Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:777

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-02-2020
Datum publicatie
14-02-2020
Zaaknummer
7953858 KK EXPL 19-763
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verizon BV moet een arbeidsongeschikte werknemer in het derde jaar van zijn arbeidsongeschiktheid 70 procent betalen van het maximum dagloon en niet van het overeengekomen loon zoals de werknemer stelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7953858 KK EXPL 19-763

vonnis van: 12 februari 2020

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser in conventie, verweerder in reconventie

nader te noemen: [eiser]

gemachtigden: mr. F.W. Drost en mr. W.T.M.J. Krale

t e g e n

de besloten vennootschap Verizon Nederland B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: Verizon

gemachtigde: mr. J.W.T.M. IJsseldijk

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 9 augustus 2019, met producties heeft [eiser] een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 6 september 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigden. Voor Verizon zijn verschenen mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde. Verizon heeft op voorhand stukken in het geding gebracht en heeft een eis in reconventie ingesteld. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. Na verder debat is de zaak aangehouden voor mediation. Ook is een proces-verbaal opgesteld waarin onder meer is opgenomen dat Verizon uiterlijk eind september 2019 eenmalig als voorschot een bedrag van € 7.500,00 aan [eiser] zal voldoen. Partijen hebben de kantonrechter omstreeks medio december 2019 bericht dat het mediationtraject niet tot een oplossing van het geschil heeft geleid. Nadien heeft de kantonrechter op verzoek van [eiser] een tweede mondelinge behandeling bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 29 januari 2020. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigden. Voor Verizon zijn verschenen mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

[eiser] is met ingang van 1 juli 2013 in dienst getreden bij Verizon als Group Manager/Associate Director Network Operation EMEA & APAC.

1.2.

In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“7.Sickness Absence

In case of your incapacity for work, the Company shall continue to pay you 100% of your full fixed gross monthly salary for the first 52 weeks of the period of 104 weeks referred to in article 7:629(1) of the Netherlands Civil Code. For the latter 52 weeks of the afforementioned period the provisions of article 7:629(1) in this regard shall apply. (…).”

1.3.

In het op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde personeelshandboek staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“Commuting allowance, car allowance and lease car

(…)

In case of continuous illness of the employee for longer than 3 months, VZB reserves the right, at the discretion of the Human Resources Manager and, if necessary, in consultation with the Social Medical Team, to:

- Either charge the employee in full for the fuel costs for the duration of the illness by means of reduction from the salary;

- Or claim the car/car allowance back for the duration of the illness – the contribution of the employee over this period will not be deducted from the salary.

- After one year of continuous illness the entitlement to a lease car or car allowance will automatically be terminated. The entitlement to a lease car or a car allowance will start again as soon as the employee starts working again (pro rated against actual working days).

(…)

Mobile phone and laptop

The employee is entitled to keep the company’s mobile phone and laptop during Sick Leave; (…) The company reserves the right to take back the mobile phone and/or laptop in case of misuse.

(…).”

1.4.

Op 7 juni 2017 is [eiser] volledig uitgevallen vanwege medische klachten.

1.5.

Op 1 september 2017 is de eigen functie van [eiser] ten gevolge van een reorganisatie komen te vervallen.

1.6.

Met ingang van het tweede ziektejaar (7 juni 2018) is Verizon 70% van het overeengekomen loon gaan betalen aan [eiser] .

1.7.

Per december 2018 heeft Verizon de loonbetaling aan [eiser] stopgezet, omdat zij van mening was dat [eiser] onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie.

1.8.

Bij vonnis van 28 maart 2019 is Verizon veroordeeld tot betaling aan [eiser] van 70% van het overeengekomen loon te rekenen vanaf 1 december 2018 totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, in de bodemprocedure anders wordt beslist of de verplichting tot loondoorbetaling om andere redenen vervalt, een en ander te verreken met het over juni 2018 30% te veel betaalde salaris. Tevens is Verizon veroordeeld tot betaling aan [eiser] van de wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke- en proceskosten.

1.9.

