Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:2575

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
C/13/678660 / HA ZA 20-108
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen zorgplichtschending. ABN AMRO hoeft geen schadevergoeding te betalen aan deze ondernemingen als gevolg van de met ABN AMRO of haar rechtsvoorganger afgesloten renteswapcontracten of in rekening gebrachte opslagverhogingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/678660 / HA ZA 20-108

Vonnis van 12 mei 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SWAPSCHADE B.V.,

gevestigd te Utrecht,

in hoedanigheid van procesgevolmachtigde van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A.J.R. Oude Middendorp te Enschede,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam.

Partijen worden hierna Swapschade (voor zover wordt geduid op de formele procespartij) respectievelijk [eiseres] (voor zover wordt geduid op de materiële procespartij) en ABN AMRO genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 22 januari 2020 en de daarin vermelde processtukken,

  • -

    de akte houdende uitlating over individuele omstandigheden [eiseres] , met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 januari 2021 en 4 februari 2021, en de daarin vermelde processtukken, waaronder de akte van ABN AMRO tot intrekking van de eis in reconventie,

  • -

    het faxbericht van mr. Oude Middendorp van 12 maart 2021 in reactie op het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Swapschade is een vennootschap die optreedt als procesgevolmachtigde van (onder meer) [eiseres] .

2.2.

[eiseres] , op 7 juli 2015 opgericht, is een agrarisch bedrijf gericht op het houden van varkens en het telen van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden. Bestuurder van [eiseres] is de heer [bestuurder] (hierna: [bestuurder] . Voor de oprichting van [eiseres] verrichtte [bestuurder] deze activiteiten als eenmanszaak. Hij heeft het bedrijf rond 2007 overgenomen van zijn vader. Het bedrijf had toen een bestaande financieringsrelatie met ABN AMRO.

2.3.

Op 17 juni 2007 heeft [bestuurder] bij ABN AMRO een nieuwe kredietfaciliteit van in totaal € 2.841.171,00 afgesloten. De kredietovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

Samenstelling

Rekening-courant krediet EUR 50.000,=

25-jarige lening EUR 241.171,= pro resto

(hoofdsom EUR 275.000,=)

20-jarige lening EUR 1.450.000,= pro resto

(hoofdsom EUR 1.500.000,=)

Deze lening wordt op 01.07.2007 omgezet

in een 19-jarige EURIBOR lening op basis van de

condities vermeld in deze kredietovereenkomst

20-jarige EURIBOR lening EUR 1.1000.000,= (nieuw)

De 25-jarige lening

Deze lening blijft ongewijzigd en onder de reeds bestaande voorwaarden gehandhaafd.

De 19-jarige EURIBOR lening (nieuw)

Opname:

In één bedrag uiterlijk op 01.07.2007, onder gelijktijdige aflossing van de 20-jarige lening EUR 1.500.000,= (...)

Aflossing:

In 232 opeenvolgende maandelijkse termijnen van elk EUR 6.250,=. De eerste termijn vervalt op 01.07.2007.

De 20-jarige EURIBOR lening

Opname

Naarmate de investering vordert in termijnen, waarbij de lening in zijn geheel dient te zijn opgenomen uiterlijk op 01.10.2008.

Aflossing

In 240 opeenvolgende maandelijkse termijnen, de eerste groot EUR 4.663,= en de overige elk EUR 4.583,=. De eerste termijn vervalt op 01.09.2008.

Tarieven

(...)

De 19-jarige EURIBOR lening

- Rente Eenmaands EURIBOR vermeerderd met

een individuele opslag van 1,10% per jaar (...)

De 20-jarige EURIBOR lening

- Rente Eenmaands EURIBOR vermeerderd met

een individuele opslag van 1,10% per jaar (...)

Zekerheden en verklaringen

(...)

OTC-derivaten

  • -

    ABN AMRO is bereid om, tot wederopzegging, aan de Kredietnemer, hierna ook te noemen: “Cliënt”, de mogelijkheid te geven om derivatentransacties aan te gaan. Dit betekent niet dat ABN AMRO verplicht is om een transactie met de Cliënt aan te gaan. ABN AMRO heeft het recht om elke transactie afzonderlijk te beoordelen.

