Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1836

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
16-04-2021
Zaaknummer
RK 20/4674
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering toegewezen, btw ook toegewezen, uurtarief en gedeclareerde uren zijn redelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

RK: 20/4674

Beschikking op het verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] , handelde in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [naam 1] en [naam 2] ,

woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,

mr. D.J.P. Barneveld,

Stationsweg 44a, 6861 EJ te Oosterbeek,

verzoeker.

1 De procesgang

Het verzoekschrift is op 6 oktober 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Op 26 maart 2021 heeft het Openbaar Ministerie zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 31 maart 2021 de gemachtigde raadsman en de officier van justitie, mr. L.M.J. Backx, in openbare raadkamer gehoord.

Verzoeker is, hoewel daartoe rechtsgeldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

2 De inhoud van het verzoekschrift

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 25.201,93 voor de kosten van de raadsman en € 550,- voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift.

In raadkamer heeft de raadsman ter aanvulling op het verzoekschrift en naar aanleiding van het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie – kort samengevat – het volgende aangevoerd.

Dubbele berekening

De raadsman heeft bevestigd dat er sprake is van een dubbele berekening van de declaraties met nummers 200967, 201209 en 202491. Deze declaraties moeten in mindering worden gebracht op het gevorderde totaalbedrag.

Btw

Namens verzoeker is er rechtskundige bijstand ingeschakeld, omdat er een geschil was over een woning in Portugal die volgens het Openbaar Ministerie verbeurd moest worden verklaard. Door twee advocaten is juridische bijstand verleend en aan verzoeker (als curator van privé-personen) een nota gestuurd, die hij heeft betaald. Bij een natuurlijke persoon kunnen de btw kosten niet worden verrekend, omdat de kosten niet zakelijk gemaakt zijn en dus ook niet kunnen worden teruggevraagd bij de Belastingdienst. Dit is het geval bij verzoeker.

Aard en omvang zaak

Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat de zaak eerst relatief eenvoudig leek, omdat het vanaf het begin evident was dat de woning in de boedel van verzoeker viel. Het Openbaar Ministerie deed er echter alles aan, om te voorkomen dat de woning in de faillissementsboedel kwam. Zo is er ook verweerschrift van 60 pagina’s ingediend door het Openbaar Ministerie. Er bleken verder twee verschillende rechtsgebieden van toepassing te zijn, waardoor er twee advocaten zijn ingeschakeld. Eén advocaat met kennis over het faillissementsrecht en een andere advocaat met kennis op het gebied van het strafrecht. Verder ging het geschil om een woning van € 400.000,- en stond er veel op het spel voor de curator om de zaak tot een goed einde te brengen. Concluderend, de twee advocaten die juridische bijstand hebben verleend aan verzoeker hebben veel tijd gestoken in de zaak.

Conclusie

Volgens de raadsman moet het gevorderde bedrag van € 20.007,39 (inclusief BTW) worden toegewezen.

3 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie meent dat er gronden van billijkheid zijn voor het toekennen van een vergoeding, voor zover die kosten in rechtstreeks verband staan met de klaagschriftprocedure ex artikel 552b Sv en het redelijk is dat die kosten zijn gemaakt.

Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie dient de door [verzoeker] gevorderde vergoeding van € 25.201,93 wegens kosten rechtsbijstand te worden gematigd.

Dubbele berekening

In het verzoekschrift worden drie declaraties van raadsman mr. Bosvelt tweemaal opgevoerd. Het betreft de declaraties met nummers 200967, 201209 en 202491. Deze factuurbedragen (in totaal inclusief btw € 5.194,54) dienen in mindering te worden gebracht op het gevorderde totaalbedrag.

Btw

Mr. Van Barneveld heeft gedeclareerd aan [verzoeker] . [verzoeker] heeft recht op btw-aftrek. Het te vergoeden bedrag dient dan ook te worden verminderd met de door mr. Van Barneveld in rekening gebrachte btw (€ 1.385,48). [verzoeker] heeft immers de btw bij de Belastingdienst kunnen terugvragen.1

Mr. Bosvelt heeft gedeclareerd aan [verzoeker] Uit het verzoekschrift blijkt niet of [verzoeker] de btw in aftrek kan nemen. Nu hierover geen uitsluitsel is, neemt het Openbaar Ministerie als uitgangspunt dat ook de btw die door mr. Bosvelt aan [verzoeker] in rekening is gebracht (€ 2.086,91), op het te vergoeden bedrag in mindering moet worden gebracht.

