Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1934

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
04-06-2021
Zaaknummer
AMS 20/3315
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging WIA na herbeoordeling. Gelet op de specifieke situatie en persoonlijke omstandigheden in dit geval aanleiding voor urenbeperking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/3315

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,

(gemachtigde: [naam] )

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: het Uwv), verweerder

(gemachtigde: [naam] )

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2019 (het primaire besluit) heeft het Uwv bepaald dat de

WIA1-uitkering van eiseres wordt beëindigd met ingang van 12 mei 2020.

Bij besluit van 1 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden - voorgeschiedenis

1. Eiseres is tot augustus 2007 werkzaam geweest als [functie] en als [functie] . Zij is uitgevallen met lichamelijke en psychische klachten.

2. Per 17 juli 2009 is eiseres in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde uitkering op grond van de WGA.2 Het Uwv heeft haar 80-100% arbeidsongeschikt bevonden.

3. In 2018 is een heronderzoek verricht. Dit heronderzoek leidde tot de conclusie dat er geen verbetering is opgetreden in de klachten en dat verdere verbetering van de belastbaarheid niet werd verwacht. Bij besluit van 11 januari 2019 is aan eiseres, met ingang van 27 augustus 2018, een IVA3-uitkering toegekend.

4. Bij brief van 11 juni 2019 heeft het Uwv eiseres bericht dat haar situatie niet goed is beoordeeld en dat er een nieuwe beoordeling volgt.

5. Na de aangekondigde tweede herbeoordeling heeft het Uwv de WIA-uitkering van eiseres beëindigd per 12 mei 2020. Eiseres is volgens het rapport van 17 oktober 2019 van de primaire verzekeringsarts en volgens het rapport van 16 april 2020 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep minder dan 35% arbeidsongeschikt.

Beoordeling van het beroep

6. Ter zitting is besproken dat de zaak van eiseres deel uitmaakt van een cluster van zaken waarin het recht op uitkering van personen die al geruime tijd een WIA-uitkering ontvangen (veelal op basis van volledige arbeidsongeschiktheid) opnieuw is beoordeeld. De uitvoering hiervan is gecentraliseerd uitgevoerd door medewerkers van het Uwv, werkzaam op het kantoor in [plaatsnaam] . Op basis van dossieronderzoek en door de uitkeringsgerechtigden ingevulde inlichtingenformulieren is in een relatief groot aantal zaken het recht op een WGA-uitkering omgezet in een IVA-uitkering. Nadat is gebleken dat het onderzoek in deze zaken niet in alle gevallen zorgvuldig was geweest, hebben betrokkenen hiervan bericht ontvangen en zijn nieuwe herbeoordelingen uitgevoerd. In relatief veel gevallen, zo ook in dat van eiseres, leidde deze herbeoordeling tot beëindiging van de WIA-uitkering omdat de betrokkene minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.

7. Het is vaste rechtspraak dat wanneer het arbeidsongeschiktheidspercentage van

80-100% bij herbeoordeling wijzigt naar minder dan 35%, zeker wanneer deze wijziging na lange tijd plaatsvindt en als sprake is van een medisch gezien ongewijzigd beeld, dit een beslissing is die aan zware motiveringseisen moet voldoen. In deze zaak is het ziektebeeld niet ongewijzigd gebleven, maar gelet op de lange periode waarin eiseres een

WGA-uitkering heeft genoten kan deze rechtspraak ook hier van toepassing worden geacht.

8.1.

In deze zaak ziet het door het Uwv na de aankondiging van de tweede herbeoordeling verrichte onderzoek er deugdelijk en zorgvuldig uit.

8.2.

Eiseres is in de primaire fase gezien door een verzekeringsarts, die ook het dossier heeft bestudeerd en informatie van de eiseres behandelend [functie] [naam] bij de beoordeling heeft betrokken. In het kader van de heroverweging in bezwaar heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep het dossier bestudeerd, de telefonische hoorzitting bijgewoond en nadere informatie opgevraagd bij [functie] , [naam] . Deze informatie is bij de beoordeling betrokken.

8.3.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de in de primaire fase opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast en zij heeft een aantal beperkingen toegevoegd. In rubriek 1.9 is de beperking opgenomen dat eiseres is aangewezen op een voorspelbare werksituatie; zij kan niet flexibel inspelen op sterk wisselende uitvoeringsomstandigheden en/of taakinhoud. Ook geldt de specifieke voorwaarde dat deadlines in mentaal belastend werk niet bij voortduring, wel kortdurend dagelijks zijn toegestaan. Eiseres is verder beperkt geacht op het aspect omgaan met conflicten. Ten aanzien van de werktijden is de beperking opgenomen dat eiseres niet ’s nachts kan werken en dat het aantal uren werken per dag en per week enigszins beperkt is, gemiddeld ongeveer 8 uur per dag en 40 uur per week. Op grond van de Standaard duurbelasting is er geen grond voor indicatie van een urenbeperking, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

8.4.

Een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben op basis van de door de artsen opgestelde FML functies geselecteerd die eiseres zou kunnen vervullen.

