Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2020:7022

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-12-2020
Datum publicatie
28-01-2021
Zaaknummer
13.206473.20
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen gewoontewitwassen meerdere geldbedragen via rechtspersonen. vrijspraak medeplegen overtreding Opiumwet. Gevangenisstraf 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, verbeurdverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13.206473.20

Datum uitspraak: 30 december 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1979,

[adres 1]

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 september 2020 en 16 december 2020. Verdachte en zijn raadsman, mrs. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam, waren daarbij aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kramer, en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan:

  1. medeplegen van gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen in de periode van 1 januari 2017 tot en met 8 juni 2020;

  2. medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van 0,51 kilogram hasjiesj op 11 juni 2020;

  3. medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van 1,03 kilogram hennep op 11 juni 2020;

De volledige tekst van de nader omschreven tenlastelegging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3 Inleiding

Naar aanleiding van een melding via het Meldpunt Misdaad Anoniem over een lid van een georganiseerde drugsbende dat nagenoeg constant zeer grote geldbedragen in zijn woning te Amsterdam zou hebben startte op 27 november 2019 het onderzoek MIDI naar verdachte [verdachte] . Gaandeweg heeft het onderzoek zich uitgebreid naar onder meer medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ). Binnen het onderzoek zijn onder andere telefoons getapt en uitgelezen, technische acties uitgevoerd op de voertuigen van verdachten, getuigen gehoord, zijn verdachten op meerdere momenten geobserveerd en heeft financiële recherche plaatsgevonden. [verdachte] is bestuurder en enig aandeelhouder van [naam bedrijf BV 1] (hierna: [naam bedrijf BV 1] ) en [medeverdachte 1] is bestuurder en enig aandeelhouder van [naam bedrijf BV 6] (hierna: [naam bedrijf BV 6] ). Via deze rechtspersonen zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] beiden middellijk bestuurder en voor 50% aandeelhouder van [naam bedrijf BV 3] (hierna: [naam bedrijf BV 3] ) en [naam bedrijf BV 4] (hierna: [naam bedrijf BV 4] ). Op 9 juni 2020 zijn de woningen van verdachten doorzocht. Daarbij zijn contante geldbedragen, horloges, een Mercedes, hennep en hasj aangetroffen. De zaken van [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn op zitting tegelijk behandeld. De zaak van [medeverdachte 2] is daarna op dezelfde dag op zitting behandeld. De rechtbank doet vandaag in alle drie de zaken uitspraak.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat het gewoontewitwassen (feit 1) en overtreding van de Opiumwet (feiten 2 en 3) kunnen worden bewezen.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van gewoontewitwassen, omdat de salarisbetalingen van [naam bedrijf BV 1] aan verdachte een vestzak-broekzak handeling betreffen en daarom geen witwashandeling. Hetzelfde geldt voor de overschrijving van 15.000 euro. Dit is een lening die transparant is verantwoord in de boekhouding en betreft ook een vestzak-broekzak handeling. Ditzelfde geldt voor de management fee van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 1] . Het salaris van [naam bedrijf BV 6] aan [medeverdachte 1] is ook een transparante betaling die is verantwoord in de boekhouding van [naam bedrijf BV 6] . Het betreft een girale betaling kenbaar gemaakt aan de fiscus en is een vestzak-broekzak handeling van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft hier geen enkele betrokkenheid bij. Niet goed voorstelbaar is dat verdachte medepleger zou zijn bij deze betaling. Ook de management fee van [naam bedrijf BV 3] naar [naam bedrijf BV 6] betreft een transparante vestzak-broekzak handeling die is verantwoord in de boekhouding van beide bedrijven. Deze handeling ligt in de machtssfeer van [medeverdachte 1] en [verdachte] heeft daar geen enkele betrokkenheid bij en kan daarom geen medepleger zijn. De contante stortingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] zijn ook verantwoord. Het dossier van [medeverdachte 1] bevat originele kwitanties die herleidbaar zijn tot klanten en verifieerbaar zijn. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] combat training gaf, fitnessinstructeur was en achter de bar werkte. Hij verklaarde dat verdachte niet bij deze dienstverleningen was betrokken. De eerste zes betalingen op pagina 1 317 blijken zowel uit de boekhouding van [naam bedrijf BV 3] als de genoemde rechtspersonen en [medeverdachte 1] heeft op de zitting een verklaring gegeven over de herkomst van het geld. De verklaring van [medeverdachte 1] is in combinatie met de getuigenverklaringen van [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [getuige 5] op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk, verifieerbaar en concreet. Van feiten 2 en 3 moet verdachte worden vrijgesproken, omdat het huurcontract van de woning [adres 2] is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 2] en uit onderzoek blijkt dat zij meerdere keren huur heeft betaald voor die woning. Niet bewezen kan worden dat verdachte de verdovende middelen in zijn machtssfeer had dan wel dat hij de beschikkingsmacht daarover had.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen (feit 1).1

4.3.1.

Beoordelingskader

Ook als niet meteen duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, kan witwassen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat de voorwerpen van misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de voorwerpen. Zo’n verklaring moet concreet en verifieerbaar zijn, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan het witwassen van die voorwerpen worden bewezen.

4.3.2.

Veroordeling voor gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen (feit 1)

De overschrijvingen van in totaal 251.844,24 euro op de rekening van [naam bedrijf BV 3]

De politie heeft de bankrekening op naam van [naam bedrijf BV 3] geanalyseerd. De analyses van de politie vermelden dat de procuratie- en pashouders van de rekening van [naam bedrijf BV 3] [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn.2 Ook vermelden deze analyses dat door diverse rechtspersonen in de periode van oktober 2017 tot en met mei 2020 geldbedragen van in totaal 254.844,42 euro zijn overgeschreven op de bankrekening van [naam bedrijf BV 3] met als omschrijving een factuur- of notanummer. Van een aantal overschrijvingen zijn facturen overgelegd door de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 1] en [getuige 4] .3 De politie stelt dat de facturen allemaal dezelfde lay-out hebben en dat de omschrijvingen op de facturen luiden: “coaching en advies”, “werkzaamheden” en “Voor uitgevoerde werkzaamheden m.b.t. de bouwbegeleiding voor het adres: Achter Sint Pieter te Utrecht”. Naast de facturen heeft de politie ook de achterliggende stukken, zoals offertes, contracten, betaalbewijzen van kasbetalingen en specificaties van verleende diensten en/of geleverde producten in relatie tot [naam bedrijf BV 3] , gevorderd bij de rechtspersonen die geldbedragen hebben overgeschreven op de bankrekening van [naam bedrijf BV 3] . Deze achterliggende stukken zijn telkens niet verstrekt.4 De Landelijke Deskundigheidsmakelaar kandidaat deskundige Rensing heeft verklaard dat facturen altijd moeten kunnen worden gestaafd met achterliggende stukken, zoals een offerte of urenspecificatie.5 Daarnaast heeft Rensing verklaard dat om te werken als bouwbegeleider een bouwkundige opleiding moet zijn genoten, vlieguren moeten worden gemaakt, dat alle adviezen administratief worden vastgelegd en dat deze adviezen niet alleen mondeling kunnen worden gegeven.

De observaties

[verdachte] en [medeverdachte 1] zijn door de politie geobserveerd op 16, 20, 21, 22, 24 en 27 januari 2020.6 Deze observaties vonden plaats om een beeld te krijgen van het dagelijkse leven van [verdachte] . De politie heeft geverbaliseerd dat [verdachte] tijdens deze observaties dagelijks werd waargenomen met [medeverdachte 1] , dat [verdachte] dagelijks ontmoetingen had met [medeverdachte 1] , dat zij gesprekken voerden in openbare gelegenheden, dat [verdachte] een aantal keren de woning van [medeverdachte 1] betrad en dat bij alle observaties vooral het gedrag van [medeverdachte 1] opviel, omdat [medeverdachte 1] zeer regelmatig zijn omgeving aan het scannen was. Het vestigingsadres van [naam bedrijf BV 3] , [naam bedrijf BV 4] en [naam bedrijf BV 1] is [adres 3] . In geen van de observaties is waargenomen dat [medeverdachte 1] of [verdachte] hier is geweest of heeft gewerkt. Tijdens de observaties werden er door het onderzoeksteam geen ontmoetingen of duidelijke bedrijfsmatige werkzaamheden waargenomen. Er is gedurende meerdere korte periodes in het tijdvak van 18 december 2019 tot en met 10 juni 2020 onderzoek geweest naar de plaatsbepaling van de voertuigen van [verdachte] en [medeverdachte 1] .7 De politie heeft gekeken naar de projecten van de rechtspersonen verbonden aan getuige [getuige 4] op het moment dat de plaatsbepaling actief was vlak voor, tijdens of na de factuurdatum. De plaatsbepaling is vergeleken met zeven projecten, waarvoor in totaal voor 454,5 uren is gefactureerd. De Volkswagen van [verdachte] is niet in de omgeving van de zeven projecten gestopt of geparkeerd. De Volkswagen van [medeverdachte 1] is niet in de omgeving van de zeven projecten geweest. De Piaggio Vespa van [verdachte] en de Niu GT van [medeverdachte 1] zijn gestopt in de omgeving van de projecten. De politie heeft geverbaliseerd dat uit observatie bleek dat deze bromfietsen stonden geparkeerd in de omgeving van reisbureau [naam reisbureau] reizen, waar [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn waargenomen.

