Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1342

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-03-2021
Datum publicatie
26-03-2021
Zaaknummer
C/13/681654 / HA ZA 20-343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De organisator van dance-evenement Don’t Let Daddy Know is niet aansprakelijk voor de annulering van het optreden van twee dj’s in de RAI

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/681654 / HA ZA 20-343

Vonnis van 24 maart 2021

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 1] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. S.T.M. Terpstra te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DON'T LET DADDY KNOW B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. P.C. van den Berg te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] (gezamenlijk: [eisers] ) en DLDK genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 maart 2020 met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 21 oktober 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 februari 2021 met de daarin genoemde stukken,

  • -

    het faxbericht van 17 februari 2021 van [eisers] met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 2] en [eiser 3] vormen samen het hardstyle DJ-duo “ [duo 1] ”. [eiser 1] is hun agent en regelt de boekingen. De samenwerking met [eiser 1] bestaat al 15 jaar.

2.2.

DLDK organiseert muziekfestivals op verschillende locaties in de wereld onder de naam “Don’t Let Daddy Know”. Enig aandeelhouder van DLDK is E&A Holding B.V., eigenaar van verschillende concepten op het gebied van nationale en internationale dance-evenementen, waaronder “Don’t Let Daddy Know”.

2.3.

DLDK heeft op 31 juli 2019 contact gezocht met [eiser 1] met de vraag of [eiser 2] en [eiser 3] op 6 of 7 maart 2020 nog beschikbaar waren voor een show in de Ziggo Dome in Amsterdam. Op 5 augustus 2019 heeft [eiser 1] in een e-mail daarop het volgende geantwoord (voor zover van belang, wat ook geldt voor de overige correspondentie die hierna wordt aangehaald):

“Jazeker, dat kan. Wanneer denk je hier meer over te weten? En wat is momenteel de rest van de line up?”

2.4.

Diezelfde dag heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“Ik verwacht later deze maand meer informatie te hebben en een aantal andere namen van de line-up. Don’t Let Daddy Know heeft altijd als afsluiter hardstyle namen, de rest is meer bog room house”

2.5.

Later die dag heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Wij krijgen nu een andere optie binnen voor een event in China voor vrijdag 6 maart. Kan jij wel al concreet worden met een fee offer voor [duo 1] voor 6 maart? De rest van de line up geloven wij wel dat dit goed komt.”

2.6.

Na verdere e-mailwisselingen heeft DLDK op 2 oktober 2019 het volgende via e-mail aan [eiser 1] bericht:

“Ik kom er heel snel op terug. Maar willen ze graag boeken voor 6 maart. We gaan meerdere zalen doen (in de RAI) en waarschijnlijk ook een hardstyle zaal.

Welke fee heb je in gedachten?”

2.7.

Diezelfde dag heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Wil de mannen graag op de main hebben, niet in een aparte hardstyle zaal. Wie heb je in gedachten voor de main op beide dagen qua hardstyle?”

2.8.

Op 3 oktober 2019 heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“Main gaat helaas niet lukken. We hebben [naam 1] al als afsluiten op de main. Kunnen we kijken naar de hardstyle zaal? Doen daar ook o.a [naam 2] , [naam 3] , etc.”

2.9.

Diezelfde dag heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Op de andere dag hebben jullie geen hardstyle afsluiter op de main?

2.10.

Op 8 oktober 2019 heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“We gaan 1 dag doen ( niet 2 dagen ) in de RAI ipv Ziggo Dome.

Programmeren 2 zalen.

We hebben wel een hardstyle afsluiter op de main, alleen geen ruimte voor nog 1 hardstyler. 2e zaal willen we alleen hardstyle programmeren, daar willen we ze graag voor boeken.”

2.11.

Diezelfde dag heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Ahh duidelijk. In welke line up voor de 2e zaal met welke tijden?”

2.12.

Na verdere e-mailwisseling heeft [eiser 1] op 29 oktober 2019 per e-mail aan DLDK gevraagd of zij [eiser 2] en [eiser 3] nog wilden boeken voor het evenement van 6 maart 2020. DLDK heeft op 29 oktober 2019 geantwoord dat zij [eiser 2] en [eiser 3] wilden boeken en zijn [eiser 1] en DLDK in gesprek gegaan over de door DLDK te betalen vergoeding.

