Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1552

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-04-2021
Datum publicatie
02-04-2021
Zaaknummer
C/13/698915 / KG ZA 21-209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ruziënde buren op woonboten die elkaar filmen en treiteren, komen er samen niet uit en klopten opnieuw bij de voorzieningenrechter aan.

Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2020:2995

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/698915 / KG ZA 21-209 HH/MV

Vonnis in kort geding van 1 april 2021

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie bij dagvaarding van 17 maart 2021,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. H.J.F. Oetgens van Waveren Pancras Clifford te Arnhem,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. R. van Gelder te Amsterdam.

Eisers zullen hierna ook het [echtpaar] of (in enkelvoud) [gedaagde 3] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.

1 De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 25 maart 2021 heeft het [echtpaar] de dagvaarding toegelicht. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord verweer gevoerd, en een tegenvordering (vordering in reconventie) ingesteld. Het [echtpaar] heeft de tegenvordering bestreden.
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. Het [echtpaar] heeft tevens een pleitnota in het geding gebracht.

Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
het [echtpaar] met mr. Clifford;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] met mr. Van Gelder.

Na verder debat is vonnis bepaald op 1 april 2021.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn buren van elkaar. Het [echtpaar] is sinds 2010 eigenaar van de woonboot gelegen aan de [adres 1] . [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn sinds 2016 eigenaar van de woonboot gelegen aan de [adres 2] .

2.2.

De woonboot van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ligt - vanaf de kade gezien - achter die van het [echtpaar] . Partijen hebben vanaf de kade toegang tot hun woonboten via dezelfde loopbrug en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kunnen hun woonboot vervolgens alleen bereiken door over de woonboot van het [echtpaar] te lopen.

2.3.

In 2013 heeft het [echtpaar] op de kade (dus vóór de loopbrug) een hek geplaatst. Verder bevindt zich een hek aan beide zijden van het dek van de woonboot (in de reling) van het [echtpaar] .

2.4.

In een eerder door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tegen het [echtpaar] aangespannen kort geding is door de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 16 juni 2020 vonnis gewezen. Hierin is onder meer over de camera die het [echtpaar] toen geplaatst had het volgende overwogen:
4.5 Voorop gesteld wordt dat de camera niet is gericht op – en dus ook geen opnamen maakt van – de woonboot van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] . De camera is gericht op het hek dat is geplaatst op de loopbrug (‘toegangsvoorziening’) die toegang geeft tot de woonboten van beide partijen (en die – in ieder geval – niet tot het ‘erf’ van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] behoort) en op de openbare weg. Er worden weliswaar camerabeelden en geluidsopnamen gemaakt van het gaan van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] en eventuele bezoekers van en naar hun woonboot, maar dat is – gezien het feit dat de camera niet is gericht op de woonboot (het erf) van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] – onvoldoende om te concluderen dat door de gebruikmaking van de camera op een onrechtmatige wijze inbreuk wordt gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] . [gedaagde 2] en [gedaagde 1] en hun bezoek komen immers alleen in beeld als zij zich op de openbare weg bevinden of via de gezamenlijke toegangsvoorziening en het hek naar de woonboot van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] gaan.

4.6

Dit is mogelijk anders indien en voor zover de beeld- en geluidsopnames worden bewaard. Enigszins onduidelijk is gebleven of het [echtpaar] nog steeds geluidsopnames maakt. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat geluidsopnames (van gesprekken bij het toegangshek) niet van belang zijn voor de beveiliging van de woonboot van [echtpaar] . Zij wensen slechts – mede op aanraden van de wijkagent – middels geluid te kunnen registreren wanneer er iemand aan het hek is geweest. Nu het [echtpaar] geen belang heeft bij het maken en bewaren van geluidsopnames en deze een inbreuk op de privacy van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] opleveren, zal aan het [echtpaar] een verbod worden opgelegd dergelijke geluidsopnames te maken (en te bewaren). Ook het bewaren van beeldopnames is niet nodig, zodra duidelijk is dat geen sprake is van ongewenst bezoek. De vijf dagen dat de beelden nu kennelijk worden bewaard (en de wijze waarop – beveiligd met een username en password), acht de voorzieningenrechter echter niet disproportioneel. Voor de zekerheid zal het [echtpaar] een gebod worden opgelegd de beelden daadwerkelijk steeds na maximaal vijf dagen te verwijderen en verwijderd te houden.

2.5.

