Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1942

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
21-04-2021
Zaaknummer
13/848000-17 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij een FIOD-ambtenaar is thuis een doos gevonden met inbeslaggenomen enveloppen en geld uit een opsporingsonderzoek. Veroordeling voor ambtelijke verduistering, gewoontewitwassen, medeplegen verduistering en het doen van valse aangifte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 23-04-2021
FutD 2021-1346
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/848000-17 (Promis)

Datum uitspraak: 21 april 2021

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

wonende aan [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 maart 2021 en 21 april 2021 (sluiting van het onderzoek). Verdachte en haar raadslieden, mr. K. Kasem en mr. O. Smits, advocaten te Amsterdam, waren op eerstgenoemde zitting aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. V.T.R.W. van Thiel, en van wat verdachte en haar raadslieden naar voren hebben gebracht.

2 De tenlastelegging

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van:

  1. verduistering in dienstbetrekking van geld en/of geldswaardig papier in de periode van 1 juni 2016 tot en met 18 januari 2018;

  2. het medeplegen van gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 18 januari 2018;

  3. het medeplegen van eenvoudig witwassen van 10.000,- euro in de periode van 17 februari 2017 tot en met 25 februari 2017;

  4. het medeplegen van verduistering van een leaseauto (Volkswagen Up, kenteken [kenteken] ) in de periode van 15 maart 2016 tot en met 30 januari 2018;

  5. het doen van een valse aangifte op 27 januari 2018 van diefstal van deze auto.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3. Inleiding

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van deze strafzaak.

Verdachte is op 7 mei 2009 benoemd tot opsporingsambtenaar bij de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD). In 2016 werkte zij aan het opsporingsonderzoek Boemerang dat zich richt op oplichting, waarbij per brief aan de slachtoffers over de hele wereld werd voorgewend dat zij prijzen hadden gewonnen en waarbij de slachtoffers werd gevraagd afhandelingskosten te betalen tussen 25-50 euro (of een equivalent daarvan in andere valuta). Dat bedrag moest in een voorgedrukte retourenvelop naar een postbus in Nederland worden gestuurd. Op de actiedag van het onderzoek Boemerang op 1 juni 2016 zijn ongeveer 270.000 enveloppen, gericht aan meerdere postbussen in Nederland, door de Belastingdienst in beslag genomen en ook daarna kwamen er nog veel enveloppen bij de Belastingdienst binnen. De in beslag genomen enveloppen werden opgeslagen in koelcellen van het Belastingkantoor [naam kantoor] en in de loods van SEON. Verdachte was samen met collega’s verantwoordelijk voor het sorteren van de in beslag genomen enveloppen.

Bij het Bureau Integriteit en Veiligheid van de FIOD is op 25 april 2017 een anonieme brief binnen gekomen, waarin wordt beschreven dat verdachte ongezien steeds dozen met enveloppen heeft kunnen meenemen vanuit haar werk. Vervolgens is onder de naam Harpijen een onderzoek gestart waarbij op 18 januari 2018 tijdens een zoeking in de schuur van de woning van verdachte een verhuisdoos is gevonden met daarin 834 enveloppen afkomstig van het onderzoek Boemerang, die waren geadresseerd aan in Nederland gevestigde postbussen.

De Rijksrecherche heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de financiële positie van verdachte vanaf 2013 waarbij verschillende uitgaven van verdachte in kaart zijn gebracht.

Verdachte beschikte over een leaseauto van DirectLease BV. Op 27 januari 2018 heeft zij aangifte gedaan van diefstal van deze auto.

Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verduistering van een of meer dozen met enveloppen van haar werk. Vervolgens moet de rechtbank de vraag beantwoorden of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen. Tot slot zal de rechtbank beoordelen of verdachte de leaseauto heeft verduisterd en of zij zich daarmee ook heeft schuldig gemaakt aan het doen van een valse aangifte.

4 De waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat alle strafbare feiten kunnen worden bewezen. De officier van justitie verwijst in dat verband naar de doorzoeking in de woning van verdachte waarbij de doos met enveloppen is aangetroffen, naar de chatgesprekken tussen verdachte en haar broer, de huur van een boxruimte op naam van iemand anders, de wijziging in het uitgavenpatroon van verdachte na 1 juni 2016 en de vele contante uitgaven. De gelden die met die contante uitgaven zijn gemoeid, zijn afkomstig uit het criminele handelen van verdachte.

Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat verdachte in haar woning 10.000 euro contant had liggen welk geldbedrag zij heeft meegenomen naar Marokko. Daarbij wordt verwezen naar een telefoongesprek tussen verdachte en ene [naam 1] waarin verdachte zegt dat zij dat geld cash thuis heeft liggen en dat mee wil nemen naar Marokko eind februari 2017 en dat zij daaraan voorafgaand contant geld wil opnemen, zodat zij aan de douane een bonnetje kan laten zien als herkomstbewijs van dat geld. Uit de stukken blijkt, aldus de officier van justitie, dat er medio februari 2017 8.580 euro contant geld is opgenomen en dat een paar dagen laten 9.982 euro contant is teruggestort.

Voor de bewezenverklaring van de verduistering van de leaseauto en het doen van valse aangifte verwijst de officier van justitie eveneens naar de onderzoeksbevindingen, waaronder chat- en telefoongesprekken tussen verdachte en haar broer [naam broer] .

4.2.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat er geen bewijsmiddel is waaruit blijkt dat verdachte een of meerdere dozen dan wel een groot aantal enveloppen heeft weggenomen en heeft onttrokken aan de ambtelijke bestemming. Daarnaast is de aangetroffen doos in de schuur van verdachte verklaarbaar. Zij heeft de doos aangetroffen in een dienstauto en omdat in de dienstauto geen spullen mogen worden achtergelaten heeft zij die doos eerst in haar gang gezet en uiteindelijk in haar schuur. Zij wilde de doos terugbrengen om te deponeren in de blauwe bakken, maar is dat uiteindelijk vergeten, omdat het geen prioriteit had en er slechts afval in zat. Verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1.Ten aanzien van de feiten 2 en 3 moet verdachte ook worden vrijgesproken. Het enkele feit dat zij 10.000,- euro contant thuis had liggen betekent niet dat dit afkomstig is uit misdrijf. Voor de contante uitgaven geldt dat niet alle bedragen aan verdachte kunnen worden toegeschreven. De contante uitgaven die wel aan verdachte kunnen worden toegeschreven zijn niet uit misdrijf afkomstig. Ten eerste heeft zij geen dozen en/of enveloppen verduisterd. Ten tweede heeft verdachte voldoende aangetoond dat zij haar vermogen op legale wijze heeft verworven, namelijk door verkoop van haar goud en het verkrijgen van geld van haar overleden vader.

Ten aanzien van feit 4 had verdachte niet het door de Rijksrecherche gesuggereerde motief. Zij heeft namelijk op 18 januari 2018 de schade aan de leaseauto telefonisch doorgegeven aan de leasemaatschappij. Het is daarnaast niet logisch om de inhoud van de tap- en appgesprekken te koppelen aan het verduisteren van de leaseauto. De inhoud van deze gesprekken is – zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien – veel te vaag om daar de verstrekkende conclusie aan te verbinden dat sprake is van een vooropgezet plan tot verduistering van de auto. Zelfs ingeval er alleen wordt gesproken over ‘auto’ wordt gesuggereerd dat dit met de kennelijk geplande verduistering van een leaseauto te maken heeft, terwijl verdachte en haar broer beide verklaren dat zij ook veel communiceren over onder andere de auto van haar zoon [naam zoon 1] . Daarnaast waren verdachte en haar broer in Marokko ten tijde van de diefstal. Zij hebben dus niet als heer en meester over de auto beschikt.

