Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1179

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-03-2021
Datum publicatie
25-03-2021
Zaaknummer
20/2417
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De IVA-uitkering is terecht omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

zaaknummer: AMS 20/2417

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser (hierna: [eiser] )

(gemachtigde: mr. S. Benayad),

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (hierna: Uwv)

(gemachtigde: [naam 1] ).

Procesverloop

Met een besluit van 13 september 2019 (het primaire besluit) heeft het Uwv de

IVA1-uitkering van [eiser] per 1 oktober 2019 gewijzigd in een WGA2-loonaanvullingsuitkering.

Met een besluit van 12 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.

[eiser] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

In verband met de maatregelen die zijn getroffen vanwege de uitbraak van het coronavirus zijn partijen in de gelegenheid gesteld om een via Skype-verbinding gehouden zitting bij te wonen. Deze zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2021. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging

1.1.

[eiser] was laatstelijk werkzaam als schoonmaker. Hij heeft zich op 25 oktober 2004 ziekgemeld. In oktober 2006 heeft [eiser] een WIA3-uitkering gekregen. [eiser] was in 2008 volledig arbeidsongeschikt op medische gronden. Met het besluit van 11 februari 2019 is aan [eiser] per 12 april 2018 een IVA-uitkering toegekend.

1.2.

In een brief van 11 juni 2019 heeft het Uwv aangekondigd dat er een herbeoordeling van de IVA-uitkering van [eiser] zal plaatsvinden, omdat uit onderzoek is gebleken dat een aantal beoordelingen niet juist is uitgevoerd. Dit geldt volgens het Uwv ook voor de beoordeling die ten grondslag heeft gelegen aan de IVA-uitkering van [eiser] .

1.3.

Met het primaire besluit is de IVA-uitkering van [eiser] per 1 oktober 2019 omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. [eiser] is volgens het Uwv minder arbeidsongeschikt dan voorheen, hij is namelijk 60,32% arbeidsongeschikt. Aan dit besluit liggen een rapport van een verzekeringsarts van 27 augustus 2019, een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 27 augustus 2019 en een rapport van een arbeidsdeskundige van 5 september 2019 ten grondslag.

1.4.

Aan het bestreden besluit heeft het Uwv een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 3 maart 2020 en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 12 maart 2020 ten grondslag gelegd. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is er geen reden om af te wijken van het primair medisch oordeel en zijn de beperkingen van [eiser] juist vastgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ziet ook geen reden om af te wijken van het primair arbeidskundige oordeel.

Standpunt [eiser]

2. [eiser] voert aan dat hij tijdens de hoorzitting een medische verklaring van de behandelend psychiater [naam 2] van 18 februari 2020 heeft overhandigd aan het Uwv. Uit het bestreden besluit blijkt volgens [eiser] echter niet dat de brief van [naam 2] is betrokken bij de beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze brief bevat volgens [eiser] cruciale informatie over zijn psychische klachten. Verder voert [eiser] aan dat, anders dan het Uwv heeft geoordeeld, hij wel ADL4-afhankelijk is en er dus sprake is van geen benutbare mogelijkheden. Zo heeft hij onder andere last van anhedonie, apathie en terugkerende doodsgedachten. Hij is dan ook ADL-afhankelijk als gevolg van ernstige psychische problemen, en is niet zelfredzaam in zijn zelfverzorging. Hij stelt dat hij volledig afhankelijk is van anderen. [eiser] stelt verder dat hij meer beperkt is ten aanzien van concentratie en dat hij last heeft van vergeetachtigheid. De behandelend psychiater heeft volgens [eiser] vastgesteld dat er sprake is van concentratieverlies. De concentratieproblemen leiden er volgens [eiser] toe dat de functie productiemedewerker ongeschikt is. Daarnaast is ook de functie huishoudelijk medewerker ongeschikt volgens [eiser] . Deze functie heeft namelijk een duurbelasting van 38 uur terwijl er sprake is van een urenbeperking van 20 uur. Tot slot stelt [eiser] dat zijn lichamelijke klachten (oogklachten en spierpijn) niet betrokken zijn in de heroverweging.

Beoordeling door de rechtbank

3.1.