In het dictum van het eerdere kortgedingvonnis is onder meer bepaald:

5.1

verbiedt het [echtpaar] geluidsopnames te maken door middel van de camera die is gericht op het toegangshek (en deze te bewaren),

5.2

gebiedt het [echtpaar] beeldopnames van de camera die is gericht op het toegangshek waarop [gedaagde 2] en [gedaagde 1] en/of hun bezoekers te zien zijn na maximaal vijf dagen te verwijderen en verwijderd te houden,

2.6.

[gedaagde 3] heeft aan Geluidsconsult B.V. (hierna Geluidsconsult) opdracht gegeven tot het uitvoeren van een geluidsonderzoek. Op 5 november 2020 heeft Geluidsconsult een rapport uitgebracht.

2.7.

[gedaagde 3] heeft op zijn woonboot camera’s geplaatst met als doel onrechtmatige gedragingen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te registreren. Als productie 5 heeft [gedaagde 3] een USB-stick in het geding gebracht waarop zeven films zijn te zien (gerubriceerd naar soort overlast). Die films dragen de titels Gezichten, Harassment, Incidenten, Fluiten, Geluiden, Open Hek video en Overlast na 15 feb. Als productie 4 is een uitgebreid logboek in het geding gebracht waaruit volgt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , naar de mening van het [echtpaar] , overlast veroorzaken. Als productie 17 heeft [gedaagde 3] 228 foto’s overgelegd, waaruit zou moeten blijken dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het hek opzettelijk open hebben laten staan.

2.8.

Bij brief van 18 februari 2021 heeft de raadsman van het [echtpaar] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] – kort gezegd – gesommeerd hun onrechtmatige gedragingen te staken en gestaakt te houden. Volgens die brief bestaan die gedragingen uit stalken, geluidsoverlast, opzettelijk hinderen, het opzettelijk openlaten van het hek, inbreuk op de privacy, fysieke intimidatie en het doen van onterechte handhavingsverzoeken bij de gemeente Amsterdam.

2.9.

Bij e-mail van 9 maart 2021 heeft de raadsman van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gereageerd op de onder 2.8 genoemde brief. Hierin is bestreden dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich schuldig maken aan onrechtmatig handelen. Het [echtpaar] is er vervolgens op gewezen dat het inbreuk maakt op de privacy van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] door steeds met een handcamera en met twee vaste camera’s (door het woonkamerraam en het dakraam van de woonboot van [gedaagde 3] ) opnames te maken van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun woonboot, hetgeen onrechtmatig wordt geacht. Het [echtpaar] is gesommeerd het filmen per direct te staken en gestaakt te houden.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Het [echtpaar] vordert – kort gezegd – het volgende:
1. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te gebieden om zich bij het gebruik van het recht van doorgang/overpad over de woonboot van het [echtpaar] zodanig te gedragen dat niet meer overlast wordt veroorzaakt dan redelijkerwijs noodzakelijk kan worden geacht en derhalve [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te gebieden hun recht op de minst bezwaarlijke wijze uit te oefenen (op een rustige en normale wijze over het dek lopen, de hekken rustig openen en sluiten, het eerste hek na 21.00 uur op slot doen en fietsen niet over het dek slepen);
2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te verbieden om onrechtmatige hinder of overlast te veroorzaken door het maken van obscene gebaren, uitlachen, hinderlijk staren of ongevraagd contact zoeken alsmede door het maken van misbruik van de mogelijkheid om meldingen te doen bij het Meldpunt Zorg en Overlast en bij het Meldpunt Openbare Ruimte en Overlast;
3. een en ander op straffe van dwangsommen;
4. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te gebieden het [echtpaar] alleen via de e-mail te benaderen, op straffe van dwangsommen;
5. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Het [echtpaar] stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat het vanaf mei 2018 stelselmatig door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wordt lastiggevallen en gepest. Het woongenot van het [echtpaar] is volledig verdwenen en de situatie is onhoudbaar. De pesterijen blijken uit het logboek en uit de gemaakte filmopnamen en foto’s. Het maken van die filmopnames vormt mogelijk een inbreuk op de privacy van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , maar het [echtpaar] heeft hiervoor een rechtvaardigingsgrond omdat anders de onrechtmatige overlast niet kan worden aangetoond. De gemaakte opnames worden niet verder verspreid of met derden gedeeld. Ondanks dat in het vonnis van 16 juni 2020 is geoordeeld dat geen geluidsopnames mogen worden gemaakt, is het [echtpaar] genoodzaakt geweest deze functie weer te activeren, omdat anders de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroorzaakte geluidsoverlast niet kan worden aangetoond. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] maken misbruik van hun recht van overpad door stampend over het dek van de woonboot van het [echtpaar] te lopen, hard te slaan met de toegangshekken en hun fietsen met dichtgeknepen remmen over het dek te slepen. Uit het rapport van Geluidsconsult blijkt dat sprake is van ontoelaatbaar veel geluidsoverlast. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] maken zich verder schuldig aan hinderlijk staren, de confrontatie opzoeken, provocerende liedjes zingen, hinderlijk fluiten, gekke bekken trekken en vervelende gebaren maken. Ook laten zij stelselmatig het hek openstaan, hetgeen een onveilige situatie oplevert. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] maken misbruik van recht door valse meldingen te doen bij het Meldpunt Zorg en Overlast en bij het Meldpunt Openbare Ruimte en Overlast. Zonder enig bewijs melden zij dat mevrouw [gedaagde 3] verward en alcoholverslaafd is en een gevaar is voor haar kinderen. Zij doen onterechte handhavingsverzoeken bij de gemeente Amsterdam, zonder dat zij daar zelf enig belang bij hebben. Het [echtpaar] baseert zijn vorderingen op de artikelen 5:37 en 6:162 BW. Omdat het woongenot dagelijks wordt aangetast is er een spoedeisend belang bij toewijzing van de vorderingen.