2.13.

Op 4 november 2019 heeft [eiser 1] per e-mail het volgende aan DLDK gevraagd:

“En wat zou de line up worden met tijden in de 2e hardstyle zaal en wat zal de line up met tijden op de main worden?

Als ook hoe willen jullie gaan billen?”

2.14.

Op 5 november 2019 heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“We zijn aan het kijken naar onderstaande.

Billing ABC

(…)

04:00 [duo 1] ”

2.15.

Op 19 november 2019 hebben DLDK en [eiser 1] (handelend als agent van [eiser 2] en [eiser 3] ) een “Agreement” (hierna: de Overeenkomst) gesloten, opgesteld door [eiser 1] en ondertekend door DLDK waarin het volgende staat, voor zover van belang:

AGREEMENT

The following Agreement is made on November 19th 2019 between:

(…) Don’t Let Daddy Know B.V. (…) hereinafter referred to as the “PROMOTOR” and (…) [eiser 1] , hereinafter referred to as the “AGENT”. AGENT is acting on behalf of [eiser 2] and [eiser 3] also known as [duo 1] hereinafter referred to as “ARTIST”.

(…)

1. DESCRIPTION OF PERFORMANCE

a) Date; March 6th 2020

b) Artist; [duo 1]

c) Location; RAI Amsterdam, The Netherlands

d) Time of performance; 04:00 – 05:00 hardstyle area

2 PAYMENT

a) Promoter shall pay to the Agent the total net fee after tax withheld of € 10.900,00.

(…)

e) Once contract is signed, the promoter may begin to use the artist name, only for promotion for the party mentioned above and only after written approval of each artwork by the agent. If there is material published of the artists without written approval of the agent the promoter hereby agrees to pay a penalty for breach of contract of €25.000,00 within 48hrs.

(…)

5. CANCELLATION

a) Promoter can not cancellation this agreement.

b) Should promoter call for cancellation of the above, promoter will be charged for 100% of the amount of the gig.

(…)

6. CONFIRMATION

The artist performance shall not be considered confirmed unless agent is in receipt of the following:

a) A signed copy of the agreement. Every page initialized and last page signed.

b) Billing of artist is followed as described Appendix 1: artist requirements Promotional requirements and is approved in writing by the agent.

(…)”

2.16. “

Appendix 1” bij de Overeenkomst is een door DLDK ondertekende “Hospitality Rider”. Hierin is het volgende opgenomen, voor zover van belang:

“(…)

Promotional requirements

(…)

- Artist will receive top billing as first mentioned Artist on all promotion related to the Performance. The Artist will receive one hundred percent (100%) sole headline billing as “ [duo 1] ” with their logo in all advertising and publicity no other name shall be more than fifty percent (50%) of the size of Artists.

(…)”

2.17.

Op 19 november 2019 heeft DLDK per e-mail het volgende aan [eiser 1] bericht:

“In de bijlage alvast de individuele artworks voor DLDK AMS 2020 ter goedkeuring.”

2.18.

Diezelfde dag heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Ziet er goed uit, akkoord!”

2.19.

Op 17 december 2019 heeft [eiser 1] per e-mail het volgende aan DLDK bericht:

“Zie dat jullie [naam 4] b2b met [naam 5] hebben aangekondigd en [naam 6] vs [naam 3] .

Onderstaande tijden zijn wij met elkaar overeengekomen met line up en set tijden.

Wat stellen jullie nu voor?”

2.20.

Op 18 december 2019 heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“(…)

De set-tijden blijven hetzelfde, dus 04:00-05:00 uur. [naam 4] b2b [naam 5] is inderdaad gisteren aangekondigd en zullen van 05:00-06:00 op de mainstage staan. De hardstyle area gaat nu om 05:00 dicht, dus zal geen impact hebben verder.”

2.21.