Bij brief van 10 april 2019 heeft het UWV aan [eiser] bericht dat zijn aanvraag voor een WIA-uitkering wordt uitgesteld, omdat zijn werkgever (Verizon) niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. De periode waarin [eiser] recht heeft op loon is verlengd tot 3 juni 2020.

1.10.

Verizon heeft de loondoorbetaling in de periode van 7 juni 2019 tot 1 augustus 2019 afgebouwd van 70% van het overeengekomen loon naar 70% van het maximum dagloon. Met ingang van 1 augustus 2019 betaalt Verizon 70% van het maximum dagloon.

Vordering en verweer

in conventie

2. [eiser] vordert dat Verizon bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden om:

2.1.

aan [eiser] te betalen een aanvulling op zijn loon tot 70% van zijn overeengekomen loon, te weten € 8.474,00 bruto per maand, gelijk aan dat van het tweede ziektejaar, vanaf juli 2019, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid tot de algehele voldoening;

2.2.

de loonbetalingen gelijk aan het tweede ziektejaar te hervatten en deze voort te zetten totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd of totdat in een eventuele bodemprocedure anders wordt beslist;

2.3.

binnen zeven dat na onderhavig vonnis aan [eiser] te bewijzen, middels deugdelijke stukken waaronder loonstroken en een gespecificeerde berekening, dat het vonnis van 28 maart 2019 correct is nagekomen, op straffe van een dwangsom;

2.4.

de aangekondigde invordering van auto en laptop op te schorten, op straffe van een dwangsom;

2.5.

aan [eiser] te betalen een voorschot op een schadevergoeding van € 9.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;

2.6.

aan [eiser] te betalen de wettelijke verhoging van 50% over het salaris van de maand april 2019, te vermeerderen met wettelijke rente;

2.7.

aan [eiser] te betalen de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na onderhavig vonnis.

3. [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Verizon met ingang van het derde ziektejaar ten onrechte het aan [eiser] te betalen loon heeft afgebouwd naar 70% van het maximum dagloon. De omvang van het te betalen loon in het derde ziektejaar dient gelijk te zijn aan het te betalen loon in het tweede ziektejaar, te weten 70% van het overeengekomen loon. Dit volgt uit het vonnis van 28 maart 2019 (rov. 1.8). Daarin heeft de kantonrechter beslist dat Verizon aan [eiser] met ingang van 1 december 2018 70% van het overeengekomen loon dient te betalen totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd of in een bodemprocedure anders is beslist. De laatste twee omstandigheden doen zich hier niet voor. Ook uit de jurisprudentie volgt dat het te betalen loon in het derde ziektejaar gelijkt dient te zijn aan het te betalen loon in het tweede ziektejaar. Een uitzondering hierop kan worden bepaald in de arbeidsovereenkomst of in een toepasselijke cao. Daarvan is hier echter geen sprake.

4. Daarnaast heeft Verizon nog niet volledig voldaan aan het vonnis van 28 maart 2019. Zij dient de wettelijke verhoging over het loon van de maand april 2019 nog te voldoen. Ook dient Verizon aan de hand van loonstroken te onderbouwen dat zij alle bedragen waartoe zij in het vonnis van 28 maart 2019 is veroordeeld, aan [eiser] heeft betaald.

5. Verder heeft Verizon te kennen gegeven dat [eiser] de bedrijfsauto en laptop dient in te leveren. Daarvoor bestaat echter geen grondslag. De auto maakt onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden van [eiser] en de restwaarde van de laptop is verwaarloosbaar. Voor [eiser] is de auto van levensbelang, omdat hij de auto gebruikt om naar zijn behandelend artsen in Leuven te gaan. Ook als hij weer in staat is om re-integratieactiviteiten te verrichten, heeft hij de auto nodig.

6. Als gevolg van de handelwijze van Verizon, namelijk het niet (tijdig) voldoen aan het vonnis van 28 maart 2019, heeft hij financiële- en fysieke schade geleden, bestaande uit juridische kosten en stress-gerelateerde klachten, aldus steeds [eiser] .