  • -

    De hiervoor genoemde zekerheden en/of verklaringen strekken tevens tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van derivatentransacties.

  • -

    De bijgesloten Algemene Bepalingen Derivatentransacties mei 2001 zijn van toepassing op alle derivatentransacties tussen de Cliënt en ABN AMRO. Door ondertekening van deze Kredietovereenkomst verklaart de Cliënt een exemplaar van deze Algemene Bepalingen te hebben ontvangen.

(...)

- Tevens zendt ABN AMRO de Cliënt ter informatie de brochure OTC-Derivatentransacties. Door ondertekening van deze Kredietovereenkomst verklaart de Cliënt deze brochure te hebben ontvangen.

(…)

2.4.

De in de kredietovereenkomst vermelde brochure OTC-Derivatentransacties vermeldt onder meer het volgende:

(...)

Kosten van voortijdige beëindiging

Indien u – om welke reden dan ook – een derivatentransactie wilt of moet beëindigen voordat de looptijd is verstreken, kan dit aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Een derivatentransactie is altijd gerelateerd aan een onderliggende waarde. De waarde van een derivatentransactie is dan ook afhankelijk van de fluctuaties in de prijs, dan wel de koers van die onderliggende waarde.
Indien een transactie vervroegd moet worden beëindigd, wordt gekeken of die transactie op dat moment een positieve, dan wel een negatieve waarde heeft (waardering tegen marktwaarde). Ingeval van een positieve waarde zal ABN AMRO deze met u verrekenen. Bij beëindiging van een transactie met een negatieve waarde dient u een bedrag aan ABN AMRO te betalen.

(...)

2.5.

Tot het dossier behoort verder de brochure Informatie Treasurydienstverlening dat onder meer bevat het Informatieblad Treasurydienstverlening en de Algemene Bepalingen Derivatentransacties ABN AMRO Bank N.V. mei 2001. In het Informatieblad Treasurydienstverlening is onder meer het volgende vermeld:

(...)

1. Termijncontracten

(...)

2. Swap:

(...) Een renteswap is een bilaterale overeenkomst tot het uitwisselen van rentegeldstromen (...) Er zijn diverse varianten op de renteswap, maar bij een standaard renteswap betaalt een partij de vaste rente en de andere partij de variabele rente over de hoofdsom. Met andere woorden een variabele rente kan wordt geruild tegen een vaste renteverplichting.

3. Opties

(...)

Rente Cap:

De rente cap is een optiecontract tussen twee partijen: de koper en de verkoper. De koper krijgt tegen betaling van een eenmalige premie, gedurende een vooraf overeengekomen reeks van renteperiodes de garantie van een maximaal te betalen rentetarief. (...)

Rente Floor:

(...)

Rente Collar:

(...)

Swaption:

(...)

7. Derivatenrisico’s

(...) Hieronder geven wij u een algemeen overzicht van de mogelijke financiële risico’s die bij de handel in derivaten kunnen optreden. Wees u bewust van deze risico’s indien u besluit te handelen in derivaten (...) Wij adviseren u alleen een derivatentransactie te sluiten als u de aard en risico’s van de transactie volledig begrijpt. (...) De risico’s die u loopt op uw derivatenposities zijn erg afhankelijk van de markt ontwikkelingen en fluctuaties in de financiële markten (...)

Hefboomwerking

(...)

Liquiditeitsrisico

(...)

Indien partijen de mogelijkheid hebben om hun posities tussentijds te beëindigen loopt elke partij het risico dat op dat moment de positie een negatieve marktwaarde heeft. De waarde van uw positie is sterk afhankelijk van de marktomstandigheden. (...)

Kredietrisico

(...)

Marktrisico

(...)

Renterisico

De rentestijgingen en -dalingen kunnen zowel een positief of negatief effect hebben op de waarde van uw positie of gedane investering.

(...)

