Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:7071

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-11-2020
Datum publicatie
16-04-2021
Zaaknummer
C/13/692066 / KG ZA 20-978
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming huurwoning in kort geding. Huurder vertoont agressief en intimiderend gedrag naar omwonenden en veroorzaakt (drugsgerelateerde) overlast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/692066 / KG ZA 20-978 HH/MvG

Vonnis in kort geding van 26 november 2020

in de zaak van

de stichting

WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 4 november 2020,

advocaat mr. M.G. Blokziel te Almere,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. H.D. Wind te Amsterdam,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Eigen Haard, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Op de mondelinge behandeling van 12 november 2020 heeft Eigen Haard haar vorderingen toegelicht. [gedaagde 1] heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en [gedaagde 1] daarnaast ook een pleitnotitie.

1.2.

Op de mondelinge behandeling waren aanwezig:

- aan de zijde van Eigen Haard: [naam 1] , [naam 2] , beiden werkzaam op de afdeling Zorg & Overlast, en mr. Blokziel,

- aan de zijde van [gedaagde 1] : [naam 3] , hulpverlener bij Indaad, en mr. Wind.

[gedaagde 1] was niet aanwezig. De heer [naam 3] deelde mede aan hem een verkeerde tijdstip te hebben genoemd. Los van het feit dat het juiste tijdstip in de dagvaarding stond is ook op dat tijdstip de heer [gedaagde 1] niet verschenen.

1.3.

Bij de dagvaarding zijn jegens de niet verschenen gedaagde - [gedaagde 2] - de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen haar verstek is verleend. Jegens haar geldt dit vonnis als een vonnis op tegenspraak.

1.4.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Met ingang van 25 augustus 2015 verhuurt Eigen Haard aan [gedaagde 1] de (sociale huur)woning aan de [adres] (hierna: de woning).

2.2.

Op grond van artikel 10.5 van de toepasselijke algemene voorwaarden mag [gedaagde 1] geen overlast of hinder veroorzaken aan omwonenden en is hij aansprakelijk voor gedragingen van anderen die zich met zijn goedvinden in (de directe omgeving van) de woning bevinden.

2.3.

Eigen Haard ontvangt sinds januari 2018 klachten van omwonenden over door [gedaagde 1] veroorzaakte overlast. De klachten gaan over (geluids)overlast in verband met vecht- en schreeuwpartijen tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , die recent uit elkaar zijn gegaan, en over agressie en/of intimidatie van omwonenden door [gedaagde 1] . Verder heeft Eigen Haard klachten ontvangen over drugsgerelateerde overlast in of rondom de woning, vooral in verband met (nachtelijke) bezoeken van (verslaafde) personen die daarbij veel lawaai maken en niet alleen bij de woning aanbellen, maar ook bij omwonenden aanbellen of door de tuin van de woning van de benedenburen lopen.

2.4.

Eigen Haard heeft de afgelopen jaren met behulp van verschillende instanties geprobeerd deze overlast terug te dringen.

2.5.

Op 23 januari 2020 hebben een medewerker van Eigen Haard en van de GGD en een wijkagent een huisbezoek gebracht aan [gedaagde 1] . Naar aanleiding daarvan heeft Eigen Haard bij brief van 28 januari 2020 de met [gedaagde 1] gemaakte afspraken om de overlast terug te dringen vastgelegd en hem bericht dat deze afspraken ook worden vastgelegd in een gedragsaanwijzing. In deze brief is [gedaagde 1] uitgenodigd om de gedragsaanwijzing op 5 februari 2020 op het kantoor van Eigen Haard te komen tekenen. Hij heeft hieraan, ondanks herhaald verzoek, geen gehoor gegeven.

2.6.

Eigen Haard heeft door de politie Amsterdam verstrekte registraties in het geding gebracht met meldingen van overlast veroorzaakt door [gedaagde 1] in of rondom de woning. In deze overzichten staan over de periode 10 maart 2019 tot en met 24 januari 2020 18 meldingen geregistreerd, die voornamelijk zien op huiselijk geweld, geluidsoverlast en drugsgerelateerde overlast.

2.7.

Uit het leefbaarheidsdossier van Eigen Haard blijkt dat over de periode van 13 juni 2019 tot en met 1 oktober 2020 zeer regelmatig door meerdere omwonenden is geklaagd over overlast vanuit de woning.

2.8.

Eigen Haard heeft [gedaagde 1] vanwege de aanhoudende overlastklachten op 3 september 2020 gesommeerd de overlast te beëindigen bij gebreke waarvan zij heeft aangekondigd juridische stappen te ondernemen.

2.9.

In oktober 2020 is [gedaagde 1] door de politierechter van deze rechtbank veroordeeld wegens mishandeling van [gedaagde 2] en is aan [gedaagde 1] een contactverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Verder heeft de politierechter als bijzondere voorwaarde aan [gedaagde 1] opgelegd dat hij moet meewerken aan hulpverlening.

2.10.