7. Verizon heeft de vordering betwist. Op hetgeen zij naar voren heeft gebracht zal hierna worden ingegaan, voor zover dat voor de beoordeling van belang is.

in reconventie

8. Verizon vordert, na vermeerdering en vermindering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat [eiser] primair binnen vijf dagen na betekening van onderhavig vonnis alle bedrijfseigendommen van Verizon, waaronder in elk geval de bedrijfsauto, de laptop en mobiele telefoon, alles met bijbehorende toebehoren, in goede orde aan Verizon afgeeft, op straffe van een dwangsom, en subsidiair om Verizon toe te staan om de kosten van het voortgezet gebruik van deze apparaten aan [eiser] in rekening te brengen en zo nodig te verrekenen. Primair en subsidiair met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

9. Verizon heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat in het personeelshandboek is bepaald dat het recht op een leaseauto komt te vervallen als de werknemer een jaar (of langer) arbeidsongeschikt is. Vanwege de aard van de arbeidsongeschiktheid van [eiser] , heeft Verizon gemeend [eiser] de leaseauto langer te laten gebruiken. Dat zij de leaseauto alsnog van [eiser] terugvordert, nu hij ruim twee jaar arbeidsongeschikt is, is dan ook niet onredelijk en/of getuigt niet van slecht werkgeverschap. Tegen afgifte van de telefoon heeft [eiser] in zijn dagvaarding geen bezwaar gemaakt. Met de laptop kan [eiser] niet meer in de systemen van Verizon, zodat hij in feite niets meer aan die laptop heeft, aldus Verizon.

10. [eiser] heeft de vordering betwist. Op hetgeen hij naar voren heeft gebracht zal hierna worden ingegaan, voor zover dat voor de beoordeling van belang is.

Beoordeling

11. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vorderingen van [eiser] en Verizon in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

in conventie

Financiële afwikkeling tweede ziektejaar

12. Tussen partijen bestaat een geschil over de financiële afwikkeling van het tweede ziektejaar (vanaf december 2018). De vorderingen onder 2.3 en 2.6 in conventie maken daar onderdeel van uit. [eiser] stelt dat hij over de periode 1 december 2018 tot 1 juli 2019 nog een bedrag van € 1.779,74 netto van Verizon te vorderen heeft. Partijen zijn het erover eens dat Verizon conform het vonnis van 26 maart 2019 nog een bedrag van € 1.480,49 netto mag verrekenen. Verder zijn partijen het er over eens dat er tussen hun berekeningen nog een verschil zit van € 17,22 en dat Verizon ook dit bedrag mag verrekenen. Dan resteert er nog een bedrag van € 282,03 netto. Dit verschil is waarschijnlijk gelegen in het feit dat partijen afwisselend met bruto en netto bedragen hebben gerekend en uitgegaan zijn van verschillende fiscale percentages. Verizon heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij bereid is dit kleine verschil voor haar rekening te nemen. Het bedrag van € 282,03 netto zal dan ook worden toegewezen. Nu Verizon gedurende de procedure aan de hand van loonstroken en berekeningen inzicht heeft gegeven in de bedragen die zijn aan [eiser] heeft betaald, wordt de vordering onder 2.3. afgewezen.

Loondoorbetalingsverplichting derde ziektejaar

13. Verizon heeft [eiser] gedurende het tweede ziektejaar 70% van het overeengekomen loon betaald. De vraag die voorligt is of Verizon, gedurende de loonsanctie van het UWV, nog altijd 70% van het overeengekomen loon dient te betalen, dan wel – zoals is betoogd door Verizon – 70% van het maximum dagloon.

14. [eiser] baseert zijn vordering primair op de inhoud van het vonnis van 28 maart 2019 (rov. 1.8). Anders dan [eiser] betoogt, is de in dit vonnis toegewezen vordering tot doorbetaling van 70% van het overeengekomen loon niet ongeclausuleerd en zo heeft [eiser] deze veroordeling redelijkerwijs ook niet mogen begrijpen. Ten tijde van de procedure die tot het vonnis van 28 maart 2019 heeft geleid, bevond [eiser] zich nog in het tweede ziektejaar. Over die periode had het tussen partijen gerezen geschil betrekking. Het geschil ging destijds niet (ook) over loondoorbetaling in het derde ziektejaar. Ter zitting van 6 september 2019 hebben partijen ook desgevraagd verklaard dat dit niet ter sprake is gekomen op de zitting destijds. De veroordeling in het vonnis van 28 maart 2019 is dan ook een voorlopig oordeel over de situatie zoals die destijds bestond en daaraan kan [eiser] geen rechten ontlenen voor het derde ziektejaar.