De tapgesprekken en de analyses van ruwe telefoondata

De telefoon van [verdachte] is van 14 januari 2020 tot en met 28 januari 2020 getapt.8 Het telefoonnummer [telefoonnummer] staat op naam van zijn bedrijf [naam bedrijf BV 1] en is aan de website van [naam bedrijf BV 1] gekoppeld. In twee weken tijd, van 14 januari 2020 tot en met 28 januari 2020, werden 41 gesprekken vanaf dit nummer geregistreerd. Van deze 41 geregistreerde gesprekken vonden dertien gesprekken plaats met een telefoonnummer op naam van een 77-jarige vrouw. Deze gesprekken vonden vooral plaats in de avonden. Tien gesprekken stonden geregistreerd met [naam bedrijf BV 6] . Buiten de rechtspersonen [naam bedrijf BV 6] , [naam notariaat] , [naam 1] , een restaurant en [naam bedrijf BV 5] vonden er gesprekken plaats met telefoonnummers op naam van (natuurlijke) personen. Van 5 februari 2020 tot en met 4 maart 2020 is voornoemd telefoonnummer van [naam bedrijf BV 1] getapt.9 Volgens de politie zijn nagenoeg alle 48 telefoongesprekken niet van bedrijfsmatige aard. Er zijn 27 gesprekken geregistreerd met de vader van [verdachte] . Er vonden drie telefoongesprekken plaats met [medeverdachte 1] . Deze gesprekken hadden geen bedrijfsmatige inhoud en er vonden geen gesprekken plaats over hun gezamenlijke bedrijf [naam bedrijf BV 3] . In geen van de overige gesprekken wordt gesproken over werkzaamheden van [naam bedrijf BV 3] of [naam bedrijf BV 1] , aldus de politie. Aan de hand van de gesprekken tussen 6 februari 2020 en 2 maart 2020 is gebleken dat [verdachte] dagelijks contact heeft met zijn vader [persoon 1] . In de gesprekken gaat het vooral over de gezondheid van [persoon 1] , de dagelijkse bezigheden en hoe het met de zoon van [verdachte] gaat. In alle gesprekken wordt niet gesproken of gevraagd naar het werk of de werkdag van [verdachte] .10 In dezelfde periode waarin het telefoonnummer van [naam bedrijf BV 1] is getapt, is het telefoonnummer van [naam bedrijf BV 6] ook getapt.11 Volgens de politie zijn van de 65 telefoongesprekken nagenoeg alle gesprekken niet van bedrijfsmatige aard. Twaalf gesprekken zijn met de (ex)schoonvader van [medeverdachte 1] en zijn van sociale aard. Er vinden drie telefoongesprekken plaats met [verdachte] . Deze gesprekken hebben geen bedrijfsmatige inhoud en er vinden geen gesprekken plaats over hun gezamenlijke bedrijf [naam bedrijf BV 3] . In geen van de overige gesprekken wordt gesproken over werkzaamheden van [naam bedrijf BV 3] of [naam bedrijf BV 6] , aldus de politie. Uit de ondervangen telefoongesprekken is gebleken dat er, net zoals bij [medeverdachte 1] , geen gesprekken plaats hebben gevonden over de gefactureerde projecten in de periode dat de telefoongesprekken werden ontvangen. Bij een project zoals bij de Overtoom is gefactureerd voor 142,4 uren. Hierover vinden geen telefoongesprekken plaats. In geen enkel gesprek wordt gesproken over een advies, hoe de bouwwerkzaamheden verlopen en wat de problemen zijn bij de projecten. Ook over het aanbrengen, de haalbaarheid of de kosten, waarover getuige [getuige 4] verklaarde dat [naam bedrijf BV 3] dergelijke werkzaamheden heeft verricht, is uit de ondervangen telefoongesprekken niet gebleken. Dit geldt voor elk project waarbij onderzoek is verricht.