9. Kosten van voortijdige beëindiging

Indien u – om welke reden dan ook – een derivatentransactie wilt of moet beëindigen voordat de looptijd is verstreken, kan dit aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Een derivatentransactie is altijd gerelateerd aan een onderliggende waarde. De waarde van een derivatentransactie is dan ook afhankelijk van de fluctuaties in de prijs, dan wel de koers van die onderliggende waarde. Indien een transactie vervroegd moet worden beëindigd, wordt gekeken of die transactie op dat moment een positieve, dan wel een negatieve waarde heeft (waardering tegen marktwaarde). Ingeval van een positieve waarde zal ABN AMRO deze met u verrekenen. Bij beëindiging van een transactie met een negatieve waarde dient u een bedrag aan ABN AMRO te betalen.

2.6.

Op 14 juni 2007 heeft een treasury adviseur van ABN AMRO een presentatie gehouden voor [bestuurder] over rentemanagement. In deze presentatie is onder meer de werking van een renteswap schematisch uitgelegd.

2.7.

Op 21 juni 2007 heeft een treasury adviseur van ABN AMRO aan [bestuurder] een brief gestuurd met uitleg over de werking van een renteswap, aan de hand van onder meer een schematisch overzicht. In de brief is verder vermeld:

(...)

Wij maken u er verder op attent dat:

- (....)

- bij vervroegd aflossen of tussentijds wijzigen van de onderliggende financiering, de rechten en/of plichten voortvloeiende uit de Rente Swap onverminderd van kracht blijven. (...)

- de Rente Swap op uw verzoek voortijdig kan worden beëindigd (...). In dat geval berekent de bank de waarde van de Rente Swap afhankelijk van de marktomstandigheden op het moment van verkoop. Een positieve waarde wordt door ABN AMRO uitgekeerd, een negatieve waarde wordt u in rekening gebracht.

Inhoudelijke productinformatie

(...) Voor de meer algemene kenmerken van OTC derivatenproducten verwijzen wij u naar de “Brochure OTC-Derivatentransacties”, welke u bij de aanbieding van de Algemene Bepalingen Derivatentransacties (ABD) heeft ontvangen.

(...)

2.8.

Op 22 juni 2007 is [bestuurder] telefonisch met ABN AMRO een renteswap aangegaan. In de transactiebevestiging van 22 juni 2007 is onder meer vermeld dat de ingangsdatum van de renteswap 2 juli 2007 is, de einddatum 1 juli 2017, de (aflopende) hoofdsom € 1.443.750,00 en de (door [bestuurder] ) te betalen vaste rente 5,08%. Uit het overzicht van het verloop van de transactie blijkt dat de hoofdsom van de renteswap wordt verlaagd naar uiteindelijk € 700.000,00.

2.9.

Op 29 juni 2015 heeft [eiseres] een kredietovereenkomst met ABN AMRO afgesloten. De kredietfaciliteit bedraagt in totaal € 3.028.139,00, bestaande uit een combinatiefaciliteit van € 200.000,00, een (vastrentende) lening van € 53.139,00, een (vastrentende) 5-jarige lening van € 2.125.000,00 en een 11,5 jarige Euribor-lening van € 850.000,00. Voor de 11,5-jarige Euribor-lening is [eiseres] de eenmaands Euribor verschuldigd vermeerderd een opslag van 1,10% per jaar.

2.10.

Op 27 juli 2015 hebben ABN AMRO, [bestuurder] en [eiseres] de ‘Treasury akte van contractsoverneming ex art. 6:159 BW’ ondertekend. Op grond hiervan heeft [bestuurder] zijn hele rechtsverhouding onder zijn renteswap (zie 2.8), waarvan de hoofdsom op dat moment € 843.750,00 bedroeg, overgedragen aan [eiseres] , inclusief al zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van de renteswap.

2.11.

Op 1 juli 2017, na het verstrijken van de looptijd, is de renteswap beëindigd zonder dat [bestuurder] of [eiseres] een bedrag aan negatieve marktwaarde aan ABN AMRO heeft betaald.

3 Het geschil

3.1.

