Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:7179

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
02-03-2021
Zaaknummer
C/13/686128 / KG ZA 20-570
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering reactiveren accounts afgewezen. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat opzegging accounts op grond van artikel 6 van de Servicevoorwaarden van Google naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/686128 / KG ZA 20-570 HH/TF

Vonnis in kort geding van 8 september 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. [eiser sub 3]

wonende te [woonplaats] ,

eisers bij dagvaarding van 8 juli 2020,

advocaat mr. F.J.M. van 't Geloof te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

GOOGLE IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin (Ierland),

gedaagde,

advocaat mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.

Gedaagde zal hierna Google worden genoemd en eisers afzonderlijk [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] .

1 De procedure

Op de zitting van 17 augustus 2020 hebben eisers de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding en akte wijziging eis toegelicht. Google heeft verweer gevoerd.

Beide partijen hebben schriftelijke stukken (waaronder een conclusie van antwoord aan de zijde van Google) en een pleitnota ingediend.

Vonnis is bepaald op heden.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de kant van eisers: [eiser sub 3] (bestuurder van [eiser sub 1] ), [betrokkene] (enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser sub 2] , hierna [betrokkene] ) met mr. Van ’t Geloof,

aan de kant van Google: van Google Netherlands: [medewerker gedaagde 1] (bedrijfsjurist) en [medewerker gedaagde 2] (legal trainee) met mr. Chavannes en zijn kantoorgenoot mr. S.C. ten Bosch.

2 De feiten

2.1.

Met de online advertentiedienst AdSense van Google kunnen exploitanten van websites (uitgevers) door Google advertenties op hun websites laten plaatsen zonder dat zij zelf adverteerders hoeven te werven. Uitgevers verwerven inkomsten door via Google Adsense advertentieruimte ter beschikking te stellen. Google AdSense verhuurt de ruimte aan adverteerders via Google Ads en gebruikers van de websites van de uitgevers klikken op de advertenties. Iedere klik leidt ertoe dat de adverteerder een vergoeding dient te voldoen, waarvan een deel naar Google gaat en een deel naar de uitgevers. In het algemeen sluiten advertenties, door de door Google ontwikkelde programmatuur, aan bij de content van de websites.

2.2.

Op de dienst Google AdSense zijn de Online Servicevoorwaarden van Google AdSense van toepassing (de Servicevoorwaarden). Uit artikel 1 volgt dat uitgevers tevens gehouden zijn aan het Programmabeleid van AdSense en aanvullend beleid (samen het ‘AdSense Beleid’).

Belangrijke onderdelen van dit beleid zijn:

  • -

    Het verbod op ongeldige klikken; bijvoorbeeld tools waarmee automatische klikken en vertoningen worden gegenereerd.

  • -

    Het verbod op onbedoeld klikken; bijvoorbeeld door gebruikers te belonen als zij op advertenties klikken;

  • -

    Het niet accepteren van websites zonder waardevolle content; bijvoorbeeld gekopieerde content van andere bronnen met geen toegevoegde waarde.

Dit beleid en de Servicevoorwaarden worden gezamenlijk ook wel aangeduid als de ‘Adsense Voorwaarden’. De naleving hiervan wordt gecontroleerd door een speciaal team binnen Google.

2.3.

Vanaf 29 augustus 2012 heeft [betrokkene] een Google AdSense account op zijn eigen naam dat voor [eiser sub 2] wordt gebruikt. Tussen partijen is in geschil of [betrokkene] , zoals hij stelt, met ingang van maart 2019 dit account op naam van [eiser sub 2] heeft gezet.

2.4.

[eiser sub 3] heeft in ieder geval vanaf 2016 een Google AdSense account op eigen naam ten behoeve van [eiser sub 1] .

2.5.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] exploiteren informatieve websites. [eiser sub 1] (ca. 7 websites) onder andere [namen websites] en [eiser sub 2] (ca. 8 websites), waaronder [namen websites] . Eisers creëren content voor deze websites en zorgen ervoor dat gebruikers de websites bezoeken. Hiervoor maken zij kosten.

2.6.

Eisers hebben inkomsten verworven met het via Google Adsense laten plaatsen van advertenties op hun websites.

2.7.

In december 2018 heeft Google [betrokkene] via een policy violation notice erop aangesproken dat er op [namen websites] veel meer advertenties dan content stonden en dat de content niet aan de kwaliteitseisen van Google voldeed. In haar bezwaar van 4 december 2018 heeft [eiser sub 2] meegedeeld dat zij de hoeveelheid advertenties drastisch heeft verminderd. Google was hiermee niet tevreden en pas na diverse aanpassingen mocht [eiser sub 2] vanaf 15 december 2018 weer advertentieruimte op haar website verhuren. In 2018 heeft Google ook melding gemaakt van schending van het AdSense beleid op andere websites van [eiser sub 2] .