De websites van [naam bedrijf BV 1] , [naam bedrijf BV 6] , [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4]

De politie stelt dat de website van [naam bedrijf BV 1] opvallend leeg is.12 De website van [naam bedrijf BV 6] bestaat uit een home- en een contactpagina zonder enige informatie over eventuele werkzaamheden die door het bedrijf worden uitgevoerd. Op de website van [naam bedrijf BV 3] ontbreekt een directe link naar het zogenoemde “winkelmandje” van producten die in de wachtrij staan om te worden aangeschaft. De politie heeft ook onderzoek gedaan naar de vindbaarheid van de bedrijven in de zoekmachines Google en duckduckgo. Enkel bij zoekopdrachten waarbij de naam van de bedrijven wordt ingevoerd komen de bedrijven voor in de zoekresultaten. Bij zoekopdrachten met alleen het soort bedrijf of de producten en diensten al dan niet in combinatie met ‘Amsterdam’ of ‘Amsterdam Oost’ zijn de bedrijven niet vindbaar. [naam bedrijf BV 4] had geen officiële bedrijfswebsite waarmee mogelijke inkomsten gegenereerd zouden kunnen worden dan wel klanten geworven kunnen worden.

De rechtbank stelt op basis van voorgaande feiten en omstandigheden vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] via de bankrekening van hun bedrijf [naam bedrijf BV 3] meerdere geldbedragen met een totaal van 254.844,42 euro hebben ontvangen die niet kunnen worden onderbouwd. De facturen die zijn overgelegd ter onderbouwing van enkele van deze geldbedragen hebben een vage en summiere omschrijving. Bovendien zijn er geen achterliggende stukken van deze facturen overgelegd. Het dossier bevat geen enkel adviesrapport en geen enkele offerte, overeenkomst, berekening, urenspecificatie of ander stuk waaruit blijkt dat concrete werkzaamheden in het kader van bouwbegeleiding zijn verricht. Dit terwijl dergelijke stukken in de branche van bouwbegeleiding gebruikelijk zijn, het de gewoonte is om alle adviezen administratief vast te leggen en bouwbegeleiding niet enkel mondeling kan plaatsvinden. De rechtbank stelt ook vast dat verdachten niet aanwezig waren bij projecten waarvoor zij dit geld zouden hebben ontvangen en dat zij ook niet telefonisch met elkaar spraken over deze projecten. Verdachten voerden in het geheel geen gesprekken van bedrijfsmatige aard met elkaar, terwijl zij wel veelvuldig contact hadden. Het dossier bevat geen enkel gesprek over hoe de bouwwerkzaamheden verliepen en wat eventuele problemen waren bij de projecten. Bij een groot aantal gefactureerde uren zou worden verwacht dat hier telefonisch over wordt gesproken. Ook in dagelijkse sociale gesprekken met derden werd niet over werk gesproken. Opvallend vindt de rechtbank ook dat weinig werd gebeld en dat de telefoongesprekken van [verdachte] vaak plaatsvonden buiten gebruikelijke kantoortijden. Daarnaast hebben de bedrijven van [verdachte] en [medeverdachte 1] geen professionele websites die bij dergelijke bedrijven zijn te verwachten. De websites zijn slecht vindbaar, bevatten weinig tot geen informatie over de werkzaamheden en functies en het is niet mogelijk om via de website van [naam bedrijf BV 3] een product te kopen via het winkelmandje. Hiernaar gevraagd op de zitting konden de verdachten niet afdoende uitleggen hoe via deze website bestellingen konden worden geplaatst en wat de corebusiness van [naam bedrijf BV 3] is. De rechtbank concludeert dat met betrekking tot deze facturen een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen bestaat. Verdachten hebben geen enkele concrete verifieerbare verklaring gegeven om dit vermoeden te weerleggen, behalve ten aanzien van de facturen van [naam club] . Zowel [medeverdachte 1] als de bestuurder van dit bedrijf, getuige [getuige 1] , hebben verklaard dat deze facturen zijn opgemaakt en betaald voor personal training en groepslessen. In combinatie met de omschrijving op deze facturen en de getuigenverklaring van [getuige 1] is de verklaring van [medeverdachte 1] voldoende concreet en verifieerbaar, waardoor het op de weg van het Openbaar Ministerie had gelegen om hier nader onderzoek naar te verrichten. Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen, voor zover het betreft de facturen van [naam club] met een totaalbedrag van 16.335 euro.

