Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:2324

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
21-05-2021
Zaaknummer
13/751201-21
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Executie-EAB Polen. Overlevering toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751201-21

RK nummer: 21/929

Datum uitspraak: 29 april 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 februari 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 december 2018 door the District Court in Bydgoszcz, III Criminal Division (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1996,

wonende op het adres: [adres opgeëiste persoon] ,

gedetineerd in de [detentieplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 april 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.

De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. H.A.F.C. Tack, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van:

  • -

    een vonnis van 16 januari 2015 van the Regional Court in Bydgoszcz (III K 316/14), waarin aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van één jaar en zes maanden is opgelegd, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat;

  • -

    een vonnis van 1 februari 2017 van the Regional Court in Bydgoszcz (III K 939/16), waarin aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van één jaar is opgelegd, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren nog 11 maanden en 17 dagen.

De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.

In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de vonnissen heeft geleid.

Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

vonnis III K 316/14:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

vonnis III K 939/16:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 245 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Bydgoszcz, III Criminal Division (Polen).

Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en N.M. van Waterschoot, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 29 april 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.