15. Subsidiair stelt [eiser] dat uitgegaan dient te worden van wat Verizon aan het eind van het tweede ziektejaar heeft betaald en dat die verplichting met een jaar is verlengd. Ook dat standpunt van [eiser] wordt niet gevolgd.

16. De loonsanctie van het UWV is gebaseerd op artikel 25 lid 9 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). In dit artikel is in dit verband bepaald dat indien de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, het UWV het tijdvak verlengt gedurende welke de werknemer recht heeft op loon op grond van artikel 7:629 BW. In artikel 7:629 BW is de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever tijdens ziekte opgenomen, welke loondoorbetalingsverplichting, gelet op de verwijzing naar artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, maximaal 70% van het maximum dagloon bedraagt. Uit de verwijzing naar artikel 7:629 BW volgt niet dat een werkgever verplicht is tijdens het verlengde tijdvak dezelfde aanvulling op de wettelijke doorbetalingsverplichting te blijven betalen als in de eerste 104 weken dan wel laatste 52 weken. Daarvoor is evenmin in de wetsgeschiedenis bij die bepaling een aanknopingspunt te vinden. Een werkgever kan in het verlengde tijdvak dus volstaan met doorbetaling van loon ter hoogte van 70% van het maximum dagloon. Dit kan anders zijn als partijen uitdrukkelijk iets anders zijn overeengekomen, maar daarvan is hier geen sprake. Partijen zijn het er over eens dat de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst niet beheerst wordt door een cao en dat in de arbeidsovereenkomst geen (bijzondere) regeling is opgenomen ten aanzien van loondoorbetaling tijdens het verlengde tijdvak.

17. [eiser] heeft ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat hij erop heeft mogen vertrouwen dat hij ook na het verstrijken van de termijn van twee jaar nog aanspraak zou kunnen maken op 70% van het overeengekomen loon.

18. Het voorgaande brengt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter mee dat het standpunt van [eiser] niet wordt gevolgd en Verizon in het derde ziektejaar kan volstaan met doorbetaling van loon ter hoogte van 70% van het maximum dagloon.

19. Onder bijzondere omstandigheden kan het voorgaande wel in strijd met het goed werkgeverschap komen, namelijk indien de werknemer als gevolg van de loonsanctie financieel nadeel ondervindt. [eiser] heeft gesteld dat daarvan sprake is, omdat hij, als het UWV aan Verizon geen loonsanctie had opgelegd, met ingang van het derde ziektejaar een WIA-uitkering zou hebben ontvangen met daarnaast een suppletie-uitkering van de aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering, die Verizon ten behoeve van [eiser] bij Aegon heeft afgesloten. Deze uitkeringen samen bedragen méér dan 70% van het maximum dagloon. Hij is dus de dupe geworden van de aan Verizon opgelegde loonsanctie en dat kan niet de bedoeling zijn geweest. De loonsanctie dient uitsluitend als prikkel voor de werkgever om zijn/haar re-integratieverplichtingen alsnog na te komen, aldus [eiser] .

20. De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiser] aldus dat hij meent schade te hebben geleden als gevolg van de loonsanctie die aan Verizon is opgelegd, welke schade bestaat uit het verschil tussen het bedrag dat hij zou hebben ontvangen als hij met ingang van het derde ziektejaar een WIA-uitkering en suppletie-uitkering van Aegon zou hebben ontvangen en het bedrag dat hij nu ontvangt, zijnde 70% van het maximum dagloon. De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiser] ook zo dat onder vordering 2.1. mede een vordering tot betaling van (een voorschot op) schadevergoeding moet worden begrepen.