3.3.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen – kort gezegd – het [echtpaar]

1. te verbieden zich jegens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers onrechtmatig te gedragen;
2. te verbieden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers te filmen en geluidsopnamen te maken met een hand mini- of spycamera;
3. te verbieden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers te filmen en geluidsopnamen te maken met een vaste nest indoor camera achter het woonkamerraam van het [echtpaar] ;
4. te verbieden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers te filmen en geluidsopnamen te maken met een vaste nest indoor camera achter het dakraam van het [echtpaar] ;
5. te verbieden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers te filmen en geluidsopnamen te maken met een camera bij de ingang aan de kadezijde;
6. te verbieden pakketbezorgers en overige bezoekers voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te weigeren;
7. te gebieden het eerste toegangshek te verwijderen en verwijderd te houden totdat hiervoor een vergunning is gekregen;
8. te gebieden dat de belemmering van het toegangshek wordt weggenomen;
9. te verbieden het toegangshek op slot te doen;
10. te gebieden alleen contact op te nemen met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] via de e-mail;
11. te gebieden uitvoering te geven aan de maatregelen zoals genoemd in het rapport van Geluidsconsult, kort gezegd, aanpassingen van de hekken en het construeren van een loopbrug;
een en ander op straffe van dwangsommen; en
12. het [echtpaar] te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen hiertoe – samengevat weergegeven – dat het [echtpaar] al tijden onrechtmatig handelt. Hiervan hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een overzicht gemaakt dat zij als productie 3 in het geding hebben gebracht. Het betreft het maken van beeld- en geluidsopnamen, het onheus bejegenen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers, het plaatsen van een toegangshek (hek 1) en het belemmeren van het gebruik van hek 1 en hek 3. In het vonnis van 16 juni 2020 is het [gedaagde 3] reeds verboden om geluidsopnamen te maken met een camera die is gericht op het toegangshek. Desondanks heeft [gedaagde 3] (nadien) meerdere vaste camera’s geplaatst, waarmee hij beeld- en geluidsopnamen maakt en filmt hij met een mini handcamera. Hij filmt onder meer de stuurhut van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , die een onderdeel uitmaakt van hun woonkamer. Dit is een ernstige inbreuk op de privacy van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en dus onrechtmatig. Hiervoor bestaat geen rechtvaardigingsgrond. Het eerste toegangshek is in 2013 zonder vergunning geplaatst. De gemeente heeft beslist dat dit hek op last van een dwangsom verwijderd moet worden. [gedaagde 3] heeft hiertegen beroep ingesteld, maar deze rechtbank (afdeling Bestuursrecht) heeft het beroep ongegrond verklaard. Op 15 februari 2021 heeft [gedaagde 3] een nieuw (lager) hek geplaatst, maar ook dat hek is naar de mening van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig, hetgeen wordt bevestigd door een e-mail van een medewerker van de gemeente Amsterdam van 19 maart 2021 (productie 6 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ). Over de beweerde geluidsoverlast voeren [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan dat zij op geen enkele wijze zijn gekend in het onderzoek dat Geluidsconsult heeft uitgevoerd. Uit het rapport blijkt echter dat de oorzaak van de overlast grotendeels is gelegen in de woonboot van het [echtpaar] zelf (het betreft een stalen en slecht geïsoleerde woonboot) en dat geluiddempende maatregelen dringend gewenst zijn. De meest voor de hand liggende maatregelen zijn het aanpassen van de hekken en het aanbrengen van een loopbrug die geen contact maakt met de dekplaten van het woonschip van [gedaagde 3] (zie onder 8.1 van het rapport). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn bereid de helft van de kosten (tot een maximum van € 1.500,-) bij te dragen. Onder meer omdat het onrechtmatig filmen continu doorgaat, hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een spoedeisend belang bij toewijzing van hun vorderingen.