De contante stortingen van in totaal 64.420 euro op de rekening van [naam bedrijf BV 3]

In de periode van 27 juli 2017 tot en met maart 2020 zijn er op de rekening van [naam bedrijf BV 3] 22 contante stortingen te zien. In totaal is 64.420 euro contant gestort.13 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. De verdediging heeft aangevoerd dat deze contante stortingen zijn verantwoord in de boekhouding van [naam bedrijf BV 3] met kwitanties van contante betalingen die herleidbaar zijn naar klanten. De politie heeft over deze kwitanties geverbaliseerd dat alle kwitanties originele kwitanties betreffen. Dit is volgens de politie opvallend aangezien het gebruikelijk is om bij kwitanties de klant het origineel mee te geven en een kopie (doordruk) te bewaren voor de eigen administratie als bewijs van betaling. Op alle kwitanties van juni 2017 staan namen. Er staat echter nooit een voornaam voluit geschreven. Evenmin staan er andere adres- en/of contactgegevens waardoor de gegevens op de kwitanties niet kunnen worden geverifieerd. Hetzelfde geldt voor de kwitanties van juli 2017. Er staan namen vermeld maar nooit een voluit geschreven voornaam of andere adres- en/of contactgegevens waardoor de gegevens op de kwitanties niet kunnen worden geverifieerd. Op de kwitanties van november 2017 staan alleen gekochte producten. Er staan geen klantgegevens op waardoor deze niet geverifieerd kunnen worden. Op kwitanties van december 2017 staan geen namen, waar ze op eerdere kwitanties wel stonden. Ook op de kwitanties van januari, april, juni, juli, augustus, september, oktober en november 2018 en maart 2019 staan geen namen. De rechtbank stelt vast dat de kwitanties van contante betalingen niet verifieerbaar zijn en vindt bij deze stand van zaken bewezen dat de gestorte contante geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn.

De overschrijvingen van management fees van in totaal 146.873,50 euro van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 6]

In de periode van 1 januari 2017 tot en met 7 februari 2020 ontving [naam bedrijf BV 6] geldbedragen van in totaal 127.353,50 van [naam bedrijf BV 3] met als omschrijving ‘management fee’.14 In de periode van 10 februari 2020 tot en met 28 juli 2020 is door [naam bedrijf BV 3] in totaal 19.520 euro betaald aan [naam bedrijf BV 6] met als omschrijving ‘management fee’.15 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 146.873,50 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijvingen van salaris van in totaal 62.4486,32 van [naam bedrijf BV 6] op de rekening van [medeverdachte 1]

In de periode van 1 augustus 2017 tot en met 7 februari 2020 werd op de bankrekening van [medeverdachte 1] maandelijks salaris ontvangen van [naam bedrijf BV 6] , in totaal 62.497,49 euro.16 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 62.4486,32 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijvingen van in totaal 17.000 euro van het bedrijf [naam bedrijf 1] op de rekening van [naam bedrijf BV 4]

De politie heeft de bankrekening van [naam bedrijf BV 4] geanalyseerd.17 [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn de twee pashouders en procuratiehouders. Op 20 en 21 november 2019 werd viermaal 3.000 euro en eenmaal 5.000 op de rekening van [naam bedrijf BV 4] ontvangen van [naam bedrijf 1] . Getuige [getuige 6] heeft zich op 26 november 2019 bij de politie gemeld, waarbij zij verklaarde dat zij van haar boekhouder genaamd [persoon 2] contante stortingen moest doen op de bankrekening van [naam bedrijf 1] . Zij verklaarde van [persoon 2] vier bundels met 50-euro-biljetten te hebben gekregen die zij moest storten. Hierna moest [getuige 6] driemaal 5.000 euro en eenmaal 2.000 euro overmaken naar de rekening van [naam bedrijf BV 4] . [getuige 6] werd door [persoon 2] verteld dat [naam bedrijf BV 4] lezingen geeft door het hele land en dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in dit bedrijf werkzaam zijn. Het bleek volgens [getuige 6] de bedoeling dat zij elke week geld zou gaan krijgen van het ‘boekingskantoor’ van [medeverdachte 1] en [verdachte] , aldus de politie. Deze verklaring van [getuige 6] maakt dat de rechtbank vindt dat ten aanzien van deze 17.000 euro in relatie tot verdachten een stevig vermoeden van witwassen bestaat. Daarbij neemt de rechtbank mee dat de voornamen van [verdachte] en [medeverdachte 1] sterk overeenkomen met de namen die [getuige 6] heeft genoemd in haar melding dat verdachten bestuurder en aandeelhouder van [naam bedrijf BV 4] zijn, alsmede pas- en procuratiehouder van de bankrekening van [naam bedrijf BV 4] . Verdachten hebben over dit geldbedrag niets willen verklaren, waardoor dit witwasvermoeden niet is weerlegd. Bij deze stand van zaken vindt de rechtbank bewezen dat verdachte voornoemde 17.000 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geldbedrag van misdrijf afkomstig was.