21. Verizon heeft op haar beurt aangevoerd dat het niet aannemelijk is dat [eiser] met ingang van het derde ziektejaar een WIA-uitkering en uitkering uit hoofde van de Aegon-verzekering zou hebben gekregen, omdat de prognose van de bedrijfsarts altijd is geweest dat [eiser] weer 30 uur arbeid kan verrichten. Ter onderbouwing verwijst Verizon naar het advies van de bedrijfsarts van 22 augustus, 1 oktober en 12 november 2019. Voor het verkrijgen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering dient [eiser] minimaal 35% arbeidsongeschikt te zijn en gelet op de prognose is dat niet het geval. Daarnaast is [eiser] bezig met ondernemingsactiviteiten voor zichzelf en is hij bezig om via een headhunter elders een baan te vinden. Verizon is door deze headhunter benaderd, aldus Verizon.

22. [eiser] heeft betwist dat hij (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt is. Volgens hem heeft de bedrijfsarts het advies gegeven dat hij op termijn weer kan gaan werken, maar daarvan is tot op heden geen sprake. Het is ook onjuist dat hij bezig is met ondernemings-activiteiten voor zichzelf. Hij koopt en verkoopt in zijn vrije tijd alleen af en toe gin. Ook is het onjuist dat hij via een headhunter op zoek is naar een baan elders. Hij is arbeidsongeschikt verklaard, Verizon heeft bij het UWV geen verzoek gedaan om zijn arbeidsongeschiktheid te (her)beoordelen en er is op dit moment nog geen eindoordeel van het UWV over zijn arbeids(on)geschiktheid. Het staat dan ook vast dat hij op dit moment nog arbeidsongeschikt is.

23. De kantonrechter is voorshands, anders dan Verizon, van oordeel dat uit de verslagen van de bedrijfsarts, waarvan Verizon delen heeft opgenomen in haar pleitaantekeningen, niet volgt dat [eiser] op dit moment weer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt is te achten. In de verslagen staat namelijk dat [eiser] nu 0% inzetbaar is. Dat betekent dat totdat er een eindoordeel/herbeoordeling is van het UWV over de arbeids(on)geschiktheid van [eiser] , er vanuit gegaan dient te worden dat [eiser] nog volledig arbeidsongeschikt is. Het enkele feit dat Verizon door een headhunter is benaderd, is, indien al juist, onvoldoende om voorshands – in tegenstelling tot het advies van de bedrijfsarts – tot het oordeel te komen dat [eiser] (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt is. Hetzelfde geldt voor de ‘ondernemingsactiviteiten’ die [eiser] zou verrichten.

24. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter brengt het voorgaande mee dat het aannemelijk is dat [eiser] met ingang van het derde ziektejaar een WIA-uitkering en aanvullende uitkering van Aegon zou hebben ontvangen als het UWV geen loonsanctie aan Verizon had opgelegd. [eiser] heeft dus schade geleden als gevolg van de loonsanctie die is opgelegd, omdat Verizon niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat deze uitkeringen samen € 6.752,00 bruto per maand zouden bedragen bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% tot 95%. 70% van het maximum maandloon in 2019 bedroeg volgens [eiser] € 3.302,00 bruto. Dit betekent dat [eiser] als gevolg van de aan Verizon opgelegde loonsanctie financiële schade lijdt ter hoogte van € 3.450,00 bruto per maand. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat Verizon deze voorlopig vastgestelde schade aan [eiser] dient te vergoeden over de periode waarin aan Verizon een loonsanctie is opgelegd. Nu de onder 2.1. vermelde vordering van [eiser] betrekking heeft op de periode vanaf juli 2019, wordt de vordering vanaf dat moment toegewezen. Daarbij wordt opgemerkt dat een gedeelte van het loon dat Verizon over juli 2019 aan [eiser] heeft betaald daarop in mindering dient te strekken, namelijk het deel dat 70% van het maximum dagloon overstijgt.

25. De wettelijke verhoging wordt afgewezen, omdat het toewijsbare bedrag (een voorschot op) een schadevergoeding betreft en geen looncomponent is. De wettelijke rente wordt toegewezen als hierna vermeld.