4.3.

Het [echtpaar] heeft verweer gevoerd.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.

Gezien de samenhang worden de vorderingen in conventie en reconventie gezamenlijk besproken.

5.2.

Partijen zijn in een onhoudbare situatie van overlast en pesterijen terecht gekomen die tot gevolg heeft dat het woongenot aan beide zijden ernstig wordt verstoord. De juridische weg die partijen thans hebben gekozen om uit deze situatie te geraken, kan slechts op beperkte schaal een oplossing bieden. Zo kunnen de vorderingen die over en weer zijn ingesteld en die zien op het beëindigen van onrechtmatig handelen en onrechtmatige hinder, in dit kort geding niet op straffe van dwangsommen worden toegewezen. Het gaat dan om de vorderingen 1 en 2 in conventie en om de vorderingen 1 en 6 in reconventie. De formulering van deze vorderingen is onvoldoende concreet, waardoor toewijzing onherroepelijk zou leiden tot executiegeschillen over de vraag of dwangsommen zijn of worden verbeurd. Partijen zouden dan worden gedwongen de juridische weg verder te bewandelen, terwijl dat nu net niet de bedoeling is.

5.3.

Het bovenstaande laat uiteraard onverlet dat:
(1) [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun recht van overpad over de woonboot van het [echtpaar] op de minst bezwarende wijze moeten uitoefenen (vordering 1 in conventie), waarbij niet van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kan worden verwacht dat zij met kousenvoeten over de boot sluipen;
(2) [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen kinderachtig gedrag mogen vertonen (in de vorm van fluiten, zingen, het maken van gebaren etc., zoals was te zien op de in het geding gebrachte films) en alleen meldingen mogen doen over het [echtpaar] bij instanties van de gemeente Amsterdam indien zij daar een concreet belang bij hebben en dit middel (dus) niet mogen inzetten als pesterij (vordering 2 in conventie);
(3) Het [echtpaar] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers met rust moet laten indien zij over het dek van de woonboot van [gedaagde 3] lopen (vordering 1 in reconventie); en
(4) Het [echtpaar] post- en pakketbezorgers en overige bezoekers voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op een normale wijze doorgang moet verlenen naar de woonboot van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (vordering 6 in reconventie).

5.4.

Vordering 5 in reconventie betreft de camera die is gericht op het hek dat is geplaatst op de loopbrug. Over die camera is reeds een oordeel gegeven in het kortgedingvonnis van 16 juni 2020 (zie 2.4). In het dictum van dat vonnis (zie 2.5) is – kort gezegd – bepaald dat het [echtpaar] wordt verboden met die camera geluidsopnames te maken en dat de beeldopnames van die camera waarop [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en/of hun bezoekers zijn te zien na maximaal vijf dagen moeten worden verwijderd. De voorzieningenrechter is in het vonnis van 16 juni 2020 tot dit oordeel gekomen na een afweging van het privacybelang van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tegen het belang van [gedaagde 3] om zijn woonboot te beveiligen. In dit kort geding neemt de voorzieningenrechter het oordeel over uit het vonnis van 16 juni 2020, op basis van eenzelfde afweging van belangen. Het [echtpaar] kan zich in dit verband niet beroepen op een rechtvaardigingsgrond (waarover hierna meer). Vordering 5 in reconventie is in die zin toewijsbaar. Omdat het [echtpaar] zich niet heeft gehouden aan de in het vonnis van 16 juni 2020 uitgesproken veroordeling, zal aan de thans uit te spreken veroordeling een dwangsom worden verbonden.

5.5.