Tot slot moet verdachte worden vrijgesproken van feit 5, nu uit het dossier niet blijkt dat de diefstal niet gepleegd zou zijn. De auto is aangetroffen in Almere en er is een verdachte aangehouden.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraak van eenvoudig witwassen van 10.000,- euro (feit 3)

De rechtbank acht het (medeplegen van) eenvoudig witwassen van 10.000,- niet bewezen. De officier van justitie heeft duidelijk gesteld dat de verdenking van eenvoudig witwassen ziet op de 10.000,- die verdachte contant zou hebben meegenomen naar Marokko. Als bewijs hiervoor gebruikt hij het telefoongesprek van 6 januari 2018 met [naam 1] . Verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij aan het opscheppen was tegen [naam 1] en dat zij geen 10.000,- heeft gepind. Uit het financiële onderzoek blijkt niet dat in deze periode 10.000,- euro contant is opgenomen. Evenmin blijkt dat 10.000,- euro contant bij verdachte of in haar woning is aangetroffen. Het telefoongesprek met [naam 1] is het enige bewijsmiddel voor eenvoudig witwassen. Nu dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

4.3.2.

De verduistering in dienstbetrekking van geld en/of geldswaardig papier (feit 1)

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking van geld en geldswaardig papier door het wegnemen van een doos met enveloppen.1

Het aantreffen van de doos

De politie heeft bij de doorzoeking in de woning van verdachte op 18 januari 2018 in een schuur in de achtertuin op de grond een doos aangetroffen met daarin enveloppen, brieven en cheques.2 Verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij de doos heeft aangetroffen in een dienstauto waarmee zij die dag naar huis was gereden en dat zij de doos uit het zicht heeft gehaald en in het schuurtje heeft geplaatst.3. Volgens haar kan de doos wel een jaar bij haar in de schuur hebben gestaan. De in beslag genomen doos betrof een verhuisdoos. Aan de bovenzijde van de doos was een restant van een stuk tape aanwezig met daar op nog zichtbaar de onderzijde van de letters van het woord "SEON". Dit is dezelfde tape, die ook te zien is op foto’s die zijn aangeleverd door getuige [getuige 1] en die gemaakt zijn in de loods van SEON te Amsterdam.4 Tijdens een nader onderzoek aan de in beslag genomen doos met enveloppen zijn 834 enveloppen aangetroffen waarvan er vier nog gesloten waren.5 In één van de vier enveloppen zat een geldbedrag van 35 euro, bestaande uit één biljet van 5 euro, één biljet van 10 euro en één biljet van 20 euro. In een deel van de enveloppen bevond zich ook nog een cheque. De bedragen op de cheques waren in verschillende valuta en de hoogte van de bedragen varieerde (omgerekend) tussen de 25 en 50 euro. In totaal ging het om het volgende aantal cheques:

• 195 enveloppen met cheques in U.S. dollars

• 93 enveloppen met cheques in Euro's (waarvan 82 uit Frankrijk en 11 uit Duitsland)

• 33 enveloppen met cheques in Canadese dollars

• 3 enveloppen met cheques in Australische dollars

• 3 enveloppen met cheques in Engelse ponden

• 2 enveloppen met cheques in Zuid-Afrikaanse Rand

• 1 enveloppe met een cheque in Japanse Yen

• 1 enveloppe met een cheque in Chinese Yuan

In een vijftal brieven zat nog contant geld. Er werden biljetten van respectievelijk 10 euro, 5 euro, 5 dollar, 10 dollar, 10.000 yen (waarde circa 73,80 euro) en 1000 Filipijnse peso (waarde circa 16,00 euro) aangetroffen.6

De chatgesprekken en telefoongesprekken

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte is haar privé mobiele telefoon in beslag genomen. In die telefoon zijn meerdere chatberichten aangetroffen.7 In de contactenlijst staat het telefoonnummer + [nummer] opgeslagen onder de naam [naam 2] . Uit eerder onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer op naam staat van [naam broer] , die de broer is van verdachte. In een chatgesprek van 22 augustus 2016 tussen verdachte en haar broer wordt onder andere gesproken over 50 en 100 Zweeds, over enveloppen, over Yen en over vragen die worden gesteld. In een chatgesprek van 6 februari 2017 vraagt verdachte aan [naam 2] of hij de envelop heeft gehad en zegt verdachte dat zij merkt dat ook vragen worden gesteld, zoals: “Ben je daar geweest of in die richting?” en dat je kunt zeggen “Ik werk met toeristen of had nog watchers goed bij iemand en die had alleen yen.” Tussen 17 juni 2017 en 1 oktober 2017 is acht keer contact geweest met geldwisselkantoren vanaf de telefoonnummers [nummer] ten name van verdachte en [nummer] ten name van de Belastingdienst, te weten de werktelefoon van verdachte.

In een chat tussen verdachte en haar broer [naam broer] van 23 februari 2017 zegt verdachte dat zij even iemand nodig heeft die een box op zijn naam kan huren, dat zij die niet op haar naam wil, dat zij alles vooruit betaalt en dat het tijdelijk is tot mei of juni, maximaal 3 maanden.8 In dit gesprek zegt verdachte dat [naam zoon 1] (de rechtbank begrijpt: de zoon van verdachte) iets heel doms heeft gedaan en dat [naam broer] hem gewoon kan waarschuwen dat hij niet te koop moet lopen met wat hij heeft en dat hij niemand moet vertrouwen. Ook wordt in deze chat gesproken over het overzetten van iets. In documenten van [naam 3] staat dat verdachte voor de periode van 3 februari 2017 tot en met 30 april 2017 een opslagruimte had gehuurd bij [naam 3] . De box was leeg op 30 april 20179. In een op de telefoon van verdachte op 21 februari 2017 omstreeks 11.13 uur geplaatst screenshot is een chat te zien van [naam 4] gericht aan [naam zoon 1] .10 In deze chat spreekt [naam 4] over een dure tas met inhoud die [naam zoon 1] aan iedereen zou hebben laten zien op een verjaardag. [naam 4] (de rechtbank begrijpt: [naam 4] ) heeft tegenover de politie verklaard dat [naam zoon 1] op 20 februari 2017 op de verjaardag van haar dochter heel veel geld in zijn tas had, mogelijk vijfduizend euro, en een beetje pocherig deed met dure schoenen en zijn Louis Vuitton tas.11

Het financieel onderzoek; de plotselinge vermindering van de uitgaven aan dagelijkse boodschappen middels pintransacties

In het “Proces-verbaal van bevindingen Financieel [verdachte] en kinderen” staat op p. 123 vermeld dat verdachte en haar gezin in totaal gemiddeld per maand aan voeding uitgaven: 275,92 euro in 2013, 267,74 euro in 2014, 307,46 euro in 2015 en 311,71 in 2016.12 Op 1 juni 2016 was de 'klapdag' van het FIOD-onderzoek Boemerang. In de vijf maanden tot 1 juni 2016 werd gemiddeld 479,71 euro per maand aan huishouden – voeding uitgegeven. In de zeven maanden vanaf juni 2016 was dat 191,70 euro per maand. Te zien is dat na 1 juni 2016 plotseling ongeveer 280,- euro per maand minder aan voedingsboodschappen middels pintransacties wordt uitgegeven. In 2017 gaat het bedrag nog een heel stuk verder omlaag, te weten naar 103,07 euro per maand, terwijl het gezin qua samenstelling niet is veranderd. De politie heeft geverbaliseerd dat volgens het Nibud Budget Handboek 2016 en 2017 de post ‘voeding’ voor een 4-persoonsgezin met een inkomen van 2.000,- euro per maand (alleen het salaris van verdachte) wordt gebudgetteerd op minimaal 375,- euro per maand. Ook heeft de politie geverbaliseerd dat er over de periode van 1 juni 2016 tot en met 21 november 2017 (17 maanden) een verschil is van 3.800,- euro tussen de werkelijke uitgaven aan boodschappen middels pintransacties van verdachte en haar gezin en de uitgangspunten van het Nibud. De politie stelt dat het aannemelijk is dat er voor een bedrag van 3.800,- euro aan voeding contant is betaald. Volgens de politie zijn deze contante betalingen niet zichtbaar in contante opnamen van de bankrekeningen van verdachte en haar kinderen.