Schadevergoeding

26. [eiser] vordert een voorschot op een schadevergoeding ter hoogte van € 9.750,00 ter zake van gemaakte juridische kosten en fysieke schade. Verizon heeft de vordering betwist.

27. Met Verizon is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van [eiser] alleen al niet kan worden toegewezen omdat hij zijn vordering niet heeft onderbouwd.

in conventie en reconventie

28. Tussen partijen is in geschil of [eiser] nog recht heeft op gebruik van de leaseauto, laptop en telefoon van Verizon.

29. Ten aanzien van de leaseauto is de kantonrechter met Verizon van oordeel dat [eiser] niet langer het recht heeft om daarvan gebruik te maken. In het personeelshandboek (rov. 1.3) is bepaald dat als een werknemer een jaar of langer aaneengesloten arbeidsongeschikt is, het recht op gebruik van de leaseauto vervalt. [eiser] is vanaf 7 juni 2017 arbeidsongeschikt en heeft sinds oktober/november 2018 ook geen re-integratiewerkzaamheden meer verricht. Volgens het personeelshandboek vervalt onder die omstandigheden het recht op gebruik van de leaseauto. De kantonrechter ziet geen ruimte voor een nadere belangenafweging, zoals door [eiser] is gesteld. De vordering van Verizon op dit punt is daarom toewijsbaar en de vordering van [eiser] op dit punt wordt afgewezen. Verizon heeft in dit kader tevens verzocht om [eiser] te veroordelen tot betaling van een dwangsom indien hij niet aan de veroordeling voldoet. Nu Verizon niets heeft gesteld over de hoogte daarvan, stelt de kantonrechter deze vooralsnog vast op € 250,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

30. Volgens het personeelshandboek heeft een werknemer gedurende een periode van arbeidsongeschiktheid het recht om de mobiele telefoon en laptop te behouden, tenzij er sprake is van ‘misuse’. Nu Verizon niet heeft gesteld dat er in het geval van [eiser] sprake is van ‘misuse’ van de mobiele telefoon en laptop, heeft [eiser] het recht om deze zaken vooralsnog te behouden. De vordering van Verizon op dit punt wordt daarom afgewezen en de vordering van [eiser] toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om in dit kader een dwangsom aan Verizon op te leggen. Deze zal dan ook worden afgewezen.

31. Verizon heeft haar subsidiaire vordering ten aanzien van de laptop en mobiele telefoon niet onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.

Proceskosten

32. Verizon wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten in conventie belast. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.

33. Gelet op de uitkomst van de procedure in reconventie, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt Verizon tot betaling aan [eiser] van:

a. € 282,03 netto ter zake van de financiële afwikkeling van het tweede ziektejaar;

b. € 6.752,00 bruto per maand te verminderen met 70% van het bruto maximum maandloon, met ingang van 1 juli 2019 tot het einde van de periode waarover aan Verizon een loonsanctie is opgelegd, dan wel totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist of anderszins komt vast te staan dat Verizon dit bedrag niet langer aan [eiser] verschuldigd is, met dien verstande dat het deel van het loon dat Verizon over juli 2019 aan [eiser] heeft betaald en dat 70% van het maximum dagloon overstijgt, hierop in mindering dient te strekken;

c. de wettelijke rente over het onder b vermelde bedrag, berekend vanaf de opeisbaarheid van het bedrag tot de algehele voldoening;

veroordeelt Verizon om de aangekondigde invordering van de laptop op te schorten totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd of anderszins vast komt te staan dat [eiser] geen recht meer heeft op gebruik van de laptop;

veroordeelt Verizon in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
exploot € 99,01
salaris (3 punten) € 720,00
griffierecht € 231,00
----------------
totaal € 1.050,01
voor zover van toepassing, inclusief btw, en te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis tot de algehele voldoening;

veroordeelt Verizon in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Verizon niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

in reconventie

veroordeelt [eiser] om binnen vijf dagen na betekening van onderhavig vonnis de leaseauto met alle toebehoren aan Verizon af te geven, bij gebreke waarvan [eiser] een dwangsom verschuldigd is van € 250,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in conventie en reconventie

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.