Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:7189

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
05-03-2021
Zaaknummer
C/13/688678 / JE RK 20-726
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. geschillenregeling art 1:262b BW. Onderzoek naar hechtingsproblemen, eventueel betrekken van derde instantie waarin moeder vertrouwen heeft in licht van uitspraak van Hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Amsterdam

Zaakgegevens : C/13/688678 / JE RK 20-726

datum uitspraak: 14 september 2020

beschikking geschillenregeling

in de zaak van

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,wonende te [woonplaats] , advocaat mr. J. van Weers,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM, hierna te noemen JBRA, gevestigd te Amsterdam.

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen bij de griffie op
14 augustus 2020.

- de aanvullende mail van de advocaat inhoudende een bericht van Cumulus Home;

- de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 7 augustus 2020.

Op 14 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen en gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw H. Öztürk, als psycholoog verbonden aan Cumulus Home;

- mevrouw [medewerkster belanghebbende] , gedragswetenschapper en de heer [medewerker belanghebbende] , gezinsmanager, beiden verbonden aan JBRA.

De feiten


Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

Bij beschikking van 17 april 2020 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend ten aanzien van [minderjarige] voor verblijf in een crisis pleeggezin.

Bij beschikking van 29 april 2020 is de beslissing van 17 april 2020 gehandhaafd. Tevens is bij voormelde beschikking [minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar met
ingang van 29 april 2020 uit te voeren door JBRA.


Voorts is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend ten aanzien van [minderjarige] met ingang van 29 april 2020 tot 29 juli 2020, onder aanhouding van het overige. Bij beschikking van 20 juli 2020 is ten aanzien van [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend met ingang van 29 juli 2020 tot 15 augustus 2020.

Het gerechtshof te Amsterdam heeft – na het instellen van hoger beroep door de Raad voor de Kinderbescherming – op 7 augustus 2020 de beschikking van de kinderrechter van 20 juli 2020 bekrachtigd.


[minderjarige] verblijft sinds 15 augustus 2020 weer bij de moeder.


Het verzoek

De moeder heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling.


De moeder verzoekt te beslissen dat [minderjarige] voorlopig wordt begeleid door Cumulus Home en dat wanneer [minderjarige] weer tot rust is gekomen, te onderzoeken waar [minderjarige] het meest bij gebaat is.


De standpunten

De moeder heeft – mede bij monde van haar raadsman – aangevoerd dat zij zich grote zorgen maakt om het welzijn van [minderjarige] . Zij heeft gedurende de uithuisplaatsing op minimaal zes verschillende adressen verbleven. Dat was een traumatische ervaring voor [minderjarige] . Vanaf maart/april 2020 hebben zowel [minderjarige] als de moeder hulp van Cumulus Home. Zij en [minderjarige] hebben vertrouwen in Cumulus Home. Er wordt nu door JBRA gesteld dat er sprake is van gehechtheidsproblemen, maar dat is op basis van een zeer beperkt onderzoek. Als die problemen er al zijn, dan zijn deze voornamelijk veroorzaakt door de vele wisselingen van plek tijdens de uithuisplaatsing. Aanvankelijk heeft JBRA duidelijk gemaakt dat [minderjarige] door Spirit behandeld diende te worden en dat daardoor geen contact meer met Cumulus Home mogelijk zou zijn. Dat is zeer ongewenst omdat het gezin juist vertrouwen in Cumulus Home heeft. [minderjarige] dient eerst de kans te krijgen tot rust te komen, naar school te gaan en haar buitenschoolse activiteiten weer op te pakken. Vanuit die situatie kan nader worden onderzocht wat [minderjarige] nodig heeft, waarbij Cumulus Home een rol kan blijven spelen in het gezin.

JBRA heeft aangegeven dat het essentieel is dat er specialistische hulp wordt ingezet voor de gehechtheidsproblematiek van [minderjarige] . Cumulus Home heeft dat specialisme niet in huis, dus daarom is gesproken over aanvullende hulpverlening vanuit Spirit Hecht, NIKA of De Viersprong. Cumulus Home kan betrokken blijven bij de begeleiding van [minderjarige] wanneer zij die aanvullende hulpverlening “inkopen”. Het is namelijk noodzakelijk dat er aan de hechtingsproblemen wordt gewerkt, ook om te waarborgen dat [minderjarige] veilig bij haar moeder kan blijven wonen.