De getuigenverklaringen en de anonieme brief

Verdachte is op 7 mei 2009 benoemd tot opsporingsambtenaar en is sinds 1 augustus 2009 werkzaam bij de FIOD.13 Per 1 juni 2015 is zij verplaatst van de Belastingdienst/FIOD kantoor Alkmaar naar kantoor Amsterdam.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij teamleider Opsporing is binnen de FIOD, dat hij leidinggevende is van verdachte en dat hij als operationeel leidinggevende verantwoordelijk is voor de capaciteit en de middelen voor het onderzoek Boemerang.14 [getuige 2] verklaarde dat de actiedag in het opsporingsonderzoek Boemerang op 1 juni 2016 was en dat de in beslag genomen goederen onder andere voor een deel uit enveloppen met contant geld en cheques bestonden. De enveloppen die zijn gevonden zijn opgeslagen in een niet meer gebruikte koelcel van de Belastingdienst in Amsterdam, genaamd [naam kantoor] . Er was één sleutel beschikbaar die werd opgeborgen in een locker op de verdieping van de FIOD. [getuige 2] , verdachte en vier andere personen beschikten over de code van die locker, aldus [getuige 2] . Daarnaast heeft [getuige 2] verklaard dat enveloppen ook werden opgeslagen bij SEON aan de [adres 1] in [plaats] , dat er 24-uurs toegang was en dat een aantal mensen van het HARC team toegang hadden, waaronder verdachte. Verdachte vervulde volgens [getuige 2] in het onderzoeksteam de functie van recherche assistent, waarbij zij zich bezig hield met het verwerken van de enveloppen. Zij vormde met enkele andere personen de kern van het onderzoeksteam.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij rechtstreeks onder [getuige 2] valt en dat hij verdachte informeel heeft aangestuurd binnen het onderzoek Boemerang.15 Hij heeft verklaard dat mensen van het HARC, wapen dragende medewerkers van de FIOD, hijzelf, verdachte

en [naam 5] de goederen voor het onderzoek Boemerang in de SEON loods plaatsten en dat de SEON loods in gebruik is geweest voor het onderzoek Boemerang vanaf het moment na de actiedag op 1 juni 2016 tot ongeveer februari 2017. Na het tonen van een foto met daarop een stuk tape dat op de bij verdachte in beslag genomen doos zat, verklaarde [getuige 3] dat hij die tape bij SEON heeft gezien, dat hij ook heeft gezien dat deze tape is gebruikt bij de dozen die vol waren en dat deze tape zélf niet beschikbaar is in [naam kantoor] . Ook verklaarde hij dat verdachte in het kader van haar werk geen enkele reden kan hebben gehad om voornoemde doos met enveloppen thuis te bewaren.

Getuige [getuige 4] heeft zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verklaard dat zij verdachte wel eens alleen de opslagruimte achter het kantoor bij SEON heeft zien ingaan.16

In een anonieme brief waarbij melding wordt gedaan van fraude/diefstal/witwassen in dienstverband van de FIOD staat vermeld dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) op haar werk heel gemakkelijk toegang heeft tot geld, waaronder vreemde valuta, dat zij steeds ongezien door de FIOD in beslag genomen en met enveloppen met daarin buitenlands geld gevulde dozen vanuit haar werk heeft kunnen meenemen, dat zij en haar gezin beetje bij beetje dit buitenlands geld bij verschillende wisselkantoren in verschillende steden inwisselen voor euro’s, dat zij daarvan contante betalingen doet, dat zij een opslagruimte heeft laten huren door een kennis zodat er geen link kan worden gelegd met haar naam en dat zij de volle dozen met enveloppen hier heeft opgeslagen.17

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van de voorgaande onderzoeksbevindingen vast dat bij verdachte een doos is aangetroffen met daarin enveloppen met geld en cheques. Gelet op de verklaring van verdachte, de getuigen en de SEON-tape op de aangetroffen doos concludeert de rechtbank dat deze doos uit het FIOD-opsporingsonderzoek Boemerang afkomstig is. Verdachte had toegang tot de opslagruimte van de in beslag genomen dozen met enveloppen en hield zich bezig met de verwerking daarvan. Hoewel de getuigenverklaringen en de anonieme brief geen direct bewijs opleveren voor het wegnemen van dozen met enveloppen door verdachte, geven de bewijsmiddelen voldoende steun voor de conclusie dat verdachte op meerdere momenten en op beide opslaglocaties in de gelegenheid is geweest om ongezien dozen of enveloppen mee te nemen. Dat de wegnemingshandeling zelf niet is vast te stellen doet daaraan niet af, gelet op het feit dat in de schuur van verdachte een doos met enveloppen uit het onderzoek Boemerang is aangetroffen. Verdachte had uit hoofde van haar functie als opsporingsambtenaar van de FIOD geen enkele reden om daar die doos te hebben en te houden. De enveloppen uit de bij verdachte aangetroffen doos bevatten onder andere geldbedragen in vreemde valuta waaronder Japanse Yen. Over die valuta wordt gesproken in chatgesprekken en telefoongesprekken die verdachte in 2016, na de actiedag van het onderzoek Boemerang, heeft gevoerd met haar broer. Verder heeft zij meermaals contact gehad met geldwisselkantoren. Verdachte coachte haar broer bij het omwisselen van valuta door te zeggen dat hij goed moet tellen en te zeggen wat voor antwoorden hij kan geven op vragen die eventueel worden gesteld. Gelet op de inhoud van deze gesprekken, de bij verdachte aangetroffen doos en de plotselinge drastische vermindering van pinuitgaven aan voedingsboodschappen na de actiedag gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de vreemde valuta uit enveloppen afkomstig uit onderzoek Boemerang heeft omgewisseld. Tot slot zijn de beschrijving van de gedragingen in de anonieme brief zeer specifiek en in overeenstemming met de voornoemde onderzoeksbevindingen.

Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte zich als ambtenaar heeft schuldig gemaakt aan verduistering van één doos met enveloppen met geld en geldswaardig papier.

4.3.3.

Het gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen (feit 2)

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Hierna zal de rechtbank eerst vaststellen welke uitgaven zijn gedaan en daar waar nodig motiveren waarom zij van oordeel is dat de uitgaven kunnen worden toegeschreven aan verdachte. Vervolgens zal worden uitgelegd welke toets moet worden aangelegd bij de beoordeling of sprake is van witwassen. Daarna zal de rechtbank motiveren waarom zij tot een bewezenverklaring van gewoontewitwassen komt.

De reis naar Mexico in december 2016

Het financieel onderzoek van de politie vermeldt dat verdachte verschillende uitgaven heeft gedaan in de tenlastegelegde periode aan reizen, luxegoederen en een feest. In de telefoon van verdachte is een op 18 december 2016 ontvangen sms-bericht aangetroffen met de tekst “Welkom in Mexico”, en zijn WhatsApp chats aangetroffen van een groepschat met verdachte, haar zoons [naam zoon 1] , [naam zoon 2] en [naam zoon 3] , haar broer [naam broer] en haar zus [naam zus] over Mexico.18 In een telefoongesprek van 2 januari 2018 zegt verdachte onder andere dat zij vorig jaar tijdens de feestdagen in Mexico zat.19 Verdachte heeft verklaard dat zij in december 2016 naar Mexico is gegaan met [naam 6] en haar zoontje [naam zoon 3] en dat zij voor haar zoon heeft betaald.20 Het zou gaan om een bedrag van € 750,-.

Het zakgeld voor de reis naar Egypte in december 2016

Op de mobiele telefoon van verdachte werd een WhatsApp chat aangetroffen tussen verdachte en een persoon die in de contacten lijst van verdachte onder de naam " [naam 7] " was opgeslagen.21 Aan " [naam 7] " was het mobiele telefoonnummer + [nummer] gekoppeld. Gedurende onderzoek Harpijen is gebleken dat dit telefoonnummer op naam staat van en in gebruik is bij de zus van verdachte, genaamd [naam zus] . Op 23 december 2016 stuurt verdachte de volgende berichten naar [naam zus] : “Je krijgt die 400 euro van mij als zakgeld. Anders is de vakantie niet compleet. Als het goed is dan ben ik maandag nog in Almere dus kun je daar heen komen ipv Schiphol dan krijg je de camera en je zakgeld”22 De politie heeft de financiële gegevens van de op naam van verdachte gestelde SNS-bankrekening [nummer] gevorderd en beschrijft dat vanaf de SNS-rekening van verdachte tussen 23 december 2016 en maandag 26 december 2016 geen contante opnamen zijn gedaan die de door [verdachte] aan [naam zus] geschonken € 400,- verklaren.