Aard en omvang zaak

De zaak betreft een relatief eenvoudige zaak voor wat betreft aard en omvang. Het gaat om beklag tegen de verbeurdverklaring van één woning. Het lag daarbij op de weg van [verzoeker] om tijdig te zorgen voor duidelijkheid over de uiteindelijke eigendom van de woning. De onduidelijkheid hierover kan het Openbaar Ministerie niet worden tegengeworpen.

[verzoeker] heeft voor de klaagschriftprocedure twee advocaten ingeschakeld. Beide advocaten hebben een specialistentarief gehanteerd: mr. Bosvelt € 318,- en mr. Van Barneveld (kennelijk) € 325,-. In totaal hebben zij samen 51,7 uren gedeclareerd, waarbij beide advocaten tegelijkertijd werkzaamheden hebben verricht in de periode van 29 januari 2020 (datum eerste activiteit mr. Van Barneveld) tot en met 24 juli 2020 (datum laatste activiteit mr. Bosvelt). Niet valt in te zien waarom, of is aangetoond, dat er in deze zaak twee specialisten nodig zijn die bovendien 51,7 uren declareren. Als een specialist wordt ingeschakeld, mag een zekere mate van efficiëntie van de advocaat worden verwacht.2 In ieder geval dienen werkzaamheden die dubbel worden gedeclareerd (zoals het bijwonen van de behandeling in raadkamer en reistijd, overleg en correspondentie onderling) niet dubbel te worden vergoed door de Staat.

Het Openbaar Ministerie vindt zowel het uurtarief als het aantal gedeclareerde uren disproportioneel en meent dat het niet billijk is om alle uren en kosten voor rekening van de Staat te laten komen. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie is het daarom redelijk dat het bedrag dat na aftrek van de hiervóór vermelde posten (dubbele declaraties en btw) resteert met 40% wordt verlaagd.

Conclusie

Het Openbaar Ministerie stelt dat het gevorderde bedrag van € 25.201,93 moet worden verminderd met:

 € 5.194,54 € 5.194,54 in verband met tweemaal opgevoerde declaraties (waarna € 20.007,39 resteert);

 € 5.194,54 BTW € 3.472,39 in verband met de in totaal in rekening gebrachte btw, subsidiair € 1.385,48 in verband met door mr. Van Barneveld in rekening gebrachte btw (waarna € 16.535,- subsidiair € 18.621,91 resteert).

Het Openbaar Ministerie vindt het voorts redelijk en billijk dat het resterende bedrag met 40% wordt verlaagd, aangezien twee advocaten tegen een hoog uurtarief aan een relatief eenvoudige zaak hebben gewerkt, terwijl redelijkerwijs ook één van beiden de werkzaamheden had kunnen verrichten, waarna € 9.921,- subsidiair € 11.173,15 voor vergoeding in aanmerking komt.

Voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift kan de standaardvergoeding van € 550,- worden toegekend.

4 De beoordeling

In de strafzaak tegen [naam 1] is op een woning in Portugal beslag gelegd, welke woning bij vonnis van 28 juni 2019 verbeurd is verklaard. [verzoeker] heeft op 4 september 2019 tegen die verbeurdverklaring middels zijn advocaat mr. F.B. Bosvelt een klaagschrift ex artikel 552b Sv ingediend. Het klaagschrift is op 23 juni 2020 in raadkamer behandeld. Bij beschikking van 7 juli 2020 heeft de rechtbank het beklag gegrond verklaard.

[verzoeker] was geen verdachte in de strafzaak.

Het verzoek is tijdig ingediend.

De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman.

Dubbele berekening

De rechtbank constateert dat in het verzoekschrift drie declaraties van raadsman

mr. Bosvelt tweemaal zijn opgevoerd. Het betreft de declaraties met nummers 200967, 201209 en 202491. Deze factuurbedragen (in totaal inclusief btw € 5.194,54) dienen in mindering te worden gebracht op het gevorderde totaalbedrag.