In een e-mail van 10 november 2020 van een medewerker van GGD Amsterdam aan Eigen Haard en politie Amsterdam staat het volgende:

(…) Client moet via justitie gaan wonen en ook verslavinggszorg zal hij moeten verkrijgen vanuit een justitiele titel. In de voorwaarden voor reclassering moet wonen en behandeling opgenomen worden.

Iemand die zijn relcasseringszorg met de dood bedreigd, daar kunnen we geen traject mee in en in kader van veiligheid is ambulante woonzorg dus niet verantwoord.

Een laatste kans is hier absoluut niet van toepassing.”

2.11.

Op 10 november 2020 heeft de gemeente Amsterdam een zogenaamde einde interventieverklaring zonder laatste kans afgegeven. Hierin staat dat er sinds april 2019 vanuit het Meldpunt Zorg en Woonoverlast [locatie] en haar convenantpartners diverse interventies zijn geweest gericht op het bestrijden van de extreme overlast die [gedaagde 1] veroorzaakt in zijn woonomgeving. Omdat ondanks de inspanningen de deelnemers er niet in zijn geslaagd de overlast te doen ophouden of tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, is besloten tot einde interventie zonder laatste kans, aldus de verklaring.

3 Het geschil

3.1.

Eigen Haard vordert samengevat - [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen:

I. om de woning aan de [adres] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis geheel leeg en ontruimd ter beschikking te stellen en met alle daarin aanwezige personen en goederen te verlaten en te ontruimen, bij gebreke waarvan Eigen Haard wordt gemachtigd de ontruiming zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie;

II. in het geval zij niet vrijwillig aan de onder I gevraagde veroordeling tot ontruiming voldoen, en Eigen Haard de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf dient te bewerkstelligen, aan haar de kosten van ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming;

III. in de proces- en nakosten van deze procedure, beide te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden.

3.2.

Eigen Haard heeft hiertoe, samengevat, het volgende gesteld. [gedaagde 1] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden door voor een langere periode en structureel overlast te veroorzaken waarvan de omwonenden ernstige hinder ondervinden. Met name het huiselijk geweld tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en de intimidatie door [gedaagde 1] van omwonenden hebben bij hen voor grote angstgevoelens gezorgd. Ook nadat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] uit elkaar zijn gegaan, ontvangt Eigen Haard klachten van omwonenden over druggerelateerde overlast. Deze tekortkomingen geeft Eigen Haard het recht de huurovereenkomst te ontbinden en de ontruiming te vorderen. De overlast die [gedaagde 1] veroorzaakt is dermate ernstig dat zijn belang bij behoud van zijn woning moet wijken voor het belang van omwonenden bij een rustige woonomgeving. Eigen Haard en de hulpinstanties hebben er alles aan gedaan om de overlast te verminderen, maar [gedaagde 1] staat simpelweg niet open voor hulp.

3.3.

[gedaagde 1] heeft het volgende verweer gevoerd. De voorzieningenrechter civiel is niet bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen, omdat de kantonrechter over dit geschil dient te oordelen. Eigen Haard heeft geen spoedeisend belang. De relatie tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is in oktober 2020 verbroken en aan [gedaagde 1] is een contactverbod met [gedaagde 2] opgelegd door de politierechter, zodat daarmee de overlast is geëindigd. [gedaagde 1] is druk bezig om zijn leven op de rit te krijgen. Hij heeft hulp ingeschakeld en wordt nu geholpen door [naam 3] van Indaad. Een uitdrukkelijke gedragsbepaling of een gele kaart ligt meer voor de hand dan een onmiddellijke ontruiming. Het belang van [gedaagde 1] bij behoud van de woning dient zwaarder te wegen dan het belang van Eigen Haard.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde 1] meent dat Eigen Haard in plaats van de voorzieningenrechter de kantonrechter had moeten aanzoeken, omdat die absoluut bevoegd is kennis te nemen van vorderingen over huurovereenkomsten. De bevoegdheid van de kantonrechter is echter niet exclusief. De voorzieningenrechter is eveneens bevoegd kennis te nemen van de vordering. Bij de proceskostenveroordeling kan rekening worden gehouden met de keuze van Eigen Haard voor de (duurdere) procedure bij de voorzieningenrechter.

4.2.

In een kort geding is een vordering tot ontruiming slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter gronden ziet voor ontbinding van de huurovereenkomst en de vordering eveneens zal toewijzen en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat deze de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.3.

Op grond van de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden moet [gedaagde 1] zich als een goed huurder gedragen en mag hij geen overlast of hinder veroorzaken aan andere omwonenden.

4.4.