De vorderingen 2 tot en met 4 in reconventie zien op de overige door het [echtpaar] gehanteerde camera’s. Met deze camera’s wordt een ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun bezoekers omdat zij (althans gedeeltelijk) zijn gericht op de woonboot (stuurhut) van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Er wordt continu gefilmd waardoor sprake is van een enorme hoeveelheid beelden. Die camera’s zullen dan ook moeten verdwijnen. De rechtvaardigingsgrond die het [echtpaar] heeft aangevoerd voor het gebruik van de camera’s gaat niet op. [gedaagde 3] wil zogenaamd (in rechte) kunnen aantonen dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig handelen, maar niet kan worden uitgesloten dat de camera’s juist provocerend werken op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , waardoor onrechtmatig (althans kinderachtig) gedrag wordt uitgelokt. Die vicieuze cirkel moet worden doorbroken. Toewijzing van de vorderingen 2 tot en met 4 lijkt hiervoor het geëigende middel. Ook hieraan zullen dwangsommen worden verbonden, omdat het [echtpaar] zich niet heeft gehouden aan het vonnis van 16 juni 2020. Derhalve kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat dat thans wel gebeurt.

5.6.

Vordering 4 in conventie en vordering 10 in reconventie zien erop dat partijen alleen via de e-mail met elkaar corresponderen. Deze vorderingen zijn over en weer niet weersproken en toewijsbaar omdat hiervan mogelijk een de-escalerende werking uitgaat. Omdat de vorderingen over en weer niet zijn weersproken, zal hieraan geen dwangsom worden verbonden.

5.7.

De vorderingen 7 tot en met 9 in reconventie zien op het hek bij de loopbrug. Omdat het geschil hierover met name bestuursrechtelijk van aard is, er over het oude hek (mogelijk) nog een hoger beroep loopt en over het nieuw geplaatste hek nog geen definitieve duidelijkheid bestaat vanuit de gemeente Amsterdam, kan hierover in dit kort geding geen oordeel worden gegeven. Het is niet de bedoeling dat in dit kort geding bestuursrechtelijke procedures worden doorkruist. Dit laat onverlet dat zolang er een hek staat dit hek te allen tijde dicht moet worden gedaan, en bij afwezigheid van het [echtpaar] ook op slot conform hetgeen daarover is bepaald in het vonnis van de voorzieningenrechter van 16 juni 2020.

5.8.

Met vordering 11 in reconventie beogen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te bewerkstelligen dat [gedaagde 3] – op straffe van dwangsommen – uitvoering geeft aan de maatregelen die zijn opgenomen in paragraaf 8.1 van het rapport van Geluidsconsult. Het rapport is opgesteld in opdracht van [gedaagde 3] en de desbetreffende maatregelen beogen in eerste instantie het belang van het [echtpaar] te dienen. Weliswaar wordt ingezien dat het uitvoeren van de maatregelen ook in het belang is van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (omdat de woonboot van [gedaagde 3] volgens het rapport niet geschikt lijkt om - zonder overlast - overheen te lopen en zij dan minder bang hoeven te zijn om het [echtpaar] tot last te zijn), maar dit is onvoldoende om deze vordering in dit kort geding te kunnen toewijzen. Overigens heeft [gedaagde 1] [gedaagde 3] ter zitting in dit kader een tegemoetkoming van maximaal € 1.500,- aangeboden, welk aanbod [gedaagde 3] om onduidelijke redenen niet wenste te accepteren. De voorzieningenrechter geeft partijen in overweging in onderling overleg (met behulp van hun advocaten) alsnog afspraken te maken over de te treffen maatregelen en over de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te betalen tegemoetkoming.

5.9.

De in dit vonnis op te nemen dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

5.10.

In de uitkomst van dit geding, zowel in conventie als in reconventie, wordt aanleiding gezien de proceskosten te verrekenen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter weegt daarin zwaar mee (als hiervoor onder 5.2 overwogen) dat juridisering geen oplossing is en een verrekening van de proceskosten mogelijk de-escalerend kan werken.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

6.1.

gebiedt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om het [echtpaar] alleen te benaderen via het e-mailadres [e-mailadres] ,

6.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.3.

verrekent de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

In reconventie

6.5.

verbiedt het [echtpaar] geluidsopnames te maken door middel van de camera die is gericht op het toegangshek (de camera bij de ingang aan de kadezijde), en deze te bewaren, en gebiedt het [echtpaar] beeldopnames van deze camera waarop [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en/of hun bezoekers te zien zijn na maximaal vijf dagen te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag, met een maximum van € 5.000,-,

6.6.

verbiedt het [echtpaar] met wat voor andere camera dan ook beeld- en geluidsopnamen te maken van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en van hun bezoekers en van hun woonboot, op straffe van een dwangsom van € 100,- per keer, met een maximum van € 5.000,-,

6.7.

gebiedt het [echtpaar] om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] alleen te benaderen via hun e-mailadressen [e-mailadres] en/of [e-mailadres] ,

6.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.9.

verrekent de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2021.1

1 type: MV coll: BB