De overschrijvingen van management fees van in totaal 137.196,50 euro van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 1]

In de periode van 1 januari 2017 tot en met 11 december 2019 ontving [naam bedrijf BV 1] geldbedragen van in totaal 117.676,52 van [naam bedrijf BV 3] met als omschrijving ‘management fee’.18 In de periode van 27 februari 2020 tot en met 28 mei 2020 is door [naam bedrijf BV 3] in totaal 19.520 euro betaald aan [naam bedrijf BV 1] met als omschrijving ‘management fee’.19 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 137.196,50 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijving van 15.000 euro van [naam bedrijf BV 1] op de rekening van [verdachte] onder vermelding: RC

Op 20 november 2019 werd naar [verdachte] 15.000 euro overgeschreven met als omschrijving RC.20 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft verklaard dat dit bedrag ziet op een lening voor een auto. Met deze verklaring heeft verdachte geen verklaring gegeven over de bron van deze 15.000 euro. Dat het overgemaakte bedrag een lening betreft voor een auto zegt weliswaar iets over het doel waarvoor dit bedrag werd overgemaakt, maar niets over de herkomst daarvan. De bankrekening van [naam bedrijf BV 1] werd uitsluitend gevoed door [naam bedrijf BV 3] en de aard van de inkomsten van [naam bedrijf BV 3] blijven ook met deze verklaring onduidelijk. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 15.000 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

De overschrijvingen van in totaal 71.322 euro salaris van [naam bedrijf BV 1] op de rekening van [verdachte]

In de periode van 1 januari 2017 tot en met 11 december 2019 werd op de bankrekening van [verdachte] maandelijks salaris ontvangen van [naam bedrijf BV 1] , van in totaal 71.322,23 euro.21 Op basis van dezelfde feiten en omstandigheden als bij de overschrijvingen op de rekening van [naam bedrijf BV 3] bestaat een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte heeft geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Gezien de veroordeling voor witwassen van de overgeschreven geldbedragen op rekening van [naam bedrijf BV 3] vindt de rechtbank dat naast het verhullen van de werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen sprake is van witwassen van 71.322 euro, bestaande uit het overdragen van dit geld.

Medeplegen

In het voorgaande heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachten samen aandeelhouder en al dan niet middellijk bestuurder waren van de rechtspersonen [naam bedrijf BV 1] , [naam bedrijf BV 6] , [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4] . Ook is vastgesteld dat verdachten veelvuldig contact hadden en naast zakelijk verbonden ook sociaal nauw bij elkaar betrokken waren. Op basis van de hoeveelheid overschrijvingen, de duur van het witwassen, de aard van de witwasconstructie, de overeenkomsten tussen de overschrijvingen van management fees van de rekening van [naam bedrijf BV 3] naar [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 6] en salarissen naar [verdachte] en [medeverdachte 1] concludeert de rechtbank dat sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Dat verdachten individueel zeggenschap hadden over de rekeningen van [naam bedrijf BV 1] , [naam bedrijf BV 6] en hun privérekening doet hieraan niets af. De rechtbank concludeert dat het opzet van verdachten was gericht op het verbergen en verhullen van de aard en de herkomst van het geld en dat dit geld vervolgens op verschillende manieren is overgedragen. Naar het oordeel van de rechtbank dienden de rechtspersonen van verdachten puur als witwasmachine. Uit de omstandigheid dat verdachten samen verantwoordelijk waren voor [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4] , dat zij als enige pashouder en procuratiehouder van de rekening waren, dat zij beiden over het geld van [naam bedrijf BV 3] en [naam bedrijf BV 4] konden beschikken en dat zij samen deze witwasconstructie hebben opgezet concludeert de rechtbank dat zij over en weer wisten van de overschrijvingen van [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 6] naar hun privérekeningen. Bovendien komen de salarissen uit één en dezelfde bron, namelijk het witgewassen geld van [naam bedrijf BV 3] . Er is sprake van medeplegen dat in de kern bestaat uit een nauwe en bewuste samenwerking.

