Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:964

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-02-2020
Datum publicatie
19-02-2020
Zaaknummer
C/13/679198 FA RK 20-455
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg ex. artikel 6:4 Wvggz

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: 679198 / 20-455

kenmerk: OMZ399235

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 11 februari 2020 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

verblijvende te [verblijfplaats] , GGZ inGeest, locatie [GGZ instelling] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M.P. Lettinga.

1 Procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 31 januari 2020.

1.2

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 24 januari 2020;

- de zorgkaart inclusief de bijlagen;

- het zorgplan inclusief de bijlagen d.d. 23 januari 2020;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15 Wvggz;

- de gegevens, bedoeld in artikel 5:4, eerste lid, onderdelen b en c Wvggz.

1.3

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 februari 2020 in [GGZ instelling] .

1.4

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- raadsvrouw van betrokkene, mr. M.P. Lettinga;

- psychiater, mevrouw P. Jabbour;

- arts in opleiding tot specialist, mevrouw V. Dionys.

1.5

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

1.6

Betrokkene is voor aanvang van de mondelinge behandeling in haar kamer bezocht door de rechter, omdat de verpleging aangaf dat betrokkene meermalen te kennen had gegeven dat zij niet gehoord wenste te worden. Betrokkene heeft tegen de rechter gezegd dat zij niet naar de mondelinge behandeling gaat omdat zij geen uitnodiging heeft gekregen en dat zij niet gehoord wil worden. Gelet hierop stelt de rechter vast dat betrokkene niet gehoord wil worden.

2 Standpunten

2.1

De raadsvrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij geen toestemming heeft van betrokkene om iets te zeggen. Betrokkene wil niet met haar praten omdat zij aangeeft niet op de hoogte te zijn van de mondelinge behandeling. Volgens de raadsvrouw blijkt in ieder geval uit het dossier dat betrokkene niet tegen haar zin opgenomen wil zijn en dat zij naar een tijdelijke woning wil waarvoor zij geld beschikbaar zou hebben. Daarnaast blijkt dat betrokkene veel vertrouwen heeft in haar oude medicatie en daarom niet van medicatie wil veranderen. Verder blijkt dat betrokkene de behandeling op vrijwillige basis wil voortzetten. Gelet op het voorgaande heeft de raadsvrouw afwijzing van het onderhavige verzoek bepleit.

2.2

De psychiater heeft medegedeeld dat de situatie van betrokkene wat is verbeterd maar dat er nog geen sprake is van volledig herstel. Betrokkene is nog evident psychotisch. Zij is angstig en achterdochtig en komt nauwelijks haar kamer uit. Daarnaast durft zij niet terug te keren naar haar oude woning. Zij wil daarom een nieuwe woning huren. Ook is de medicatie nog niet goed ingeregeld. Betrokkene kreeg voorheen quetiapine, maar wil niet overstappen op een ander antipsychoticum waarvan de verwachting is dat het haar meer bescherming zal bieden. Van het nieuwe middel moet eerst worden afgewacht wat het effect en de bijwerkingen zijn. Een zorgmachtiging is daarom noodzakelijk, aldus de psychiater. De psychiater heeft tot slot desgevraagd verklaard dat het toedienen van vocht en voeding als een vorm van verplichte zorg in geval van betrokkene niet nodig is, omdat zij voldoende eet en drinkt en in de komende tijd daaromtrent geen problemen worden verwacht.

2.3

De arts in opleiding tot specialist herkent het beeld dat door de psychiater is geschetst.

3 Beoordeling

3.1

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.

3.2

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

3.3

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

3.4

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig die bestaat uit een opname van nog maximaal drie maanden gevolgd door nazorg thuis. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:

beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van 3 maanden;

insluiten voor de duur van 3 maanden;

onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van 3 maanden;

opnemen in een accommodatie voor de duur van 3 maanden;

toedienen van vocht, voeding en medicatie voor de duur van 6 maanden;

uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van 3 maanden.

3.5

De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van toedienen van vocht en voeding niet toewijzen, omdat de psychiater deze in geval van betrokkene niet noodzakelijk heeft geacht.

3.6

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

3.7

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

3.8

Hetgeen door en namens betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.

3.9

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van maximaal zes maanden, waarbij wordt aangesloten bij de voorafgaande verleende machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

4 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie voor de duur van 6 maanden;

- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van 3 maanden;

- insluiten voor de duur van 3 maanden;

- onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van 3 maanden;

- opnemen in een accommodatie voor de duur van 3 maanden;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van 3 maanden;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 5 augustus 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 11 februari 2020 mondeling gegeven door mr. A. Sissing, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door M. Amarki als griffier en op 14 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.