Diezelfde dag heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Jij hebt laten weten alleen [naam 1] op de main te hebben als enige hardstyle artiest. Zo zijn wij tot de gage overeenstemming en set tijd en 2e zaal overeenstemming gekomen. Dit zijn wij nier overeengekomen. [naam 1] of [naam 6] vs [naam 3] staan nu ook nog op de main?”

2.22.

Later die dag heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“Er verandert in principe niks, want de hardstyle zaal is tot 05.00 uur open. Na 05.00 uur draait hardstyle verder op de mainstage met eerst [naam 4] b2b [naam 5] en daarna [naam 2] b2b [naam 3] als afsluiter.

Mocht je een andere set-tijd voorkeur hebben voor de hardstyle area, let me know.”

2.23.

Op 19 december 2019 heeft [eiser 1] het volgende per e-mail aan DLDK bericht, na het opnemen van citaten uit eerdere mail van 3 en 8 oktober 2019:

“Nu blijkt dat geen [naam 1] op de main staat maar [naam 2] vs [naam 3] , hetgeen wij niet overeengekomen zijn. En nu blijkt dat jullie toch 2 extra hardstyle artiesten op de main hebben geplaatst terwijl jullie hebben laten weten dat hier geen plek meer voor was

Wij zijn niet blij met deze ontstane situatie. Jullie hebben nu [duo 1] online aangekondigd. [duo 1] nu van de line up halen brengt schade aan [duo 1] .
Nu blijkt dat jullie toch ruimte hadden voor een hardstyle act op de main zou [duo 1] hier moeten staan. Wij stellen voor dat jullie [naam 4] vs [naam 5] naar de Hardstyle area verplaatsen en [duo 1] op de main. Wij zien geen andere manier om dit anders met elkaar op te lossen.”

2.24.

Op 20 december 2019 heeft DLDK per e-mail het volgende aan [eiser 1] bericht:

“Aangezien het ons festival is en wij zelf bepalen wie wij waar willen boeken, lijkt me dat dus ook geheel logisch.

Zoals telefonisch aangegeven veranderd er niks voor [duo 1] .

(…)

Ik zie eerlijk gezegd niet in waarom [duo 1] op de main zou moeten staan. En nogmaals, dit is ook iets wat wij als organisatie bepalen.

Ik stel voor dat we of de boeking cancellen, of het laten staan zoals het is.”

2.25.

Op 21 december 2019 heeft [eiser 1] in een e-mail als volgt gereageerd:

“Wij hebben deze boeking aangenomen onder de uitsluitende voorwaarde dat alleen [naam 1] als enige hardstyle act op de main zou staan.

(…)

Wij gaan niet akkoord met geen spot op de main als jullie ipv [naam 1] , 4 andere hardstyle artiesten op de main hebben. Zoals al aangegeven is het verwijderen van [duo 1] van de line up geen optie. Jullie hebben nu onze artiest aangekondigd online op alle social media. Het verwijderen van [duo 1] van de line up geeft grote schade aan de brand [duo 1] . Dit is niet op te vangen met met alle respect een boeking op een internationaal event van jullie.

Wij gaan niet akkoord met jou voorstel.

Als jullie [duo 1] niet een set tijd op de main kunnen geven voor of na [naam 2] vs [naam 3] zullen wij naar een ander oplossing moeten zien te komen.

Wij kunnen akkoord gaan met canceling van 6 maart onder de volgende voorwaarde:

- online bericht van jullie op jullie social media dat door een fout van jullie helaas [duo 1] niet kunnen optreden 6 maart

- jullie de volledige gage betalen zoals afgesproken en een EUR 10k als schadevergoeding.”

2.26.

Op 23 december 2019 heeft DLDK in een e-mail als volgt gereageerd:

“Je hebt het over grote schade, maar wij zien niet in waarom [duo 1] niet in de hardstyle area zouden kunnen draaien. Namen als [naam 7] , [naam 8] , [naam 5] etc staan hier ook. En het is niet zo dat [duo 1] een grotere act is. Dat het schade brengt begrijp ik als we het over [naam 9] hebben, maar we delen hier duidelijk een andere mening.

