Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1755

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
22-04-2021
Zaaknummer
8896520 CV EXPL 20-21307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering in reconventie kan niet bij dupliek worden ingesteld. Onjuist bedrag aan btw op factuur is geen reden om niet te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, kamer voor kantonzaken

zaaknummer: 8896520 CV EXPL 20-21307

vonnis van: 9 april 2021

fno.: 2015

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

Perfect Ice Solutions B.V.

gevestigd te Druten

eisende partij

nader te noemen Perfect Ice Solutions,

gemachtigde: In-Kas Intermediair

t e g e n

[gedaagde]

handelende onder de naam [gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen [gedaagde]

gemachtigde (vanaf dupliek): FDR & Associés

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 30 oktober 2020 met producties;

- proces-verbaal van mondeling antwoord;

- instructievonnis van 14 december 2020 waarbij de zaak is verwezen voor repliek;

- conclusie van repliek met producties;

- conclusie van dupliek met producties, tevens houdende eis in reconventie;

- akte uitlating producties;

- dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

Perfect Ice Solutions heeft ter uitvoering van een tussen partijen gesloten overeenkomst aan [gedaagde] een ijsvitrine verkocht.

1.2.

De ijsvitrine is door Perfect Ice Solutions op 2 april 2020 geleverd aan [gedaagde] , waarbij [gedaagde] € 7.750,- in contanten heeft betaald aan een medewerker van Perfect Ice Solutions.

1.3.

Perfect Ice Solutions heeft op 8 juli 2020 een factuur gestuurd aan [gedaagde] voor een bedrag van € 9.377,50 (€ 7.750,- vermeerderd met € 1.627,50 aan btw).

1.4.

Bij brieven van 28 september en 6 en 15 oktober 2020 heeft de gemachtigde van Perfect Ice Solutions [gedaagde] gesommeerd om de factuur te betalen.

Vordering en verweer

2. Perfect Ice Solutions vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

  1. € 9.377,50 aan hoofdsom;

  2. € 199,38 aan wettelijke handelsrente, berekend tot 30 oktober 2020;

  3. wettelijke handelsrente over € 9.377,50 vanaf 30 oktober 2020 tot aan de dag van voldoening;

  4. € 843,88 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  5. de proceskosten.

3. Perfect Ice Solution heeft zich in de dagvaarding op het standpunt gesteld dat partijen op 2 april 2020 een koopovereenkomst hebben gesloten terzake een ijsvitrine, waarvoor zij [gedaagde] op 8 juli 2020 een factuur heeft gestuurd, die hij, ondanks meerdere sommaties, onbetaald heeft gelaten.

4. [gedaagde] heeft bij mondeling antwoord de vordering betwist. Hij heeft aangevoerd dat hij bij de aflevering van de ijsmachine op 2 april 2020 € 7.750,- in contanten heeft betaald. Na ontvangst van de factuur van 8 juli 2020 heeft hij Perfect Ice Solutions tevergeefs gevraagd om een juiste factuur inclusief btw en garantiebepalingen, aldus [gedaagde] .

5. Perfect Ice Solutions heeft haar vordering in de conclusie van repliek nader toegelicht en gesteld dat partijen op of rond 21 januari 2020 de koopovereenkomst hebben gesloten. Volgens Perfect Ice Solutions is een koopprijs van € 18.755,- (€ 15.500,- vermeerderd met € 3.255,- aan btw) overeengekomen. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] in twee termijnen zou betalen. Bij aflevering van de ijsvitrine zou de helft van het aankoopbedrag (€ 7.750,-) plus het gehele btw bedrag (€ 3.255,-) worden betaald en vier maanden later zou nog eens € 7.750,- worden betaald. Op de dag dat de ijsvitrine aan [gedaagde] werd geleverd, heeft hij slechts € 7.750,- in contanten betaald. Partijen hebben toen afgesproken dat [gedaagde] de btw bij de tweede betalingstermijn zou betalen, aldus steeds Perfect Ice Solutions. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Perfect Ice Solutions (bij repliek) een stuk in het geding gebracht getiteld ‘orderopdracht’. Daarop wordt als klant [gedaagde] vermeld en onderaan de orderopdracht staat een handtekening onder de tekst ‘Handtekening Klant:’. Verder staat op de orderopdracht onder ‘Opmerkingen;’ het volgende:

50/50 bij levering € 7750 + btw € 3255,=

€ 7750 na 4 maand.’.

6. Bij dupliek heeft [gedaagde] zijn verweer nogmaals herhaald. [gedaagde] voert verder nog aan dat hij tevergeefs wacht op een juiste fiscale afwikkeling van de factuur door Perfect Ice Solutions. De factuur is onvolledig en incompleet, omdat bedongen garantiebepalingen niet worden vermeld, specificaties van de ijsvitrine ontbreken en het bedrag onjuist is. Perfect Ice Solutions verkeert daarmee in schuldeisersverzuim. [gedaagde] heeft daarop de btw niet betaald en Perfect Ice Solutions tevergeefs verzocht alsnog een juiste factuur te verstrekken. [gedaagde] heeft (bij dupliek) de overeenkomst onder verwijzing naar de onder 5 genoemde orderopdracht buitengerechtelijk ontbonden. De hoofdsom van de factuur waarvan Perfect Ice Solutions in de dagvaarding betaling vordert, is op 2 april 2020 in contanten betaald. Alleen de btw is niet betaald. Vanwege schuldeisersverzuim dient de vordering van Perfect Ice Solutions te worden afgewezen, aldus steeds [gedaagde] .