2.8.

In oktober 2019 heeft Google een bredere beoordeling uitgevoerd van de website [namen websites] . Uit diverse in oktober 2019 door Google gemaakte schermafdrukken van deze website (productie 5 aan de zijde van Google) volgt dat steeds meer ruimte wordt ingenomen door advertenties dan door eigen content en dat videoadvertenties zijn opgenomen die (volgens Google) automatisch worden afgespeeld. Verder volgt uit de aan de zijde van Google als productie 11 overgelegde uitdraaien van artikelen op de website dat die ongedateerd zijn en niet kan worden vastgesteld of ze actueel zijn of dat de website in ontwikkeling is.

2.9.

Op 14 oktober 2020 heeft Google aan [betrokkene] bericht dat haar AdSense account niet voldoet aan het AdSense-programmabeleid en is uitgeschakeld. Het door [betrokkene] tegen die beslissing ingestelde beroep is door Google afgewezen.

2.10.

In januari 2020 heeft Google een onderzoek ingesteld naar de websites van [eiser sub 1] . Uit de door Google als productie 17 a tot en met f overgelegde schermafdrukken van de websites volgt onder meer dat er vaak meer advertentieruimte dan inhoud op de websites staat en dat de inhoud van de content niet verifieerbaar is (datum of naam auteur ontbreekt) of vaag is. In 2016 en 2017 heeft Google [eiser sub 3] al eerder aangesproken op schendingen van het AdSense beleid.

2.11.

Op 14 januari 2020 heeft Google aan [eiser sub 1] bericht dat haar AdSense account niet voldoet aan het AdSense-programmabeleid en is uitgeschakeld. Als gevonden schendingen worden vermeld:

  • -

    meer advertenties dan content,

  • -

    onjuiste advertentielabels,

  • -

    pagina op basis van template (pagina’s met weinig tot geen waarde).

In de e-mail staat nog, voor zover van belang, het volgende:

“(…) Zoals vermeld in ons programmabeleid, geven we mogelijk geen Google-advertenties weer op pagina’s of in apps met weinig tot geen waarde voor de gebruiker en/of met een overmatige hoeveelheid reclame. Voeg meer originele content toe of verminder het aantal advertenties dat op die pagina of in de app wordt weergegeven.

(…)”

Aangezien uw account definitief is uitgeschakeld, houden we de betaling van uw accountsaldo in. (…) De opbrengsten van uw account worden aan de betreffende adverteerders teruggegeven. (…)”

Het door [eiser sub 1] ingesteld beroep is op 27 maart 2020 door Google afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen – samengevat na eiswijziging – Google:

I op straffe van een dwangsom te bevelen de accounts van [eiser sub 3] en [eiser sub 2] te reactiveren,

II te veroordelen een bedrag van € 213.735,94 aan [eiser sub 1] , dan wel [eiser sub 3] te betalen,

III te veroordelen een bedrag van € 762.650,70 aan [eiser sub 2] te betalen.

Tot slot vorderen eisers Google te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Eisers stellen dat zij internationale mediaondernemingen zijn die websites exploiteren. Zij verkrijgen via Google AdSense omzet uit advertenties. In 2019 heeft [eiser sub 1] € 1.069.000,- omzet uit Google AdSense gehaald en [eiser sub 2] € 2.618.000,-. In januari 2020 heeft Google aan [eiser sub 1] gerapporteerd dat haar omzet in december 2019 € 138.330,- was en tot dat moment in januari

€ 75.822,-. Voor december is het bedrag aangepast naar € 137.913,94 waardoor [eiser sub 1] een bedrag van € 213.735,94 van Google tegoed had. [eiser sub 2] had een bedrag van in totaal € 762.650,70 tegoed. Google stopte echter de accounts waardoor de bedragen niet zijn uitgekeerd.

Google heeft gehandeld op grond van artikel 6 van haar Servicevoorwaarden. Deze voorwaarden geven Google ongelimiteerd het recht te doen en te laten waar zij zin in heeft. Zonder motivering heeft zij de accounts beëindigd. Dit terwijl eisers niet bekend waren met de bezwaren van Google en zij niet de gelegenheid hebben gekregen de bezwaren weg te nemen. Dat is onredelijk. Artikel 6 van de Servicevoorwaarden leidt tot willekeur en opzegging in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Bovendien is deze bepaling onredelijk bezwarend. Voor zover daarvan niet kan worden uitgegaan, moet de bepaling aldus worden gelezen dat Google deugdelijk moet motiveren waarom zij gebruik maakt van haar bevoegdheid tot het blokkeren van de accounts.

Eisers hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen omdat zij zonder de accounts niet kunnen bestaan en geen inkomsten hebben. Google domineert de advertentiemarkt en er is voor eisers geen alternatief.

3.3.

Google voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De internationale bevoegdheid

4.1.