Btw

Uit de declaraties blijkt dat enkele declaraties van mr. Van Barneveld gericht zijn aan [verzoeker] . De raadsman heeft ter zitting uitgelegd dat de werkzaamheden zijn verricht ten behoeve van de boedel van [naam 1] en [naam 2] en dat de btw kosten hierdoor niet door [verzoeker] kunnen worden verrekend.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze declaraties weliswaar gericht aan [verzoeker] , maar blijkt uit het dossier verder niet dat [verzoeker] de btw-kosten kan terugvragen bij de Belastingdienst. Daarbij komt dat de raadsman op de zitting naar voren heeft gebracht dat de dienst geen rechtstreeks verband hield met de btw-belaste prestatie van [verzoeker] , maar met de boedel van [naam 1] en [naam 2] .

Mr. Bosvelt heeft gedeclareerd aan [verzoeker] Uit het verzoekschrift blijkt niet of [verzoeker] de btw in aftrek kan nemen. Ter zitting heeft de raadsman ook hier aangegeven dat deze dienst verband hield met de boedel van [naam 1] en [naam 2] . De rechtbank zal er daarom van uitgaan dat deze kosten niet konden worden teruggevraagd bij de Belastingdienst.

Aard en omvang zaak

De rechtbank is van oordeel dat de zaak een relatief juridisch ingewikkelde zaak betreft, nu uit het dossier naar voren is gekomen dat de raadslieden veel onderzoek moesten doen, waaronder jurisprudentie onderzoek en er stukken met betrekking tot de woning onderzocht moesten worden. Ook is er veelvuldig contact geweest met het Openbaar Ministerie. Dit allemaal omdat onduidelijk was aan wie de woning toebehoorde. Dit is pas duidelijk geworden tijdens de 552b Sv-procedure, waarin de rechtbank het volgende heeft overwogen: In raadkamer is echter inmiddels duidelijk geworden dat klager de woning heeft gerevindiceerd en dat de curator van [bedrijf] heeft erkend dat [bedrijf] niet als derde te goeder trouw kan worden aangemerkt ten aanzien van de verkoop van de woning en dat de woning in de faillissementsboedel van [naam 1] en zijn echtgenote valt. Nu geen enkele onduidelijkheid meer bestaat over de vraag aan wie de woning toebehoort, en het Openbaar Ministerie in eerste instantie ook heeft aangegeven bereid te zijn mee te werken aan de verkoop van de woning, acht de rechtbank de verbeurdverklaring niet meer proportioneel. De rechtbank zal het beklag dan ook gegrond verklaren.

De rechtbank is verder van oordeel dat het in deze zaak redelijk was om twee advocaten in te schakelen, nu er verschillende rechtsgebieden van toepassing waren. Dat deze beiden ter zitting zijn verschenen komt de rechtbank dan ook niet onredelijk voor. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het specialistentarief niet een zodanig onredelijk tarief betreft dat dit gematigd zou moeten worden. Gelet op de aard van de zaak, acht de rechtbank ook het aantal gedeclareerde uren niet disproportioneel.

De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties en declaraties.

Conclusie

Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde kosten als hierna genoemd moeten worden toegewezen.

De rechtbank zal voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift de standaardvergoeding toekennen.

De rechtbank komt tot de volgende beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 20.007,39 (twintigduizend zeven euro en negenendertig eurocent) voor de kosten van de raadsman.

De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 550,- (vijfhonderdvijftig euro) voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.E. Hoogendijk, rechter,

mrs. C.M. Degenaar en E. van den Brink, rechters

in tegenwoordigheid van mrs. C.T. St Rose en V.R. Hofstee, griffiers

en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021.

De oudste rechter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open, voor de officier van justitie binnen veertien dagen

en voor verzoeker binnen een maand na betekening van deze beschikking,

in te stellen ter griffie van deze rechtbank.

De rechtbank Amsterdam, enkelvoudige kamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 20.557,39 (twintigduizend vijfhonderdzevenenvijftig euro en negenendertig eurocent) op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Barneveld, onder vermelding van vergoeding 530 Sv inzake: [verzoeker] .

Aldus gedaan op 14 april 2021

door mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter.

1 ECLI:NL:RBROT:2019:6406.

2 ECLI:NL:RBAMS:2020:3599.