Het feest van The Party Factory in september 2017

De politie heeft in de FIOD mailbox van verdachte een e-mail aangetroffen die afkomstig is van het mailadres [e-mail adres] en had als onderwerp "Offerte familie [familienaam] – [nummer] ”.23 Over deze e-mail schrijft de politie het volgende. Aan deze e-mail was een bijlage gekoppeld. Zakelijk weergegeven betrof de e-mail een bevestiging van een optie tot een te geven feest en het verzoek om de bijgevoegde offerte bij akkoord ondertekend te retourneren. De bijlage bevatte een offerte (gedateerd 23 mei 2017) gericht aan "Familie [familienaam] , [adres] ", zijnde het woonadres van verdachte [familienaam] . Zakelijk weergegeven betrof het een offerte voor een te geven feest voor 60 personen op 23 september 2017 in de Party Factory te Lelystad. In deze offerte waren de volgende kostenposten opgenomen: […] Totaal te voldoen € 3.297,00. Op de in beslag genomen telefoon van verdachte is een foto aangetroffen van verdachte en haar kinderen bij een limousine alsook meerdere foto’s die klaarblijkelijk op een feestlocatie waren genomen. Uit de metadata behorend bij de foto’s blijkt dat deze zijn genomen op 23 september 2017. In een telefoongesprek van 18 december 2018 zegt verdachte tegen een medewerkster van The Party Factory, die aan verdachte vertelde dat er nog een factuur van 330,- euro openstaat van het feest van 23 september in Lelystad, dat zij “daar” 2.353,70 contant heeft betaald.24 In een later gesprek op die dag voert verdachte een telefoongesprek dat kennelijk een vervolg is op het voorgaande, waarin zij zegt dat ‘hij’ 3.200,- had gevraagd, dat zij alles heeft betaald en dat deze meneer achteraf een fout heeft gemaakt.25 Op de op naam van verdachte gestelde SNS rekening [nummer] is een overboeking van 330,- euro te zien van 29 mei 2017 naar de rekening van The Party Brothers B.V. met als omschrijving Lelystad- [familienaam] [nummer] TGV: [nummer] TNV:PARTYFACTORY. Over de ABN AMRO rekening [nummer] schrijft de politie in dit verband het volgende. Ten aanzien van contante opnamen van deze bankrekening is gebleken dat op 17 februari 2017 in totaal € 4.080,- wordt opgenomen. Op 20 februari 2017 wordt echter € 4.960,- contant teruggestort op deze rekening. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van de op naam van verdachte [familienaam] gestelde ABN AMRO en SNS rekeningen geen contante opnamen zijn waar te nemen ter onderbouwing van de contant betaalde € 2.352,70. Onder documentcode [nummer] is binnen onderzoek Harpijen een proces-verbaal opgemaakt betreffende de financiële situatie van verdachte over de periode 1januari 2013 tot en met 21 november 2017.26 Eén van de bevindingen van dit proces-verbaal is dat verdachte ook over de saldi op de rekeningen van haar kinderen kon beschikken en ook transacties uitvoerde vanaf die bankrekeningen. Ten aanzien van de contante betaling van het feest voor [naam zus] blijkt dat er vanaf de bankrekeningen van de kinderen van verdachte geen contante opnamen zijn waar te nemen die de contante betaling verklaren.

De verbouwing van de zolder van verdachte in juli 2017

In de telefoon van verdachte zijn screenshots aangetroffen van gesprekken met [naam 8] in de periode van 12 april 2017 tot en met 15 september 2017.27 Hierin wordt gesproken over de zolder, over schuifdeuren gangbaar maken, schilderwerk, dakraam plaatsen en aftimmeren voor 1.250 zonder bon en 1.450 met laminaat leggen erbij. In de gesprekken zegt verdachte dat zij alles contant heeft voor [naam 8] . Nadat [naam 8] aangaf dat hij een gedeelte op zijn rekening wil, zegt verdachte dat ze eerst op haar eigen rekening moet storten en dan aan hem moet overmaken. Het dossier bevat een factuur van [naam 8] op naam van Mvr [verdachte] , [adres] van 13 juli 2017 voor Plaatsen Veluxraam en Schilderen zolder met een totaalbedrag van 1456,90 euro.28

De bouw van het prieel in de tuin van verdachte in juli 2017

Het dossier bevat een chatgesprek van 7 juli 2017 met [naam 9] waarin verdachte tegen [naam 9] zegt dat het prieel er erg goed uit ziet en haar complimenten geeft.29 In het gesprek van 3 juli 2017 zegt verdachte dat ze de aanbetaling contant heeft liggen voor [naam 9] .30 De politie heeft na vordering van gegevens van [naam 9] een offerte ontvangen betreffende prieel à 1.556,79 euro.31 Aanvullend werd de volgende informatie verstrekt: De door [naam 9] uitgevoerde werkzaamheden betroffen uitsluitend het leveren en bouwen van een prieel in de tuin van mevrouw [familienaam] . Mevrouw [familienaam] heeft hiervoor € 1.500,- contant betaald. Een andere aannemer genaamd [naam 8] zou eveneens werkzaamheden voor mevrouw [familienaam] hebben uitgevoerd. Verdachte heeft verklaard dat als [naam 9] heeft verklaard dat zij hem 1.500,- euro contant heeft betaald, dit wel zo zal zijn.32

De aankoop van de eetkamer set in juni 2017

De politie heeft na vordering van gegevens van Fameus Wonen een orderbevestiging van 29 maart 2017 ontvangen van met een totaalbedrag van 1.173,- euro betaling op 30 juni 2017 per kas, betreffende een eetkamer set op naam van verdachte.33 Aan de politie werd door een medewerkster van Fameus Wonen medegedeeld dat deze factuur contant was voldaan door verdachte. Verdachte heeft verklaard dat dit klopt.34

De aankoop van de Volkswagen Golf in juni 2017

Uit gegevens van het RDW blijkt dat de oudste zoon van verdachte, [naam zoon 1] , een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] op zijn naam had gesteld sinds 3 juni 2017.35 Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte is een factuur van [naam garage] aangetroffen van 30 mei 2017 op naam van verdachte voor de aankoop van een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] met een verkoopprijs van 8.750- euro.

Op basis van financieel onderzoek schrijft de politie over de aankoop van de Volkswagen Golf het volgende: Uit financieel onderzoek is gebleken dat [verdachte] een ABN AMRO betaalrekening en een SNS betaal- en SNS spaarrekening op naam gesteld heeft. Voorts is gebleken dat [verdachte] toegang heeft tot en tevens gebruik maakt van de bankrekeningen van haar zonen [naam zoon 3] , [naam zoon 2] en [naam zoon 1] . In de periode van 30 mei 2017 tot en met 16 juni 2017 vinden via de betaalrekening van [naam zoon 3] de volgende transacties plaats: 2 juni 2017 2.000,- euro contante opname, 2 juni 2017 1.800,- euro contante opname. Hoewel niet vaststaat dat deze contante opnamen zijn gebruikt voor de - eveneens contante - aankoop van de Volkswagen Golf, is het opvallend dat deze opnamen plaatsvinden een dag voordat de Volkswagen Golf op naam komt van [naam zoon 1] . Uitgaande van de verkoopprijs van de Volkswagen Golf van 8.750,- euro en de aanbetaling van 500,- euro is aan [naam garage] contant een bedrag van 8.250,- euro betaald. Wanneer de contante opnames van 500,- euro van de rekening van [naam zoon 1] en de 2.000,- euro en 1.800,- euro van de rekening van [naam zoon 3] eveneens zijn aangewend voor de aankoop van de Volkswagen Golf, is door [verdachte] op 3 juni 2017 contant 3.950 euro “bijgelegd" om de auto te kunnen kopen.