Gelet op het in het geding gebrachte leefbaarheidsdossier van Eigen Haard, de politiemutaties en de einde interventieverklaring is voorshands aannemelijk geworden dat [gedaagde 1] omwonenden gedurende langere tijd overlast heeft bezorgd en zich agressief en intimiderend jegens hen heeft gedragen. [gedaagde 1] is meerdere keren door Eigen Haard en andere instanties hierover aangesproken, maar hij heeft zijn gedrag niet verbeterd en heeft de door Eigen Haard opgestelde gedragsaanwijzing niet willen tekenen. Hiermee heeft hij zijn uit de regels van het maatschappelijk verkeer voortvloeiende verplichting jegens de omwonenden en zijn contractuele verplichting jegens Eigen Haard geschonden.

4.5.

Anders dan [gedaagde 1] heeft aangevoerd, heeft Eigen Haard aannemelijk gemaakt dat zij ook nadat de relatie tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is verbroken, klachten van omwonenden heeft ontvangen. Ter zitting heeft [naam 1] van Eigen Haard desgevraagd verklaard dat omwonenden nog steeds klagen over drugsgerelateerde overlast in en om de woning.

4.6.

Uit bovenstaande volgt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat [gedaagde 1] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en tevens dat deze tekortkoming(en) van voldoende gewicht zijn dat die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. Eigen Haard heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, omdat zij moet opkomen voor de belangen van omwonenden gezien de aard van de aanhoudende overlast.

4.7.

Het woonbelang van [gedaagde 1] staat niet aan ontruiming in de weg. Aannemelijk is dat [gedaagde 1] groot belang heeft bij voortzetting van de huur en het voor hem mogelijk niet eenvoudig zal zijn een andere woning te vinden. Dit belang weegt echter niet op tegen het belang van Eigen Haard bij ontruiming van de woning. Gezien de jarenlange overlast en gevoelens van onveiligheid die [gedaagde 1] de omwonenden heeft bezorgd, wegen de belangen van Eigen Haard en de omwonenden zwaarder. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Eigen Haard [gedaagde 1] ruime tijd de gelegenheid heeft geboden om de overlast weg te nemen, welke gelegenheid hij niet te baat heeft genomen. Daaraan doet niet af dat [gedaagde 1] sinds kort hulp ontvangt van [naam 3] van Indaad en [gedaagde 1] volgens hem van goede wil is, omdat in het recente verleden te vaak is gebleken dat hulpverlening niet tot een positieve verandering heeft geleid bij [gedaagde 1] . De einde interventieverklaring zonder laatste kans van het Meldpunt Zorg en Overlast toont dat er in der minne alles aan is gedaan om de overlast weg te nemen. Gelet op bovenstaande belangenafweging is er ook geen aanleiding dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.8.

De slotsom is dat de ontruimingsvordering zal worden toegewezen. Vogel heeft namens Eigen Haard tijdens de mondelinge behandeling meegedeeld dat een ontruimingsvonnis in principe niet direct ten uitvoer zal worden gelegd en [gedaagde 1] eerst bij het Meldpunt Zorg en Overlast zal worden aangemeld zodat ook met andere sociale verhuurders kan worden gezocht naar een andere woonruimte voor [gedaagde 1] . Tot een verlenging van de ontruimingstermijn leidt het voorgaande echter niet. Niet uitgesloten is dat nadat [gedaagde 1] kennis heeft genomen van dit vonnis de overlast en/of agressie tegen omwonenden escaleert. Mocht dat gebeuren, dan heeft Eigen Haard er belang bij dit vonnis zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen.

4.9.

Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde 2] medehuurder is van de woning, zodat zij valt onder de tegen [gedaagde 1] gevorderde ontruiming ‘met de zijnen’ en Eigen Haard geen afzonderlijke ontruimingstitel nodig heeft om haar te ontruimen. Bovendien heeft [gedaagde 1] onweersproken gesteld dat [gedaagde 2] de woning inmiddels heeft verlaten en is zij sinds kort ook niet meer op de woning ingeschreven, zoals blijkt uit de dagvaarding. Eigen Haard heeft dan ook in die zin geen belang bij een ontruiming van de woning door [gedaagde 2] . De vorderingen tegen [gedaagde 2] zullen dus worden afgewezen.

4.10.

[gedaagde 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Wel zullen die kosten worden begroot conform het kantonrechterstarief, omdat Eigen Haard – gegeven het gestelde onder 4.9 ook had kunnen kiezen voor de goedkopere procedure bij de kantonrechter. De kosten aan de zijde van Eigen Haard worden begroot op € 93,73 aan explootkosten, € 124,00 aan griffierecht en € 720,00 aan salaris advocaat, derhalve in totaal op € 937,73.

4.11.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde 1] om de woning aan de [adres] na betekening van dit vonnis binnen 48 uur met de zijnen en het zijne te ontruimen en te verlaten en ter vrije beschikking van Eigen Haard te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalde,

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] , indien hij niet vrijwillig aan de hiervoor gegeven veroordeling tot ontruiming voldoet en Eigen Haard de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligt, aan Eigen Haard de kosten van de ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming,

5.3.

veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, aan de zijde van Eigen Haard tot op heden begroot op € 937,73, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na heden,

5.4.

veroordeelt [gedaagde 1] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2020.1

1 type: MvG coll: BB