Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:2201

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
28-05-2021
Zaaknummer
C/13/700936 / FA RK 21-2579
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wvggz. Medische verklaring opgesteld door een onafhankelijke psychiater

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Tussenbeschikking

RECHTBANK AMSTERDAM.

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/700936 / FA RK 21-2579

kenmerk: ZM / 33516

Tussenbeschikking van 4 mei 2021 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verblijvende te [verblijfplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M.J.C. Willemsen.

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 19 april 2021.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 mei 2021 in de accommodatie van het AMC, afdeling psychiatrie. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- bovengenoemde advocaat;

- mevrouw H.E. Becker, behandelend psychiater.

Omdat de officier van justitie een nadere motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet op de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat niet vaststaat dat de medische verklaring van 8 april 2021 op een onafhankelijke manier tot stand is gekomen. Psychiater J.B. Zandvoord die de medische verklaring heeft opgesteld heeft betrokkene op 9 juli 2020 eerder onderzocht in het kader van een zorgmachtigingsprocedure. Bovendien is deze psychiater ook recent betrokken geweest bij de behandeling van betrokkene, in die zin dat hij op 29 maart 2021 als waarnemend arts heeft opgetreden in het kader van een crisismaatregel-procedure. De advocaat heeft ter onderbouwing hiervan twee beschikkingen van deze rechtbank overgelegd.

2.2.

De rechtbank oordeelt als volgt. Artikel 5:7 Wvggz bepaalt, voor zover hier relevant, dat de psychiater die de medische verklaring opstelt onafhankelijk moet functioneren van de zorgaanbieder.

De psychiater mag in dienst zijn van de zorgaanbieder, maar moet wel minimaal één jaar geen zorg hebben verleend aan betrokkene. Dit voorkomt enerzijds dat de psychiater, door zijn ervaringen als zorgverlener, mogelijk enige vooringenomenheid jegens betrokkene heeft, die aan een onafhankelijk oordeel in de weg kan staan en anderzijds dat betrokkene kan worden belemmerd in het vrijelijk uiten van gevoelens. In het arrest van 5 juni 2020 (ECLIL:HR:2020:101) heeft de Hoge Raad dit nog eens benadrukt:

‘De wetgever heeft met dit voorschrift willen voorkomen dat de psychiater een dusdanige band met betrokkene heeft opgebouwd dat deze band een obstakel zou kunnen zijn voor het vormen van een onafhankelijk oordeel’.
De Hoge Raad voegt daar aan toe dat deze eis zich niet leent voor een belangenafweging. Dat betrokkene door dit alles niet in zijn belangen zou zijn geschaad kan dit oordeel dan ook niet anders maken.

2.3.

In het onderhavige geval is gebleken dat psychiater Zandvoord recent als waarnemer voor de behandelend arts is opgetreden op de mondelinge behandeling van de crisismaatregel op 24 maart 2021. Hoewel hieruit niet volgt dat psychiater Zandvoord zelf de behandelaar van betrokkene is of was, moet worden geconstateerd dat deze psychiater vanwege de voor de mondelinge behandeling noodzakelijke (dossier)kennis, op de hoogte moet zijn geweest van (recente) feiten en omstandigheden betreffende betrokkene. Het risico op vooringenomenheid is hiermee een feit en deze werkwijze strookt niet met de eisen die de wet en voornoemde jurisprudentie aan de medische verklaring stelt. Dit brengt mee dat de medische verklaring niet ten grondslag kan liggen aan het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. De rechterbank acht het daarom van belang dat er een nieuwe medische verklaring wordt opgesteld door een onafhankelijke psychiater. Deze medische verklaring dient binnen één week na heden te worden overgelegd. Partijen laten daarna weten of een nieuwe mondelinge behandeling nodig is. Voor zover de termijn van drie weken waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen wordt overschreden, kan hiermee bij een eventuele toewijzing van het verzoek rekening worden gehouden door de machtiging (met enige dagen) te bekorten.

3 Beslissing

De rechtbank:

beveelt het opstellen van een nieuwe medische verklaring ten aanzien van betrokkene, binnen één week na heden;

houdt alle overige beslissingen aan.

Deze beschikking is op 4 mei 2021 gegeven door mr. L. van der Heijden, rechter, in tegenwoordigheid van M. Amarki, griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.