij heeft kunnen laten zien dat hij deze overstap succesvol heeft kunnen maken. Bij een volgende verlenging van de tbs-maatregel is een zorgmachtiging vanuit de VwGGZ, bij een succesvolle overstap, waarschijnlijk wel aangewezen.

Aan genoemd advies van de psychiater [persoon 2] van 4 februari 2021 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Betrokkene heeft cumulatief een matig-hoog risicoprofiel waarbij de belangrijkste risicofactor

zijn chronische psychotische stoornis is aangevuld met zijn cognitief functioneren op LVB niveau. Bij een verdergaande psychotische decompensatie, bijvoorbeeld door stress, stoppen met anti-psychotische medicatie en/of terugval in drugsgebruik, kunnen bij hem erotomane wanen jegens vrouwen op gaan spelen, potentieel leidend tot hernieuwd seksueel delict- gedrag.

Binnen het kader van de lopende tbs-maatregel en de context van zorg en toezicht zoals geboden door de kliniek (met onder andere semi-onbegeleid verlof beperkt tot het GGZ-terrein), is sprake van een afdoende risicomanagement met op de korte termijn een laag recidiverisico. In ongunstige omstandigheden, bijvoorbeeld indien betrokkene zich zou onttrekken aan zorg en op zichzelf zou worden teruggeworpen, indien hij zou stoppen met het gebruik van het antipsychoticum en/of indien hij zou terugvallen in drugsgebruik, zal het risico op hernieuwde seksuele delicten, gelijkend op het indexdelict snel toenemen tot ‘hoog’.

Geadviseerd wordt om de tbs-maatregel met dwangverpleging te continueren. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is niet opportuun omdat betrokkene bij een eventueel mislukken van uitplaatsing naar eerdergenoemde transmurale GGZ-afdeling naar [naam kliniek] teruggeplaatst moet kunnen worden (niet sec in het kader van een time out). Voorts ligt het niet voor de hand dat er met betrokkene overeenstemming bereikt zal worden over de voorwaarden (de afwezigheid van ziektebesef en –inzicht en zijn psychotische inkleuring van de werkelijkheid zijn hier debet aan).

De rechtbank is – gelet op de adviezen, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.

De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat wanneer aannemelijk is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de tbs-maatregel in principe verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. Uit de toelichting van de deskundige ter zitting komt naar voren dat er voor de terbeschikkinggestelde nog een lange weg te gaan is, zeker nu betrokkene binnenkort zal worden herplaatst (nu het AVT akkoord is) en daarna in de nieuwe instelling weer een traject zal moeten worden opgestart. Gelet hierop zal de tbs-maatregel met twee jaar worden verlengd. Als betrokkene wordt overgeplaatst naar [naam instelling] en de behandeling daar succesvol blijkt te zijn, dan kan bij een volgende verlengingszitting worden overwogen of kan worden volstaan met een zorgmachtiging binnen een civiel kader.

4 Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. L. Dolfing, voorzitter,

mrs. H.E. Hoogendijk en P.J.H. van Dellen rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 mei 2021.

.