In een telefoongesprek van 28 november 2017 over [naam zoon 1] zegt verdachte tegen haar broer [naam broer] dat zij eerst haar vierduizend euro terug wil en dat [naam zoon 1] de auto pas weer krijgt als hij alles kan betalen.36 Verdachte heeft verklaard dat zij een deel van het geld voor de auto aan [naam zoon 1] heeft geleend.37 Door [naam garage] is verklaard dat voor de Volkswagen Golf contant is betaald.38

De aanleg van de tuin van [naam zus] in augustus 2016

In een telefoongesprek van 4 januari 2018 zegt verdachte tegen [naam 10] : “En 5000 voor haar badkamer en 1500 euro haar tuin, maar mijn zus is .... vooral die tuin dat vind ik zonde ik had zoiets zij gaat zo naar buiten en haar tuin is een oerwoud, heb ik ook helemaal laten bestraten voor haar, nieuwe tegels.”39 In een e-mail van [naam 11] van [naam bedrijf] schrijft [naam 11] dat hij is benaderd door de zus van mevr. [naam zus] (de rechtbank begrijpt: [naam zus] , de zus van verdachte), dat na het opnemen van de klus er weer telefonisch contact is geweest met de zus van mevr. [naam zus] en dat hij met haar de uiteindelijke prijs is overeengekomen en dat direct na oplevering het totaalbedrag van 1.300,- contant is voldaan door mevr. [naam zus]40. In de telefoon van verdachte is een WhatsApp chat aangetroffen tussen verdachte en haar zus [naam zus] waarin verdachte op 19 augustus 2016 een drietal foto’s naar [naam zus] verstuurt, waarop de website van het bedrijf [naam bedrijf] is te zien.41 Door [naam bedrijf] werd vervolgens aan het onderzoeksteam de informatie verstrekt dat zij een levering betontegels aan het adres [adres 3] hadden geleverd. [adres 3] betreft volgens de politie het woonadres van [naam zus] . De bestelling was gedaan door [naam bedrijf] . Door [naam bedrijf] werden op vordering van de politie gegevens verstrekt, waaronder een factuur van 26 augustus 2016 op naam van [naam zus] , [adres 3] betreffende arbeidsloon en materiaal kosten met een totaalbedrag van 1.300 euro.42 De politie schrijft dat het telefoonnummer [nummer] in de telefoon van verdachte was opgeslagen onder de naam ‘Tuin’ en dat dit nummer in de database van de Kamer van Koophandel staat vermeld bij [naam bedrijf] . In aangetroffen sms-berichten op de telefoon van verdachte spreekt verdachte voornoemd nummer aan met [naam 11] . In de gegevens van de Kamer van Koophandel staat [naam 11] als eigenaar van [naam bedrijf] genoemd.

Over het financiële onderzoek in dit kader schrijft de politie het volgende: Gedurende het onderzoek is gebleken dat [verdachte] - behalve op eigen naam gestelde bankrekeningen - tevens toegang heeft tot en gebruik maakt van bankrekeningen op naam van haar zoons [naam zoon 1] , [naam zoon 2] en [naam zoon 3] . Zowel ten aanzien van de rekeningen op naam van [verdachte] als die op naam van haar zoons zijn op of direct rond de aanlegdatum van de tuin geen toereikende contante opnames waarneembaar die de contante betaling van € 1.300,- verklaren.

Uit onderzoek van de financiële gegevens van [naam zus] en haar dochter [naam dochter] zijn geen betalingen of opnamen zichtbaar die te relateren zijn aan werkzaamheden in de tuin van de woning van [naam zus] .43

De aanschaf van verschillende luxegoederen

Tot slot zijn er tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte verschillende kassabonnen en bewijzen van betaling van goederen aangetroffen van goederen die zijn aangekocht in de periode van 16 november 2016 tot en met 21 juli 2017.44 Op 10 december 2016 is voor een totaalbedrag van 1.701,88 euro aan goederen gekocht die contant zijn betaald. Er is voor een bedrag van in totaal 5.386,88 aan goederen in deze periode contant betaald. Aan niet contante betalingen is volgens de aankoopbewijzen een bedrag van in totaal 10.909,40 euro aan goederen uitgegeven. Alle bovengenoemde aankopen zijn noch op de bankrekeningafschriften van verdachte noch op de bankrekeningafschriften van haar zoons te zien.

De financiële positie van verdachte

In het “Proces-verbaal van bevindingen Financieel [verdachte] en kinderen” is de financiële situatie van verdachte en haar kinderen beschreven over de periode 1 januari 2013 tot en met 24 oktober 2017.45 Verdachte en haar kinderen hebben in de periode 1 januari 2013 tot 1 juni 2016 opnamen en stortingen van contant geld gedaan. Deze opnamen en stortingen resulteerden er in dat op 1 juni 2016 een theoretisch maximaal saldo van 7.810,93 euro aan contant geld beschikbaar was.46 De politie schrijft over de financiële positie van verdachte het volgende. Na 15 juli 2016 zijn door verdachte geen contante geldopnames meer gedaan van haar bankrekeningen. Door haar kinderen worden het hele jaar 2016 contante opnames gedaan van hun bankrekeningen.47 In 2017 worden er van de bankrekening van verdachte bij de ABN-AMRO vier opnames gedaan. In de periode rond 17 februari 2017 worden in twee contante opnames, een bedrag van 3.000,- en 1.080,- euro opgenomen en worden later twee contante stortingen gedaan voor een bedrag van € 3.780,-- en € 1.180,-. In totaal wordt een bedrag ad 880,- euro meer teruggestort dan was opgenomen. Het is niet bekend waar de 880,- euro vandaan komt. Verder worden in 2017 op 29 mei 2017 20,- euro en op 14 juni 2017 50,- euro contant opgenomen van de bankrekening van verdachte. Het is opmerkelijk dat verdachte in 2017 slechts 70,- euro aan contante opnames heeft gedaan. Met betrekking tot de kinderen van verdachte meldt de politie dat het opmerkelijk is dat er van de rekening van de 14-jarige [naam zoon 3] in 2017 in totaal 8.370,- euro contant wordt opgenomen en er 5.620,- wordt (terug)gestort. Evenals bij de bankrekening van verdachte worden van de bankrekening van [naam zoon 3] op 17 februari 2017 in twee contante opnames een bedrag van 2.000,- en 2.500,- euro opgenomen, waarna er drie dagen later in twee contante stortingen een bedrag van 3.700,- en 1.320,- euro wordt teruggestort. Dit is 520,- euro meer dan er is opgenomen. Hiervan is niet duidelijk waar deze 520,- euro vandaan is gekomen. Dan worden op 2 juni 2017 nog twee contante opnames gedaan van de bankrekening van [naam zoon 3] ad 2.000,- en 1.800,- euro. Hierna worden er in 2017 nog drie contante opnames gedaan voor totaal 70,- euro.

Tussenconclusie

Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte 400 euro zakgeld contant aan haar zus heeft gegeven voor de reis naar Egypte. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte in het gesprek van 23 december 2016 met ‘maandag’ maandag 26 december 2016 bedoelt. Nu tussen die twee data geen contante opnames zijn te zien, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte een contante geldvoorraad had. Ook concludeert de rechtbank dat verdachte degene is die heeft betaald voor de aanleg van de tuin van [naam zus] . Hoewel [naam zus] de contante betaling heeft verricht, is de overeenkomst met verdachte gesloten. Alle communicatie is vervolgens via verdachte gelopen. [naam zus] en haar dochter hebben geen contante opnamen of betalingen gedaan die de aanleg van de tuin kunnen verklaren. Bovendien heeft verdachte later in een telefoongesprek gezegd dat zij de tuin van haar zus heeft laten bestraten voor haar. Ten aanzien van de diverse luxegoederen schrijft de rechtbank alle uitgaven toe aan verdachte, ondanks dat zij heeft verklaard niet te weten wie de aankopen van de verschillende goederen heeft gedaan en ondanks dat de bon van de Louis Vuitton tas op naam van [naam 12] staat. Hij heeft hierover namelijk verklaard dat hij en [naam zoon 1] op dezelfde dag ieder een Louis Vuitton tas hebben gekocht en dat beide tassen met daarin de aankoopbon per ongeluk zijn omgewisseld.

De rechtbank overweegt alles overziende dat de aankoopbonnen in de woning van verdachte zijn aangetroffen en hiervoor geen andere afdoende verklaring is gekomen dan dat deze goederen contant door verdachte zijn betaald.