Swapschade vordert namens [eiseres] (nagenoeg letterlijk, inclusief nummering) dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

a. verklaart voor recht dat ABN AMRO in strijd met de bepalingen van de Europese richtlijn 93/22/EEG en/of met de Wte of in strijd met de Europese richtlijn Mifid (I) en de Wft en/of in strijd met het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Bgfo) en/of in strijd met de bepalingen uit het BW Boek 7, artikel 401, en/of in strijd met de Algemene Bank Voorwaarden artikel 2 en/of in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld en zodoende de op haar rustende algemene en/of bijzondere zorgplicht jegens [eiseres] heeft geschonden en daarmee jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld dan wel zodanig heeft gehandeld dat zij toerekenbaar tekort is geschoten jegens [eiseres] ;

primair:

a. door met [eiseres] geen capcontracten maar swapcontracten af te sluiten;

subsidiair:

b. door met [eiseres] swapcontracten af te sluiten;

meer subsidiair:

c. door [eiseres] niet te adviseren capcontracten te kopen;

nog meer subsidiair:

d. door [eiseres] onjuist en/of onvolledig te informeren over de eigenschappen van renteswaps en/of niet en/of niet voldoende te wijzen op de financiële risico’s en gevaren van een renteswap en/of het feit dat de swapcontracten een negatieve startwaarde hadden en/of [eiseres] niet te informeren over het bedrag waarmee het eigen vermogen en de liquiditeit van de onderneming van [eiseres] door het aangaan van de swapovereenkomst direct daalden en/of door [eiseres] niet te informeren over de eigenschappen en afwezigheid van risico van een rentecap en/of door [eiseres] renteopslagen in rekening te brengen;

zowel primair, subsidiair, meer subsidiair als nog meer subsidiair:

e. ABN AMRO te gelasten de door [eiseres] geleden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen en/of de toerekenbare tekortkoming te vergoeden, die inclusief wettelijke rente tot eind 2016, is bepaald op € 610.000,00;

dan wel bedragen als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

f. ABN AMRO te gelasten aan [eiseres] te vergoeden de wettelijke rente over de door de rechtbank toe te wijzen schade vanaf 31 december 2016 dan wel vanaf een datum als door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

g. ABN AMRO te gelasten tot vergoeding van de bij [eiseres] gevallen kosten van deze procedure, aan haar te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf meer bedoelde termijn voor voldoening, alsmede wegens nakosten tot een bedrag van € 131,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, van € 199,00.

3.2.

De rechtbank begrijpt het petitum van de dagvaarding aldus dat daar waar gesproken wordt over [eiseres] in voorkomend geval tevens haar rechtsvoorganger wordt bedoeld.

3.3.

ABN AMRO voert verweer. ABN AMRO concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] althans afwijzing althans beperking of matiging van de vorderingen, onder veroordeling van Swapschade althans [eiseres] in de proceskosten inclusief nakosten, vermeerderd met wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. Swapschade heeft namens [eiseres] stellingen ingenomen ter onderbouwing van de vorderingen. Kortheidshalve zal de rechtbank hierna bij de weergave van de stellingen [eiseres] gebruiken.

4 De beoordeling

Inleiding

4.1.

ABN AMRO voert aan dat [eiseres] niet heeft voldaan aan de stelplicht omdat, kort samengevat, sprake is van slechts generieke, van de individuele omstandigheden geabstraheerde stellingen, die ook na daartoe door de rechtbank geboden gelegenheid niet zijn geconcretiseerd. Anders dan ABN AMRO stelt, leidt dit niet reeds tot afwijzing van de vorderingen. Daarbij betrekt de rechtbank dat de dagvaarding op zich de eis en de gronden van de eis bevat, en dat hierop vervolgens een nadere toelichting is gekomen bij akte en tijdens de mondelinge behandeling. Hoewel inderdaad in deze zaak veel algemene stellingen zijn ingenomen, betekent dat nog niet dat reeds daarom de vorderingen dienen te worden afgewezen. Wel speelt de mate van substantiëring van ingenomen stellingen (vanzelfsprekend) een rol bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van de vorderingen.

Schending zorgplicht?

4.2.

Hierna wordt onderzocht of ABN AMRO jegens [bestuurder] een zorgplicht heeft geschonden.

4.3.