Mevrouw Öztürk heeft naar voren gebracht dat Cumulus Home van mening is dat het belangrijk is dat [minderjarige] vanuit een vertrouwde situatie verder wordt onderzocht en begeleid. Cumulus Home kan haar de noodzakelijke begeleiding bieden. [minderjarige] wordt waarschijnlijk overvraagd wanneer er meerdere trajecten lopen. JBRA heeft te kennen gegeven dat de begeleiding van Cumulus Home zou moeten stoppen wanneer er een ander traject wordt gestart. Als er samengewerkt kan worden met JBRA is Cumulus Home bereid om te kijken hoe een externe behandelaar die is gespecialiseerd in gehechtheid kan worden “ingekocht”.

De beoordeling


De kinderrechter heeft acht geslagen op de overwegingen van het gerechtshof in augustus 2020, waaronder het volgende.

Met de moeder is het hof voorts van oordeel dat de GI tot nu toe weinig heeft ondernomen om aan de problematiek van het gezin te werken of daarnaar nog nader onderzoek te laten doen. Nu een goed alternatief voor handen lijkt in de vorm de hulp van Cumulus Home, is het hof met de kinderrechter onvoldoende ervan overtuigd dat verdere voortzetting van de machtiging in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, ook al adviseert Spirit Hecht haar plaatsing in een gespecialiseerd gezinshuis.
Zoals de advocaat van de moeder ter zitting naar voren heeft gebracht, zal de GI bij het gezin betrokken blijven in het verplichtende kader van de ondertoezichtstelling; in die zin is de situatie anders dan vóór de uithuisplaatsing. Maar zoals het hof ter zitting in hoger beroep richting de moeder heeft benadrukt, is het dan echter wel van groot belang dat zij beter dan voorheen zal samenwerken met de GI. De moeder dient zich te realiseren dat zij met deze beslissing van het hof voor nu het voordeel van de twijfel krijgt. De zorgen over [minderjarige] blijven onveranderd groot.

Het hof gaat ervan uit dat Cumulus Home de moeder ook kan ondersteunen in haar contacten met de GI. Anderzijds behoort de GI de komende tijd het traject met Cumulus Home een kans te geven.”

Ter zitting heeft de kinderrechter in het kader van het aan hem voorgelegde geschil geprobeerd een vergelijk te beproeven tussen de moeder en JBRA, zoals de wet ook voorschrijft in artikel 1:262b BW. In dat kader stelt de kinderrechter vast dat zowel de moeder als JBRA het van belang lijken te vinden dat er meer onderzoek wordt gedaan naar (eventuele hechtingsproblemen bij) [minderjarige] .

De kinderrechter acht het onverstandig als een dergelijk onderzoek naar de eventuele gehechtheidsproblematiek bij [minderjarige] niet zou worden verricht. Daarbij is echter ook van belang wat het hof heeft overwogen, zoals hiervoor weergegeven. De moeder dient in het kader van de ondertoezichtstelling mee te werken met JBRA en daarbij kan zij ondersteund blijven worden door Cumulus Home. JBRA dient de begeleiding (van zowel moeder als [minderjarige] ) vanuit Cumulus Home een kans te geven.

De kinderrechter acht het daarom in het belang van [minderjarige] wenselijk dat nader onderzoek naar de hechtingsproblemen wordt gedaan door een specialistische instelling, waarbij Cumulus Home betrokken dient te worden en te blijven indien dat mogelijk is.

De beslissing


De kinderrechter:

acht het in het belang van [minderjarige] wenselijk dat nader onderzoek naar de hechtingsproblemen wordt gedaan door een specialistische instelling, waarbij Cumulus Home betrokken dient te worden en te blijven indien dat mogelijk is.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.P.C. van Dam van Isselt, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. P. Tanis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2020.