We zullen ze van de lineup halen, en wat ons betreft is dit de laatste keer dat wij zaken doen.”

2.27.

[eiser 3] en [eiser 2] hebben op 6 maart 2020 niet op het festival van DLDK opgetreden.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij vonnis te verklaren vonnis

I. voor recht verklaart dat DLDK op grond van de Overeenkomst annuleringskosten van € 10.900,00 verschuldigd is,

II. voor recht verklaart dat DLDK op grond van de Overeenkomst een contractuele boete van € 25.000,00 verschuldigd is,

III. DLDK veroordeelt tot betaling van € 35.900,00 (€ 10.900,00 + € 25.000,00) met wettelijke rente,

IV. voor recht verklaart dat DLDK aansprakelijk is voor alle materiële en immateriële schade die [eisers] heeft geleden en nog zal lijden ten gevolge van de tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst en de eenzijdige (wijze van) annulering van de Overeenkomst,

V. DLDK veroordeelt tot betaling van € 10.000,00 voor immateriële schadevergoeding,

VI. DLDK veroordeelt tot betaling van € 1.234,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met wettelijke rente, en

VII. DLDK veroordeelt tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten) van dit geding, met wettelijke rente.

3.2.

[eisers] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Tussen partijen is de Overeenkomst tot stand gekomen waarin is afgesproken dat [eiser 2] en [eiser 3] op 6 maart 2020 van 04:00 tot 05:00 uur zouden optreden in de RAI, Amsterdam, op het festival Don’t Let Daddy Know, tegen een afgesproken vergoeding van € 10.900,00. Daarnaast is afgesproken dat [eiser 2] en [eiser 3] in de hardstyle zaal zouden optreden onder de voorwaarde dat er slechts één andere hardstyle-artiest op het hoofdpodium zou optreden, namelijk “ [naam 1] ”. DLDK heeft eenzijdig de programmering van het festival gewijzigd waardoor er meer hardstyle-artiesten op het hoofdpodium zouden optreden, hetgeen in strijd is met de Overeenkomst. DLDK heeft in strijd met de Overeenkomst de boeking geannuleerd. Op grond van de Overeenkomst is DLDK een contractuele cancellation fee ter hoogte van de afgesproken vergoeding verschuldigd (€ 10.900,00). Daarnaast heeft DLDK zonder vooraf schriftelijke goedkeuring van [eiser 1] de naam “ [duo 1] ” op promotiemateriaal gebruikt en heeft zij daarnaast niet de afgesproken “sole headline billing” methode gebruikt op het promotiemateriaal. Op grond van de Overeenkomst is DLDK daarom een contractuele boete van € 25.000,00 verschuldigd. Tot slot heeft [eisers] immateriële schade geleden als gevolg van de annulering van de boeking, waarvoor DLDK een schadevergoeding van € 10.000,00 moet betalen.

3.3.

DLDK voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

preliminair verweer

4.1.

DLDK heeft allereerst aangevoerd dat de dagvaarding nietig is nu deze spreekt van verzoeken en niet van vorderen, terwijl het geen verzoekschriftprocedure maar een dagvaardingsprocedure betreft. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. Bij het lezen van het petitum van de dagvaarding kan geen twijfel bestaan over wat [eisers] beoogt en niet is gebleken dat DLDK in haar belangen is geschaad.

voorwaarde line-up hoofdpodium

4.2.

De kernvraag die in deze procedure voorligt is of de door [eisers] gestelde voorwaarde met betrekking tot de line-up – dat slechts één andere hardstyle-artiest op het hoofdpodium zou optreden, te weten “ [naam 1] (hierna: de Voorwaarde) – deel uitmaakt van de overeenkomst tussen partijen. [eisers] betwist niet dat de Overeenkomst van 19 november 2019 de schriftelijke vastlegging is van hetgeen partijen hebben afgesproken, maar stelt zich op het standpunt dat, gegeven de opmaat naar de Overeenkomst en de daarbij gevoerde e-mail correspondentie, de Voorwaarde onderdeel uitmaakt van de Overeenkomst. Tussen partijen is niet in geschil dat de Voorwaarde zelf niet in de Overeenkomst is opgenomen of dat in de Overeenkomst naar de Voorwaarde wordt verwezen.