De stellingen van [eiseres] komen er in de kern op neer dat de renteswap een “negatieve startwaarde” heeft, dat die negatieve waarde groter kan worden en ongewenste gevolgen heeft of kan hebben (waaronder de mogelijkheid van margin calls of het opeisen van zekerheden) en dat de renteswap daarom een ongeschikt product is, in tegenstelling tot de rentecap. Volgens [eiseres] heeft ABN AMRO in strijd met de op haar rustende zorgplicht gehandeld door:

 geen rentecap te adviseren althans [bestuurder] hierover niet (voldoende) te informeren,

 een renteswap af te sluiten zonder hem deugdelijk te informeren over en te waarschuwen voor de eigenschappen en de risico’s verbonden aan de renteswap in samenhang met de toepasselijke voorwaarden, en

 [bestuurder] ondeugdelijk te adviseren door onvoldoende informatie over hem in te winnen, die informatie niet (voldoende) te beoordelen en geen beleggingsadvies te geven afgestemd op zijn situatie.

Tevens voert [eiseres] aan dat ABN AMRO in strijd met de publiekrechtelijke zorgplicht uit hoofde van onder meer de Wft, MiFID en het Bgfo heeft gehandeld door – samengevat – geen gegevens te verstrekken en geen onderzoek naar [bestuurder] te verrichten. [eiseres] stelt in de dagvaarding – onder verwijzing naar het rapport van Hermes Advisory – dat zij hierdoor renteschade heeft geleden van naar schatting € 610.000,00. In de nader genomen akte is vermeld dat de brutoschade op het swapcontract € 424.205,00 bedraagt en de schade inclusief wettelijke rente tot eind 2016 € 398.737,00.

4.4.

ABN AMRO betwist dat zij haar zorgplicht heeft geschonden. Zij voert onder meer aan dat voldoende informatie over [bestuurder] is ingewonnen en voldoende informatie aan hem is verstrekt en dat rekening is gehouden met de belangen van [bestuurder] , waarbij is gewaarschuwd voor de relevante risico’s. Op basis van de verstrekte informatie kon [bestuurder] een voldoende geïnformeerde beslissing nemen over het al dan niet aangaan van de renteswap. ABN AMRO betwist daarnaast onder meer de gestelde schade.

Zorgplicht uitgangspunten

4.5.

Met betrekking tot de aan de vorderingen ten grondslag gelegde schending van de zorgplicht gelden de volgende uitgangspunten. De maatschappelijke functie van een bank brengt een (bijzondere) zorgplicht met zich. Die zorgplicht geldt zowel jegens cliënten van een bank uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding, als jegens derden met de belangen van wie de bank rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De zorgplicht kan onder omstandigheden mede strekken ter bescherming van de cliënt tegen het gevaar van een gebrek aan kunde en inzicht of van eigen lichtvaardigheid. De reikwijdte van de zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder bijvoorbeeld de aard van de relatie tussen partijen, de achtergrond van partijen en de aard van het product.

4.6.

Deze zorgplicht moet worden gekwalificeerd als een op de bank rustende, uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende verplichting. Een tekortschieten in deze privaatrechtelijke zorgplicht in de precontractuele fase leidt tot aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad voor de schade die de cliënt lijdt indien aan de vereisten van toerekenbaarheid en causaal verband is voldaan. Indien sprake is van een zorgplichtschending in de contractuele fase, kan sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Partijen verschillen van mening of sprake is van een uit de precontractuele of contractuele relatie voortvloeiende zorgplicht. Dit maakt voor de beoordeling in deze zaak geen verschil. Het standpunt van ABN AMRO dat [eiseres] geen vorderingsrecht heeft omdat een buitencontractuele vordering niet onder de akte van contractsoverneming van [bestuurder] op [eiseres] is overgegaan, hoeft geen bespreking. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de vordering wel is overgegaan, is de vordering om andere redenen namelijk niet toewijsbaar. Dit zal hierna worden toegelicht.

Renteswap ongeschikt product?

4.7.