9. Eiseres heeft onder meer het volgende naar voren gebracht. Zij onderschrijft het standpunt van het Uwv dat een IVA-uitkering in haar geval niet meer aan de orde is. Ook zij vindt dat haar mogelijkheden om arbeid te verrichten wel zijn toegenomen. Eiseres is het echter niet eens met de vastgestelde beperkingen. Het Uwv heeft volgens haar te weinig rekening gehouden met haar klachten die verband houden met depressie en ADHD. Ook heeft eiseres aangevoerd dat een verdergaande urenbeperking had moeten worden aangenomen. Eiseres bevindt zich in een moeilijke situatie. Zij wil graag werken, maar zoals ook blijkt uit de informatie van [naam] , is het gewenst dat zij haar terugkeer in arbeid geleidelijk in uren kan opbouwen. Zij bepleit een urenbeperking op energetische en preventieve gronden.

10. In reactie op de beroepsgronden heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gesteld dat bij het vaststellen van beperkingen als gevolg van ziekte alleen rekening gehouden kan en mag worden met de ADHD en overige psychopathologie. Dat is in de FML ook gebeurd. ADHD is echter geen ziekte die leidt tot de noodzaak van extra recuperatie of bedrust. Ook de depressie of surmenage is niet van dien aard dat extra bedrust of recuperatie medisch noodzakelijk is als inspanningen mentaal niet al te zwaar zijn. Er zijn beperkingen aangenomen in het persoonlijk en sociaal functioneren en er zijn specifieke eisen gesteld aan werkzaamheden. Een urenbeperking is medisch niet noodzakelijk, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

11. De opmerking dat alleen rekening gehouden mag worden met de ADHD en overige psychopathologie kan de rechtbank niet goed plaatsen. Een onderbouwing van deze stelling ontbreekt. Afgezien daarvan: gelet op de hiervoor onder 6 geschetste specifieke context in deze zaak brengt de situatie mee dat extra eisen gesteld mogen worden aan de weging van persoonlijke omstandigheden waar in dit concrete geval sprake van is. Een extra handreiking om terugkeer naar arbeid te faciliteren kan nodig zijn om met een besluit tot wijziging van de lang bestaande uitkeringssituatie recht te doen aan de belangen van eiseres.

12. Zoals de gemachtigde van eiseres heeft gesteld is de informatie van [naam] te lezen als een onderbouwing van het standpunt dat een geleidelijke opbouw voor eiseres medisch noodzakelijk is. Anders bestaat een grotere kans op uitval. [naam] schetst dat eiseres gemotiveerd is en deels in staat om weer buitenshuis te gaan werken. Hoewel de depressie gedeeltelijk in remissie is, is bij eiseres nog steeds sprake van enorme vermoeidheid, slapeloosheid en mentale beperkingen. Eiseres heeft het nodig om haar grenzen te bewaken om het werk vol te houden. Veertig uur per week werken zou een te grote sprong zijn en, naar de rechtbank begrijpt, een averechts effect hebben.

13.1.

De rechtbank ziet in de gronden en in wat eiseres op zitting naar voren heeft gebracht, aanleiding om ervan uit te gaan dat bij eiseres sprake is van een stoornis in de energiehuishouding, voortkomend uit een combinatie van depressie, ADHD en persoonlijke omstandigheden. Dit vormt een van de gronden waarop een urenbeperking geïndiceerd kan zijn.

13.2.

De rechtbank volgt de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet in de toelichting op het ontbreken van een grond voor een urenbeperking, zoals die is gegeven in het rapport van 7 september 2020. In reactie op de door [naam] bepleite geleidelijke opbouw stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat het aan eiseres is om te bepalen hoe zij, naast andere verplichtingen, vorm geeft aan haar re-integratie. Eiseres kan en mag zelf kiezen voor 50% werken als dit beter te combineren is met de thuissituatie. De rechtbank overweegt dat het in deze zaak echter niet gaat om een eigen keuze maar om wat medisch-objectief gezien nodig is.

13.3

Naar het oordeel van de rechtbank biedt de situatie van eiseres dan ook voldoende aanwijzingen voor het indiceren van een urenbeperking op energetische gronden. Daarnaast volgt de rechtbank eiseres in het standpunt dat een urenbeperking ook uit preventief oogpunt nodig is, namelijk om eiseres in staat te stellen naar verder herstel toe te werken.

14. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in dit specifieke geval, waarbij de rechtbank nogmaals wijst op rechtsoverweging 6 en op de persoonlijke omstandigheden van eiseres zoals die naar voren komen uit het dossier en op de zitting duidelijk zijn geworden, aanleiding bestaat voor een extra handreiking zoals in rechtsoverweging 11 genoemd. Die handreiking bestaat uit het aannemen van een urenbeperking die verder gaat dan wat er in de FML bij de werktijden staat vermeld. Hoe ver die zou moeten gaan, kan de bestuursrechter niet vaststellen. De rechtbank ziet geen aanleiding om voor die vaststelling een onafhankelijk deskundige in te schakelen. Zij zal het bestreden besluit vernietigen en het Uwv opdragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak.

15. Gelet op dit oordeel zal de rechtbank de arbeidskundige gronden onbesproken laten.

Conclusie

16. Uit het voorgaande volgt dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Het Uwv dient een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak.

17. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het Uwv aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

18. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van

€ 534,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt het Uwv op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht van € 48,- aan haar vergoedt;

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.A. Lammertink, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

2 Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, uitkering op grond van de WIA.

3 Inkomensverzekering Volledig Arbeidsongeschikten, uitkering op grond van de WIA.