Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1445

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2021
Datum publicatie
31-03-2021
Zaaknummer
AMS 20/4468
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA-aanvraag verkorte wachttijd. Pas in beroep vereiste verklaring bedrijfsarts ingezonden. Ter zitting toezegging verweerder dat aanvraag alsnog in behandeling wordt genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/4468

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: het Uwv), verweerder

(gemachtigde: [naam] )

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2020 (het primaire besluit) heeft het Uwv de aanvraag van eiser om hem met toepassing van een verkorte wachttijd een uitkering toe te kennen op grond van de Wet WIA1 afgewezen.

Bij besluit van 28 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2021. Eiser is niet verschenen.

Het Uwv was vertegenwoordigd door bovengenoemde gemachtigde.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Eiser, geboren [geboortedatum] , ontvangt sinds 5 februari 2013 een uitkering krachtens de Wet Wajong. Laatstelijk was hij werkzaam bij [werkgever] .

2. Op 20 mei 2020 heeft eiser de aanvraag om een WIA-uitkering met verkorte wachttijd ingediend.

3. Het Uwv heeft eiser bij brief van 4 juni 2020 meegedeeld dat een verklaring van een bedrijfsarts nodig is om de aanvraag te kunnen beoordelen. Eiser is verzocht deze verklaring uiterlijk 18 juni 2020 op te sturen naar het Uwv.

4. Het Uwv heeft de aanvraag bij het primaire besluit afgewezen omdat eiser geen verklaring van de bedrijfsarts heeft overgelegd. Bij het bestreden besluit is die afwijzing gehandhaafd.

5. Hangende beroep heeft eiser de gevraagde verklaring, gedateerd 5 augustus 2020, alsnog ingezonden.

Beoordeling door de rechtbank

6. In artikel 23, zesde lid, van de Wet WIA is bepaald dat het Uwv, op aanvraag van de verzekerde, een verkorte wachttijd vaststelt indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en bij de aanvraag artikel 66 van de Wet WIA in acht is genomen.

Artikel 66 van de Wet WIA luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

(…)

3. Op verzoek van de werknemer verstrekt de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, een verklaring waaruit de medische situatie alsmede de vooruitzichten van de werknemer blijken. De verklaring wordt mede opgesteld op basis van gegevens inzake de medische specialistische onderzoeken of behandelingen die de aanvrager heeft ondergaan, tenzij in redelijkheid niet van de bedrijfsarts kan worden gevergd dat hij deze gegevens aan zijn verklaring ten grondslag legt.

4. Een aanvraag voor een verkorte wachttijd gaat vergezeld van de verklaring, bedoeld in het derde lid.

5. Indien de aanvraag voor een verkorte wachttijd niet vergezeld gaat van een verklaring als bedoeld in het derde lid, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

7. Eiser heeft in beroep naar voren gebracht dat hij in een moeilijke persoonlijke situatie verkeert, dat hij niet helder kan nadenken en dat hij zichzelf ‘ontoerekeningsvatbaar’ acht waar het de late reactie op het verzoek om de verklaring betreft. Eiser verzoekt de aanvraag alsnog in behandeling te nemen.

8. De rechtbank stelt vast dat eiser voor 18 juni 2020 wel een probleemanalyse van de [naam] , gedateerd 9 juni 2020, heeft ingebracht maar dat deze probleemanalyse geen verklaring is als bedoeld in artikel 66, derde lid, van de Wet WIA. Het Uwv heeft terecht erop gewezen dat niet blijkt dat de verklaring is opgesteld door de bedrijfsarts. Er wordt alleen melding gemaakt van ‘spreekuur bedrijfsarts: advies +/- 6 weken’. Eiser heeft ten tijde van het opstellen van de probleemanalyse nog geen bedrijfsarts gezien.

9. Ter zitting heeft het Uwv meegedeeld dat hij aan het verzoek van eiser tegemoet komt. Nu inmiddels wel een verklaring van de bedrijfsarts aanwezig is, zal het Uwv de aanvraag van eiser alsnog in behandeling nemen.

10. De toezegging van het Uwv op zitting betekent niet dat het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd. Er gaat alleen een nieuw onderzoek lopen naar de medische toestand van eiser ten tijde van zijn aanvraag, waarbij zal worden beoordeeld of in zijn geval sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Eiser kan hierover dan ook een nieuw besluit van het Uwv verwachten.

11. Het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit dat het Uwv handhaaft, is dat dit besluit juist is. Bij de aanvraag van een WIA-uitkering met verkorte wachttijd moet een verklaring van een bedrijfsarts worden ingezonden. Dat is een wettelijk voorschrift. Het Uwv heeft eiser in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende verklaring alsnog aan te leveren. Dat heeft eiser niet gedaan binnen de termijn die het Uwv hem daarvoor had gegeven. Het Uwv heeft op dat moment terecht beslist dat hij de aanvraag niet in behandeling kon nemen.

Conclusie

12. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het bestreden besluit in stand blijft. Het beroep is ongegrond.

13. Er is geen aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten of om te bepalen dat het Uwv het griffierecht aan eiser dient te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.A. Lammertink, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen