Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1956

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-04-2021
Datum publicatie
22-04-2021
Zaaknummer
26Marengo
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissingen van de rechtbank op onderzoekswensen in 26Marengo, gedaan op de regiezitting van 16 april 2021

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beslissingen van de rechtbank op onderzoekswensen in 26Marengo, gedaan op de regiezitting van 16 april 2021

Beslissing in de zaken van verdachte [verdachte 1]

Standpunt van de verdediging

Mr. Meijering heeft namens verdachte [verdachte 1] in de schriftelijke termijn (bij e-mail van 30 maart 2021) onder 2. verzocht het Openbaar Ministerie op te dragen om volledige opgave te doen van (eventuele) extra/andere prestaties die door de Staat aan de kroongetuige worden geleverd anders dan die zijn terug te vinden in de overeenkomst tussen de Staat en de kroongetuige. De verdediging wenst onder meer inzicht in de financiële verplichtingen die de Staat is aangegaan met de raadslieden van de kroongetuige en [naam 1] en de hoogte van de betalingen die er tot heden zijn geweest. Deze betalingen zijn volgens de verdediging aan te merken als gunstbetoon.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Daartoe heeft het verwezen naar de Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken waarin staat beschreven wat onder gunstbetoon wordt verstaan, namelijk:

“8.1 Onder gunstbetoon valt het verrichten van handelingen die vallen binnen de normale bevoegdheden van de officier van justitie, die een relatief geringe omvang hebben en geen rechtstreeks verband houden met de beslissingen als bedoeld in de artikelen 348 en 350 Sv, maar die wel op enigerlei wijze invloed kunnen hebben op de bereidheid van een getuige tot het afleggen van een getuigenverklaring. Hierover kan de officier van justitie zelfstandig beslissen.

8.2

Indien sprake is van een uitdrukkelijk en causaal verband tussen het verlenen van een dergelijke gunst en de bereidheid van de getuige een verklaring af te leggen, dient hiervan overeenkomstig artikel 226g, vierde lid, Sv een proces-verbaal te worden opgemaakt, dat ten spoedigste bij de processtukken (in de zaak van de getuige en die van de verdachte ten laste van wie hij verklaart) wordt gevoegd.

8.3

Indien voor de te verlenen gunst de toestemming of medewerking van derden is vereist (zoals buitenlandse autoriteiten of bestuursorganen), maakt de officier van justitie aan de getuige duidelijk dat geen garantie kan worden gegeven voor het gewenste resultaat. Hij kan alleen een inspanningsverplichting aangaan.

8.4

Voorbeelden van gunsten zijn: het meewerken aan of het zich niet verzetten tegen een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, de versnelde teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen voor zover het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet, het bevorderen van de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis van de verdachte in een huis van bewaring dichter bij zijn sociale omgeving, het bevorderen dat de tenuitvoerlegging van een in het buitenland opgelegde straf in Nederland kan worden voortgezet in het kader van de WOTS of de WETS en het verlenen van voorspraak bij bestuursorganen als de IND en de Belastingdienst.”

De vergoeding van de kosten van rechtsbijstand betreft geen extra prestatie van de Staat, die had moeten worden vastgelegd als gunstbetoon. [naam 1] wordt niet vanuit het Openbaar Ministerie of de Staat betaald, aldus ten slotte het Openbaar Ministerie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst het verzoek af. De verdediging heeft geen belang bij opgave van de financiële verplichtingen die de Staat met de raadslieden van de kroongetuige is aangegaan. Het gaat hier om de vergoeding van kosten van rechtsbijstand aan de kroongetuige, tevens verdachte, en een dergelijke vergoeding merkt de rechtbank voorshands niet aan als gunstbetoon. Verder is de vraag ten aanzien van de betalingen aan [naam 1] reeds beantwoord, zodat ook hierin geen belang meer bestaat bij opgave van aangegane financiële verplichtingen door de Staat. De stelling van de verdediging dat [naam 1] in dienst zou zijn getreden bij het advocatenkantoor van een van de raadslieden van de kroongetuige, kan hieraan niet afdoen. Voor zover deze stelling al juist is en voor zover al aangenomen zou worden dat [naam 1] ook zou worden betaald door het kantoor, kan daaruit namelijk – anders dan de verdediging kennelijk meent – niet de conclusie volgen dat [naam 1] in dat geval via een omweg betalingen van de Staat zou ontvangen die voorshands als gunstbetoon kunnen worden aangemerkt.

Voor zover andere raadslieden zich (zonder nadere motivering) bij dit verzoek van de verdediging van verdachte [verdachte 1] hebben aangesloten, geldt deze beslissing ook in de zaken van de verdachten die zij bijstaan.

Beslissingen in de zaak van verdachte [verdachte 2]

Mr. Heuvelmans heeft namens verdachte [verdachte 2] verzocht om het horen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] omdat zij kunnen verklaren over de waarschuwing die verdachte aan [slachtoffer] en andere personen die gevaar liepen heeft gegeven. Het Openbaar Ministerie heeft zich niet verzet tegen toewijzing van deze verzoeken.

De rechtbank ziet het belang van de verdediging bij het horen van deze getuigen en wijst de verzoeken daarom toe.

Beslissingen in de zaken van verdachte [verdachte 3]

Mr. G.N. Weski heeft namens verdachte [verdachte 3] verzocht om het horen van getuige [getuige 3] in verband met de aanvulling op het dossier waaruit volgt dat deze getuige (onder de naam [bijnaam getuige 3] ) in de vriendenlijst van het account [naam account] voorkomt. De verdediging wil deze getuige vragen of verdachte de gebruiker is van dit account. Het Openbaar Ministerie heeft zich niet verzet tegen toewijzing van dit verzoek.

De rechtbank ziet het belang van de verdediging bij het horen van deze getuige en wijst het verzoek daarom toe. Gezien het afgebakende onderwerp dat in het verhoor van deze getuige aan de orde zal komen, geeft de rechtbank de rechter-commissaris in overweging om dit verhoor op de voet van artikel 177 Sv te laten uitvoeren door de politie, in aanwezigheid van de raadsman en de officier van justitie.

Daarnaast heeft mr. G.N. Weski verzocht om het horen van getuige [getuige 4] met betrekking tot het zaaksdossier Ster, alsook ten aanzien van de identificatie van verdachte. Daartoe is aangevoerd, kort gezegd, dat [getuige 4] (evenals [naam 2] ) een van de vermeende schutters inzake Ster is en volgens het dossier contact met verdachte [verdachte 3] heeft gehad met betrekking tot de uitvoering van dit strafbare feit. Het tegen [getuige 4] gewezen arrest door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is inmiddels onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft zich niet verzet tegen toewijzing van dit verzoek. Het verzoek om [naam 2] te horen is ingetrokken omdat hij nog niet onherroepelijk is veroordeeld en kennelijk heeft laten weten zich op zijn verschoningsrecht te zullen beroepen.

De rechtbank ziet het belang van de verdediging bij het horen van getuige [getuige 4] en wijst het verzoek daarom toe.

Mr. I.N. Weski heeft daarnaast, mede namens verdachte [verdachte 3] , in haar e-mail van 11 april 2021 verzoeken gedaan naar aanleiding van de beslissingen van de rechtbank van 1 april 2021 (A – H) en naar aanleiding van het verhoor van de kroongetuige ter zitting van 9 april 2021 (I). Ook heeft mr. I.N. Weski in haar e-mail van 14 april 2021 en ter zitting van 16 april 2021 mede namens verdachte [verdachte 3] aanvullende onderzoekwensen ingediend. De beslissingen op die verzoeken zijn thans nog niet aan de orde.