[bestuurder] heeft in 2007 een financiering afgesloten ten behoeve van de overname van het boerenbedrijf van zijn vader. [eiseres] heeft over het afsluiten van de renteswap gesteld dat [bestuurder] afdekking van het opwaartse renterisico beoogde. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [bestuurder] nader toegelicht dat op advies van ABN AMRO de nieuwe leningen deels variabel waren en deels afgedekt met een renteswap, omdat ABN AMRO niet alles variabel wilde financieren. Een renteswap kan op zichzelf een geschikt instrument zijn om renterisico’s af te dekken, waaronder het risico van een opwaartse renteontwikkeling. Met een renteswap wordt immers het risico op stijgingen van de variabele Euribor afgedekt door deze rente te ruilen met een vaste rente. Dat er ook andere producten bestaan waarmee dit doel kan worden bereikt, doet daaraan niet af. Anders dan [eiseres] bepleit, brengt de zorgplicht niet mee dat de bank een product moet adviseren dat risicoloos is. Evenmin is een product met risico’s zonder meer een ongeschikt product.

4.8.

Niet gesteld of gebleken is dat het doel van de financiering bij het afsluiten van de renteswap reeds een aanwijzing vormde dat de renteswap in de gegeven omstandigheden een ongeschikt product zou kunnen zijn. De omstandigheid dat door het afsluiten van de renteswap sprake is van een contractuele verhouding uit hoofde van de renteswap en uit hoofde van de kredietovereenkomst met daaraan verschillende verbonden voorwaarden betekent als zodanig evenmin dat sprake is van een ongeschikt product. Ook de omstandigheid dat een renteswap volgens [eiseres] al bij de start een negatieve waarde heeft, leidt (voor zover juist) niet tot de conclusie dat sprake is van een ongeschikt product. [eiseres] stelt weliswaar in algemene zin dat dat deze negatieve waarde bij aanvang allerlei gevolgen zou hebben, maar zowel het bestaan als de realisatie van de in dit verband door [eiseres] gestelde risico’s zijn door ABN AMRO betwist en door [eiseres] niet onderbouwd.

Voldoende informatie verstrekt?

4.9.

Bij de invulling van de zorgplicht is van belang dat [bestuurder] een ondernemer is zonder eerdere ervaring met of specifieke kennis over rentederivaten. Hij is evenmin bijgestaan door een externe adviseur. Dienaangaande kan bij hem dus geen grote deskundigheid worden aangenomen. Uit hoofde van de zorgplicht mag in deze zaak daarom worden verwacht dat ABN AMRO een klant als [bestuurder] bij het doen van een voorstel tot het afsluiten van een renteswap informeert over de kenmerken van dit product. In het kader van de te verstrekken voorlichting mag van ABN AMRO worden gevergd dat zij [bestuurder] informeert over de mogelijkheid van een negatieve waarde bij tussentijdse beëindiging, hetgeen immers een relevant risico van het product betreft.

4.10.

In de door ABN AMRO aan [bestuurder] voorafgaand aan het afsluiten van de renteswap verstrekte documentatie (zie hiervoor onder 2.4 tot en met 2.7) is de werking van een renteswap voldoende duidelijk – zowel schematisch als in tekst – toegelicht. Verder is concreet toegelicht dat een renteswap een negatieve waarde kan ontwikkelen die aan de bank betaald moet worden als de renteswap tussentijds wordt beëindigd, bijvoorbeeld vanwege het aflossen van de onderliggende lening. Voor zover met de opmerking in de spreekaantekeningen dat de brochure Informatie Treasurydienstverlening eerst bij de kredietofferte van 2015 van toepassing is verklaard, is beoogd aan te voeren dat deze brochure niet voorafgaand aan het afsluiten van de renteswap is verstrekt, is dat niet in lijn met hetgeen hierover eerder in de dagvaarding en akte naar voren is gebracht. Zelf heeft [bestuurder] slechts verklaard dat hij zich niet heeft verdiept in de stukken. Bij die stand van zaken had, mede in het licht van het standpunt van ABN AMRO hierover, een nadere toelichting op een dergelijke stelling mogen worden verwacht alsook een verklaring voor genoemde discrepantie. Bij gebreke hiervan wordt [eiseres] dus niet gevolgd op dit punt.

4.11.

De stelling dat [bestuurder] – in weerwil van deze documentatie – niet heeft begrepen dat hij de renteswap niet kosteloos tussentijds zou kunnen beëindigen, is niet onderbouwd en ook niet in lijn met het handelen van [bestuurder] . Mocht [bestuurder] daadwerkelijk die veronderstelling hebben gehad, had het, zoals ABN AMRO betoogt, voor de hand gelegen dat hij direct na daling van de Euribor tot beëindiging zou zijn overgegaan. Dat is echter niet gebeurd.