Beoordelingskader witwassen

Ook als niet meteen duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, kan witwassen bewezen worden. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat de voorwerpen van misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft over de legale herkomst van de voorwerpen. Zo’n verklaring moet concreet en verifieerbaar zijn, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan het witwassen van die voorwerpen worden bewezen.

De rechtbank acht aannemelijk dat de contante uitgaven vanaf 2016 zoals hierboven beschreven, zijn gedaan met geld dat uit misdrijf afkomstig is. De rechtbank verwijst in dat verband naar het maximaal beschikbare saldo aan contanten, de omstandigheid dat verdachte vanaf 2017 nagenoeg geen contante opnamen meer heeft gedaan en het feit dat de eerder hiervoor vastgestelde drastische verlaging in uitgaven aan dagelijkse boodschappen plaatsvindt na de actiedag uit het opsporingsonderzoek Boemerang. Daarbij neemt de rechtbank ook mee dat, zoals bij feit 1 is beschreven, verdachte een box wilde huren op naam van een ander meteen nadat haar zoon een tas vol geld had laten zien. Ook het feit dat geen contante geldopnames op de bankrekening van verdachte en haar kinderen zijn te zien kort voorafgaand aan de uitgaven, het terugstorten van meer contant geld dan is opgenomen zonder dat duidelijk is waar het meerdere vandaan komt en het noemen van buitenlandse valuta in chatgesprekken tussen verdachte en haar broer – de rechtbank verwijst in dit verband naar de bewijsmiddelen hierover bij feit 1 – dragen bij aan het witwasvermoeden. Dat betekent dat van verdachte een verklaring over de legale herkomst van de geldbedragen mag worden verwacht.

Verdachte heeft verklaard dat zij van haar vader een contant geldbedrag geschonken heeft gekregen. De rechtbank vindt deze verklaring niet geloofwaardig. Ten eerste verklaren verdachte en haar broer [naam broer] tegenstrijdig over het bedrag dat zij zou hebben ontvangen. Verdachte verklaart dat zij 30.000,- van haar vader via haar broer heeft ontvangen, terwijl haar broer verklaart dat hij precies 25.000,- heeft gekregen en aan verdachte heeft gegeven met de boodschap dat het voor haar en [naam zus] was, waarbij hij ervan uitgaat dat verdachte de helft aan [naam zus] heeft gegeven. Ten tweede heeft verdachte de enkele stelling dat zij geld heeft gekregen van haar vader niet nader geconcretiseerd en ook niet onderbouwd, waardoor deze verklaring op geen enkele manier te verifiëren is. Ook in de belastingaangifte is geen opgave gedaan van een schenking door haar vader.

Verdachte heeft ook verklaard dat zij de uitgaven heeft gedaan van geld dat zij heeft gekregen voor het inwisselen van haar gouden sieraden. Zij zou voor een totaalbedrag van ongeveer 40.000,- euro in totaal vier keer goud in Marokko hebben verkocht, de eerste keer in 2011. De rechtbank vindt de verklaring dat de contante uitgaven zijn betaald met de opbrengsten uit de verkoop van die gouden sieraden niet geloofwaardig. Ten eerste zouden de sieraden blijkens de door verdachte overgelegde bonnen in 2014, 2015 en 2016 zijn verkocht en het eerste deel volgens een bon en de verklaring van verdachte in 2011. Dit zou betekenen dat de sieraden dus al geruime tijd vóór de uitgaven in kwestie zijn verkocht, terwijl verdachte en haar kinderen in de periode 1 januari 2013 tot 1 juni 2016 ook nog opnamen en stortingen van contant geld hebben gedaan. Bovendien verklaart die verkoop van het goud niet de drastische vermindering van uitgaven aan boodschappen na 1 juni 2016. Ten tweede zou de opbrengst volgens de bonnetjes in Marokkaanse Dirham zijn uitgekeerd, terwijl verdachte op de zitting heeft verklaard dat zij voor sommige sieraden euro’s heeft gekregen. Behalve dat dit tegenstrijdig is met eerdere verklaringen die verdachte heeft gegeven, heeft zij op de zitting ook verklaard dat zij het deel dat in Dirham is uitgekeerd bij haar familie in Marokko heeft achter gelaten, zodat zij daar niet hier in Nederland van kan snoepen. Ten derde heeft verdachte op de zitting verklaard dat zij de helft van de goudopbrengst in Marokko heeft geïnvesteerd in haar appartement. Tot slot zijn geen aankoopbonnen van het goud overgelegd, zodat de waarde van de sieraden voorafgaand aan de verkoop niet is te bepalen. Daarbij komt dat niet is gebleken dat verdachte in de betreffende jaren bij de Belastingdienst aangifte heeft gedaan van vermogen in goud dan wel contanten. De verklaring van verdachte is dus niet verifieerbaar. Het Openbaar Ministerie hoeft, voor zover de verklaring van verdachte daarvoor aanknopingspunten biedt, deze dan ook niet nader te onderzoeken.

Door de hierboven genoemde contante uitgaven te doen heeft verdachte het geld ten aanzien waarvan een witwasvermoeden bestaat voorhanden gehad en omgezet en heeft zij hiervan een gewoonte gemaakt.

4.3.4.

De verduistering van een leaseauto en het doen van valse aangifte (feiten 4 en 5)


Verdachte had sinds 15 maart 2016 een Volkswagen Up met kenteken [kenteken] op haar naam staan die zij had geleased van het bedrijf Directlease B.V.48 Verdachte heeft op 27 januari 2018 aangifte gedaan van diefstal van de Volkswagen Up met kenteken [kenteken] .49 In een chatgesprek van 16 september 2017 vraagt verdachte aan haar broer [naam broer] of zij de polo nog mag overnemen en zegt zij: “Ik ha deze als gestolen opgeven. Ben ik van het contact af.”50In een telefoongesprek van 24 november 2017 over deuken in de leaseauto van verdachte en dat dit haar in totaal 900 euro gaat kosten zegt verdachte tegen haar zus dat zij deze auto gewoon gaat wegdoen en zegt ze: “ik ga doen als of die gestolen is, als je mij begrijpt?”51 In een telefoongesprek van 16 december 2017 over het huren van een auto zegt [naam broer] tegen verdachte: "Trouwens als je nog die UP wilt doen, kan morgen nog"52 In een telefoongesprek van 16 januari 2018 bespreken verdachte en [naam broer] over wat er aan “haar” auto moet gebeuren. [naam broer] kent wel iemand die dit kan doen en zegt dat die binnen zeven dag weg mag.53

De politie heeft een plaatsbepalingsbaken geplaatst onder de Volkswagen Up met kenteken [kenteken] en schrijft over de bewegingen van het baken het volgende.54 Van 19 januari 2018 tot 22 januari 2018 bevond het baken zich op de [adres 4] . De politie schrijft dat [naam broer] , broer van verdachte, woont op het adres [adres 4] .

Het baken bevond zich vervolgens twee dagen, te weten vanaf 22 januari 2018 te 14.28 uur tot

24 januari 2018 te 17.36 uur, aan de A.D. van Eckstraat te Almere. Hierna werd het baken verplaatst naar de [straat] ter hoogte van de percelen [nummer] tot en met [nummer] te Almere. Uit informatie van een wijkagent bleek dat een persoon genaamd [naam 13] , wonende aan de [adres 5] de huurder is van deze loods. Hier bevond het zich op 24 januari 2018 van 17.44 uur tot 19.27 uur. Vervolgens werd het baken weer verplaatst naar de A.D. van Eckstraat te Almere, waar het zich bevond van 19.36 uur tot 19.53 uur. Vervolgens werd het baken verplaatst naar de nabijgelegen [straat] ter hoogte van de percelen [nummer] te Almere, waar het van 19.54 tot 20.12 uur bleef. Hierna verplaatste het baken zich zonder verdere tussenstops naar de eerder genoemde dijk aan de N701, waarna om 20.22 uur het laatste signaal werd doorgegeven. De A.D. van Eckstraat, waar het baken zowel voor als na de verplaatsing naar de Markerkant is gezien, is in een woonwijk en is op korte loopafstand van de woning van [naam 13] . In de loods aan de [adres 6] is een Volkswagen Up aangetroffen. Voor deze personenauto is het Nederlandse kenteken [kenteken] afgegeven, waar op 27 januari 2018 aangifte ter zake diefstal was gedaan.55 In de mobiele telefoon van [naam 13] werden WhatApp chats en foto’s aangetroffen die te maken hebben met de overdracht van een zwarte Volkwagen Up.56 In een chatgesprek van 22 januari 2018 tussen [naam 13] en [naam 14] vraagt [naam 13] of hij dat ding kan zien en noemt [naam 14] het adres [adres 4] .

De rechtbank begrijpt het eerste chatgesprek van 16 september 2017 zo dat verdachte bedoelt dat ze van het contract af is als ze de auto als gestolen opgeeft. [naam broer] heeft bemiddeld bij het verduisteren van de auto. De rechtbank concludeert op basis hiervan en van de overige hiervoor weergegeven onderzoeksbevindingen dat verdachte de auto van DirectLease BV met behulp van in ieder geval haar broer [naam broer] en [naam 13] heeft laten verdwijnen en in strijd met de waarheid heeft voorgewend dat de auto gestolen was. Uit de telefoongesprekken en chatgesprekken is duidelijk op te maken dat verdachte niet voor de schade aan de auto wil opdraaien als het leasecontract afloopt en dat zij het plan heeft opgevat om te doen alsof de auto gestolen is. Zij heeft zich weliswaar niet bezig gehouden met de feitelijke diefstal van de auto, maar met haar handelwijze heeft verdachte een intellectuele bijdrage geleverd aan het wegmaken van de auto die zij toen rechtmatig onder haar had. In dit kader neemt de rechtbank ook mee dat de eerdere aangifte die verdachte heeft gedaan van diefstal van de sleutel van de auto niet los is te zien van het geheel, omdat bij het inleveren van een leaseauto er 2 sleutels moeten worden ingeleverd.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 1 juni 2016 tot en met 18 januari 2018 te Julianadorp (gemeente Den Helder) en Amsterdam als ambtenaar (te weten als opsporingsambtenaar van de Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD)), opzettelijk geld en geldswaardig papier dat zij in haar bediening onder zich had, heeft verduisterd door het wegnemen van een doos met enveloppen met daarin geld en geldswaardig papier dat in het kader van een opsporingsonderzoek inbeslaggenomen was;

feit 2:

in de periode van 1 juni 2016 tot en met 18 januari 2018 te Julianadorp (gemeente Den Helder) en/of Amsterdam en/of Lelystad en/of elders in Nederland van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft zij, verdachte, diverse geldbedragen te weten:

- in de periode van 31 oktober 2016 tot en met 27 december 2016 een geldbedrag van EUR 750,- (ZD Witwassen 4.2. reis Mexico) en

- in de periode van 8 november 2016 tot en met 26 december 2016 een geldbedrag van EUR EUR 400, (ZD Witwassen 4.3. reis Egypte) en

- in de periode van 23 mei 2017 tot en met 23 september 2017 een geldbedrag van EUR 2.682,70 (EUR 2.352,70 en EUR 330), (ZD Witwassen 4.4. Feest the Party Factory) en

- in de periode van 3 april 2017 tot en met 15 september 2017 een geldbedrag van EUR 1.456,90, (ZD Witwassen 4.5. Verbouwing zolder woning [verdachte] ) en

- in de periode van 3 juli 2017 tot en met 20 juli 2017 een geldbedrag van EUR 1.500, (ZD Witwassen 4.7. Bouw prieel in tuin [verdachte] ) en

- in de periode van 29 maart 2017 tot en met 30 juni 2017 een geldbedrag van EUR 1.173, (ZD Witwassen 4.8. aankoop eetkamerset en carpet) en

- in de periode van 30 mei 2017 tot en met 3 juni 2017 een geldbedrag van EUR 3.950, (ZD Witwassen 4.9. aankoop Volkswagen Golf) en

- in de periode van 19 augustus 2016 tot en met 31 augustus 2016 een geldbedrag van EUR 1.300, (ZD Witwassen, 4.11 Aanleg tuin woning [naam zus] ) en

- in de periode van 16 november 2016 tot en met 21 juli 2017 een geldbedrag van EUR EUR 5.386,88 (ZD Witwassen, 4.12 Aanschaf goederen middels contante betalingen),

telkens voorhanden gehad en omgezet, terwijl verdachte wist dat voornoemde geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

4.

in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 januari 2018 te Julianadorp (gemeente Den Helder) en Amsterdam en Almere tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een personenauto (merk Volkswagen, type Up, kenteken [kenteken] ), toebehorende aan DirectLease BV, welk goed verdachte en haar mededaders anders dan door misdrijf, te weten op grond van een leaseovereenkomst, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

5.

op 27 januari 2018 in Nederland aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar telefonisch ten overstaan van N. Krol, te weten een opsporingsambtenaar bij de politie, Eenheid Amsterdam, opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van diefstal van een personenauto (merk Volkswagen, type Up, kenteken [kenteken] );

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 De motivering van de straffen

8.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De officier heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten, waarbij hij het vooral ernstig vindt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ambtelijke verduistering als opsporingsambtenaar bij de FIOD. Hiermee heeft verdachte misbruik gemaakt van haar positie en van gelden die in beslaggenomen waren en afkomstig waren van slachtoffers van een strafbaar feit. Ook de verduistering van de auto getuigt niet van integriteit. Bovendien, aldus de officier van justitie, toont verdachte geen zelfinzicht en blijft zij ontkennen. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met het tijdsverloop, het feit dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft en al de nodige nadelige gevolgen in haar privéleven heeft ondervonden.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat – indien de rechtbank wel tot een veroordeling komt - zowel een onvoorwaardelijke als voorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats is en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de hoogte van een op te leggen taakstraf. In het kader van de strafmaat moet worden meegewogen dat de redelijke termijn is overschreden met veertien maanden, wat niet is te wijten aan enig handelen van de verdediging. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij heeft drie kinderen, waarbij vader niet in beeld is en zij zal bij een veroordeling haar baan verliezen. Haar hele leven is in duigen gevallen, nu zij al drie jaren heeft thuis gezeten terwijl er beslag is gelegd op een groot deel van haar inkomen en zonder dat ze haar werk kon uitoefenen. Tot slot is verdachte first offender.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich als opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst schuldig gemaakt aan fraude, bestaande uit verduistering van een doos met in beslag genomen goederen en een leaseauto en het doen van valse aangifte. Verdachte heeft zich hierbij laten leiden door geldelijk gewin en heeft zich niet bekommerd om de schade en overlast die deze feiten veroorzaken voor de FIOD en voor de eigenaar van de auto. De rechtbank vindt het gedrag van verdachte extra kwalijk, nu zij als ambtenaar in het algemeen een publieke voorbeeldfunctie heeft en van haar – juist als opsporingsambtenaar van de FIOD – wordt verwacht dat zij zich bezighoudt met de bestrijding en opsporing van fraude in plaats van het tegenovergestelde. Van opsporingsambtenaren wordt immers verwacht dat zij zich integer gedragen, zowel op het werk als in het privéleven. Verdachte heeft met haar gedragingen het vertrouwen dat in haar is gesteld geschonden en het maatschappelijk belang van de opsporing ondermijnd. Uit de anonieme brief blijkt wat voor uitstraling van het gedrag van verdachte kan uitgaan naar de personen in haar directe omgeving. Het is onacceptabel en aan de samenleving niet uit te leggen dat verdachte zich het in beslag genomen geld heeft toegeëigend. Verdachte heeft met deze handelwijze in ernstige mate misbruik gemaakt van haar positie. De wijze waarop verdachte vervolgens haar leaseauto heeft verduisterd en valse aangifte heeft gedaan is bovendien zorgelijk. Dit onderstreept het gebrek aan integriteit bij verdachte en past uitdrukkelijk niet bij een opsporingsambtenaar.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, en is daarmee een bedreiging voor de samenleving. De rechtbank vindt dit dan ook een ernstig feit waarbij de rechtbank het verdachte ook hier zwaar aanrekent dat dit niet getuigt van integer gedrag terwijl dit juist van een persoon die als opsporingsambtenaar werkzaam is wordt verlangd. Witwassen bevordert bovendien het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld en/of het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder witwassen het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte. Zij is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor fraudedelicten die de rechtbanken onderling hebben afgesproken. Normaal gesproken schrijven deze bij een benadelingsbedrag tussen de 10.000,- tot 70.000,- euro een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee tot vijf maanden of een taakstraf voor. De bewezenverklaarde periode van gewoontewitwassen ziet op ruim anderhalf jaar en verdachte wordt als ambtenaar veroordeeld voor meerdere strafbare feiten. Bij deze stand van zaken is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. De rechtbank weegt echter ook mee dat de behandeling van de zaak lang op zich heeft laten wachten en dat verdachte al de nodige consequenties heeft ondervonden en nog zal ondervinden van deze strafzaak. Verdachte is geschorst, er ligt loonbeslag op haar inkomen en het ligt in de lijn der verwachting dat zij zal worden ontslagen door de FIOD. Verdachte heeft nog thuiswonende kinderen en is alleenstaand ouder. De rechtbank zal met deze omstandigheden rekening houden en het tijdsverloop sinds het begaan van de feiten verdisconteren in de modaliteit van de straf en de proeftijd.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf opleggen van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van een jaar.