4.3.

Beantwoording van deze vraag betekent dat de Overeenkomst moet worden uitgelegd. De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhouding tussen partijen is geregeld kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de opgenomen bepalingen. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Dit betreft de zogenaamde Haviltex maatstaf.1

4.4.

Bij de uitleg van de Overeenkomst heeft de rechtbank de volgende omstandigheden tot uitgangspunten genomen. De Overeenkomst is gesloten tussen ervaren en professionele partijen in de muziekbranche en is opgesteld door [eiser 1] , naar eigen zeggen al 15 jaar werkzaam in deze branche. De Overeenkomst zag op een optreden van [duo 1] op een festival waarbij verschillende artiesten optreden in verschillende zalen en doorgaans niet van de organisator verwacht kan worden dat alle wensen van alle artiesten ingewilligd worden. Dit in tegenstelling tot een concert of solo-optreden van een artiest waarbij de line-up van andere artiesten geen rol speelt en de organisator geen rekening hoeft te houden met wensen van andere artiesten. DLDK heeft onbetwist en onderbouwd toegelicht dat de programmering van een festival als het onderhavige altijd een puzzel is waarbij tot op het laatste moment alles kan wijzigen, bijvoorbeeld omdat artiesten alsnog afzeggen of tijden veranderen.

4.5.

Bij deze uitgangspunten had het op de weg van [eisers] gelegen om de Voorwaarde schriftelijk vast te leggen in de Overeenkomst. Dat [eisers] wilde weten hoe de line-up van de rest van het festival eruit zag (alhoewel dat aanvankelijk niet zo was, zie 2.5) en daarover is geïnformeerd door DLDK volgt weliswaar uit de correspondentie, maar daarmee is deze informatie nog geen voorwaarde die een onderdeel van de Overeenkomst uitmaakt. In het bijzonder mocht [eisers] bij deze stand van zaken er niet op vertrouwen dat op DLDK een rechtens afdwingbare verplichting rustte [duo 1] op het hoofdpodium te laten optreden als zich een wijziging voordeed ten aanzien van (de) andere hardstyle-artiest(en) op het hoofdpodium. Als de Voorwaarde voor [eisers] van zo een groot belang was had het op haar weg gelegen deze op te nemen in (een concept van) de Overeenkomst zodat DLDK de afweging had kunnen maken of zij met die Voorwaarde met [eisers] in zee wilde gaan of niet.

cancellation fee

4.6.

Het vorenstaande betekent dat de Voorwaarde geen onderdeel uitmaakt van de Overeenkomst en een wijzing van de line-up op het hoofdpodium geen gevolgen had voor de verplichtingen van [eisers] onder de Overeenkomst. Uit de correspondentie van december 2019 (2.19-2.26) volgt dat [eisers] de gelegenheid heeft gekregen om haar verplichting onder de Overeenkomst na te komen met een optreden van 04:00 – 05:00 uur in de hardstyle area zoals expliciet opgenomen in Overeenkomst (2.15). [eisers] gaf echter aan daartoe niet bereid te zijn door aanspraak te maken op een optreden op het hoofdpodium en anders een andere oplossing te willen. DLDK mocht deze uitlatingen van [eisers] zo begrijpen dat [eisers] in de nakoming van haar verplichting onder de Overeenkomst tekort zou schieten in de zin van artikel 80 lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek (BW). Bij deze stand van zaken komt [eisers] geen recht toe op de overeengekomen cancellation fee nu het haar eigen keuze is geweest niet op te willen treden in de hardstyle area. Dat DLDK op enig moment heeft besloten [duo 1] van de line-up te halen en dit te communiceren maakt dit niet anders. [eisers] en DLDK zijn als partijen bij de Overeenkomst immers verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid en dit brengt mee dat DLDK dit besluit mocht nemen nu zij aan zag komen dat er een gat in de programmering zou vallen en zij bezoekers wilde informeren welke artiesten wel en niet verschijnen.

4.7.