4.3.3.

Vrijspraak voor feiten 2 en 3

De rechtbank vindt niet bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hasjiesj en hennep. Het huurcontract stond op naam van iemand anders, is gevonden bij iemand anders en uit het dossier blijkt dat iemand anders de huur betaalde voor de woning [adres 2] . Weliswaar zijn pasjes van verdachte aangetroffen in die woning, maar deze pasjes waren allemaal al geruime tijd vervallen en lagen niet in dezelfde kluis waarin de hasj en hennep zijn aangetroffen. Gelet op deze omstandigheden en dat nergens anders uit blijkt dat verdachte toegang had tot de woning of op enige wijze betrokken was bij de hasjies en hennep of daar wetenschap van had kan niet worden gesteld dat deze verdovende middelen in zijn machtssfeer lagen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1:

in de periode van 1 januari 2017 tot en met 8 juni 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander van een of meer geldbedragen van:

€ 71.322 (salaris door [naam bedrijf BV 1] overgeschreven op rekening [verdachte] ) en

€ 15.000 (overschrijving van [naam bedrijf BV 1] op rekening van [verdachte] onder vermelding: RC) en

€ 137.196,50 (overschrijving management fees van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 1] ) en

€ 17.000 (overschrijvingen van het bedrijf [naam bedrijf 1] op rekening [naam bedrijf BV 2] ) en

€ 62.486,32 (salaris door [naam bedrijf BV 6] overgeschreven op rekening van [medeverdachte 1] ) en

€ 146.873,50 (overschrijving management fees van [naam bedrijf BV 3] aan [naam bedrijf BV 6] ) en

€ 64.420 (contante stortingen op rekening van [naam bedrijf BV 3] ) en

€ 235.509,24 (overschrijvingen van een of meer bedrijven op de rekening van [naam bedrijf BV 3] )

de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen en verhuld en voornoemde geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en omgezet, terwijl hij en zijn mededader wisten dat voornoemde geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf; en hij en zijn mededader van het plegen van dit feit een gewoonte hebben gemaakt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Motivering van de straf

6.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 40 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de eis van de officier van justitie veel te hoog is en heeft primair verzocht aan verdachte een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen. Gezien het positieve reclasseringsrapport en het strafblad is het passend een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen. Verdachte verblijft al ruim vier maanden in voorlopige hechtenis. Mogelijk kan ook een geldboete worden opgelegd. Verder heeft de raadsman verzocht in het vonnis te betrekken dat de moeder van verdachte ernstig ziek is. Dat pleit voor schorsing van de voorlopige hechtenis en het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van grote hoeveelheden geld. Het gewoontewitwassen strekt zich uit over een periode van ruim drie jaren. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, ook vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, en is daarmee een bedreiging voor de samenleving. Witwassen bevordert het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld en/of het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder witwassen het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.

Verdachte heeft geen relevante veroordelingen op zijn strafblad en wordt dus als first offender aangemerkt. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten die de rechtbanken onderling hebben afgesproken. Volgens de oriëntatiepunten voor fraudedelicten is bij een fraudebedrag tussen de 250.000 en 500.000 euro een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden het uitgangspunt. Het totaal van de witgewassen bedragen via [naam bedrijf BV 3] bedraagt ruim 300.000 euro. De rechtbank vindt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie. Wel is een groot voorwaardelijk gedeelte op zijn plaats om verdachte in de toekomst te behoeden weer de fout in te gaan.

De rechtbank heeft begrip voor de wens van verdachte om de Kerst door te brengen met zijn zoontje en zijn moeder die ernstig ziek is, maar ziet hierin geen reden een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het voorarrest op te leggen en de rest voorwaardelijk. Dit is gelet op de ernst van de feiten niet passend, ook niet ten opzichte van de medeverdachte.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en vrijspraken voor de feiten 2 en 3 aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. 1.700 EUR;

2. 200 EUR;

3. 120 EUR;

4. 50 EUR;