9 De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij, DirectLease B.V., vordert 5.656,74 euro aan materiële schade. Dit is de restwaarde van de Volkswagen Up. De vordering is voldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vordering in zijn geheel toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10 Het beslag

De volgende goederen zijn in beslag genomen:

1. Verhuisdoos met brieven, enveloppen en andere bescheiden

2. Plastic tas met diverse bescheiden aankoop appartementen in Marokko

Deze goederen dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbenden, te weten de FIOD en verdachte.

11 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 57, 188, 322, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 De beslissing

Verklaart het onder feit 3 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft

feit 2:

gewoontewitwassen

feit 4:

medeplegen van verduistering

feit 5:

aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 1 (een) jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij DirectLease B.V. tot een bedrag van € 5.656,74 (vijfduizendzeshonderdzesenvijftig euro en vierenzeventig cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan DirectLease B.V. voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van DirectLease B.V. aan de Staat te betalen € 5.656,74 (vijfduizendzeshonderdzesenvijftig euro en vierenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 63 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Gelast de teruggave aan de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst van:

1. Verhuisdoos met brieven, enveloppen en andere bescheiden

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

2. Plastic tas met diverse bescheiden aankoop appartementen in Marokko

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. E. Akkermans en M.C.M. Hamer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 april 2021.

1 Voor zover niet anders vermeld wordt in de volgende voetnoten verwezen naar bewijsmiddelen uit het dossier. Tenzij anders vermeld gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met documentcode 1801221500.DZK, PD, p. 200 e.v.

3 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2021.

4 Proces-verbaal onderzoek doos enveloppen, brieven en cheques uit woning [verdachte] met documentcode 1823011300.O1G, ZD01, p. 69 e.v.

5 Proces-verbaal openen ibn gesloten enveloppen met documentcode 1801260950.AMB, ZD01, p. 124 e.v.

6 Proces-verbaal onderzoek doos enveloppen, brieven en cheques uit woning [verdachte] met documentcode 1823011300.O1G, ZD01, p. 69 e.v.

7 Proces-verbaal van bevindingen Prive telefoon [verdachte] met documentcode 1802061301.AMB, ZD01, p. 126 e.v.

8 Proces-verbaal van bevindingen ivm huuropslag door [naam broer] met documentcode 1803061349.AMB, ZD01, p. 192 e.v.

9 Proces-verbaal bevindingen huur opslagruimte [naam 3] met documentcode 1719121125.AMB, ZD01, p. 179 e.v.

10 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1801240703.AMB, ZD01, p. 150 e.v.

11 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1802011353.AMB, ZD01, p. 171 e.v.

12 Proces-verbaal van bevindingen Financieel [verdachte] en kinderen met documentcode [nummer] , ZD03, p. 94 e.v.

13 Proces-verbaal van bevindingen P-dossier en TWR van [familienaam] met documentcode 1711211252.AMB, ZD01, p. 43 e.v.

14 Proces-verbaal van Verhoor van de getuige [getuige 2] met documentcode 1711011310.KAM_M69, ZD01, p. 205 e.v.

15 Proces-verbaal van de getuige [getuige 3] metr documentcode 1801260910.VELDH61, ZD01, p. 286 e.v.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige getuigenverhoor HOFMC75 met documentcode 1711091559.HOFMC75, ZD01, p. 279 e.v. en Verhoor van getuigen [getuige 5] en [getuige 4] met rc-nummer 17/4069, p. 4 e.v.

17 Geschrift: anonieme brief, ZD01, p. 55-56.

18 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1802070904.AM, ZD03, p. 220 e.v.

19 Tapgesprek TAP01, sessie 10510, 2 januari 2018, ZD03, p. 225.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 24 februari 2020 met documentcode 2002241100. [documentcode] , ongenummerd.

21 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1802061344.AMB, ZD03, p. 235 e.v.

22 ZD03, p. 240.

23 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1801241555.AMB, ZD03, p. 246 e.v.

24 Tapgesprek TAP01, sessie 6128, 18 december 2017, ZD03, p. 275.

25 Tapgesprek TAP01, sessie 6148, 18 december 2017, ZD03, p. 276.

26 Proces-verbaal van bevindingen Financieel [verdachte] en kinderen met documentcode [nummer] , ZD03, p. 94 e.v.

27 Proces-verbaal mbt verbouwing zolder met documentcode 1802140901.AMB, ZD03, p. 280 e.v.

28 ZD03, p. 292.

29 ZD03, p. 334

30 ZD03, p. 330.

31 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens met documentcode 1802131236b.BOB, ZD03, p. 340.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 24 februari 2020 met documentcode 2002241100. [documentcode] , ongenummerd.

33 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens met documentcode 1801241445b.BOB, ZD03, p. 354.

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 24 februari 2020 met documentcode 2002241100. [documentcode] , ongenummerd.

35 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1803010701.AMB, ZD03, p. 358.

36 Tapgesprek TAP02, sessie 3582, 28 november 2017, ZD03, p. 379.

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 24 februari 2020 met documentcode 2002241100. [documentcode] , ongenummerd.

38 ZD03, p. 362.

39 Tapgesprek TAP02, sessie 20059, 4 januari 2018, ZD03, p. 506.

40 ZD03, p. 505

41 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1802231257.AMB, ZD03, p. 488.

42 ZD03, p. 501.

43 Proces-verbaal van relaas, ZD03, p. 41.

44 Proces-verbaal van onderzoek in beslaggenomen goederen (o.i.g.) met documentcode 1801251100.O1G, ZD03, p. 512 e.v.

45 Proces-verbaal van bevindingen Fiancieel [verdachte] en kinderen met documentcode [nummer] , ZD03, p. 94 e.v.

46 Proces-verbaal vaststelling beschikbaar beginsaldo aan contanten met documentcode 1803191232.AMB, ZD03, p. 218.

47 Proces-verbaal van relaas ZD03, p. 10.

48 Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 1801291101.AMB, ZD02, p. 42 e.v.

49 Geschrift: Registratie PL1300_2018020064_BVH Politie Amsterdam-Amstelland, ZD02, p. 31 e.v.

50 Chatgesprek ZD02, p. 24.

51 Tapgesprek TAP02, sessie 997, 24 november 2017, ZD02, p. 46.

52 Tapgesprek TAP02, sessie 6976, 6 december 2012, ZD02, p. 49.

53 Tapgesprek TAP02, sessie 25140, 16 januari 2018, ZD02, p. 56.

54 Proces-verbaal bevindingen mbt vermoedelijke verduistering VW Up gekentekend [kenteken] met documentcode 1801291100.AMB, ZD02, p. 39 e.v.

55 Relaas ZD02, p. 18 en Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoersmiddel met nr. PL0900-201B030257-20, ZD02, p. 71 e.v.

56 Relaas ZD02, p. 16 en Proces-verbaal van bevindingen met nr. PL0900-2018030257-16, ZD02, p. 60 e.v.