Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:1119

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2021
Datum publicatie
18-03-2021
Zaaknummer
9002336 WM VERZ 21-252
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Kwalificeert het rijden met een mobiele telefoon op schoot als "vasthouden" van mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden ex artikel 61a van het RVV 1990? Begrip "vasthouden" moet volgens kantonrechter ruim worden uitgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

kantonrechter: mr. C.W. Inden

zaaknummer: 9002336 WM VERZ 21-252

beslissing van: 2 maart 2021

func.: 42365

Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 2 maart 2021 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]

verder: betrokkene

welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 21 december 2020 en is gericht tegen de beslissing van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1995.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 9 december 2020 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 2 maart 2021, voor welke zitting partijen zijn opgeroepen.

Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De gedraging is geconstateerd op de Rijksweg A10, ter hoogte van hectometerpaal 24.9, te Amsterdam op 23 november 2020.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.

3. Betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht. Op de door verweerder bijgevoegde foto’s is immers duidelijk te zien dat betrokkene zijn telefoon niet vasthield, maar dat deze op zijn schoot lag. Ook is op de foto te zien dat het telefoonhoesje dichtgeklapt zat, waarmee wordt aangetoond dat betrokkene de telefoon tevens niet in gebruik had. Gelet hierop, dient naar het oordeel van de betrokkene de sanctie te worden vernietigd.

4. Het volgende wordt overwogen.

5. In het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht wordt het volgende door de verbalisant verklaard: “Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van drie beelden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. Doordat de overtreding met een camerasysteem is geconstateerd bestond er geen mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder. Daarom is er op kenteken bekeurd.”

6. Ter motivering van het standpunt heeft verweerder foto’s van de verweten gedraging overgelegd.

7. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat niet kan worden vastgesteld dat de verweten gedraging is verricht, nu zijn mobiele telefoon op zijn schoot rustte en hij deze niet in zijn hand vasthield. In de onderhavige zaak is aan de orde of sprake is van handelen in strijd met hetgeen in artikel 61a van het RVV is bepaald, namelijk dat het voor bestuurders van onder meer motorvoertuigen verboden is tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vast te houden.

8. De kantonrechter overweegt het volgende. Het begrip ‘vasthouden’ in de zin van artikel 61a van het RVV 1990 dient, onder verwijzing naar relevante jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zie onder meer de uitspraak van 2 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:3138), met het oog op de verkeersveiligheid en mogelijkheid tot handhaving, ruim te worden uitgelegd. Uit deze jurisprudentie volgt dat verschillende vormen van het gebruik van een mobiel elektronisch apparaat onder het begrip ‘vasthouden’ kunnen worden gebracht.

9. Op grond van deze ruime uitleg van het begrip ‘vasthouden’, is de kantonrechter van oordeel dat ook in de onderhavige zaak sprake is van het ‘vasthouden’ als bedoeld in artikel 61a van het RVV 1990. Het tijdens het rijden laten rusten van een mobiele telefoon op het been vergt immers een zekere mate van fysieke inspanning teneinde lichamelijk contact met het apparaat te behouden.

10. Gelet op het vorenstaande, is naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam komen vast te staan dat de verweten gedraging is verricht. Niet kan worden gesteld dat de sanctie ten onrechte is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

11. Daarbij wordt opgemerkt dat de omstandigheid dat de telefoon mogelijk was vergrendeld, dan wel dat het hoesje om de telefoon was dichtgeklapt, niet kan leiden tot een ander oordeel. De kantonrechter stelt dat enkel het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat verboden is, daarbij is niet van belang of daarmee ook daadwerkelijk is gebeld of op andere wijze van het apparaat gebruik is gemaakt.

11. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

- verklaart het beroep ongegrond.

De griffier De kantonrechter

Datum verzending

Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.