5. 5 EUR

6. 3,17 EUR

7. 12,25 EUR

8. 21,3 EUR

9. 76,62 EUR

10. 200 EUR

11. Horloge

12. Horloge

13. Horloge

14. Horloge

15. Horloge Zilver, merk: Tag Hueer

16. Halsketting Goudkleurig

17. Personenauto [kenteken]

18. Bromfiets Piaggio Vespa Sprint

23. Vorderingen

24. Vorderingen

25. Vorderingen

26. Vorderingen

De voorwerpen 1 tot en met 10 worden verbeurdverklaard, omdat het bewezen verklaarde daarmee is begaan. De andere voorwerpen (11 tot en met 18 en 23 tot en met 26) moeten worden teruggegeven aan verdachte.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van gewoontewitwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd:

1. 1.700 EUR;

2. 200 EUR;

3. 120 EUR;

4. 50 EUR;

5. 5 EUR

6. 3,17 EUR

7. 12,25 EUR

8. 21,3 EUR

9. 76,62 EUR

10. 200 EUR

Gelast de teruggave aan verdachte van:

11. Horloge

12. Horloge

13. Horloge

14. Horloge

15. Horloge Zilver, merk: Tag Hueer

16. Halsketting Goudkleurig

17. Personenauto [kenteken]

18. Bromfiets Piaggio Vespa Sprint

23. Vorderingen

24. Vorderingen

25. Vorderingen

26. Vorderingen

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.P. Bleeker, voorzitter,

mrs. J. Thomas, A.H.E. van der Pol, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2020.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

1 Voor zover niet anders vermeld wordt in de volgende voetnoten verwezen naar bewijsmiddelen uit het dossier. Tenzij anders vermeld gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 3] met nr. 31, pag. 3 080 e.v. en PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

3 PV van bevindingen facturen [naam bedrijf BV 7] en [naam club] met nr. 262, pag. 6 034 e.v., PV van bevindingen aangeleverde facturen [getuige 2] met nr. 327, p. 6 083 e.v., PV van bevindingen ontbrekende facturen Hotel [naam 2] en [naam 3] met nr. 361, pag. 6 099 e.v., PV van bevindingen analyse facturen [getuige 4] met nr. 362, p. 6 119 e.v. en PV van bevindingen facturen [naam holding] en [naam bedrijf 2] met nr. 326, pag. 6 162 e.v.

4 PV van bevindingen achterliggende stukken rechtspersonen met nr. 399, pag. 6 010 e.v.

5 PV van verhoor getuige verhoor deskundige Rensing met nr. 506, pag. 6 286 e.v.

6 PV van bevindingen dagelijkse bezigheden [verdachte] en [medeverdachte 1] naar aanleiding van observaties met nr. 12437021, pag. 1 059 e.v.

7 PV van bevindingen onderzoek naar plaatsbepaling voertuigen in gebruik bij [verdachte] met nr. 513, pag. 1 306 e.v. en PV van bevindingen onderzoek naar plaatsbepaling voertuigen in gebruik bij [medeverdachte 1] , pag. 2 120 e.v.

8 PV van bevindingen onderzoek belgedrag [verdachte] met nr. [nummer 1] , pag. 1 092 e.v.

9 PV van bevindingen onderzoek belgedrag naar aanleiding van tap [naam bedrijf BV 1] / [verdachte] met nr. [nummer 2] , pag. 1 105 e.v.

10 PV van bevindingen [verdachte] en vader bellen dagelijks maar er wordt niet gesproken over werk met nr. [nummer 3] , pag. 1 105 e.v.

11 PV van bevindingen onderzoek belgedrag naar aanleiding van tap [naam bedrijf BV 6] / [medeverdachte 1] met nr. [nummer 4] , pag. 2 009 e.v.

12 PV van bevindingen onderzoek belgedrag [verdachte] met nr. [nummer 1] , pag. 1 092 e.v.

13 PV deelonderzoek witwassen m.b.t. de zaak [verdachte] met nr. 484, pag. 1 311 e.v., PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 3] met nr. 31, pag. 3 080 e.v. en PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

14 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 6] met nr. 127, pag. 3 052 e.v.

15 PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

16 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [medeverdachte 1] met nr. 105, p. 2 082 e.v.

17 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 2] met nr. 34, pag. 3 063 e.v.

18 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 1] met nr. 28, pag. 3 029 e.v.

19 PV van bevindingen analyse bankrekening [naam bedrijf BV 3] update met nr. 474, pag. 6 252 e.v.

20 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 1] met nr. 28, pag. 3 029 e.v.

21 PV van bevindingen analyse rekeningtransacties [naam bedrijf BV 1] met nr. 28, pag. 3 029 e.v.