Op grond van artikel 15, achtste alinea, van de Servicevoorwaarden van Google AdSense is de Nederlandse rechter bevoegd van deze zaak kennis te nemen en is Nederlands recht van toepassing.

Reactivering van de accounts en geldvorderingen

4.2.

Voorshands kan niet worden aangenomen dat [betrokkene] , zoals hij stelt, zijn account op naam van [eiser sub 2] heeft gezet. [eiser sub 2] heeft dan ook geen rechtsverhouding met Google en geen daaruit voortvloeiende vorderingen op Google. Haar vorderingen zullen alleen hierom al worden afgewezen. De omstandigheid dat door Google (automatisch) opgemaakte of door [eiser sub 2] opgemaakte facturen op naam van [eiser sub 2] staan doet hier niet aan af. Alleen de houder van het account is partij bij de AdSense overeenkomst en niet het bedrijf op wiens naam de factuur is gezet. Om te voorkomen dat [betrokkene] nodeloos een volgend kort geding start, zal hierna ook zijn casus worden besproken en zal gemakshalve de term “eisers” worden gebruikt.

4.3.

Google heeft in oktober 2019 en januari 2020 de dienstverlening aan eisers stopgezet, omdat eisers volgens haar in strijd hebben gehandeld met de Adsense voorwaarden van Google.

4.4.

Uitgangspunt is dat Google redelijke voorwaarden mag stellen aan het aantal, de plaatsing en de vormgeving van advertenties op de websites van AdSense-klanten. Hierdoor beschermt zij de belangen van consumenten om overspoeld en misleid te worden door advertenties en het belang van adverteerders om niet te hoeven betalen voor het aanklikken van advertenties door niet-geïnteresseerde consumenten (bijvoorbeeld onbedoelde klikken). Verder probeert Google er ook voor te zorgen dat advertenties verschijnen op websites van een zekere kwaliteit. Google heeft terecht aangevoerd dat het beroep van eisers op onredelijk bezwarende bedingen in (artikel 6 van de) Servicevoorwaarden niet opgaat. Artikel 6:233 (a) van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat dit beroep mogelijk maakt, is immers onderdeel van afdeling 6.5.3 BW die een beperkte werkingssfeer heeft. Op grond van artikel 6:247 lid 2 BW is de afdeling niet van toepassing op partijen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf en partijen die niet beide in Nederland zijn gevestigd.

4.5.

In dit kort geding is voorts onvoldoende aannemelijk geworden dat de opzegging door Google van de accounts van eisers op grond van artikel 6 van Servicevoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Integendeel, voorshands lijkt de beëindiging niet onjuist te zijn omdat er voldoende aanwijzingen zijn dat eisers in strijd hebben gehandeld met de AdSense voorwaarden. Uit het dossier (zie de feiten onder 2.7 tot en met 2.11) kan immers worden opgemaakt dat eisers al jarenlang het beleid van Google schenden doordat op hun websites de advertenties overheersen en de inhoud van de websites weinig origineel en inhoudsloos lijkt te zijn. In tegenstelling tot hetgeen eisers in de dagvaarding stellen, zijn zij herhaaldelijk gewaarschuwd over hun inbreukmakende gedrag en schending van de belangen van consumenten en adverteerders. [eiser sub 2] (of eigenlijk [betrokkene] ) heeft in 2018 en volgens Google ook al in 2016 en 2017 (officiële) waarschuwingen ontvangen van schendingen en voor [eiser sub 1] geldt hetzelfde. Dat Google vanuit het niets en ongemotiveerd de accounts heeft beëindigd, is dan ook niet aannemelijk geworden. Eisers wisten, danwel konden weten, waar hun websites aan moesten voldoen, wat er dus aan hun websites schortte en hebben niet voldoende veranderingen aangebracht. Voor zover de accountmanager van [betrokkene] bij Google hier niet op heeft gestuurd of over is begonnen, ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid.

Voorshands zal er dan ook vanuit worden gegaan dat de accounts op 14 oktober 2019 en 14 januari 2020 conform de Servicevoorwaarden op goede gronden zijn beëindigd.

Eisers hebben in dit kort geding onvoldoende naar voren gebracht waaruit het tegendeel blijkt. Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van eisers tot

heractivering van hun accounts en uitbetaling van de gevorderde bedragen worden afgewezen. In een eventuele bodemprocedure kunnen zij hun zaak beter onderbouwen en kan een uitgebreider onderzoek naar de feiten plaatsvinden.

4.6.

Overigens is in dit kort geding ook het spoedeisend belang niet gegeven, nu eisers pas ruim een half jaar na het beëindigen van hun accounts dit kort geding zijn gestart.

De proceskosten

4.7.

Eisers zullen hoofdelijk als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Google worden begroot op:

- griffierecht € 4.131,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 5.111,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt eisers hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Google tot op heden begroot op € 5.111,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2020.1

1 type: GHF coll: EB