7. Op de stellingen van partijen wordt hier, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling

8. Allereerst wordt opgemerkt dat het indienen van een tegenvordering (eis in reconventie) op grond van artikel 137 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dadelijk bij (de conclusie van) antwoord moet worden ingesteld. Later kan dus niet meer. [gedaagde] heeft pas bij dupliek een tegenvordering ingesteld. Hij wordt daarom ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard in zijn tegenvordering.

9. Hoewel Perfect Ice Solutions pas bij repliek haar vordering deugdelijk heeft onderbouwd, wordt door [gedaagde] de inhoud van de overeenkomst en de in dat kader gemaakte afspraken niet betwist. Dit betekent dat partijen voor de ijsvitrine een koopsom zijn overeengekomen van € 15.500,- vermeerderd met € 3.255,- aan btw, dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] € 7.750,- en € 3.255,- aan btw bij aflevering op 2 april 2020 zou voldoen, hij bij levering het bedrag aan btw niet heeft betaald, en dat partijen toen hebben afgesproken dat de btw na vier maanden met het restant van de koopsom, zijnde € 7.750,-, zou worden betaald.

10. De vier maanden zijn voorbij en [gedaagde] moet zijn verplichtingen uit de overeenkomst nakomen. Dat Perfect Ice Solutions € 7.750,- plus € 1.627,50 aan btw in plaats van € 3.255,- aan btw heeft gefactureerd en in deze procedure heeft gevorderd, doet voor de vraag of de vordering moet worden toegewezen niet terzake.

11. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de factuur niet klopt en dat is op zichzelf juist, want het bedrag aan btw op de factuur klopt niet. Perfect Ice Solutions factureert te weinig en vordert te weinig, want zij vergeet de helft van de btw. Dat is minst genomen slordig, maar levert geen schuldeisersverzuim op en geen grond voor ontbinding van de overeenkomst. Dat er een fiscaal beletsel bestaat om een factuur te betalen, terwijl vergeten is om eerder niet betaalde btw daarop toe te voegen, heeft [gedaagde] niet onderbouwd.

12. Dat op de factuur de garantiebepalingen niet zijn gemeld, maakt de factuur niet onjuist, laat staan dat Perfect Ice Solutions daardoor in schuldeisersverzuim is komen te verkeren. Garantiebepalingen, voor zover tussen partijen overeengekomen, worden doorgaans in de overeenkomst opgenomen en worden niet vermeld op een factuur. De strekking van de kritiek dat op de factuur machinespecificaties ontbreken heeft [gedaagde] onvoldoende onduidelijk gemaakt en kan evenmin leiden tot schuldeisersverzuim.

13. Bovenstaande betekent dat de vordering van € 9.377,50 van Perfect Ice Solutions wordt toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 30 oktober 2020.

14. Perfect Ice Solutions heeft de wettelijke handelsrente tot 30 oktober 2020 berekend op € 199,38. [gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd, zodat deze vordering toewijsbaar is.

15. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke kosten inhoudelijk niet betwist. Perfect Ice Solutions heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen daarom worden toegewezen.

16. Ten overvloede wordt overwogen dat Perfect Ice Solutions met dit vonnis geen titel krijgt voor het resterende bedrag aan btw. Zij heeft recht op € 3.255,- aan btw en vordert slechts € 1.627,50 aan btw. Dat sprake is van rechtsverwerking ten aanzien van de niet gevorderde helft van de btw, is niet aannemelijk nu het erop lijkt dat Perfect Ice Solutions bij het versturen van de onderhavige factuur haar administratie niet op orde had. Het ligt op de weg van Perfect Ice Solutions alsnog een correcte factuur op te stellen, met daarop vermelding van de contante betaling van [gedaagde] en het juiste btw bedrag. Het ligt op de weg van [gedaagde] om zich aan de overeenkomst te houden en het resterende bedrag aan btw te betalen.

17. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten. De proceskosten worden aan de zijde van Perfect Ice Solutions tot op heden begroot op: € 86,85 aan dagvaardingskosten, € 499,00 aan griffierecht en

€ 746,00 aan salaris voor de gemachtigde (2,0 punt x tarief € 373,00).

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn vordering in reconventie,

veroordeelt [gedaagde] om aan Perfect Ice Solutions te betalen:

  • -

    een bedrag van € 9.377,50, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119b BW daarover vanaf 30 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling,

  • -

    een bedrag van € 199,38 aan wettelijke handelsrente,

  • -

    een bedrag van € 843,88 aan buitengerechtelijke incassokosten,

  • -

    een bedrag van € 1.331,85 aan proceskosten,

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak,

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.