De rechtbank dient te beoordelen of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiser] per 1 oktober 2019 juist heeft vastgesteld. Daartoe dient de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden te toetsen of het Uwv de medische beperkingen correct heeft vastgesteld en of [eiser] , rekening houdend met deze beperkingen, in staat is de geselecteerde functies te verrichten.

3.2.

Als uitgangspunt geldt dat het Uwv in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen van een verzekeringsarts. Dit is anders wanneer het onderzoek van de verzekeringsarts niet zorgvuldig of niet volledig is geweest, inconsistenties bevat of andere gebreken vertoont.

3.3.

Naar aanleiding van de door [eiser] ingebrachte bezwaren heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep het medisch oordeel van de verzekeringsarts getoetst aan de hand van dossierstudie, een door [eiser] ingevulde vragenlijst, hetgeen tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht en de verkregen informatie van derden. Er is gelet op deze onderzoeksactiviteiten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen reden om te oordelen dat het medisch onderzoek niet voldoende zorgvuldig is verricht en niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. De brief van de behandelend psychiater [naam 2] van 18 februari 2020 is in beroep alsnog meegewogen door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft met juistheid geconcludeerd dat uit deze brief geen nieuwe informatie blijkt.

3.4.

De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep met juistheid heeft gesteld dat er geen sprake is van geen benutbare mogelijkheden zoals bedoeld in het Schattingsbesluit. [eiser] is niet opgenomen in een instelling of ziekenhuis, hij is niet bedlegerig en/of afhankelijk van anderen bij zijn ADL. Ook is er geen sprake van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld waardoor hij zelf tot niets in staat is of voor zijn (lichamelijke) verzorging geheel afhankelijk is van anderen. Uit het dagverhaal zoals door de verzekeringsarts is opgemaakt in zijn rapport van 27 augustus 2019 blijkt dat hiervan bij [eiser] geen sprake is.

3.5.

Met betrekking tot de concentratieklachten blijkt niet uit de beschikbare medische gegevens dat de verzekeringsartsen er ten onrechte van zijn uitgegaan dat geen sprake is van ernstige problemen met aandacht, concentratie of geheugen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapporten van 3 maart 2020 en 4 juni 2020 voldoende toegelicht dat zowel bij het spreekuur als bij de hoorzitting geen ernstige concentratie- en geheugenstoornissen naar voren komen. Er zijn geen aanwijzingen voor dusdanige ernstige stoornissen dat deze onder de CBBS-norm uitkomen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom in de FML geen beperkingen zijn aangenomen voor herinneren, vasthouden- en verdelen van de aandacht. Ter zitting heeft [eiser] aangevoerd dat volgens hem ook een beperkingen zou moeten gelden voor zijn zicht omdat zijn ogen slecht zijn doordat hij veel huilt. De rechtbank is van oordeel dat [eiser] dit standpunt onvoldoende heeft onderbouwd met objectieve gegevens van de behandeld sector.

Wat de overige lichamelijke klachten betreft (spierpijn vooral in de nek en armen), heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aangegeven dat er bij een nader onderzoek in het ziekenhuis niets is uitgekomen wat tot meer beperkingen moet leiden. Gelet op dit alles bestaat er naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen aanleiding om verdergaande beperkingen aan te nemen.

3.6.

De rechtbank gaat uit van de juistheid van de FML van 27 augustus 2019. De rechtbank heeft in het dossier geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat de geduide functies in medisch opzicht voor [eiser] ongeschikt zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep kan gevolgd worden in zijn motivering in het rapport van 12 maart 2020 dat [eiser] door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet beperkt is geacht ten aanzien van herinneren, verdelen- en vasthouden van aandacht. Bij de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en de praktische opleiding die hierbij gevolgd moet worden, komen deadlines en productiepieken niet voor. Daarom acht de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep deze functie geschikt voor [eiser] . Ook dit kan de rechtbank volgen. Verder heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep terecht geconcludeerd dat bij de functie huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-111134) de urenbeperking van 20 uur niet wordt overschreden.

Conclusie

4. Het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. Dit betekent dat het Uwv de arbeidsongeschiktheid van 60,32% met juistheid heeft vastgesteld. De IVA-uitkering is per 1 oktober 2019 terecht gewijzigd naar een WGA-loonaanvullingsuitkering.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Bosma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten.

2 Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.

3 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

4 Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen.