Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:2277

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
25-05-2021
Zaaknummer
RK 21/225
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 96/096936-21

RK: 21/2215

Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:

[klaagster] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [adres]

te [plaats] ,

klaagster.

1 De procesgang

Het klaagschrift is op 22 april 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank.

Gelet op de omstandigheden rondom het coronavirus heeft in onderhavige zaak geen raadkamerzitting plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie, mr. P. van Laere, als klaagster, hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per e-mail.

De rechtbank heeft op 23 en 26 april 2021 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en klaagster ontvangen.

2 De inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klaagster dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.

Klaagster heeft in het klaagschrift – kort samengevat – naar voren gebracht dat het klopt dat zij op 2 april 2021 op een scooter heeft gereden met een te hoog alcoholpromillage. Klaagster heeft daar enorm spijt van. Ze beseft zich ook aan welke gevaren zij zichzelf en andere weggebruikers aan heeft blootgesteld. Klaagster heeft verder betoogd haar rijbewijs dringend nodig te hebben voor werk en haar sociale contacten. Ze dient gemiddeld twee dagen per week op kantoor te zijn in Rotterdam en haar sociale contacten wonen voornamelijk in en rondom Valkenswaard. In verband met het coronavirus probeert klaagster ook zo veel mogelijk het openbaar vervoer te vermijden. Tot slot is in het klaagschrift opgenomen dat klaagster geen strafrechtelijk verleden heeft en dat het feit een dusdanige impact op haar heeft gehad dat er geen gevaar voor recidive bestaat. Klaagster heeft de teruggave van haar rijbewijs verzocht.

3 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klaagster en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het rijbewijs is ingehouden, omdat klaagster onder invloed van alcohol op een scooter heeft gereden. Er heeft toen ook een ongeval plaatsgevonden. Volgens de officier van justitie verschillen de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de LOVS-oriëntatiepunten in deze zaken nogal van elkaar en meent zij dat daar zo evenwichtig mogelijk mee moet worden omgegaan. Tot slot verwacht de officier van justitie in deze zaak niet dat een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen van een langere duur dan de tijd gedurende die het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden geweest, zal worden opgelegd. De officier van justitie meent, gelet op het voorgaande, dat het klaagschrift door de rechtbank gegrond kan worden verklaard.

4 De beoordeling

Tegen klaagster is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8 lid 2 WVW 1994, gepleegd te Amsterdam op de Prins Hendrikkade op 2 april 2021.

Het proces-verbaal houdt onder meer in dat de uitslag van het bij klaagster afgenomen ademonderzoek 590 µg/l (microgram alcohol per liter uitgeademde lucht) bedroeg.

Op 2 april 2021 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klaagster ingevorderd.

Op 12 april 2021 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs vier maanden tot uiterlijk 31 juli 2021 wordt ingehouden

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van 10 april 2021 blijkt dat klaagster niet eerder is veroordeeld.

Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klaagster behandeld zal worden.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, omdat het vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van klaagster hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.

Ondanks de ernst van het feit waarvan klaagster wordt verdacht, moet – gelet op de persoonlijke omstandigheden van klaagster – ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klaagster een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, korter dan de tijd die het rijbewijs ingevorderd en ingehouden zal zijn geweest. Het beklag dient dan ook gegrond te worden verklaard.

5 De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag gegrond.

De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klaagster.

Deze beslissing is gegeven op 29 april 2021 door

mr. M.A.E. Somsen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier.

Tegen deze beslissing staat voor klaagster beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.