Het vorenstaande betekent dat vorderingen I, III (deels), IV (deels) en V die uitgaan van een annulering door DLDK zullen worden afgewezen.


billing

4.8.

Ten aanzien van de billing heeft [eisers] haar vorderingen gebaseerd op een gestelde schending van de Hospitality Rider, een bijlage bij de Overeenkomst, waarin 100% sole headline billing is opgenomen (2.16). DLDK zou in strijd met deze regeling ABC-billing hebben gehanteerd (artiesten op alfabet), en die overigens ook niet consequent hebben uitgevoerd door headliner [duo 2] als eerste in verschillende media uitingen te noemen. Daarnaast heeft DLDK slechts eenmaal om goedkering gevraagd van te gebruiken promotiemateriaal (2.17). DLDK heeft als verweer aangevoerd dat zij in de e-mail van 5 november 2019 (2.14) op de vraag naar billing van [eisers] “Billing ABC” heeft geantwoord, in lijn met branchegebruik, en dat zij met het verkregen akkoord op de voorbeelden (2.18) aan haar verplichtingen heeft voldaan. Tot slot heeft [eisers] te laat geklaagd, namelijk pas in januari 2020 nadat DLDK [duo 1] van de line-up heeft gehaald, aldus DLDK.

4.9.

Wat de afspraak tussen partijen is ten aanzien van billing is, ook na bespreking tijdens de mondelinge behandeling, niet duidelijk geworden. Als uitgegaan wordt van de tekst van de Hospitality Rider zoals [eisers] voorstaat gaat het om 100% sole headline billing, wat de rechtbank begrijpt als [duo 1] als enige (100%) in de headline op al het promotiemateriaal waarbij de namen van andere artiesten niet meer dan 50% van de oppervlakte van [duo 1] beslaan. Het ligt niet voor de hand dat dit in dit geval zo bedoeld is (of dat [eisers] dit zo heeft mogen begrijpen), nu een redelijke uitleg van deze bepaling meebrengt dat dit ziet op de hoofdartiest die steeds als enige prominent en als eerste genoemd wordt en het dossier geen aanwijzing bevat dat [duo 1] als hoofdartiest van deze editie van het Don’t Let Daddy Know festival heeft te gelden. Uit het overgelegde promotiemateriaal volgt veeleer dat [duo 2] dit was: zij wordt steeds als eerste genoemd en soms in groter lettertype dan de overige artiesten, waaronder [duo 1] . Als [eisers] van oordeel was dat [duo 1] als hoofdartiest had te gelden en 100% sole headline billing onderdeel van de Overeenkomst was, had het op de weg van [eisers] gelegen daar eerder melding van te maken: zij heeft niet betwist dat zij pas begin januari 2019 voor het eerst geklaagd heeft over onjuiste billing en het is niet aannemelijk is dat zij voordien geen promotiemateriaal onder ogen heeft gehad. Tot slot was [eisers] enthousiast over de voorbeelden die DLDK ter goedkeuring aan [eisers] had voorgelegd, zodat DLDK zonder bijkomende omstandigheden, die niet gesteld of gebleken zijn, er niet bedacht op hoefde te zijn dat [eisers] problemen had met de gebruikte billing. Dit alles maakt dat van een schending van billing afspraken niet is gebleken.

4.10.

Het vorenstaande betekent dat vorderingen II, III (overige deel) en IV (overige deel) die uitgaan van een tekortkoming van DLDK onder de Overeenkomst in verband met de billing worden afgewezen. Vorderingen VI en VII zijn nevenvorderingen die het lot van de hoofdvorderingen delen.

proceskosten

4.11.

[eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld met wettelijke rente zoals gevorderd. De kosten aan de zijde van DLDK worden begroot op:

- griffierecht € 2.042,00

- salaris advocaat € 2.228,00(2 punten × tarief € 1.114,00)

Totaal € 4.270,00

4.12.

De nakosten worden ambtshalve begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als hierna in de beslissing wordt vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van DLDK tot op heden begroot op € 4.270,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2021.

1 ECLI:NL:HR:1981:AG4158