4.12.

Voor zover met de stelling van [eiseres] dat [bestuurder] niet is geïnformeerd over een negatieve startwaarde mede is bedoeld dat ABN AMRO hem had moeten meedelen dat zij een bepaalde marge op het swaptarief hanteerde, wordt overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat banken beogen inkomsten te behalen uit financiële transacties en daartoe een zekere marge zullen hanteren. Omstandigheden waaruit blijkt dat ABN AMRO in dit geval een ander beeld zou hebben gewekt, zijn onvoldoende gesteld of gebleken.

4.13.

Bij de verstrekte documentatie is, anders dan [eiseres] stelt, wel degelijk ook informatie over een rentecap verstrekt. Dat blijkt uit het Informatieblad Treasurydienstverlening, waarin onder meer ook de rentecap is toegelicht.

4.14.

[eiseres] voert ook aan dat zij niet is geïnformeerd over de mogelijkheid van marginverplichtingen en het stellen van aanvullende zekerheid. ABN AMRO brengt hiertegen in dat er geen aanvullende zekerheid is verlangd en voorts dat een renteswap met als doel afdekking van het renterisico niet valt onder het bepaalde in artikel 86 Bgfo. Wat hiervan ook zij, in deze zaak is niet gesteld of gebleken dat aanvullende zekerheid is geëist. Dat betekent dat voor zover op dit punt een informatieverplichting is geschonden, dit niet tot schade heeft geleid.

4.15.

[eiseres] stelt verder nog dat ABN AMRO ten onrechte geen onderzoek naar [bestuurder] heeft verricht en bijvoorbeeld geen cliëntenclassificatie of profiel van hem heeft opgesteld. De enkele omstandigheid dat eventueel in strijd met bepaalde toezichtrechtelijke bepalingen is gehandeld, brengt niet automatisch een schending van de zorgplicht mee, hetgeen immers een weging van alle omstandigheden vergt. [eiseres] wijst in algemene zin op allerlei toezichtrechtelijke verplichtingen, maar stelt niet dat ABN AMRO daarmee meer of andere relevante gegevens over [bestuurder] zou hebben verkregen.

Opslag

4.16.

In het petitum van de dagvaarding staat dat ABN AMRO nog meer subsidiair in strijd met de zorgplicht en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld dan wel is tekortgeschoten door [eiseres] renteopslagen in rekening te brengen (zie hiervoor onder 3.1 onder d). Hierover is in deze zaak echter geen op deze zaak toegespitste stelling ingenomen: niet in de dagvaarding, niet in de akte en niet tijdens de mondelinge behandeling. Daarmee heeft [eiseres] op dit punt niet aan haar stelplicht voldaan. Dat en op welke wijze opslagen in rekening zijn gebracht, en wat zou maken dat dit in deze zaak ontoelaatbaar is, is immers niet toegelicht. Ook in de toelichting van het schadebedrag in de dagvaarding en de akte komt dit niet terug.

Conclusie zorgplicht

4.17.

De conclusie van het voorgaande is dat in de gegeven omstandigheden een schending van de zorgplicht niet kan worden vastgesteld. Hetgeen op dit punt overigens nog is aangevoerd, kan daaraan niet afdoen.

Slotsom en proceskosten

4.18.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen van [eiseres] niet toewijsbaar zijn. Hetgeen overigens nog is aangevoerd, hoeft daarom niet meer te worden besproken.

4.19.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde (materiële proces)partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ABN AMRO worden begroot op

salaris advocaat € 8.035,00 (2,5 punten × tarief € 3.214,00)

griffierecht € 4.030,00

Totaal € 12.065,00

4.20.

Daarnaast zal [eiseres] worden veroordeeld in de nakosten voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De door ABN AMRO over de proces- en nakosten gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van ABN AMRO tot op heden begroot op € 12.065,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Bongers-Scheijde, mr. J.W. Bockwinkel en mr. C. Bakker en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.